日蘭辭典+

31 resultaten voor ‘dom’
日蘭辭典 (trefwoord)
baka馬鹿
zn. (1) [人] zot m.; dwaas m.; domkop m. (2) [罵言] ezel m.; uil m.; idioot m; (3) [馬鹿な事] dwaasheid v.; domheid v.; onzin m.; nonsens v. ¶ 馬鹿kletspraat. ¶ 馬鹿な眞似 zotternij. ¶ 馬鹿げた dwaas; onzinnig; onbenullig. ¶ 馬鹿な、馬鹿dwaas. ¶ 馬鹿に belachelijk; buitengewoon; zeer. ¶ 馬鹿大きい ontzaggelijk groot. ¶ 馬鹿正直 overdreven eerlijkheid. ¶ 馬鹿を言ふ nonsens praten. ¶ 馬鹿にする voor den gek houden; erin laten loopen.
anguna暗愚な
bn. dom; stom.
atama
zn. (1) [頭] hoofd o.; kop m. (2) [頭腦] hersens m. (3) [頭初] begin o. (4) [首領] hoofd o.; aanvoerder m. ¶ 頭の天邊から足の爪迄 van top teen. ¶ 頭をはねる commissie nemen op loon, dat men uitbetaalt. ¶ 頭を痛める zich het hoofd breken; zich ongerust maken. ¶ 頭を刈って貰ふ zijn haar laten knippen. ¶ 頭を上げる het hoofd buigen. ¶ 頭がある verstandig. ¶ 頭なき onverstandig; dom; zinneloos.
ahō阿呆
zn. domkop m.; domoor m.; idioot m.; uilskuiken o. ¶ 阿呆らしい onzin! nonsens!letspraat! apenkool!
sorabaka空馬鹿
zn. iemand, die zich van den dom houdt; iemand, die doet alsof hij idioot was.
demoでも
bw. zelfs; vw. en toch; evenwel; zelfs indien; zoowel......als; hoezeer ook. ¶ 子供でも分かる zelfs een kind begrijpt dat. ¶ でも僕に話して呉れゝば宜しかったのに en toch wou ik dat je het me verteld had. 馬鹿でもなく利口でもない hij is noch dom noch knap. ¶ 人はいくら金持ちでも hoe rijk men ook zij.
donsai鈍才
zn. domheid v.
daikaidō大會堂

zn. kathedraal v,; dom m. domkerk v.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <dom>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
鈍い noroi (1) traag; mat; langzaam; loom; [i.h.b.] dom; (2) vrouwenziek; meisjesgek
温い nukui (1) [meteo.] warm; mild; zacht; (2) suf; dwaas; dom; (3) rijk; bemiddeld; gegoed
愚鈍な gudonna dom; stompzinnig; stom; dwaas; gek; onnozel; zwakzinnig; stupide; imbeciel; dommig
糸瓜 hechima dom; stom; lomp; onhandig; onbeholpen; stuntelig; knoeierig; ; (1) [plantk.] sponskomkommer; Luffa aegyptiaca; [veroud.] Luffa cylindrica; (2) wrijfdoek vervaardigd van vezels van de sponskomkommer; (3) prul; onbeduidendheid; (4) lelijke vrouw; weinig attractief meisje; laideron; (5) nietsnut; nietsnutter; leegloper; rondloper; baliekluiver; ledigganger; nietsdoener; slampamper; lanterfant; [Belg.N.] voddenvent; [veroud.] doodeter
心無し kokoronashi (1) onbezonnen; onverstandig; onoordeelkundig; gedachteloos; onnadenkend; onbedachtzaam; onachtzaam; achteloos; onbedacht; nonchalant; onzinnig; lichtzinnig; onvoorzichtig; roekeloos; onnozel; dwaas; mal; dom; [gew.] aalwaardig; aalwarig; (2) onattent; onhartelijk; koud; kil; onaardig; grof; onverschillig; onvriendelijk; (3) onelegant; onbevallig; smakeloos; stijlloos; onartistiek; onaantrekkelijk; prozaïsch; lomp; boers; (4) harteloos; wreed; hard; hardvochtig; meedogenloos; genadeloos; ongenadig; onmeedogend; onaandoenlijk; ongevoelig; onbarmhartig; (5) onzelfzuchtig; onbaatzuchtig; oprecht; ; (1) dwaas; idioot; mallerd; onnozelaar; (2) cultuurbarbaar; kunstbarbaar; lomperd; kinkel; boer
鈍感 donkan ongevoelig; onaandoenlijk; niet licht vatbaar; gevoelloos; dof; stomp; bot; mat; dikhuidig; [i.h.b.] onbevattelijk; [i.h.b.] dom; ; ongevoeligheid; onaandoenlijkheid; gevoelloosheid; stompzinnigheid; dofheid; stompheid; botheid; matheid
鈍感な donkanna ongevoelig; onaandoenlijk; niet licht vatbaar; gevoelloos; dof; stomp; bot; mat; dikhuidig; [i.h.b.] onbevattelijk; [i.h.b.] dom
ドーム doomu (1) koepel; koepeldak; koepelgewelf; dom; (2) stadion met koepeldak
