日蘭辭典+

31 resultaten voor ‘billijk’
日蘭辭典 (trefwoord)
atarimae當前
(當たり前・當り前) bn. (1) [當然の] redelijk; billijk; passend; behoorlijk. (2) [勿論の] vanzelf sprekend. (3) [通常の] gewoon; gebruikelijk; normaal. ¶ 當前の natuurlijk; noodzakelijk.
tadashii正しい
bn. (1) [正當な] rechtvaardig; billijk. (2) [正直な] eerlijk. (3) [眞實な] waar. (4) [適當] juist. ¶ 正しい eerlijk man. ¶ 正しき語法 juist gebruik van woorden. ¶ 正しい方法 de goede manier; de ware weg. ¶ 血統の正しい van zuiver bloed.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <billijk>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
尤も mottomo (1) met recht; terecht; begrijpelijk; billijk; gegrond; natuurlijk; aannemelijk; plausibel; redelijk; niet onterecht; gerechtvaardigd; het is een natuurlijke zaak dat …; geen wonder dat …; het is helemaal niet gek dat …; (2) maar anderzijds; maar ja; hoewel; evenwel; echter; nochtans; toch; desalniettemin; feit is wel dat …; wel is het zo dat …
相応した sououshita geschikt; gepast; passend; voegzaam; betamelijk; behoorlijk; billijk; [〃値段] ordentelijk; schappelijk
相応に sououni geschikt; gepast; passend; voegzaam; betamelijk; behoorlijk; billijk
相応な sououna geschikt; gepast; passend; voegzaam; betamelijk; behoorlijk; billijk; [〃値段] ordentelijk; schappelijk
相応 souou geschikt; gepast; passend; voegzaam; betamelijk; behoorlijk; billijk
適当 tekitou (1) gepast; geschikt; passend; voegzaam; toepasselijk; geëigend; aangewezen; adequaat; treffend; juist; billijk; (2) gepast; juist schikkend; niet overdreven; vrijblijvend; neutraal; ; geschiktheid; gepastheid; toepasselijkheid
適当な tekitouna (1) gepast; geschikt; passend; voegzaam; toepasselijk; geëigend; aangewezen; adequaat; treffend; juist; billijk; (2) gepast; juist schikkend; niet overdreven; vrijblijvend; neutraal
手頃 tegoro (1) handig; praktisch; gerieflijk; handzaam; (2) geschikt; gepast; passend; voegzaam; schappelijk; redelijk; billijk
手頃な tegorona (1) handig; praktisch; gerieflijk; handzaam; (2) geschikt; gepast; passend; voegzaam; schappelijk; redelijk; billijk
然るべき shikarubeki (1) geëigend; aangewezen; passend; gepast; toepasselijk; juist; geschikt; behoorlijk; (2) […て~] voordehandliggend; terecht; logisch; billijk; vanzelfsprekend; [Belg.N.] evident; (3) voorbestemd; gedoodverfd; te verwachten; (4) mogelijk; aannemelijk; plausibel; (5) voortreffelijk; uitstekend; prima; degelijk
公平 kouhei rechtvaardig; onpartijdig; billijk; belangeloos; eerlijk; fair; ; rechtvaardigheid; onpartijdigheid; billijkheid; belangeloosheid; eerlijkheid
公平な kouheina rechtvaardig; onpartijdig; billijk; belangeloos; eerlijk; fair
公正に kouseini eerlijk; fair; sportief; billijk; rechtvaardig; onpartijdig; zonder onderscheid te maken; zonder aanzien des persoons
公正 kousei (1) rechtvaardig; billijk; rechtschapen; eerlijk; (2) onpartijdig; neutraal; onbevooroordeeld; belangeloos; niet tendentieus; ; (1) rechtvaardigheid; recht; billijkheid; rechtschapenheid; eerlijkheid; (2) onpartijdigheid; neutraliteit; het onbevooroordeeld zijn; belangeloosheid; het niet tendentieus zijn
正当 seitou (1) eerlijk; billijk; fair; schappelijk; redelijk; rechtvaardig; fatsoenlijk; (2) gepast; aangewezen; passend; juist; gerechtvaardigd; gewettigd; adequaat; geëigend; geschikt; geijkt; gegrond; steekhoudend; valabel; legitiem; verantwoord; [veroud.] valide
正当な seitouna (1) eerlijk; fatsoenlijk; fair; billijk; schappelijk; rechtvaardig; redelijk; (2) gepast; aangewezen; passend; juist; gerechtvaardigd; gewettigd; adequaat; geëigend; geschikt; geijkt; gegrond; steekhoudend; valabel; legitiem; verantwoord; [veroud.] valide
堂々とした doudoutoshita (1) statig; deftig; imposant; groots; weids; waardig; van (grote) allure; van formaat; indrukwekkend; imponerend; machtig; prachtig; schitterend; majestueus; majestatisch; (2) fair; billijk; eerlijk; openhartig
