日蘭辭典+

21 resultaten voor ‘beslissen’
日蘭辭典 (trefwoord)
uchiwa團扇
(団扇) zn. ronde waaier m. ¶ 團扇を使ふ zich waaien. ¶ 團扇を擧げる beslissen, wie overwonnen heeft.
kuji
zn. lot o. ¶ 引 loterij; loting. ¶ 決める bij loting beslissen. ¶ 引く loten.
shinpan審判
zn. beoordeling v.; oordeel o.; vonnis o.; uitspraak v.; beslissing v. ¶ 審判する oordeel vellen; uitspraak doen; vonnissen. ¶ 審判係 rechters. ¶ 審判官 rechter. ¶ 審判者 umpire (英語); jury.
ichizon一存
zn. eigen inzicht o.; persoonlijke meening v. ¶ 一存で決する naar eigen inzicht beslissen; de verantwoordelijkheid alleen op zich nemen.
TEKST EN UITLEG (trefwoord)
bron:Unfea 〈E1:00:04:03〉アンフェア
山路哲夫:「見習いの安藤を付ける。」雪平夏見:「お斷りします! 足手まといです。見習いの守りなんてできません。」 山路哲夫:お前が決めることではない!
Yamaji Tetsuo: ‘Ik voeg een rekruut aan je toe.’ Yukihira Natsumi: ‘Dat weiger ik! Dat is een sta in de weg. Ik kan niet op een rekruut passen.’ Yamaji Tetsuo: ‘Dat is niet aan jou om te beslissen!’ [E1:00:04:03]
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <beslissen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
為る suru (1) zich voordoen; gebeuren; plaatsvinden; (2) verstrijken; voorbijgaan; verlopen [voorafgegaan door een meishi die een bep. tijdseenheid aanduidt]; (3) bedragen; kosten; waard zijn [voorafgegaan door een meishi die een bep. waarde, bedrag aanduidt]; (4) beslissen; besluiten; ervoor kiezen [in de constructie … to suru …とする of … ni suru …にする]; (5) hebben; merken; voelen [m.b.t. gewaarwording; in de constructie … ga suru …がする]; ; (1) doen; begaan; maken; verrichten; aanvangen; aandoen; uitvoeren; bedrijven; uitoefenen; beoefenen; praktiseren; doen (aan); [m.b.t. zaak, winkel enz.] runnen; (2) [van beroep …] zijn; werken (als); dienst doen (als); [m.b.t. ambt] waarnemen [in de constructie … o suru …をする]; (3) maken; maken (tot); [er een … van] maken [in de constructie … ni suru …にする]; (4) gebruiken als; bezigen als; doen dienen als [in de constructie … ni suru …にする]; (5) 10. vinden; achten; beschouwen; aanzien; dunken [in de constructie … to suru …とする]; (6) 11. (ver)onderstellen (dat); aannemen (dat); stellen (dat) [in de constructie … to suru …とする]; (7) 12. aandoen; dragen [m.b.t. kledingstuk]; (8) 13. hebben; zijn [m.b.t. een bep. vorm, toestand enz.]
決議する ketsugisuru [pol.] zich uitspreken; een uitspraak doen; zich verklaren; beslissen; besluiten; zich voornemen; [m.b.t. geld] voteren; toestaan; toewijzen
決着をつける ketchakuwotsukeru beëindigen; beslissen; besluiten; decideren; een eind; einde maken aan; afmaken; uitmaken; de doorslag geven; z'n beslag geven; beklinken
決心する kesshinsuru besluiten; beslissen
決定する ketteisuru vaststellen; beslissen; bepalen
審判する shinpansuru (1) beoordelen; oordelen; beslissen; een oordeel vellen; berechten; rechtspreken over; [veroud.] recht doen; (2) arbitreren; scheidsrechteren; [sportt.] fluiten; als scheidsrechter; umpire; arbiter; referee optreden; [scherts.] arbiteren; (3) [bijb.] richten
取り決める torikimeru beslissen; vastleggen; afspreken; overeenkomen; [日時を] bepalen; [約束を] afsluiten; sluiten
断定する danteisuru (1) affirmeren; bevestigen; verzekeren; (2) besluiten; vaststellen; concluderen; tot de slotsom komen (dat); beslissen; decideren; uitmaken
裁く sabaku oordelen; beoordelen; een oordeel vellen; uitmaken; beslissen; decideren; een uitspraak doen; [jur.] berechten; vonnis wijzen; [veroud.] rechten
定める sadameru (1) beslissen; vastleggen; [日を] prikken; bepalen; vaststellen; [veroud.] decideren; [目標を] stellen; [狙いを] aanleggen; (2) [法を] instellen; [法が] voorzien; regelen; bepalen; vaststellen; stipuleren; voorschrijven; (3) [身を] zich vestigen; zich settelen; een geregeld leven gaan leiden; (4) [天下を] tot vrede brengen; vrede doen hebben; pacificeren; [veroud.] bevredigen; [乱を] neerslaan; bedaren
裁断する saidansuru (1) snijden; knippen; (2) een oordeel vellen; oordelen; uitmaken; beslissen
左右する sayuusuru (1) beheersen; controleren; macht uitoefenen over; heersen over; domineren; [fig.] regeren over; in bedwang hebben; [uitdr.] eronder hebben; [uitdr.] in de hand hebben; [uitdr.] in handen hebben; [uitdr.] onder controle hebben; [uitdr.] onder de duim houden; [uitdr.] de boventoon voeren over; beslissen; bepalen; [uitdr.] het voor het zeggen hebben; [uitdr.] de baas spelen over; (2) [uitdr.] naar zijn hand zetten; beïnvloeden; inwerken op; invloed hebben op; invloed uitoefenen op; ; zich niet uitspreken; een ontwijkend antwoord geven; geen definitieve keuze maken; eromheen draaien; rond de pot draaien; [uitdr.] een slag om de arm houden; [uitdr., gall., Belg.N.] warm en koud blazen
決める kimeru beslissen; bepalen; besluiten; vaststellen
判定する hanteisuru beslissen; oordelen; uitmaken; zich uitspreken (over); beschikken; beoordelen; een uitspraak doen; vaststellen; [veroud.] decideren
判ずる hanzuru (1) oordelen; een oordeel vellen; (2) beslissen; uitmaken; een beslissing nemen in; (3) oplossen; ontrafelen; uitpuzzelen; uitzoeken; ontcijferen; ontraadselen; duiden; uitleggen; interpreteren; (4) raden; gissen; erachter komen; voorspellen
判じる hanjiru (1) oordelen; een oordeel vellen; (2) beslissen; uitmaken; een beslissing nemen in; (3) oplossen; ontrafelen; uitpuzzelen; uitzoeken; ontcijferen; ontraadselen; duiden; uitleggen; interpreteren; (4) raden; gissen; er achter komen; voorspellen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.41 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 16 treffers (zoekopdracht: 'beslissen', strategie: exact). 
2005-2020