日蘭辭典+

16 resultaten voor ‘bleek’
日蘭辭典 (trefwoord)
ao
zn. blauw o.; groen (綠) o. ¶ 青葉 groen; groene bladeren. ¶ 青光り phosporescentie. ¶ 青光する phosphoresceeren; lichten (海). ¶ 青貝 parelmoer. ¶ 青臭い (未熟) groen; nog niet droog achter de ooren; onervaren. ¶ 青物 groente. ¶ 青物屋 groentenboer. ¶ 青菜 bladgroente; loof van knolraap. ¶ 青二才 baar; groen. ¶ 青書生 groen; noviet. ¶ 青筋 ader. ¶ 青空 blauwe hemel. ¶ 青空の下にて onder den blooten hemel; in de open lucht. ¶ 青空色の hemelsblauw; azuur. ¶ 青息吐息 hijgen. ¶ 蒼白い bleek.
aoi青い
bn. blauw; groen; bleek (蒼白); (未熟) onrijp; groen.
aozameru青ざめる
i.w. bleek worden; verbleeken. ¶ 青ざめた bleek; doodsbleek.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <bleek>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
浅いasai (1) ondiep; (2) oppervlakkig; vlak; (3) [日が~] pril; (4) [色が~] licht; bleek; (5) [香りが~] discreet; (6) [位; 家柄が~] onaanzienlijk; bescheiden; (7) [情愛が~] kil; onverschillig; lauw; afstandelijk
asa (1) [slang] boerse samoerai; (a) laag; ondiep; oppervlakkig; licht; bleek
淡々awaawa [~と] licht; bleek; flauw; dof; mat; flets; vaal
淡々tantan (1) [~とした色] licht; bleek; zacht; flauw; flets; (2) kalm; rustig; sereen; koel; onaangedaan; onberoerd; stoïcijns; gelijkmoedig; gelaten; ongeïnteresseerd; onverschillig; (3) kabbelend; kalm vloeiend
色を失うirowoushinau bleek; wit om de neus worden; verbleken; verschieten; bleek uitslaan; kleur verliezen; ontkleuren
蒼白souhaku (1) de kleuren blauw en wit; (2) bleke kleur; bleekheid; grauw; vaal; [veroud.] bleek; (3) bleek; grauw; witjes; flets; pips; vaal; kleurloos; [gew.] schijterig; [gew.] soper
薄いusui (1) [m.b.t. papier; muur; lippen; haren etc.] dun; (2) flauw; [m.b.t. koffie; thee] slap; [m.b.t. soep; pap] waterig; (3) [m.b.t. kleur] licht; bleek; vaal; mat; dof; verschoten; (4) schaars; karig; mager; niet copieus; niet overvloedig; gierig
血の気のないchinokenonai (1) bloedeloos; bleek; kleurloos; flets; (2) bloedeloos; slap; futloos; pitloos; loom
青いaoi (1) blauw; (2) groen; (3) bleek; witjes; (4) onrijp; groen; (5) onervaren; onbedreven; beginnend
青くなるaokunaru (1) blauw worden; (2) groen worden; (3) bleek; wit worden; verbleken; van kleur verschieten
青白い ; 蒼白いaojiroi (1) bleek; vaalbleek; vaalwit; grauwwit; grauw; vaal; flets; kleurloos; mat; [veroud.] melig; (2) blauwwit; blauwachtig wit; (3) groenwit; groenachtig wit
青白aojiro (1) bleek; vaalbleek; vaalwit; grauwwit; grauw; vaal; flets; kleurloos; (2) blauwwit; blauwachtig wit; (3) groenwit; groenachtig wit; (4) witte havik met blauwe rug
青褪めるaozameru (1) blauw worden; een blauwe tint krijgen; (2) groen worden; een groene tint krijgen; (3) bleek; wit worden; verbleken; van kleur verschieten; z'n kleur verliezen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.63 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 13 treffers (zoekopdracht: 'bleek', strategie: exact). 
2005-2021