大聖堂 daiseidou (1) kathedraal; dom; domkerk; hoofdkerk; munsterkerk; munster; (2) Cathedral [bundel korte verhalen van Raymond Carver]; (3) The Pillars of the Earth [historische roman van Ken Follett]
足りない tarinai (1) te kort komen; onvoldoende zijn; niet genoeg zijn; ontbreken; (2) dom; stom; stompzinnig; traag (van begrip)
血の巡りの悪い chinomegurinowarui traag; dom; loom; sloom; langzaam; onintelligent; stompzinnig; hardleers
知恵のない chienonai dom; stom; onverstandig; dwaas; zot; onzinnig; onnozel; mal
白痴の hakuchino (1) idioot; in de hoogste graad zwakzinnig; (2) idioot; dwaas; onzinnig; leeghoofdig; dom; onnozel
馬鹿馬鹿しい bakabakashii dwaas; onzinnig; belachelijk; zot; absurd; ongerijmd; ridicuul; bespottelijk; mal; dom; onnozel; stom; onverstandig
馬鹿気た bakageta dwaas; dom; stom; belachelijk; absurd; zot; gek; mal; onnozel; onzinnig; ongerijmd; onverstandig; idioot; ridicuul; bespottelijk; potsierlijk; ongelofelijk; ongelooflijk
馬鹿な bakana (1) dwaas; mal; onnozel; dom; gek; stom; zot; dol; belachelijk; mallotig; ridicuul; stupide; idioot; onwijs; onzinnig; absurd; zinneloos; [inform.] kolderiek; imbeciel; maf; lijp; halfgaar; halfwijs; getikt; [inform., fig.] bezopen; [fig.] halfzacht; (2) niet meer naar behoren functionerend; verdoofd [b.v. door kou]; gevoelloos; [i.h.b.] verschaald; [van schroeven enz.] dol
馬鹿 baka (1) dwaas; mal; onnozel; dom; gek; stom; zot; dol; belachelijk; mallotig; ridicuul; stupide; idioot; onwijs; onzinnig; absurd; zinneloos; [inform.] kolderiek; imbeciel; maf; lijp; halfgaar; halfwijs; getikt; [inform., fig.] bezopen; [fig.] halfzacht; (2) niet meer naar behoren functionerend; verdoofd [b.v. door kou]; gevoelloos; [i.h.b.] verschaald; [van schroeven enz.] dol; (3) buitengewoon [goedkoop enz.]; buitensporig; uitermate; overmatig; overdreven; al te ~; dol; ; (1) dwaas; gek; zot; nar; idioot; imbeciel; mafkees; mafketel; mafkikker; malloot; piechem; halvegare; stommeling; sukkel; uilskuiken; oen; sul; lijp; druif; ezel; rund; os; domoor; domkop; dommerik; stommerd; lijperd; stommerik; stomkop; eendenkuiken; onnozelaar; onbenul; [inform.] lijpo; (2) dwaasheid; domheid; zotheid; onverstand; onwijsheid; stommiteit; stomheid; stommigheid; onzinnigheid; gekheid; gekkemanswerk; gekkigheid; idioterie; idiotie; idiotisme; malheid; malligheid; onnozelheid; stupiditeit; zottigheid; aperij; onbenulligheid; onzin; nonsens; flauwekul; ridiculiteit; belachelijkheid; larie; lariekoek; kolder; absurditeit; (3) fan; fanaat; fanaticus; enthousiast; freak; liefhebber; -gek; -maan
不肖 fushou (1) dwaas; stom; dom; mal; onnozel; (2) onwaardig; nietswaardig; (3) ongelukkig; onfortuinlijk; onzalig; (4) geduldig; lijdzaam; volhardend; (5) lastig; vervelend; moeilijk; (6) onwillig; aarzelend; weigerachtig; ; ik; ondergetekende
愚かな orokana dwaas; stom; dom; mal; onnozel; stupide; onwijs; idioot; malloterig; onbenullig; zot; onzinnig; belachelijk; verstandeloos
カテドラル katedoraru kathedraal; kathedrale kerk; domkerk; dom; hoofdkerk; munsterkerk; munster; monster
魯鈍な rodonna stom; dwaas; dom; idioot; imbeciel; debiel; zwakzinnig
阿呆な ahouna dwaas; dom; stom; belachelijk; absurd; onzinnig; zot
鈍い nibui (1) bot; stomp; afgestompt; (2) traag [van handelen, begrip enz.]; sloom; langzaam; stompzinnig; dom; suf; inert; (3) dof [van geluid, licht]; mat
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.38 sec. jiten.nl: 8 treffers, warandict: 23 treffers (zoekopdracht: 'dom', strategie: exact). 
2005-2019