日蘭辭典+

13 resultaten voor ‘bewegen’
日蘭辭典 (trefwoord)
ugoku動く
i.w. (1) [動く] bewegen; zich bewegen. (2) [移動] van plaats veranderen; zich verplaatsen. (3) [運轉] loopen; gaan; werken. (4) [變動] veranderen; zich wijzigen. (5) [搖ぐ] schommelen; schudden. (6) [感ずる] geroerd worden; getroffen zijn. ¶ 動かざる onbewegelijk; roerloos; (の) onbewogen; onverschillig. ¶ 動かざる泰山の如し rotsvast; onwankelbaar. ¶ 一寸も動かない er wordt niets verkocht. ¶ 時計が動かなくなった het horloge staat stil. ¶ 一寸も動くことならぬぞ verroer je niet!; blijf stokstil staan!
kan-zuru感ずる
(kanjiru, 感じる) t.& i.w. gevoelen; i.w. het gevoel hebben; den indruk hebben; bewogen worden door; den invloed ondergaan van; reageeren op. ¶ 空腹を感ずる honger hebben. ¶ 寒さを感ずる het koud hebben. ¶ 感ずる dankbaar zijn. ¶ 感ぜぬ ongevoelig voor. ¶ 刺激に感ずる reageeren op een prikkel.
TEKST EN UITLEG (trefwoord)
bron:Aozora Bunko╱Mori Ōgai╱De wilde gans 〈11:4〉〈青空文庫〉森鴎外『雁』
肱掛からを見れば、高野槙から、爽かな朝風に、微か揺れていると、その向うの一面に茂っているとが見える

Hijikakemado kara soto wo mireba, kōyamaki no eda no aida kara, sawayaka na asakaze ni, kasuka ni yurete iru yanagi no ito to, sono mukō no ike ichimen ni shigette iru hasu no ha to ga mieru.

Wanneer hij door het raam naar buiten keek, kon hij tussen de takken van de parasolden door de zachtjes in de frisse ochtendwind bewegende afhangende takken van de treurwilg, en daarachter een dikke laag lotusbladeren op de vijver zien.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <bewegen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ぶれるbureru (1) trillen; heen en weer bewegen; schommelen; wiebelen; [発言が] onstandvastig zijn; (2) [foto.] bewegen; onscherp zijn (door trillingen)
動かすugokasu (1) in beweging brengen; doen bewegen; bewegen; aandrijven; drijven; (2) verplaatsen; verzetten; de positie van iets veranderen; elders; anders zetten; (3) doen schommelen; schommelen; schudden; (4) rijden; [een voertuig] besturen; [een machine; toestel] doen functioneren; bedienen; laten draaien; laten werken; aan de gang brengen; aan de praat brengen; (5) [een leger; troepen; mankracht] mobiliseren; inzetbaar maken; voor actie klaarmaken; (6) veranderen; wijzigen; [binnen een bedrijf personeel] herschikken; (7) ontkennen; (8) [心を] roeren; ontroeren; treffen; in beroering brengen; in het gemoed treffen; aangrijpen; aanpakken; tot het gemoed spreken; invloed hebben op; aandoen; beïnvloeden; prikkelen
動くugoku (1) bewegen; zich bewegen; in beweging zijn; (2) van plaats veranderen; van positie veranderen; zich verplaatsen; (3) schommelen; wiegen; heen en weer bewegen; schudden; (4) [m.b.t. machine; toestel] lopen; aan staan; werken; in werking zijn; aangeschakeld zijn; functioneren; gaan; (5) handelen; doen; actief zijn; werken; bezig zijn; onledig zijn; in de weer zijn; in het getouw zijn; (6) beïnvloed worden; een invloed ondergaan; beheerst worden; wankelen; fluctueren; schommelen; (7) ontroerd zijn; geroerd zijn; onder de indruk zijn; getroffen zijn; geraakt zijn; geëmotioneerd zijn; (8) veranderen; veranderd worden; zich wijzigen; een wijziging ondergaan; (9) overgeplaatst worden [naar een andere positie; werkplaats]; een andere standplaats krijgen
dou (1) beweging; (a) bewegen; (b) in beweging brengen; (c) zich gedragen; (d) in beroering raken
唆すsosonokasu overreden; overhalen; zover krijgen; ertoe brengen; bewegen; verleiden; in verleiding brengen; aanzetten; aanhitsen; aanstoken; aanstichten; ophitsen; verlokken
蠢かすugomekasu wriemelen met; wriemelend heen en weer (doen) bewegen; (doen) kronkelen
身動きするmiugokisuru (zich) bewegen; zich verroeren; zich roeren
進めるsusumeru (1) vooruitbewegen; vooruitbrengen; vooruitschuiven; vooruitzetten; naar voren brengen; zetten; schuiven; bewegen; voortdrijven; aanzetten; voorwaarts zetten; voorwaarts doen gaan; [mil.] doen avanceren; (2) voortzetten; voortgaan met; vervolgen; doorgaan met; vorderen met; (3) bevorderen; stimuleren; bijdragen tot; vooruithelpen; in de hand werken; doen vooruitkomen; doen opschieten; verder ontwikkelen; uitbouwen; (4) bevorderen; promoveren; een hogere positie geven; op een hoger plan brengen; in rang verhogen; verheffen; opvoeren; hoger brengen; (5) [m.b.t. klok] voorzetten; vooruitzetten; voor laten lopen
運動するundousuru (1) bewegen; in beweging zijn; (2) sporten; beweging nemen; lichaamsbeweging nemen; (3) campagne voeren; actie ondernemen; ageren; [fig.] een kruistocht voeren tegen; lobbyen; zijn invloed gebruiken
運行するunkousuru (1) [惑星; 衛星; 彗星が] bewegen; lopen om; wentelen om; draaien om; cirkelen om; (2) [電車; バスが] rijden; [船が] varen; [飛行機が] vliegen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.51 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 10 treffers (zoekopdracht: 'bewegen', strategie: exact). 
2005-2022