日蘭辭典+

24 resultaten voor ‘bouw’
日蘭辭典 (trefwoord)
kamae
(構え) zn. (1) [結構] constructie v.; bouw m. (2) [姿勢] houding v. ¶ 大した構をして居る op grooten voet leven.
yasubushin安普請
zn. revolutiebouw m. onsolide bouw m.; knoeiwerk o.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <bouw>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
組織 soshiki [maatwoord voor organisaties, structuren]; ; (1) organisatie; inrichting; (2) organisatie; structuur; formatie; samenstelling; vorming; inrichting; georganiseerdheid; opbouw; bouw; constructie; compositie; systeem; stelsel; (3) [biol.] weefsel; [i.h.b.] textuur; [i.h.b.] innerlijke structuur
作り tsukuri (1) bouw; constructie; makelij; factuur; afwerking; uitvoering; (2) bouw; cultuur; teelt; kweek; [庭の] aanleg; (3) stijl; presentatie; toilet; [i.h.b.] kledingstijl; kleedstijl; (4) plakjes verse rauwe vis; sashimi
作り zukuri (1) -teelt; -kweek; -bouw; -cultuur; -aanleg; (2) -bouw; gemaakt; gebouwd van …
結構 kekkou (1) goed; fijn; mooi; (2) prachtig; magnifiek; schitterend; (3) lekker; heerlijk; ; (1) ten zeerste; zeer; erg; geweldig; in hoge mate; ruimschoots; rijkelijk; overvloedig; buitengewoon; buitengemeen; enorm; geweldig; (2) aardig; nogal; tamelijk; vrij; vrij wat; redelijk; in redelijk hoge mate; behoorlijk; best; ; (1) structuur; constructie; bouwsel; bouw; geraamte; kader; (2) steun; stut; spant; (3) opbouw (van een verhaal); plot; verwikkeling (van een verhaal)
建築 kenchiku (1) bouw; opbouw; constructie; oprichting; aanbouw; (2) gebouw; bouwwerk; bouwsel; (3) architectuur; bouwkunst
建造 kenzou bouw; het bouwen; opbouw; aanbouw; constructie
建設 kensetsu (1) bouw; opbouw; aanbouw; aanleg; constructie; oprichting; het slaan (van een brug); (2) oprichting; vestiging; stichting; het instellen; instelling
建立 konryuu oprichting; het optrekken; bouw
骨格 kokkaku (1) geraamte; skelet; gestel; beendergestel; beenderstelsel; beenstelsel; karkas; (2) lichaamsbouw; bouw; gestalte; lichaamsgestel; fysiek
構成 kousei (1) het maken; vorming; bouw; constructie; samenstelling; constitutie; compositie; (2) het organiseren; organisatie; het op poten zetten; het op touw zetten; (3) [chem.] moleculenconfiguratie
耕作 kousaku bebouwing; bouw; verbouw; verbouwing; aanbouw; cultuur; bewerking; grondbewerking
構造 kouzou [maatwoord voor constructies, structuren]; ; (1) bouw; constructie; het maken; (2) kader; geraamte; raamwerk; frame; dragende constructie; (3) organisatie; structuur
工作 kousaku (1) handwerk; handenarbeid; handvaardigheid; knutselwerk; (2) constructie; bouw; (3) zet; manoeuvre; maneuver; stap; kunstgreep; handgreep; gemanoeuvreer; gelobby
工事 kouji werken; bouw; bouwwerken; bouwwerkzaamheden; constructie
体位 taii (1) fysiek; lichaamsbouw; bouw; lichaamsgestel; gestel; lichamelijke gesteldheid; lichaamsgesteldheid; constitutie; [Belg.N., spreekt.] carrure; (2) lichaamshouding; houding; postuur; pose
体格 taikaku lichaamsbouw; lichaamsgestel; gestel; lichamelijke gesteldheid; fysiek; bouw; postuur; vorm; figuur; maat
着工 chakkou aanvang van de werkzaamheden; start van de constructie; bouw
栽培 saibai [landb.] cultuur; verbouw; verbouwing; aanbouw; aanplant; aanpoot; bouw; kweek; teelt; teling; aanplanting; aankweek; kwekerij
容姿 youshi figuur; lichaamsvorm; bouw; lichaam; lijf; uiterlijk; voorkomen; aanschijn; verschijning
敷設 fusetsu (1) aanleg; (2) bouw; aanbouw; constructie
がたい gatai (1) lichaamsbouw; bouw; lichaamsgestel; gestel; lichaamsvorm; lijf; figuur; fysiek; [Belg.N., spreekt.] carrure; (2) [biol.] blasteem; ; moeilijk te …
体付き karadatsuki lichaamsbouw; lichaamsgestel; bouw; figuur; fysiek; [Belg.N., spreekt.] carrure
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.38 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 22 treffers (zoekopdracht: 'bouw', strategie: exact). 
2005-2020