堂々と doudouto (1) statig; in grote stijl; weids; groots; waardig; met allure; in al zijn waardigheid; met staatsie; majesteitelijk; plechtig; plechtstatig; plechtiglijk; gedragen; [muz.] grandioso; (2) met aplomb; geposeerd; zelfverzekerd; [Belg.N.] zelfzeker; onbedeesd; vol vertrouwen; (3) fair; billijk; eerlijk; rechtuit; openhartig; ronduit; openlijk; onverholen; onbewimpeld; ongegeneerd; simpelweg; eenvoudigweg; slechtweg; boudweg; zonder blikken of blozen; zonder poespas; rechttoe rechtaan
当然の touzenno rechtvaardig; fair; eerlijk; billijk; verdiend; passend; juist; gepast; terecht; rechtmatig; gerechtvaardigd; natuurlijk; logisch; vanzelfsprekend
当然な touzenna gerechtvaardigd; terecht; billijk; justificeerbaar; vanzelfsprekend; voordehandliggend; logisch; [Belg.N.] evident
堂々たる doudoutaru (1) statig; deftig; imposant; groots; weids; waardig; van (grote) allure; van formaat; indrukwekkend; imponerend; machtig; prachtig; schitterend; majestueus; majestatisch; (2) fair; billijk; eerlijk; openhartig
当然 touzen het is heel begrijpelijk dat; het is een vanzelfsprekendheid dat; het spreekt vanzelf dat; het ligt voor de hand dat; het is nogal wiedes dat; het is nogal logisch dat; [inform.] het is nogal glad dat; het is niet meer dan juist dat; het is niet meer dan gepast dat; je behoort te; ; natuurlijk; uiteraard; vanzelfsprekend; uit de aard der zaak; allicht; begrijpelijkerwijs; begrijpelijkerwijze; natuurlijkerwijze; billijk; terecht; met recht; verdiend; dat kun je zo denken
正しい tadashii (1) correct; juist; goed; zuiver; waar; recht; [m.b.t. antwoord e.d.] kloppend; (2) correct; juist; gepast; aangewezen; terecht; passend; gerecht; billijk; gerechtvaardigd; rechtmatig; (3) braaf; goed; deugdzaam; rechtschapen
妥当な datouna terecht; gepast; aangewezen; juist; billijk; gerechtvaardigd; adequaat; toepasselijk; passend; geëigend; geschikt; gegrond; steekhoudend; valabel; [veroud.] valide
妥当 datou terecht; gepast; aangewezen; juist; billijk; gerechtvaardigd; adequaat; toepasselijk; passend; geëigend; geschikt; gegrond; steekhoudend; valabel; [veroud.] valide; ; terechtheid; gepastheid; juistheid; passendheid; billijkheid; gerechtvaardigdheid; adequatie; toepasselijkheid; passendheid; geëigendheid; geschiktheid; gegrondheid; steekhoudendheid; [veroud.] validiteit
安い; 廉い yasui (1) goedkoop; voordelig; schappelijk; laaggeprijsd; redelijk (geprijsd); billijk; profijtig; zacht [prijsje]; laag [b.v. interest]; bon-marché; [inform.] gepikt; (2) onbekommerd; onbezorgd; zonder zorgen; op zijn gemak; zorgeloos; [m.b.t. gemoed] luchtig; (3) kalm; rustig; [m.b.t. verloop] onbewogen; bedaard; (4) nederig; eenvoudig; onaanzienlijk; gering; ondergeschikt; minder(waardig); laag(geboren); inferieur; min [denken over iemand]; (5) grof; gemeen; plat; laag; laag-bij-de-gronds; vulgair; goedkoop; ordinair; onbehoorlijk; obsceen; onbeschaafd; [m.b.t. taal] ongekuist; beneden alle peil; laaghartig; smerig; vuig; platvloers; schunnig; vunzig
恰好 kakkou passend bij; redelijk; billijk; matig; ; (1) vorm; voorkomen; presence; houding; uiterlijk; (2) postuur; een pose; een figuur; gedaante; gestalte; positie; (3) manier [van doen]; houding
安価 anka (1) goedkope; geringe prijs; klein; zacht prijsje; goedkoopte; goedkoopheid; (2) oppervlakkigheid; trivialiteit; waardeloosheid; banaliteit; ; (1) goedkoop; laag in prijs; laaggeprijsd; voordelig; redelijk; billijk; schappelijk; (2) [fig.] goedkoop; oppervlakkig; plat; van weinig waarde; triviaal; banaal; gemakkelijk; [~な同情] schraal; mager
安直 anchoku (1) goedkoop; voordelig; schappelijk; billijk; laaggeprijsd; (2) makkelijk; gemakkelijk; eenvoudig
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.43 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 29 treffers (zoekopdracht: 'billijk', strategie: exact). 
2005-2020