日蘭辭典+

32 resultaten voor ‘dik’
日蘭辭典 (trefwoord)
atsuiあつい
(厚い) bn. (1) [厚い] dik. (2) [手篤い] hartelijk; warm. (3) [危篤] kritiek; erg. ¶ 面の皮の厚い onbeschaamd; brutaal.
botteriぼってり
bn. mollig; dik.
niku
zn. (1) [獸] vleesch o. (2) [印] stempelinkt v.; inktkussen o. ¶ 慾 zinnelijke lust. ¶ つく dik worden. ¶ 落ちる mager worden. ¶ の vleeschelijk; des vleesches. ¶ が多い vleezig.
futoru太る
i.w. (1) [肥る] dik worden. (2) [成長する] flink groeien. (3) [豐になる] rijk worden. ¶ 肥った dik. ¶ あの家の身代は近來大分太った die familie is in den laatsten tijd zeer vermogend geworden.
konmoriこんもり
bw. dicht; dik. ¶ こんもりとした森 een dicht woud.
SUPPLEMENT (trefwoord)
tariたり
Hulpwerkwoord van de schrijftaal of het klassiek Japans.
mizenrenyōshūshirentaiizenmeirei
たらたりたりたるたれたれ
たり sluit aan op de renyōkei. Het geeft de voltooiing van een handeling of een proces aan (modern -した) Geeft voortdurend effect van een voltooide handeling of proces (...heeft gedaan; -ている; -てある). (IT:95) たり is het schrijftaal equivalent van spreektaal た. Attributief: たる, predicatief: たり. ¶ 次にあらわれたるは女の顔《次にあらわれたのは女の顔》 het was het gezicht van een vrouw dat vervolgens verscheen ¶ あらわれたるは方屋黒タイツに空色《の》水着を着たデブさん wat is verschenen in de ring [is] Mevrouw dikzak gekleed in een hemelsblauw badpak en zwarte panties De attributieve vorm (たる) nominaliseert het voorafgaande zonder de tussenkomst van の (wat in het modern wel noodzakelijk is). (SEM:838)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <dik>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
たっぷりtappuri (1) rijkelijk; royaal; overvloedig; mild; ruim; ruimschoots (voldoende); flink; scheutig; dik; volop; plenty; welvoorzien (van); vol ~; een heleboel ~; meer dan genoeg; in overvloed; zat; keur (van ~); rijk; te kust en te keur; (2) ruim zittend; wijd; voldoende ruim [door shita した gevolgd]; (3) ruim [een uur enz.]; een goed ~; een dik ~; minstens ~
どろどろのdorodorono (1) modderig; slijkerig; slijkachtig; blubberig; (2) moesachtig; brijachtig; pulpachtig; papperig; pappig; brijig; week; dikvloeibaar; stroperig; [~汁] dik; smeuïg
ぶくぶくbukubuku (1) blub blub; bloeb bloeb; bubbelend; borrelend; luchtbelletjes vertonend; (2) klok klok; (3) pruttelend; sudderend; (4) [~した] dik; corpulent; plomp
分厚い ; 部厚いbuatsui lijvig; dik; volumineus; omvangrijk
十分 ; 充分juubun (1) genoeg; voldoende; toereikend; plenty; uitvoerig; genoegzaam; suffisant; sufficiënt; afdoend; bevredigend; volstaan; welletjes; (2) in voldoende mate; genoegzaam; naar genoegen; tot iemands volle tevredenheid; ruim; dik; rijkelijk; ruimschoots; meer dan genoeg; zat; dubbel en dwars; ampel; zijn bekomst …
十分にjuubunni in voldoende mate; genoegzaam; naar genoegen; tot iemands volle tevredenheid; ruim; dik; rijkelijk; ruimschoots; meer dan genoeg; grondig; zat; dubbel en dwars; ampel; zijn bekomst …
kou (a) dik; (b) hartelijk; joviaal; (c) brutaal; onbeschaamd; (d) verrijken
厚いatsui (1) dik; lijvig; een pil van een ~; (2) innig; hartelijk; warm; vriendelijk
厚ぼったいatsubottai dik; lijvig; volumineus; zwaar
厚地atsuji (1) dikke stof; dik weefsel; dik textiel; (2) [~の] warm; dik; zwaar
厚手atsude [~の] dik; zwaar; lijvig
厚氷atsugoori dik; hard; stevig ijs
