日蘭辭典+

37 resultaten voor ‘dienst’
日蘭辭典 (trefwoord)
ya
zn. veld. ¶ 野に在る niet in gouvernementsdienst zijn; geen functie hebben. ¶ 野に下る uit dienst gaan; aftreden.
kayou通ふ
i.w. heen en weer gaan; verbinding onderhouden; t.w. geregeld bezoeken.¶ 學校に通ふ school bezoeken. ¶ 此針金は電氣が通って居る deze draad is geladen met een electrische stroom. ¶ 斯船は上海長崎間を通ふ dit schip onderhoudt den dienst tusschen Shanghai en Nagasaki. ¶ 血も息も通って居るが正氣を失って居る hij ademt nog wel en zijn hart klopt nog wel maar hij is buiten bewustzijn.
zaiei在營
(在営) zn. militaire diensttijd m. ¶ 在役中 onder dienst.
zaieki在役
zn. actieve dienst m. ¶ 在役中 in actieven dienst. ¶ 在役する in actieven dienst zijn; dienst doen; dwangarbeid verrichten (罪人が).
sewa世話
zn. (1) [援助] hulp v.; bijstand m.; steun m. (2) [斡旋] dienst m.; bemiddeling v. (3) [世俗] dagelijksche leven o. ¶ 世話する helpen; bijstaan; steunen; dienst bewijzen; bemiddeling verleenen; zorgen voor. ¶ 大層御世話になる veel verplichting hebben; veel te danken hebben; veel verschuldigd zijn.¶ 子供の世話をする voor de kinderen zorgen. ¶ 世話のやける lastig. ¶ 人に世話をやかす iemand veel last bezorgen. ¶ 世話に砕ける duidelijke taal spreken. ¶ 世話huiselijk tooneel. ¶ 世話huiselijk drama. ¶ 世話なしの gemakkelijk; eenvoudig. ¶ 世話commissie; hulpcomité; tusschenpersoon. ¶ 世話女房 goede huisvrouw. ¶ 世話commissie; provisie. ¶ 世話やき bemoeial. ¶ 世話好 bemoeizucht; bemoeial (人). ¶ いらぬお世話だ ik heb je hulp niet noodig; bemoei je er niet mee.
shokugyō職業
zn. beroep o.; bedrijf o.; werk o.; vak o.; kostwinning v.; (俗) baantje o.; ¶ 職業紹介所 arbeidsbureau; arbeidsbeurs. ¶ 自由職業 vrij beroep.
kōken貢獻
(貢献) zn. diensten m.mv.; bijdrage v. ¶ 貢獻する dienst bewijzen aan; bijdragen tot; medewerken tot.
yatoi
(傭、傭い、雇い) zn. dienst m.; huur v.; (雇人) employé m.; beambte m. ¶ 雇外國人 vreemdeling in dienst van Japanners. ¶ 雇賃 loon; bezoldiging; huur. ¶ 雇口 baantje; betrekking; dienst; werk. ¶ 傭兵 huurling; huurtroepen. ¶ 雇入れ dienst; in-dienstneming. ¶ 雇入れる in dienst nemen; huren; charteren (を). ¶ 雇人 bediende; employé. ¶ 雇人口入所 bediendenkantoor; verhuurkantoor van personeel; arbeidsbeurs. ¶ 雇主 werkgever; baas.
itasu致す
t.w. (1) [行ふ] doen; verrichten. (2) [招來] te weeg brengen; veroorzaken. (3) [輸送] vervoeren; transporteeren. ¶ どう致しまして niet te danken. ¶ 失禮いたしました neem mij niet kwalijk. ¶ 致す een dienst bewijzen; zijn best doen voor. ¶ 致す zijn leven opofferen. ¶ は自ら禍を致したのだ hij heeft het aan zichzelf te wijten; het is zijn eigen schuld. ¶ 富を致す rijkdom vergaren.
kakae抱へ
zn. (1) [抱くこと] omhelzing v. (2) [雇入] dienst m.; emplooi o. ¶ 抱への in dienst. ¶ 抱主 baas; meester. ¶ 抱車 eigen rijtuig. ¶ 抱醫 lijfarts. ¶ 抱入れる in dienst nemen. ¶ 抱へる in de armen houden; onder den arm houden; omhelzen; in dienst hebben; houden.
tsukaeru仕へる
(仕える、事える) i.w. dienen; in dienst zijn van; gehoorzamen.
kuyō供養
zn. mis v. ¶ 供養する mis houden.
