日蘭辭典+

20 resultaten voor ‘boom’
日蘭辭典 (trefwoord)
ki
zn (1) [樹] boom m. (2) [材] hout o.
agaru上る
(上がる ) i.w. (1) [上昇] stijgen; rijzen; klimmen; naar boven gaan. (2) [に] in een boom klimmen. ¶ 椅子にあがる op een stoel klimmen. (3) [陸に] aan wal stijgen; aan wal gaan. (4) [が] opgaan. (5) [が] geheschen worden. (6) [騰貴] stijgen. (7) [昇進] promotie maken; bevorderd worden. (8) [進步] vooruitgaan; vorderingen maken. (9) [罷める] ontheven worden van; ontslagen worden als. (10) [收入] ontvangen. (11) [休止] ophouden. ¶ があがった de regen heeft opgehouden. ¶ 天氣上る het weer is opgeklaard.
saru
(サル) zn. aap m. ¶ から落ちたの如く als een visch op het droge. ¶ の尻笑ひ de pot verwijt de ketel, dat hij zwart is.
SUPPLEMENT (trefwoord)
kakudai拡大
zn. uitbreiding; vergroting; expansie; toename in omvang of aantal; verbreding. ¶ 拡大する kakudaisuru uitbreiden; vergroten; expanderen; toenemen; verbreden. ¶ 市場拡大 shijō kakudai marktvergroting. ¶ 投資拡大 tōshi kakudai toename in investeringen. ¶ 軍事拡大 gunji kakudai militaire expansie. 急拡大 kyūkakudai een plotse toename; een boom. ¶ 東方拡大 tōhō kakudai oostwaarste expansie. ¶ 需要拡大 jukyō kakudai een toename in vraag. 拡大された kakudaisareta vergroot; 拡大図 kakudaizu een vergroting; een detailbeeld. ¶ 彼は研究の対象を拡大した。 kare wa kenkyū no taishō wo kakudaishita。 Hij verbreedde zijn onderzoek [onderzoeksdoel]. (TTC) ¶ 当社の第一目標は南米市場を拡大することです。 honsha no daiichi mokuhyō wa nanbei shijō wo kakudaisuru koto desu. Ons primaire doel is het vergroten van de markt in Zuid-Amerika. (TTC) ¶ その都市は最近急速に拡大した。 Sono toshi wa saikin kyūsoku ni kakudaishita. De stad is recentelijk snel gegroeid [uitgebreid]. (TTC) ¶ 拡大コピーを撮ってくるよ。 Kakudai kopii wo totte kuru yo. Ik ga vergrootte kopieën maken hoor. (TTC) ¶ この顕微鏡は物を100倍に拡大する。 Kono kenbikyō wa mono wo haykubai ni kakudaisuru. Deze microscoop vergroot [dingen, objecten] honderd maal [keer]. (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <boom>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ツリーtsurii boom
ビームbiimu (1) straal; stralenbundel; bundel; (2) balk; boom; balkvormig voorwerp; (3) [http:; www.biem.org; BIEM] ['B'ureau 'I'nternational des Sociétés Gérant les Droits d’'E'nregistrement et de Reproduction 'M'écanique]
ブームbuumu boom; rage; modeverschijnsel
ラッシュrasshyu (1) rush; stormloop; toeloop; boom; (2) spits; spitsuur; topuur; (3) [filmk.] rush print [= eerste ongecorrigeerde kopie]; (4) Rush; Rusch; Lasch
勃興bokkou (plotse) opleving; opbloei; opgang; boom; machtstoename
好景気koukeiki hoge conjunctuur; hoogconjunctuur; conjunctuurpiek; boom
好況koukyou gunstige omstandigheden; voorspoed; bloei; prosperiteit; (economische) welvaart; opbloei; levendige markt; hausse; hoogconjunctuur; boom
常磐tokiwa (1) immer onveranderlijke rots; (2) eeuwigheid; [~の] eeuwig; eeuwigdurend; (3) groen blijvende plant; heester; boom; [~の] groenblijvend; immergroen; altijdgroen; altijdgroenend; wintergroen
暴騰boutou hausse; plotse; scherpe; sterke stijging; boom; hoge vlucht
ki (1) boom; (2) hout; (3) struik
ko boom
boku (1) staand hout; (2) knoestige stam; (3) houtmateriaal; (4) onbehouwen; onbeholpen; stroef; klunzig; (5) [maatwoord voor bomen]; (a) boom; staand hout; (b) houtmateriaal; (c) ruw; onbehouwen
bou (1) stok; staaf; staak; stang; roe; staf; roede; spaak; spijl; boom; [i.h.b.] knuppel; balk; [Barg.] spar; (2) lijn; streepje; schrab; schrap
樹木jumoku boom
竿 ; 棹sao (1) roede; mast; boom; stok; (2) [三味線の] hals; (3) [veroud.] [maatwoord voor vlaggen; kasten; opbergkisten]
糸巻きitomaki (1) spoel; klos; bobine; haspel; (2) [wev.] boom; (3) [muz.] schroef; wervel; (4) [scheepv.] logrol
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.49 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 16 treffers (zoekopdracht: 'boom', strategie: exact). 
2005-2022