日蘭辭典+

15 resultaten voor ‘denken’
日蘭辭典 (trefwoord)
omou思ふ
(思う) i.w. (1) [考へる] denken. (2) [沈思] peinzen. t.w. (3) [志す] bedoelen. (4) [希望] hopen. (5) [懸念] vreezen. (6) [觀察] beschouwen. (7) 感ずる (8) [想像] veronderstellen. (9) [信じる] gelooven. (10) [豫期] verwachten. (11) [愛情] liefhebben. i.w. (12) [追想] zich herinneren. ¶ 思ふに mij dunkt. ¶ いゝと思ふ goed vinden. ¶ 正しいと思ふする doen, wat men meent, dat recht is. ¶ 何とも思はぬ niets geven om; zich niets aantrekken van. ¶ 我子を思ふ verlangen naar zijn kind.
anjiru案じる
t.w. (1) [考へる] denken over; overdenken; nadenken over. (2) [工夫する] t.w. uitdenken; bedenken; verzinnen. (3) [心配する] ongerust zijn over; zich bezorgd maken over. ¶ 案じ煩ふ doodelijk ongerust zijn.
to
vw. (1) [及び] en. bw. (2) [さうすると] dan. (3) [假定] indien; als. vz. (4) [一緖に] met. (5) [丁度其時] wanneer; zoodra; toen. ¶ 犬と猫 honden en katten. ¶ 英國との同盟 verbond met Engeland. ¶ 友達と別れる scheiden van zijn vrienden. ¶ 食事が終わると als we klaar zijn met eten; zoodra het eten afgelopen is. ¶ あの人が君の叔父さんと思った ik zag dien man voor je oom aan; ik dacht, dat het je oom was.
ikaga如何
bw. hoe?; wat? ¶ 如何ですhoe gaat het ermee? hoe maakt u het?; hoe is het?. ¶ 如何お思ひになりますか wat zou je ervan zeggen? ¶ 昨夜は如何でしたか hoe was het gisterenavond?; hoe heb je het gisterenavond gehad? ¶ 今度芝居如何でしたか hoe vond je de comedie?; wat zeg je van de comedie? ¶ もう一つ如何ですか wil je er niet nog eentje nemen? ¶ 明日では如何ですか schikt het u morgen?
shizuka ni靜に
(静かに、静に) bw. rustig; stil; kalm; zacht; zachtjes. ¶ 靜にする kalmeeren. ¶ 靜にしろ stilte! wees stil! ¶ まあ靜に houd je kalm. ¶ 心靜に考へて見給へ denk er eens kalm over na.
SUPPLEMENT (trefwoord)
kansō感想
(znw, suru-ww) Iets over een bepaald onderwerp voelen en denken; een indruk hebben; gedachten hebben; gevoel hebben; reactie; ¶ …という感想抱く ...to iu kansō wo idaku denken dat; het gevoel hebben dat ¶ それの感想は? Sore no kansō wa? Wat denk je ervan? (TTC) ¶ ゲームについてのご感想は? Gāmu ni tsuite no go-kansō wa? Wat vindt u van het spel? (TTC) ¶ はその感想を述べた。 Kare wa sono shi no kansō wo nobeta. Hij vertelde wat voor indruk het gedicht op hem maakte. (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <denken>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
存じる zonjiru (1) denken; vinden; geloven; menen; houden voor; achten; beschouwen; aannemen; veronderstellen; (2) weten; kennen; begrijpen; bekend zijn met; beseffen; zich bewust zijn van; inzien
存じ上げる zonjiageru (1) kennen; weten; bekend zijn met; ergens van af weten; (2) denken; menen; vinden; achten; beschouwen; [gew.] peinzen
存ずる zonzuru (1) denken; vinden; geloven; menen; houden voor; achten; beschouwen; aannemen; veronderstellen; (2) weten; kennen; begrijpen; bekend zijn met; beseffen; zich bewust zijn van; inzien
電鍵 denken [telegr.] seinsleutel; sleutel
思考する shikousuru denken; nadenken; beschouwen; overwegen
思索する shisakusuru denken; nadenken; overdenken; peinzen; overpeinzen; beschouwen; bespiegelen; reflecteren; overwegen; speculeren; contempleren
思う omou (1) denken; (2) geloven; overtuigd zijn; vast vertrouwen op; (3) geneigd zijn; de neiging hebben tot; (4) beschouwen als; bezien als; vinden dat; houden voor; (zich) aanrekenen als; menen; achten; veronderstellen ~ te zijn; (5) verwachten; hopen; rekenen op; voorzien; (6) vrezen dat; bang zijn dat; bevreesd zijn dat; (7) zich verbeelden; zich voorstellen; zich indenken; zich een beeld vormen van; (8) veronderstellen; aannemen; gissen; berekenen; er van uit gaan dat; (9) zich herinneren; (10) 10. van plan zijn te; de intentie hebben te; (11) 11. wensen; verlangen; willen; begeren; (12) 12. geïnteresseerd zijn in; belangstelling hebben voor; (13) 13. beminnen; liefhebben; verliefd worden op; verliefd zijn op; verlangen naar; (14) 14. zich afvragen of; (15) 15. verdenken van; wantrouwen; mistrouwen; verdenken te
考える kangaeru (1) denken; nadenken; (2) vermoeden; van mening zijn dat; (3) van plan zijn te doen; denken te gaan doen; (4) verwachten; hopen; (5) concluderen; (6) oordelen dat; denken dat; (7) beschouwen als; denken dat; aanmerken als; zien als; achten; zich aanrekenen als; tot; (8) voorzichtig zijn; goed nadenken; (9) in overweging nemen
睨む niramu (1) dreigend aankijken; strak aanblikken; staren; gluipen; aanstaren; aangrijnzen; aangrimmen; begluipen; (2) schatten; aannemen; [schuldig enz.] achten; rekenen; houden voor; menen; denken; vermoeden; [i.h.b.] verdenken; (3) in de gaten houden; in het oog houden; (nauwlettend) gadeslaan; bekoekeloeren; scherp letten op; [m.b.t. politie] loeren op; loerogen; beloeren; [i.h.b.] scheef aankijken
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.48 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 9 treffers (zoekopdracht: 'denken', strategie: exact). 
2005-2020