dai (1) groot; [m.b.t. kledingmaten] large; omvangrijk; belangrijk; vooraanstaand; [fig.] zwaar; ernstig; erg; [m.b.t. vriendschap] dik; (2) [m.b.t. zonnekalender] ~ met 31 dagen; (3) zo groot als; ter grootte van ~; -groot; (4) senior; de oudere; major; (5) universiteit [verkorting van daigaku 大学]
太いfutoi (1) dik; zwaar; fors; vet; flink; (2) [van stem e.d.] diep; vol; zwaar; (3) driest; boud; vermetel; stoutmoedig; (4) brutaal; vrijpostig; schaamteloos; onbeschaamd
太くするfutokusuru [m.b.t. letters; lijnen] aandikken; aanhalen; aanvetten; overdikken; dik; dikker maken; [w.g.] dikken
太ったfutotta dik; vet; weldoorvoed; corpulent; mollig; vlezig; gezet; struis; zwaar; zwaarlijvig
沈殿物chindenbutsu sediment; neerslag; bezinksel; afzetting; aanzetsel; grondsop; [chem.] precipitaat; [m.b.t. wijn] depot; droesem; drab; moer; droef; [m.b.t. koffie; chocolade] dik; [gew.; m.b.t. koffie] dras; [gew.] grom
深いfukai (1) diep; dicht; dik; (2) [van gevoelens; gedachten enz.] diep; intens; diepgaand; diepliggend; diepzinnig; grondig; innig; intiem; (3) [van kleuren; aroma's enz.] donker; zwaar; vol
濃いkoi (1) (van een kleur) donker; (van een kleur) niet licht; (van een kleur); diep; (2) (van koffie; thee; etc.) sterk; (van koffie; thee; etc.) scherp; prikkelend; (3) (van soep) dik; (van soep) rijk; (4) (van mist) dicht; (5) (van baard) zwaar; (van baard) dichtbegroeid; (6) (van een relatie; vriendschap; etc.) intiem; (van een relatie,; vriendschap; etc.) vertrouwelijk; (van een relatie; vriendschap; etc.); persoonlijk; (van een relatie; vriendschap; etc.) innig; (van een; relatie; vriendschap; etc.) nauw; (van een relatie; vriendschap; etc.); nabij
濃くkoku diep; dik; sterk; geconcentreerd
濃厚noukou (1) [m.b.t. soep] dik; gebonden; smeuïg; [m.b.t. smaak] vol; [m.b.t. geur] sterk; [m.b.t. make-up] zwaar; [m.b.t. kus] stevig; innig; (2) geconcentreerd; van sterk gehalte; onverdund; (3) waarschijnlijk; hoogstwaarschijnlijk; aannemelijk; [m.b.t. vermoeden] sterk
緊密kinmitsu (1) nauw; hecht; innig; dik; (2) strikt; streng; strak; star; rigoureus
自慢するjimansuru (1) trots zijn (op); prat gaan (op); zich beroemen (op); roemen (op); bogen (op); zich verheffen (op); zich laten voorstaan op; (2) opscheppen; snoeven; pochen (op); [Belg.N.; inform.] stoefen (op); [form.] stoffen (op); opsnijden; ophakken; zwetsen; pralen; prallen; dik; groot doen; grootspreken; snorken; bluffen (op); [veroud.] brallen (op); [arch.] ronken
親しいshitashii (1) naverwant; (nauw) verwant; [w.g.] na; (2) [m.b.t. vriend(schap)] intiem; amicaal; vriendschappelijk; close; familiair; dik; dierbaar; vertrouwd; innig; (3) in hoogsteigen persoon; hoogstpersoonlijk; minzaam; genadig; [adv.] rechtstreeks [als van hooggeplaatste personen sprake is]
親密shinmitsu (1) hechte vriendschap; vertrouwde omgang; innige verbondenheid; intimiteit; innigheid; vertrouwelijkheid; (2) hecht; innig; intiem; vertrouwd; close; dik
近いchikai (1) nabij; dicht(bij); na; vlak (bij); in de buurt van; [目が] bijziend; (2) intiem; nauw; naverwant; [m.b.t. vriendschap] dik; (3) om en (na)bij; nagenoeg; zo goed als; haast; vrijwel; bijna; op het punt; grenzend aan
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.52 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 26 treffers (zoekopdracht: 'dik', strategie: exact). 
2005-2021