日蘭辭典+

16 resultaten voor ‘bloei’
日蘭辭典 (trefwoord)
otoko
zn. (1) [子] man m.; volwassen man (大人) m. (下僕) bediende m.; knecht m.; mannelijkheid (子の意氣) v. (2) [情夫] minnaar m. ¶ の mannelijk. ¶ 盛り bloei van de mannelijke kracht; kracht van het leven. ¶ になる (が) climacterische leeftijd bereiken. ¶ 今度赤ちゃんですかですか is het een jongen of een meisje? ¶ 知らず maagdelijk.
kaika開花
zn. bloei m. ¶ 開花する bloeien; bloesem dragen.
sakae榮え
(栄え) zn. bloei m.; voorspoed m. ¶ 榮える bloeien; voorspoedig zijn.
seisui盛衰
zn. voorspoed en tegenspoed; opkomst en achteruitgang; grootheid en val; bloei en verval; wisselvalligheden des levens.
hanjō繁昌
(繁盛) zn. voorspoed m.; bloei m; welvaart v. ¶ 繁昌する bloeien; welvarend zijn.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <bloei>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
壮年sounen bloei; kracht; fleur van z'n leven; z'n topjaren
好況koukyou gunstige omstandigheden; voorspoed; bloei; prosperiteit; (economische) welvaart; opbloei; levendige markt; hausse; hoogconjunctuur; boom
景気keiki (1) wereld; dingen; zaken; tijden; (2) conjunctuur; toestand; gesteldheid van de economie; omstandigheden van de handel; marktsituatie; (3) welvaart; bloei; voorspoed
栄えsakae voorspoed; bloei; succes; glorie
栄華eiga (1) voorspoed; bloei; pracht; luister; glorie; prosperiteit; (2) luxe; weelde; weelderigheid
繁盛hanjou bloei; succes; voorspoed
繁華hanka (1) bloei; voorspoed; prosperiteit; welvarendheid; drukte; bedrijvigheid; (2) florerend; gedijend; bloeiend; tierend; florissant; welvarend; goedlopend; druk; tierig; bruisend; bedrijvig
興隆kouryuu (1) bloei; opbloei; opkomst; opgang; opleving; hoge vlucht; (2) Xīnglóng
開きhiraki (1) opening; het openen; het opengaan; (2) deur; poortje; (3) [cul.] opengesneden; gedroogde vis; (4) verklaring; uitleg; opheldering; toelichting; (5) bevrijding; verlossing; verlichting; (6) herleving; herstel; (7) ontwijkende beweging; motiliteit; (8) [plantk.] bloei; het uitkomen; (9) [euf.] einde; beëindiging; afsluiting; sluiting; het opbreken; het uit elkaar gaan; opheffing; besluit; (10) verschil; gat; discrepantie; kloof; (11) [scheepv.] het loeven; het overstag gaan; (12) [no-theat.] hiraki-figuur [dansfiguur waarbij de uitvoerder twee of drie passen achteruitzet en daarbij beide armen naar voren brengt en openspreidt]; (13) [muz.] topgedeelte van een shamisen-plectrum dat de snaren aantokkelt; (14) [foto.] lensopening; apertuur
開花kaika bloei; efflorescentie; ontluiking
隆盛ryuusei (1) voorspoed; bloei; welvaren; (2) voorspoedig; bloeiend; welvarend; goed gedijend; goedlopend; florerend; florissant
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.52 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 11 treffers (zoekopdracht: 'bloei', strategie: exact). 
2005-2022