日蘭辭典+

13 resultaten voor ‘bezien’
日蘭辭典 (trefwoord)
hōmen方面
zn. (1) [方向、側] richting v.; zijde v.; kant m. (2) [見地] oogpunt o. ¶ 各方面より van alle kanten. ¶ 問題のすべての方面硏究する een kwestie van alle zijden bezien. ¶ 東京方面へ in de richting van Tokyo. ¶ 教育方面より見れば uit een opvoedkundig oogpunt. ¶ 此の方面は不案内でず ik ben in deze buurt niet bekend.
izure何れ
vnw. (1) [どちら] welk. bw. (2) [何れにせよ] in elk geval; hoe het zij; vroeg of laat (早晚). ¶ 何れか een van beide. ¶ 孰れも beide; allebei. ¶ 孰れも……せず geen van beide. ¶ 何れか een dezer dagen. ¶ 何れ方面より見るも van welken kant wij het ook bezien......
TEKST EN UITLEG (trefwoord)
bron:The Tanaka Corpus露わに
間近から見ると、ものごとはその欠点や本来備わる醜さを露わにする傾向がある。
Van dichtbij bezien hebben dingen de neiging om hun tekortkomingen en de inherente
lelijkheid die ze bezitten en al te openbaren.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <bezien>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
目す mokusu (1) zien; bezien; bekijken; (2) beschouwen; aanzien; houden voor; achten; (3) met het oog wenken; een oogwenk geven
展望する tenbousuru bekijken; beschouwen; bezien; overschouwen; overzien
眺める nagameru (1) kijken naar; bezien; aankijken; bekijken; toekijken; [iem.] opnemen; [iem.] bestuderen; aanschouwen; staren; aanstaren; turen; (2) overzien; uitkijken (op); uitzien (op); uitzicht hebben
じっと見る jittomiru staren; turen; spieden; strak aankijken; aanzien; aandachtig bekijken; bezien; aanstaren; gadeslaan
見做す minasu beschouwen; aanzien; bezien; houden voor; achten; zien; opvatten; vinden; aanmerken; (zich) aanrekenen
見る miru (1) [iets bij wijze van proef doen]; (2) als je zou …; mocht je …; [gew.] moest je … [eindigend op de partikels ば of と]; (3) nu …; nou …; in de zich thans voordoende situatie dat … [eindigend op het partikel ば]; (4) wanneer …; toen … [eindigend op de partikels ば of と]; (5) ware … het geval; ; (1) zien; kijken (naar); [inform.] loeken; bekijken; bezien; aanzien; aankijken; gadeslaan; bezichtigen; beschouwen; [arch.] aanschouwen; [lit.t.] blikken; [Barg.] brillen; [Barg.] spannen; afgaande op …; getuige [het feit dat … enz.]; te oordelen naar …; uitgaande van …; (2) lezen; doorkijken; [新聞を] doorlopen; inzage nemen; inzien; naslaan [in een woordenboek e.d.]; raadplegen; consulteren; nazien; nagaan; checken; controleren; (3) ervaren; meemaken; ondervinden; beleven; (4) zorgen voor; verzorgen; passen op; letten op; toezien op; behartigen; waken over; toezien op; verplegen; [面倒を] zich aantrekken
見詰める mitsumeru staren; turen; spieden; starogen; strak aankijken; aanzien; aanstaren; aanblikken; aangapen; aandachtig kijken; bekijken; bezien; er z'n ogen op fixeren; gadeslaan
再考する saikousuru opnieuw overdenken; overwegen; bekijken; bezien; in overweging nemen; denken over; er nog eens over nadenken; zich herbezinnen; heroverwegen
考え直す kangaenaosu opnieuw in overweging nemen; bezien; bekijken; denken over; overdenken; heroverwegen; herbezinnen; herdenken; herzien; er nog eens goed over nadenken; het nog eens goed overwegen; zich nog eens bezinnen; zich nog eens bedenken
観覧する kanransuru bekijken; bezichtigen; toeschouwen; schouwen; bezien
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.38 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 10 treffers (zoekopdracht: 'bezien', strategie: exact). 
2005-2019