日蘭辭典+

15 resultaten voor ‘binnenste’
日蘭辭典 (trefwoord)
ura
zn. (1) [裏面] achterkant m.; keerzijde v.; onderkant m. (2) [後部] achtergedeelte v. (3) [反對] tegendeel o.; tegengestelde o. (4) [衣服の] voering v. (5) [足袋等の] zool v. (6) [路地] steeg v. (7) [心の] binnenste v. ¶ 心の裏 binnenste; grond van het hart. ¶ の裏 keerzijde van een munt. ¶ 裏門 achterdeur. ¶ 裏から言ふ ironisch spreken. ¶ 裏で van achteren; achter. ¶ 家の裏で achter het huis; aan den achterkant van het huis. ¶ 裏をつける voeren.
nai
bn. binnenste; innerlijk; bw. binnen; vz. in; binnen.
naka

zn. (1) [奧、底] binnenste o. ¶ に in binnenin. vz. (2) [] tusschen. (3) [多數の] onder; bw. te midden van. ¶ で in de straat; op straat. ¶ に in de doos. ¶ には蘭語やるものある er zijn onder hen ook, die Hollandsch leeren. ¶ 三つこれが一番上等だ dit is het beste van de drie.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <binnenste>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
最中 monaka (1) midden; hart; binnenste; kern; (2) hoogtepunt; toppunt; climax; bloeitijd; bloeiperiode; beste tijd; (3) [cul.] twee ronde dunne knapperig gebakken rijstkoekjes met zoete bonenpasta ertussen
ura (1) achtergedeelte; achterste deel; achterkant; (2) keerzijde; andere kant; ommezijde; onderkant; binnenkant; [貨幣の] muntzijde; (3) tegengestelde; tegendeel; (4) [衣服の] voering; (5) [足; 靴の] zool; ondervlak; (6) binnenste; hart; gemoed; innerlijk; (7) [honkb.] tweede helft van een inning
内側 uchigawa binnenkant; binnenste; binnenzijde; binnenzij
内界 naikai (1) innerlijke wereld; binnenwereld; (2) innerlijk leven; gevoelswereld; (3) [boeddh.] gemoed; innerlijk; binnenste; manas; cetas; (4) [boeddh.] rijk van het geestesleven; ādhyātmika
内部 naibu binnenste; inwendige; interne; binnenkant
naka (1) binnenste; binnenkant; inwendige; (2) midden; hart; (3) in; onder; in het midden van; te midden van; tussen; tijdens; gedurende; (4) (gulden) middenweg; tussenweg
shin (1) ziel; [fig.] hart; (2) kern; hart; binnenste; [fig.] merg; [蝋燭の] wiek; lemmet; kous; kousje; katoen; katoentje; [林檎; 梨の] klokhuis; pit; [鉛筆の] stift; [豆の] top; [衿; 帯; 屏風; 襖の] vulling; opvulling; vulsel; opvulsel; voering; stoffering; capitonnage; [トイレット・ペーパーのロールの] binnenhuls
中心 chuushin (1) midden; hart; binnenste; kern; [fig.] middelpunt; [fig.] spil; [fig.] navel; [綱の] ziel; (2) centrum; [fig.] haard
最中 saichuu (1) midden; middelst; binnenste; heetst [van de strijd enz.]; hartje [van de zomer enz.]; [gew.] putje; (2) in de loop van; tijdens; gedurende; onder; terwijl
屋内 okunai binnen-; huis-; binnenhuis-; indoor-; ; binnenste; interieur van een huis
oku (1) binnenste; innerlijk; hart; diep; diepste; (2) achterste deel; achterkant; (3) echtgenote [afkorting van okusan 奥さん]
奥底 okusoko (1) bodem; diepste; diep; (2) wezen; essentie; binnenste; innigste
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.76 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 12 treffers (zoekopdracht: 'binnenste', strategie: exact). 
2005-2019