日蘭辭典+

23 resultaten voor ‘boos’
日蘭辭典 (trefwoord)
ashiki惡しき
(悪しき) bn. (1) [不正] slecht; boos; kwaad; euvel. (2) [慘な] ellendig; miserabel. ¶ 惡しくなる degenereeren; slechter worden; achteruitgaan;
akui惡意
(悪意) zn. (1) [敵意] vijandschap v.; wrok m.; boosaardigheid v. (2) [故意] kwade bedoeling v.; boos opzet o.; voorbedachte raad m.
tateru立てる、樹てる
(建てる) t.w. (1) [立起す] laten staan; neerzetten; hijschen (旗を); overeind zetten (石を); spitsen (耳を). (2) [建造する] bouwen; oprichten. (3) [閉ぢる] sluiten; dichtdoen. (4) [設立する] stichten; (組織する) instellen; organiseeen. (5) [制定する] vaststellen. (6) [計畫を] beramen. (7) [議論を] opwerpen; aanvoeren. (8) [勳功を] tot stand brengen; presteeren. ¶ 忠義を立てる trouw zijn. ¶ 男を立てる zijn waardigheid als man handhaven. ¶ 腹を立てる boos worden. ¶ 噂を立てる gerucht verspreiden. ¶ を立てる zich een positie verovereren; carriere maken. ¶ 生計を立てる zijn brood verdienen. ¶ 聲を立てる geluid geven. ¶ を立てる zweren; gelofte doen. ¶ 使を立てる boodschap zenden. ¶ の目を立てる zaag scherpen. ¶ 棘を立てる zich aan doorn prikken.
niramu睨む
t.w. aanstaren; i.e. booze blikken werpen op. ¶ 睨をつける een wakend oog houden op; (俗) in de gaten houden.
SUPPLEMENT (trefwoord)
mukeikaku無計画
(zn., -na adj.) zonder plan; klakkeloos; ondoordacht; willekeurig. ¶ 自分の無計画さに腹立ててる Jibun no mukeikakusa ni haradatete’ru Ik wordt boos om m’n ondoordachtheid. (twitter) ¶ 無計画で描いた。 なんだこりゃ Mukeikaku de egaita. Nan da korya Zonder plan getekend. Wat is dit? (twitter) ¶ 遠くにに出てみよう!あえて無計画に! Tōku ni tabi ni dete miyō! Aete mukeikaku na tabi ni! Laten we een verre reis maken! Gewaagd zonder plan op reis! (twitter)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <boos>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
むかつくmukatsuku (1) misselijk; naar; onpasselijk; ongesteld worden; zich niet goed voelen; (2) boos; kwaad; nijdig; [gew.] vals worden; gebelgd; verbolgen raken; walgen (van); zich opwinden; [veroud.] zich vergrammen
むかむかmukamuka (1) misselijk; onpasselijk; [Belg.N.] mottig; (2) in toorn ontbrandend; in woede ontstoken; woedend; boos; toornig; woest; [i.h.b.] vol afkeer; weerzin; walgend; [Belg.N.] gedegouteerd; (3) geëmotioneerd
むっとmutto (1) boos; kwaad; ontstemd; verontwaardigd; gepikeerd; geërgerd; geprikkeld; geïrriteerd; verbolgen; gebelgd; pissig; nijdig; op de tenen getrapt; [veroud.] spijtig; (2) [熱; 悪臭が] verstikkend; bedompt; benauwd; muf; (3) de lippen op elkaar klemmend; als het graf; als een mof; [Belg.N.] als vermoord zwijgend
不良furyou (1) het slechte; het kwade; slechtheid; gebrekkigheid; onvolkomenheid; improbiteit; ondeugd; snoodheid; verderfenis; (2) het minderwaardige; het inferieure; minderwaardigheid; minderheid; inferioriteit; (3) criminaliteit; misdadigheid; delinquentie; (4) zware jongen; gewelddadige kerel; vandaal; hooligan; rabauw; misdadiger; agressieveling; bandiet; gangster; crimineel; delinquent; (5) slecht; pover; minderwaardig; onvolkomen; gebrekkig; wan; inferieur; min; ondeugdelijk; [w.g.] kwaad; (6) slecht; verdorven; boos; misdadig; delinquent; crimineel; [veroud.] snood
