日蘭辭典+

31 resultaten voor ‘doel’
日蘭辭典 (trefwoord)
ate
(当て) zn. (1) [信賴] vertrouwing v. (2) [目的] doel o. (3) [期待] verwachting v.; hoop v. (4) [手掛り] leidraad m. ¶ 當になる betrouwbaar; geloofwaardig. ¶ 當もなく doelloos. ¶ 當が外れる zijn doel missen; teleurgesteld worden. ¶ 當にする vertrouwen op. ¶ を當にして op grond van.
atedo當途
(当て所) zn. doel o.; bestemming v.
atedokoro當所
(当所、当て所) zn. doel o.; bestemming v.; atena も見よ.
hōkō方向
zn. (1) [方面] richting v. (2) [進路] koers m. (3) [目的] doel o.; bestemming
ikisaki行先
(行き先) zn. bestemming v.; plaats van bestemming; doel van de reis.
shisō志操
zn. doel o.; beginsel o.; oprechtheid (節操) v. ¶ 堅き志操 vaste wil; groot doorzettingsvermogen.
kokorozashi
zn. (1) [意向] wil m.; meening v. (2) [意圖] bedoeling v. (3) [目的] doel o. (4) [親切] welwillendheid v.; vriendelijkheid v. (5) [贈物] geschenk o. ¶ 志を達する zijn doel bereiken; zijn wensch vervuld zien. ¶ 志を抱く een doel hebben. ¶ お志だけ澤山です ik neem gaarne den wil voor de daad.
bokkyaku沒却

zn. verwaarloozing v.; voorbijzien o.; vernieling v. ¶ 沒却する negeeren; vernielen; vernietigen. ¶ 自分利益を沒却する zijn eigen belang ter zijde stellen. ¶ 當初の目的を沒却する oorspronkelijk doel uit het oog verliezen.

SUPPLEMENT (trefwoord)
kakudai拡大
zn. uitbreiding; vergroting; expansie; toename in omvang of aantal; verbreding. ¶ 拡大する kakudaisuru uitbreiden; vergroten; expanderen; toenemen; verbreden. ¶ 市場拡大 shijō kakudai marktvergroting. ¶ 投資拡大 tōshi kakudai toename in investeringen. ¶ 軍事拡大 gunji kakudai militaire expansie. 急拡大 kyūkakudai een plotse toename; een boom. ¶ 東方拡大 tōhō kakudai oostwaarste expansie. ¶ 需要拡大 jukyō kakudai een toename in vraag. 拡大された kakudaisareta vergroot; 拡大図 kakudaizu een vergroting; een detailbeeld. ¶ 彼は研究の対象を拡大した。 kare wa kenkyū no taishō wo kakudaishita。 Hij verbreedde zijn onderzoek [onderzoeksdoel]. (TTC) ¶ 当社の第一目標は南米市場を拡大することです。 honsha no daiichi mokuhyō wa nanbei shijō wo kakudaisuru koto desu. Ons primaire doel is het vergroten van de markt in Zuid-Amerika. (TTC) ¶ その都市は最近急速に拡大した。 Sono toshi wa saikin kyūsoku ni kakudaishita. De stad is recentelijk snel gegroeid [uitgebreid]. (TTC) ¶ 拡大コピーを撮ってくるよ。 Kakudai kopii wo totte kuru yo. Ik ga vergrootte kopieën maken hoor. (TTC) ¶ この顕微鏡は物を100倍に拡大する。 Kono kenbikyō wa mono wo haykubai ni kakudaisuru. Deze microscoop vergroot [dingen, objecten] honderd maal [keer]. (TTC)
shiiteki恣意的
(na-adj) een handelswijze waarbij men niet gehinderd wordt door overwegingen van logica; eigenzinnig; willekeurig; lukraak; arbitrair. ¶ 恣意的な判断 shiiteki na handan een willekeurige beslissing規則を恣意的に運用する kisoku wo shiiteki ni un'yōsuru regels lukraak toepassenある目的思想を持った人間が恣意的にツイートをまとめると、本来の発言者の意図とは正反対になることあるっていう良い見本 Aru mokuteki ya shisō wo motta ningen ga shiiteki ni tsuiito wo matomeru to, honrai no hatsugensha no ito to wa seihantai ni naru koto mo aru tte iu ii mihon Een fraai patroon is dat het ook voorkomt dat wanneer mensen met een bepaald doel of bepaalde ideeën lukraak tweets bij elkaar harken ze lijnrecht tegenover de intentie van de oorspronkelijke twitteraar kunnen komen te staan. (twitter)
hyōhyō飄々
(to-adj) (1) dwarrelend; zwevend; flapperend. (2) ronddwalend; rondlopend zonder doel; luchthartig; onbekommerd; niet gebonden door wereldse zaken. ¶ 何か飄々とはぐらかされてる気がするわ。 Nanka hyōhyō to hagurakasarete’ru ki ga suru wa. ♀ Ik heb het gevoel dat ik in de rondte wordt gestuurd. (TTC) ¶ 飄々と生きた趣味の自由人といった人柄を伝えている Hyōhyō to ikita shumi no jiyūjin to itta hitogara wo tsutaete iru. Hij gaf de indruk een vrije geest te zijn die niet gebonden was aan één plaats. (BCWK)

