日蘭辭典+

25 resultaten voor ‘beslissen’
日蘭辭典 (trefwoord)
uchiwa團扇
(団扇) zn. ronde waaier m. ¶ 團扇を使ふ zich waaien. ¶ 團扇を擧げる beslissen, wie overwonnen heeft.
kuji
zn. lot o. ¶ 引 loterij; loting. ¶ 決める bij loting beslissen. ¶ 引く loten.
shinpan審判
zn. beoordeling v.; oordeel o.; vonnis o.; uitspraak v.; beslissing v. ¶ 審判する oordeel vellen; uitspraak doen; vonnissen. ¶ 審判係 rechters. ¶ 審判官 rechter. ¶ 審判者 umpire (英語); jury.
ichizon一存
zn. eigen inzicht o.; persoonlijke meening v. ¶ 一存で決する naar eigen inzicht beslissen; de verantwoordelijkheid alleen op zich nemen.
TEKST EN UITLEG (trefwoord)
bron:Unfea 〈E1:00:04:03〉アンフェア
山路哲夫:「見習いの安藤を付ける。」雪平夏見:「お斷りします! 足手まといです。見習いの守りなんてできません。」 山路哲夫:お前が決めることではない!
Yamaji Tetsuo: ‘Ik voeg een rekruut aan je toe.’ Yukihira Natsumi: ‘Dat weiger ik! Dat is een sta in de weg. Ik kan niet op een rekruut passen.’ Yamaji Tetsuo: ‘Dat is niet aan jou om te beslissen!’ [E1:00:04:03]
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <beslissen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
判じるhanjiru (1) oordelen; een oordeel vellen; (2) beslissen; uitmaken; een beslissing nemen in; (3) oplossen; ontrafelen; uitpuzzelen; uitzoeken; ontcijferen; ontraadselen; duiden; uitleggen; interpreteren; (4) raden; gissen; er achter komen; voorspellen
判ずるhanzuru (1) oordelen; een oordeel vellen; (2) beslissen; uitmaken; een beslissing nemen in; (3) oplossen; ontrafelen; uitpuzzelen; uitzoeken; ontcijferen; ontraadselen; duiden; uitleggen; interpreteren; (4) raden; gissen; erachter komen; voorspellen
判定するhanteisuru beslissen; oordelen; uitmaken; zich uitspreken (over); beschikken; beoordelen; een uitspraak doen; vaststellen; [veroud.] decideren
取り決めるtorikimeru beslissen; vastleggen; afspreken; overeenkomen; [日時を] bepalen; [約束を] afsluiten; sluiten
定めるsadameru (1) beslissen; vastleggen; [日を] prikken; bepalen; vaststellen; [veroud.] decideren; [目標を] stellen; [狙いを] aanleggen; (2) [法を] instellen; [法が] voorzien; regelen; bepalen; vaststellen; stipuleren; voorschrijven; (3) [身を] zich vestigen; zich settelen; een geregeld leven gaan leiden; (4) [天下を] tot vrede brengen; vrede doen hebben; pacificeren; [veroud.] bevredigen; [乱を] neerslaan; bedaren
tei (a) vastzetten; fixeren; onbeweeglijk blijven; (b) vaststellen; bepalen; (c) zich decideren; beslissen; oordelen; (d) bedaren; kalmeren
審判するshinpansuru (1) beoordelen; oordelen; beslissen; een oordeel vellen; berechten; rechtspreken over; [veroud.] recht doen; (2) arbitreren; scheidsrechteren; [sportt.] fluiten; als scheidsrechter; umpire; arbiter; referee optreden; [scherts.] arbiteren; (3) [bijb.] richten
左右するsayuusuru (1) zich niet uitspreken; een ontwijkend antwoord geven; geen definitieve keuze maken; eromheen draaien; rond de pot draaien; [uitdr.] een slag om de arm houden; [uitdr.; gall.; Belg.N.] warm en koud blazen; (2) beheersen; controleren; macht uitoefenen over; heersen over; domineren; [fig.] regeren over; in bedwang hebben; [uitdr.] eronder hebben; [uitdr.] in de hand hebben; [uitdr.] in handen hebben; [uitdr.] onder controle hebben; [uitdr.] onder de duim houden; [uitdr.] de boventoon voeren over; beslissen; bepalen; [uitdr.] het voor het zeggen hebben; [uitdr.] de baas spelen over; (3) [uitdr.] naar zijn hand zetten; beïnvloeden; inwerken op; invloed hebben op; invloed uitoefenen op
dan (1) beslissing; uitspraak; beschikking; (a) afsnijden; doorsnijden; verbreken; (b) onderbroken worden; ophouden met; (c) beslissen; (d) altijd; beslist
断じるdanjiru (1) besluiten; concluderen; tot de slotsom komen (dat); beslissen; decideren; uitmaken; vaststellen; (2) oordelen; beoordelen; een oordeel vellen over; (3) resoluut uitvoeren; doorvoeren; uitvoering geven aan; ten uitvoer brengen; (4) doorhakken
断定するdanteisuru (1) affirmeren; bevestigen; verzekeren; (2) besluiten; vaststellen; concluderen; tot de slotsom komen (dat); beslissen; decideren; uitmaken
決める ; 極めるkimeru beslissen; bepalen; besluiten; vaststellen
決定するketteisuru vaststellen; beslissen; bepalen
決定付けるketteizukeru beslissen; uitmaken; bepalen; beslechten
決心するkesshinsuru besluiten; beslissen
決着をつけるketchakuwotsukeru beëindigen; beslissen; besluiten; decideren; een eind; einde maken aan; afmaken; uitmaken; de doorslag geven; z'n beslag geven; beklinken
決議するketsugisuru [pol.] zich uitspreken; een uitspraak doen; zich verklaren; beslissen; besluiten; zich voornemen; [m.b.t. geld] voteren; toestaan; toewijzen
確定するkakuteisuru (1) beslist worden; vastgelegd worden; vastgesteld worden; bepaald worden; uitgemaakt worden; [veroud.] gedecideerd worden; afgesproken worden; (2) beslissen; vastleggen; vaststellen; bepalen; uitmaken; [veroud.] decideren; afspreken
裁くsabaku oordelen; beoordelen; een oordeel vellen; uitmaken; beslissen; decideren; een uitspraak doen; [jur.] berechten; vonnis wijzen; [veroud.] rechten
裁断する ; 截断するsaidansuru (1) snijden; knippen; (2) een oordeel vellen; oordelen; uitmaken; beslissen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.64 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 20 treffers (zoekopdracht: 'beslissen', strategie: exact). 
2005-2021