不良のfuryouno (1) slecht; pover; minderwaardig; onvolkomen; gebrekkig; wan; inferieur; min; ondeugdelijk; [w.g.] kwaad; (2) slecht; verdorven; boos; misdadig; delinquent; crimineel; [veroud.] snood
害のあるgainoaru schadelijk; nadelig; pernicieus; funest; nefast; kwaad; kwaadaardig; [veroud.] snood; [veroud.] boos
恨めしい ; 怨めしいurameshii boos; wrokkig; nijdig; misnoegd; mismoedig; chagrijnig; [volkst.] sacherijnig; rancuneus; gefrustreerd; bitter; rouwig
悪いwarui (1) slecht; kwaad; verkeerd; euvel; kwalijk; boos; ongunstig; mieges; [調子が] bedonderd; [inform.] beroerd; (2) moreel slecht; onverkwikkelijk; onfris; lelijk; verwerpelijk; (3) sorry; het spijt me; pardon; neem me niet kwalijk
悪意のakuino kwaadwillig; kwaadgezind; kwaadaardig; boosaardig; malicieus; malafide; venijnig; boos; gemeen; hatelijk; haatdragend; vals; wreed; lastig
為す ; 成すnasu (1) doen; bedrijven; begaan; plegen; beoefenen; verrichten; voeren; betrachten; (2) [van emoties: bang; boos; woest enz.] worden; (3) [fortuin; naam] maken; [zijn doel] verwezenlijken; vormen; uitmaken; (4) x tot y maken; er ~ van maken
睨むniramu (1) dreigend; boos; kwaad aankijken; strak aanblikken; grimmig aanzien; grimmen; aangrimmen; (2) in de gaten houden; in het oog houden; gadeslaan; zich concentreren op; goed opletten; scherp letten op; (3) verdenken; inschatten; houden voor; achten; rekenen; (4) [にらまれる] gewantrouwd worden; op de zwarte lijst staan; uit de gratie zijn; in een slecht blaadje staan; het verkorven hebben bij; (5) anticiperen; voorzien; uitgaan van; rekening houden met; incalculeren
腹立つharadatsu (1) boos; kwaad worden; zich boos; kwaad maken; (2) ruzie maken; ruziën; bekvechten; kibbelen; (3) boos; kwaad worden; zich boos; kwaad maken
苛々iraira geïrriteerd; geprikkeld; zenuwachtig; nerveus; boos; ongeduldig
荒らげるararageru [声を] boos; kwaad z'n stem verheffen; driftig spreken; [態度を] zich woedend gedragen
邪悪jaaku slecht; kwaad; snood; boos; verdorven; zondig; boosaardig; kwaadaardig; gemeen; malicieus
邪気jaki (1) kwaadwilligheid; kwaadaardigheid; boosaardigheid; venijn; kwade wil; slechte gedachten; boos; kwaadaardig opzet; (2) ongezonde; slechte lucht; schadelijke uitwaseming; giftige damp; miasma; (3) kwade geest; boze geest; demon
yokoshima (1) verkeerd; fout; slecht; kwaad; [veroud.] boos; (2) zijdelings; zijlings; zijwaarts; dwars
険しいkewashii (1) steil; sterk hellend; (2) (van iemands karakter) hard; (van iemands karakter) hardvochtig; (3) (van iemands gelaatsuitdrukking) streng; (van iemands gelaatsuitdrukking) grimmig; (4) boos; kwaad; verbolgen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.62 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 18 treffers (zoekopdracht: 'boos', strategie: exact). 
2005-2021