NB In gebruik: 飄々hyōhyō to, 飄々とした hyōhyō to shita, 飄々として hyōhyō to shite, 飄々としながら hyōhyō to shinagara.
SUPPLEMENT (trefwoord)
een

(bepaald hoofdtelwoord, ter onderscheid ook geschreven als één)

[alleen of bijwoordelijk gebruikt] ichi [, 1, ]; hitotsu [一つ, 1つ, 1つ]
¶ Ik schoof een stuk op het bord één plaats naar voren. Boku wa boodo no ue no koma wo hitotsu mae ni susumeta. 僕はボードの上の駒を一つ前に進めた。 (TTC)

[verbonden met een ander woord, attributief] ichi no [の, 1の, の]; hitotsu no [一つの, 1つの, 1つの] ¶ Het warenhuis was leeg op één meubel na. Sooko ni wa kagu ga hitotsu no hoka ni wa nani mo nakatta. 倉庫には家具一つの他には何もなかった。 ¶ Hij heeft maar één doel in zijn leven, en dat is geld verdienen. Kare wa jinsei ni tatta hitotsu no mokuhyoo shika motte inai. Sore wa kanemooke de aru. 彼は人生たった一つの目標しかもっていない。それは金もうけである。 (TTC)

[met een maatwoord; er zijn meer dan honderd maatwoorden, maar het wago (inheems Japans) hitotsu (no) is bruikbaar als alternatief, behalve bij mensen (één persoon is altijd hitori)] ¶ Eén brood alstublieft. Pan ippon kudasai. パン一本下さい。 ¶ Ik zou nog een laken willen. Moofu wo moo ichimai hoshii no desu. 毛布をもう枚ほしいのですが。 ¶ Dit boek kun je in maar één winkel krijgen. Kono hon wa tada ikken no mise de dake nyuushu dekiru. このただ軒のだけ入手できる。 ¶ Ik kan ook geen $40 betalen voor één boek. Issatsu no hon ni yonjuu doru mo shiharaenai. 冊のに40ドルも支払えない。 ¶ Echter, ik was niet alleen, het leek dat er nog één andere persoon - dat wil zeggen nog één ander lid van de soort ‘zeldzame gast’ aanwezig was. Shikashi boku dake de wa naku, moo hitori - iya moo ippiki no chanchaku ga itarashii. しかし僕だけではなく、もうひとり―いや、もう匹の珍客がいたらしい。 (TTC)

(onbepaald lidwoord)

[het Japans heeft geen onbepaald lidwoord; “een” kan onvertaald blijven ... ] ¶ Ze plukte een appel voor me. Kanojo wa watashi ni ringo wo moide kureta. 彼女は私にリンゴをもいでくれた。 ¶ Breng een stoel uit de kamer hiernaast aljeblieft. Tonari no heya kara isu wo motte kite kudasai. 部屋から椅子を持って来て下さい。 (TTC)

[ ... of vertaald worden met equivalenten van het telwoord één] ¶ Ik heb hem een boek gegeven. Watashi wa kare ni hon wo issatsu yatta. 私は彼に冊やった。 ¶ Ze zong een lied terwijl ze naar me glimlachte. Kanojo wa boku ni hooemi kakenagara ikkyoku utta. 彼女は僕に微笑みかけながら曲歌った。 ¶ Pak een stoel uit de kamer hiernaast alsjeblieft. Tonari no heya kara isu wo hitotsu totte kite kudasai. 部屋からいすを1つ取ってきてください。 (TCC)

[in de betekenis van “een bepaald(e)”] aru [ある, 或る, ] ¶ Ze lijkt op een populaire zangeres. Kanojo wa aru ninki kashu ni nite iru. 彼女はある人気歌手に似ている。 (TTC) 

[Dit lemma gebruikt oo-spelling.]

