日蘭辭典+

17 resultaten voor ‘bewijzen’
日蘭辭典 (trefwoord)
jitsu
() zn. (1) [眞實] waarheid v.; werkelijkheid v.; ware toestand m. (2) [誠意] oprechtheid v. (3) [割算] factor m.; getal dat gedeeld kan worden op. ¶ を明かす de waarheid aan het licht brengen. ¶ を盡す oprechtheid toonen; vriendelijkheid bewijzen. ¶ は inderaad; feitelijk. ¶ を言へば om de waarheid te zeggen; ronduit gezegd; openhartig gesproken. ¶ werkelijk; waar; feitelijk. ¶ inderdaad; zeer (甚だ).. ¶ らしい aannemelijk; plausibel.
akari明り
zn. (1) [光明] licht o. (2) [燈火] licht o.; lamp. ¶ 燈を消す het licht uitdoen. (3) [潔白] onschuld v. ¶ 明を立てる zijn onschuld bewijzen. ¶ 雪明り glans van de sneeuw.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <bewijzen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
垂れるtareru (1) neerhangen; afhangen; omlaag hangen; [i.h.b.] doorhangen; (2) druipen; neerdruipen; druppelen; neerdruppelen; druppen; sijpelen; [gew.] zijpen; (3) laten bengelen; laten bungelen; laten slingeren; laten schommelen; [頭を] buigen; laten hangen; [釣り糸を] neerlaten; (4) afscheiden; lozen; [おしっこを] een plas doen; (5) uiten; vertellen; debiteren; uitkramen; (6) openbaren; kenbaar maken; [訓示を; 範を] geven; [恩恵を] bewijzen
実証するjisshyousuru bewijzen; aantonen; staven; adstrueren; waarmaken; bewaarheiden
払う ; 掃うharau (1) verwijderen; wegdoen; opruimen; wegnemen; wegruimen; vrijmaken; ontruimen; (uit de weg) ruimen; weghalen; wegvegen; vegen; wissen; [een telraam] terugzetten op nul; zuiveren (van); [tranen enz.] afvegen; ontdoen van; [tuinb.] dieven; [tuinb.] afsnoeien; afhelpen van; verdrijven; verjagen; [een kwaal enz.] boeten; (2) [een zwaard e.d.] zwaaien; maaien; [i.h.b. iem. de voet] lichten; [een uithaal e.d.] afslaan; (3) betalen; neertellen; neerleggen; delgen; kwijten; contenteren; [een schuld] afdoen; [een schuld] afkomen; [een schuld] honoreren; [inform.] dokken; vereffenen; over de brug komen; overkomen; [m.b.t. rekening] gladmaken; [Barg.] roeren; [Barg.] besjollemen; (4) [eer] betuigen; [eer] bewijzen; [eerbied] betonen; zich [inspanningen] getroosten; zich [moeite] geven; (5) van de hand doen; verkopen; (6) [~に注意を] acht slaan op; aandacht besteden aan; aandacht schenken aan; letten op; opletten; bij de les blijven; achten; acht geven; oppassen
施すhodokosu (1) geven; verlenen; [恩恵を] bewijzen; [注釈を] voorzien van; [面目を] aandoen; (2) uitvoeren; doen; [手段を] aanwenden; [策を] (onder)nemen; treffen; [洗礼を] toedienen
現すarawasu doen verschijnen; tevoorschijn doen komen; [栄光を〜] bewijzen; [姿を〜] tevoorschijn treden; komen aanzetten; opdagen; [inform.] komen aankakken
申し上げるmoushiageru (1) zeggen; verklaren; meedelen; betuigen; betonen; (2) doen; verrichten; [uitleg] geven; [een dienst] bewijzen
示すshimesu (1) tonen; laten zien; te zien geven; vertonen; [jur.] overleggen; [jur.] produceren; [m.b.t. voorbeeld; voorwaarde; bewijs] geven; [i.h.b.] bewijzen; (2) laten; doen blijken; tentoonspreiden; te kennen geven; aan de dag leggen; kenbaar; duidelijk maken; uiten; blijk geven; betonen; tot uitdrukking brengen; (3) wijzen; aanwijzen; aanduiden; aangeven; duiden; aantonen; indiceren; beduiden
立証するrisshyousuru bewijzen; aantonen; bewaarheiden; met bewijzen staven; adstrueren; van gronden voorzien; substantiëren
表するhyousuru uiten; tonen; betonen; betuigen; blijk geven van; bewijzen; aanbieden
裏付けるurazukeru (1) staven; ondersteunen; funderen; van gronden voorzien; onderbouwen; steunen; schragen; sterken; substantiëren; bewijs leveren; corroboreren; confirmeren; bewijzen; bevestigen; bekrachtigen; (2) voeren; een voering aanbrengen in; van binnen bekleden
裏打ちするurauchisuru (1) voeren; een voering aanbrengen in; van binnen bekleden; (2) staven; bekrachtigen; bewijzen
裏書するuragakisuru (1) endosseren; indosseren; (2) bewijzen; aantonen; tonen
記す ; 徴す ; 印すshirusu (1) aangeven; suggereren; aankondigen; vermelden; (2) staven; bewijzen; documenteren; (3) opschrijven; noteren; neerschrijven; optekenen; aantekenen; registreren; boekstaven; (4) markeren; (5) annoteren; (6) schrijven
証明する ; 證明するshyoumeisuru (1) bewijzen; aantonen; tonen; demonstreren; adstrueren; getuigen (van); blijk geven (van); een bewijs zijn van; het bewijs leveren (dat); getuigenis afleggen (van); tot getuigenis strekken (van); hard maken; staven; substantiëren; corroboreren; verifiëren; waarmaken; bewaarheiden; van gronden voorzien; [i.h.b.] prouveren (voor); (2) attesteren; (officieel) verklaren; certificeren; certifiëren; bevestigen
論証するronshyousuru bewijzen; aantonen; argumenteren; beargumenteren; betogen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.6 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 15 treffers (zoekopdracht: 'bewijzen', strategie: exact). 
2005-2021