日蘭辭典+

26 resultaten voor ‘charme’
日蘭辭典 (trefwoord)
aikyō愛嬌
zn. liefheid v.; bekoorlijkheid v.; aantrekkelijkheid v.; charme v. ¶ 愛嬌ある bekoorlijk; lief; aantrekkelijk.
onga溫雅
(温雅) zn. bevalligheid v.; charme v.; ¶ 溫雅な bevallig; elegant.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <charme>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
マジックmajikku (1) magie; toverij; tovenarij; toverkunst; toverkracht; goochelarij; (2) betovering; bekoring; charme; (3) [honkb.] magic number; (4) viltstift; viltpen
優美yuubi elegantie; élégance; sierlijkheid; bevalligheid; gratie; charme
味わいajiwai (1) smaak; (2) [fig.] smaak; karakter; charme
味噌miso (1) miso [gefermenteerd mengsel van gestoomde sojabonen; zout en een uit rijst; tarwe of sojabonen bereid gistmiddel]; (2) punt waar men trots op is; troef; attractie; charme; fort; (3) op miso lijkende substantie in schaaldieren
aji (1) smaak; (2) charme; karakter; flair; jeu; (3) ervaring; ondervinding; nagevoel; genot; (4) [beurst.] stemming; (5) [囲碁; 将棋で] effect; (6) chic; fris; blits; vlot; hip; koket; (7) slim; gevat; geestig; (8) vreemd; curieus; apart; bizar; (9) [maatwoord voor smaken]
奥床しさokuyukashisa (1) elegantie; élégance; bevalligheid; gratie; sierlijkheid; stijl; charme; zwier; zwierigheid; (2) verfijning; verfijndheid; smaak; raffinement
引力inryoku (1) aantrekkingskracht; aantrekking; zwaartekracht; gravitatie; magnetisme; magnetische aantrekkingskracht; (2) betovering; aantrekkingskracht; betoverende aantrekkingskracht; aanlokkelijkheid; charme; sexappeal; [fig.] magnetische aantrekkingskracht; aantrekkelijkheid; attractie
情緒joushyo (1) sfeer; stemming; [i.h.b.] charme; (2) [psych.] gevoel; emotie; affect
jou (1) gevoel; emotie; (2) menselijkheid; inleving; betrokkenheid; attentheid; mededogen; medeleven; (3) liefde; gehechtheid; affectie; genegenheid; hart; (4) lust; begeerte; (5) smaak; charme; karakter; (6) toestand; gesteldheid; situatie; (7) reden; grond
愛くるしさaikurushisa lieftalligheid; charme; innemendheid; aantrekkelijkheid; bekoorlijkheid; lieflijkheid; aanminnigheid; aanvalligheid
愛敬 ; 愛嬌aikyou (1) charme; aantrekkelijkheid; beminnelijkheid; bekoorlijkheid; lieflijkheid; innemendheid; lieftalligheid; aanminnigheid; aanlokkelijkheid; aanvalligheid; [w.g.] aimabiliteit; (2) vriendelijkheid; minzaamheid; liefheid; gemoedelijkheid; affabiliteit; suaviteit
yue (1) reden; oorzaak; (2) aanzienlijke afkomst; goede komaf; (3) smaak; charme; (4) band; betrekking; relatie; (5) ongeval; ongeluk; (6) […ゆえ] door; wegens; vanwege; (7) […ゆえ] hoewel; ofschoon; schoon; terwijl
旨み ; 旨味umami (1) smaak; (2) smaakmaker; umami; natriumglutamaat; glutamaat; ve-tsin; (3) smakelijkheid; charme; pit; aantrekkelijkheid; het boeiende ervan; (4) flair; handigheid; kunstigheid; (5) voordeel; profijt; baat; winst; iets lucratiefs; percentje
栄えhae (1) eer; glorie; roem; (2) indruk; voorkomen; aanblik; (3) uitstraling; prestige; charme; aantrekkelijkheid; pracht
潤いuruoi (1) vochtigheid; nattigheid; (2) financiële ruimte; (3) rijkheid; gevoel; warmte; charme; (4) gunst
美点biten goede eigenschap; kant; hoedanigheid; sterk punt; verdienste; merite; pluspunt; deugd; charme; het schone
美貌bibou (1) knap; mooi gezicht; fijn gezichtje; leuke snoet; knap voorkomen; (2) knappe verschijning; knapheid; bekoorlijkheid; bevalligheid; schoonheid; aantrekkelijkheid; charme; attractiviteit
色気iroke (1) kleurgeving; coloriet; kleurschakering; (2) erotische aantrekkingskracht; sexappeal; verleidelijkheid; bekoring; (3) charme; bekoorlijkheid; aantrekkelijkheid; (4) seksuele belangstelling; seksueel bewustzijn; seksualiteit; (5) vrouwelijke touch; elegantie; (6) belangstelling; interesse; ambitie; zin; [Belg.N.] goesting
艶 ; 光沢tsuya (1) glans; luister; (2) jeugdige glans; gloed van nieuwigheid; frisse bekoorlijkheid; gladheid; (3) jeu; kleur; charme; karakter; rijpheid; volheid; (4) [fig.] pasmunt; [oneig.] smeergeld; geld waarmee onderhandelingen e.d. vlot gemaakt worden
omomuki (1) algemene betekenis; globale inhoud; grote lijnen; teneur; strekking; tendentie; (2) omstandigheden; (3) voorkomen; schijn; uiterlijk; sfeer; (4) charme; aantrekkelijkheid; smaak; karakter
風情fuujou (1) smaak; charme; elegantie; (2) aanblik; voorkomen; sfeer; indruk
風格fuukaku (1) voorkomen; présence; [i.h.b.] karakter; persoonlijkheid; (2) pit; karakter; extra jeu; charme; karakteristieke smaak; stijl; (3) zeden; gebruiken; gewoonten
魅力miryoku aantrekkingskracht; aantrekkelijkheid; charme; aantrekking; fascinatie; charisma; uitstraling; aanlokkelijkheid; bekoorlijkheid; aanvalligheid; bekoring; attractie; betovering; lokroep; verlokkelijkheid; verleidelijkheid; boeiendheid; innemendheid
魅惑miwaku fascinatie; betovering; charme; bekoring; aantrekkelijkheid; bekoorlijkheid; verleidelijkheid
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.52 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 24 treffers (zoekopdracht: 'charme', strategie: exact). 
2005-2021