日蘭辭典+

9 resultaten voor ‘bleek’
日蘭辭典 (trefwoord)
ao
zn. blauw o.; groen (綠) o. ¶ 青葉 groen; groene bladeren. ¶ 青光り phosporescentie. ¶ 青光する phosphoresceeren; lichten (海). ¶ 青貝 parelmoer. ¶ 青臭い (未熟) groen; nog niet droog achter de ooren; onervaren. ¶ 青物 groente. ¶ 青物屋 groentenboer. ¶ 青菜 bladgroente; loof van knolraap. ¶ 青二才 baar; groen. ¶ 青書生 groen; noviet. ¶ 青筋 ader. ¶ 青空 blauwe hemel. ¶ 青空の下にて onder den blooten hemel; in de open lucht. ¶ 青空色の hemelsblauw; azuur. ¶ 青息吐息 hijgen. ¶ 蒼白い bleek.
aoi青い
bn. blauw; groen; bleek (蒼白); (未熟) onrijp; groen.
aozameru青ざめる
i.w. bleek worden; verbleeken. ¶ 青ざめた bleek; doodsbleek.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <bleek>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
薄い usui (1) [m.b.t. papier; muur; lippen; haren etc.] dun; (2) flauw; [m.b.t. koffie; thee] slap; [m.b.t. soep; pap] waterig; (3) [m.b.t. kleur] licht; bleek; vaal; mat; dof; verschoten; (4) schaars; karig; mager; niet copieus; niet overvloedig; gierig
血の気のない chinokenonai (1) bloedeloos; bleek; kleurloos; flets; (2) bloedeloos; slap; futloos; pitloos; loom
青白 aojiro (1) bleek; vaalbleek; vaalwit; grauwwit; grauw; vaal; flets; kleurloos; (2) blauwwit; blauwachtig wit; (3) groenwit; groenachtig wit; ; witte havik met blauwe rug
青くなる aokunaru (1) blauw worden; (2) groen worden; (3) bleek; wit worden; verbleken; van kleur verschieten
青白い aojiroi (1) bleek; vaalbleek; vaalwit; grauwwit; grauw; vaal; flets; kleurloos; mat; [veroud.] melig; (2) blauwwit; blauwachtig wit; (3) groenwit; groenachtig wit
青い aoi (1) blauw; (2) groen; (3) bleek; witjes; (4) onrijp; groen; (5) onervaren; onbedreven; beginnend
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.43 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 6 treffers (zoekopdracht: 'bleek', strategie: exact). 
2005-2020