日蘭辭典+

24 resultaten voor ‘bewijs’
日蘭辭典 (trefwoord)
atokata跡形
zn. (1) [痕跡] spoor o. (2) [證跡] bewijs o.; aanwijzing v. (3) [根據] grond m. ¶ 跡形なき spoorloos; zonder een zweem van bewijs; op losse gronden; ongegrond.
akashi明し
(明かし) zn. (1) [燈火] licht o.; lamp v. (2) [證明] bewijs o. ¶ あかし人 (證人) getuige.
ken
zn. bewijs o.; kaartje o.; coupon v.; certificaat o.
azukari預り
(預かり) zn. bewaarneming v. ¶ 預り分 credit; tegoed. ¶ 預り所 bewaarplaats. ¶ 預り金 deposito. ¶ 預り證書 depositobewijs.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <bewijs>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ねたneta (1) materiaal; stof; ingrediënt; (2) fonds; middel; instrument; (3) gegevens; data; informatie; materiaal; (4) goed; waar; spul; artikel; product; (5) apparaat; mechaniek; toestel; instrument; (6) [volkst.] bewijs; spoor; bewijsmateriaal; (7) [Jap.barg.] maaltijd; maal; eten; voedsel; (8) [cul.] sushi-ingrediënt; [i.h.b.] vis
アーギュメントaagyumento (1) argument; bewijs; bewijsgrond; (2) bewijsvoering; redenering; betoog; (3) discussie; debat; dispuut; gedachtewisseling; redetwist; (4) ruzie; onenigheid; woordenwisseling; twist
ビルbiru (1) groot zaken-; flat- of kantoorgebouw; hoog verdiepingshuis; torengebouw; hoog bouwwerk; hoogbouw; silo; [i.h.b.] kantoorflat; [oneig.] gebouw; [Belg.N.; niet alg.] building; (2) rekening; bewijs; nota; (3) [geldw.] wissel
shin (1) [conf.] xìn [= betrouwbaarheid; eerlijkheid]; (2) [boeddh.] śraddhā; prasāda [= geloof]; (3) vertrouwen; (4) nieuws; tijding; bericht; (5) teken; blijk; bewijs; (6) dubbele overnachting; (7) [maatwoord voor berichten]; (a) eerlijkheid; betrouwbaarheid; (b) vertrouwen; (c) geloof; (d) blijk; bewijs; (e) bericht; sein; (f) provincie Shinano
免状menjou (1) gratiebrief; genadebrief; vrijgeleide; (2) vrijbrief; vrijstellingsbrief; dispensatiebrief; exoneratiebrief; (3) [Jap. gesch.; Edo-periode] inningsbrief; (4) schriftelijke vergunning; vergunningsbewijs; verlofbrief; permissiebriefje; permissiebewijs; machtigingsbrief; licentie; certificaat; bewijs; attest; getuigschrift; (5) diploma; bul; brevet
ken (1) kaartje; biljet; toegangskaartje; [Belg.N.] ticket; (2) coupon; (3) obligatie; (4) certificaat; bewijs; (5) eigendomsbewijs van onroerend goed; grondbrief; (a) eigendomsbewijs; effect; waardepapier; zegel
印 ; 標 ; 証 (bet. 4) ; 證 (bet. 4) ; 徴 (bet. 7) ; 験 (bet. 8) ; 首 (bet. 9)shirushi (1) teken; merk; markering; merkteken; (2) insigne; embleem; symbool; signum; kenteken; kenmerk; (3) signaal; sein; teken; (4) bewijs; aanwijzing; spoor; teken; indicatie; verschijnsel; symptoom; (5) blijk; teken; getuigenis; (6) aandenken; souvenir; memento; gedenkteken; (7) voorteken; teken; omen; [fig.] voorbode; (8) effect; uitwerking; werkzaamheid; doeltreffendheid; effectiviteit; kracht; (9) (afgehakt) hoofd van een vijand
実証jisshyou bewijs; staving; adstructie; waarmaking
折紙origami (1) origami; papiervouwkunst; (2) origamipapier; vouwpapier; (3) gevouwen papier; (4) certificaat (van echtheid); getuigschrift; attest; bewijs
明かりakari (1) licht; schijn; schijnsel; (2) lamplicht; lamp; verlichting; (3) klaarte; helderheid; (4) opheldering; bewijs; blijk; (5) einde; slot; (6) [timmerlui-jargon] oog; [Barg.] glimmerik; [Barg.] spanling; [Barg.; volkst.] lampjes; [volkst.] doppen
裏付けurazuke (1) bewijs; staving; grond; fundering; substantiëring; confirmatie; corroboratie; (2) garantie; waarborg; bevestiging; bekrachtiging; steun; ondersteuning; backing
規模kibo (1) omvang; schaal; grootte; formaat; afmeting; proportie; maat; dimensie; (2) model; maatstaf; (3) eer; lof; (4) effect; resultaat; (5) vergoeding; compensatie; (6) grond; bewijs
証しakashi bewijs; blijk
証拠shyouko bewijs; spoor; getuigenis; getuige
証明書shyoumeishyo certificaat; getuigschrift; bewijs; attest; attestatie; testimonium; akte; papieren; diploma; referentie
証明 ; 證明shyoumei (1) bewijs; staving; waarmaking; getuigenis; aantoning; adstructie; substantiëring; corroboratie; blijk; proeve; [wisk.] demonstratie; (2) attestatie; certificatie; certificering; bevestiging
証書shyoushyo (1) akte; document; (2) effect; papier; (3) certificaat; getuigschrift; bewijs; attest; testimonium; [i.h.b.] diploma; referentie
shyou (1) bewijs; blijk; bewijsmateriaal; teken; (2) [boeddh.] adhigama [= verwerving van de verlichting]; (3) [Chin.geneesk.] symptoom; indicatie; (a) bewijs; (b) bewijsje; bewijsstuk; attest; getuigschrift; diploma; akte; (c) realisering van de waarheid
跡形atokata spoor; overblijfsel; rest; restje; teken; aanduiding; [i.h.b.] bewijs
kan (a) model; toonbeeld; spiegel; (b) denken; onderscheiden; (c) bewijs; teken; (d) compilatie; bestand
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.52 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 20 treffers (zoekopdracht: 'bewijs', strategie: exact). 
2005-2022