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <doel>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
目途 mokuto doel; doelstelling; oogmerk; bedoeling; [Belg.N., niet alg.] objectief
目的 mokuteki doel; oogmerk; [veroud.] oogwit; bedoeling; doelstelling; intentie; voornemen; streefdoel; doeleinde; plan; opzet; objectief; onderwerp; streven; mikpunt; bestemming; einddoel
目標 mokuhyou (1) doel; doelwit; doeleinde; bedoeling; doelstelling; streefdoel; objectief; object; (2) merkteken; merk; baken; luchtbaken; markering; oriëntatiepunt
tsubo [maatwoord voor potten, kruiken]; ; (1) pot; kruik; schaal; (2) bekken; vangbekken; waterbekken; (3) [鍼灸の] vitaal punt; [指圧の] drukpunt; (4) doel; pointe; (5) [muz.] fret
意思 ishi intentie; bedoeling; doel; plan; wens
行く先 ikusaki (1) bestemming; eindpunt; doel; (2) plaats waar iem.; iets zich bevindt; (3) toekomst; wat te gebeuren staat
黒星 kuroboshi (1) zwarte stip; zwarte ronde plek; [m.b.t. typografie] zwarte ster (★); zwarte bol (●); (2) roos (van een schietschijf); (3) doel; doelwit; mikpunt; (4) pupil; (5) [sumō-jargon] verloren kamp; nederlaag [op een uitslagenbord; uitslagenblad doorgaans met het symbool ● weergegeven]; (6) [fig.] mislukking; blunder; het falen; (7) maîtresse; mekake die na verlating van haar minnaar terug bij haar ouders intrekt; (8) [Kioto-Osaka-regiolect] ex-prostituee; ex-courtisane
見当 kentou circa ~; ongeveer ~; om en bij de ~; rond de ~; in de buurt van ~; bij benadering ~; ; (1) doel; doelwit; doeleinde; mikpunt; (2) richting; (3) verwachting; vooruitzicht; perspectief; (4) schatting; raming; begroting; taxatie; (5) veronderstelling; onderstelling; vermoeden; hypothese; presumptie
ゴール gooru (1) [sportt.] goal; doelpunt; doel; (2) finish; finishplaats; eindstreep; meet; (3) doel; bedoeling; doeleinde; opzet; oogmerk; richtpunt; (4) Gallië; ; [maatwoord voor goals, doelpunten]
対象 taishou (1) voorwerp; ding; object; (2) onderwerp [van studie enz.]; (3) doelwit; mikpunt; doel; [i.h.b.] doelgroep; (4) [fil.] object; buitenwereld; het niet-ik
ターゲット taagetto (1) target; doel; doelwit; mikpunt; richtpunt; schietschijf; roos; (2) [techn.] trefplaat
mato (1) doel; schietschijf; schijf; roos; (2) [fig.] mikpunt; doelwit; focus; brandpunt
企図 kito (1) plan; voornemen; opzet; bedoeling; doel; oogmerk; beoging; (2) project; onderneming
目処 medo (1) doel; streefdoel; oogmerk; bedoeling; (2) vooruitzicht; verwachting; perspectief; hoop; (3) [針の] oog
狙い nerai (1) aanleg [van het geweer enz.]; richting; mik; het mikken; het richten; het aanleggen; (2) doel; streven; oogmerk; bedoeling; doelstelling; doeleinde
オブジェクト obujixekuto (1) voorwerp; object; ding; (2) doel; oogmerk; bedoeling; (3) [spraakk.] voorwerp; object; (4) [fil.] object; (5) [comp.] object; systeemcomponent
当て ate (1) doel; streefdoel; bedoeling; oogmerk; plan; (2) verwachting; vooruitzicht; uitzicht; mogelijkheid; (3) betrouwbaarheid; vertrouwen; krediet; geloofwaardigheid
行き先 yukisaki (1) bestemming; reisbestemming; doel; reisdoel; destinatie; (2) waar iem. zich ophoudt; verblijfplaats; (3) toekomst
行く先 yukusaki (1) bestemming; eindpunt; doel; (2) plaats waar iem.; iets zich bevindt; (3) toekomst; wat te gebeuren staat
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.4 sec. jiten.nl: 12 treffers, warandict: 19 treffers (zoekopdracht: 'doel', strategie: exact). 
2005-2019