日蘭辭典+

4 resultaten voor ‘bezigheid’
日蘭辭典 (trefwoord)
shigoto仕事
zn. werk o.; arbeid (勞働) m.; taak () v. ¶ 仕事をする werken. ¶ 仕事日 werkdag. ¶ 仕事賃 werkloon; arbeidsloon. ¶ 仕事著 werkpak. ¶ 仕事嫌ひ arbeidschuw. ¶ 仕事werker. ¶ 針仕事 naaiwerk.
jūji從事
(従事) zn. bezigheid v.; bedrijf o. ¶ 從事する bezig zijn met; bedrijven; verrichten. ¶ 從事して居ますか wat is zijn beroep?
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <bezigheid>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
仕事 shigoto (1) werk; arbeid; karwei; klus; taak; affaire; zaak; opgave; bezigheid; werkzaamheid; (2) werk; baan; job; beroep; betrekking; emplooi; (3) [nat., techn.] arbeid
働き hataraki (1) arbeid; werk; verrichting; bezigheid; activiteit; emplooi; (2) werking; functie; functionering; werkzaamheid; uitwerking; [i.h.b. taalk.] vervoeging; uitoefening; (3) bekwaamheid; kundigheid; dienstigheid; verdienstelijkheid; resultaten; prestatie
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.4 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 2 treffers (zoekopdracht: 'bezigheid', strategie: exact). 
2005-2020