chōsai弔祭
zn. mis voor een doode.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <dienst>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
勤め tsutome (1) Boeddhistische dienst; (2) werk; baan; dienst; betrekking; ambt; functie; werkzaamheden
mushiro (1) mat van gevlochten biezen; bamboe; stro; lisdodde e.d.; biezenmat; bamboemat; stromat; (2) plaats bestemd voor deelnemers aan een culturele opvoering of een (boeddhistische) dienst; (3) slaapplaats; slaapstee; slaapstede; slaapmat
運行 unkou (1) [惑星; 衛星; 彗星の] loop; beweging; omloop; (2) [電車; バスの] dienst; verkeer; (3) voortgang; vordering
法会 houe [boeddh.] dienst; mis; congregatie; dharmasaṃgīti
奉仕 houshi dienst; dienstbetoon; bediening
奉公 houkou (1) dienstverlening; dienstbetoon; dienst; service; (2) huisdienst; inwonende bediening; [i.h.b.] inwonend leerlingschap; (3) [gesch.] herendienst; hand-en-spandiensten
兵役 heieki krijgsdienst; militaire dienst; dienst; [Belg.N.] legerdienst
shoku (1) werk; baan; job; post; emplooi; (2) ambt; functie; dienst; betrekking; officie; positie; [form.] officium; [高い~] waardigheid; (3) vak; beroep; metier; ambacht; [niet alg.] stiel; [i.h.b.] vaardigheid; [i.h.b.] vakkundigheid
御業 miwaza (1) [boeddh.] eredienst; dienst; (2) roemvolle daden
公務 koumu (1) openbare dienst; dienst; openbare functie; (2) ambtsplicht; ambtsbezigheid; de plicht van een ambtenaar; het werk van een ambtenaar
祭り; 祭 matsuri (1) viering; celebratie; eredienst; dienst; (2) (religieus) feest; festival; festiviteit; festijn; [i.h.b.] feestdag; heiligedag
chou overheidsinstelling; overheidsdienst; rijksdienst; rijksinstituut; bureau; instituut; agentschap; dienst
サービス saabisu (1) bediening; service; dienstverlening; [Belg.N.] dienst; (2) iets extra's; iets van het huis; (3) korting; reductie; (4) [sportt.] opslag; service; serve; servicebeurt
機関 kikan [maatwoorden voor motors, machines]; ; (1) motor; machine; (2) medium; orgaan; instrument; instituut; organisatie; agentschap; dienst; bedrijf; systeem
勤労 kinrou werk; arbeid; dienst
勤務 kinmu dienst; werk; [i.h.b.] shift
業務 gyoumu zaken; werk; bezigheden; werkzaamheden; dienst
yaku [maatwoord voor taken, functies, (toneel)rollen]; ; (1) plicht; taak; functie; rol; opdracht; verantwoordelijkheid; pakkie-an; (2) (openbare) betrekking; (regerings)ambt; staatsbetrekking; post; positie [bij het Rijk]; officie; officium; [in zijn] hoedanigheid [van]; portefeuille; baan; job; dienst; (3) toneelrol; rol; (4) vroondienst; corvee; herendienst; hand- en spandienst; (5) cijns; schatting; tiend; belasting; recht; (6) [m.b.t. kaartspel; mahjong] roemer; roem in het kaartspel of bij mahjong; roemkaarten of -schijven; (7) menstruatie; maandbloeding; ongesteldheid; menses; maandstonden
役目 yakume plicht; taak; functie; rol; opdracht; dienst; verantwoordelijkheid; pakkie-an
you a. voor; bestemd voor; bedoeld voor; ten gebruike van; ten behoeve van; ad; in usum; ; (1) nut; bruikbaarheid; dienst; (2) gebruik; (3) taak; werk; boodschap; klus; karwei; (4) kosten; prijs; uitgaven; (5) (kleine en grote) boodschap; urine en poep
ban (1) volgorde; rangorde; orde; plaatsing (in een volgorde); plaats; (2) beurt; speelbeurt; (3) nummer; nr.; (4) wacht; het waken; het oppassen; bewaking; hoede; uitkijk; waak; [arch.] wake; (5) dienst; werkbeurt; (6) wacht; bewaker; hoeder; wachter; oppasser; (7) partij; spel; wedstrijd; rondje; potje
御世話 osewa (1) hulp; bijstand; steun; (2) dienst; bemiddeling; interventie; tussenkomst; (3) last; overlast; moeite; inspanning; zorg; beslommering; (4) het dagelijks leven; de dagelijkse beslommeringen in het leven
便 bin [maatwoord voor verbindingen, lijnen]; ; (1) gelegenheid; opportuniteit; (2) post; brieven; [i.h.b.] postbestelling; (3) verbinding; dienst; lijn; [i.h.b.] vlucht
ビューロー byuuroo (1) bureau; dienst; agentschap; departement; (2) bureau; kantoor; (3) informatiebalie; informatiedesk; (4) ladekast; commode; (5) bureau-ministre; schrijftafel
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.37 sec. jiten.nl: 13 treffers, warandict: 24 treffers (zoekopdracht: 'dienst', strategie: exact). 
2005-2019