日蘭辭典+

47 resultaten voor ‘dom’
日蘭辭典 (trefwoord)
baka馬鹿
zn. (1) [人] zot m.; dwaas m.; domkop m. (2) [罵言] ezel m.; uil m.; idioot m; (3) [馬鹿な事] dwaasheid v.; domheid v.; onzin m.; nonsens v. ¶ 馬鹿kletspraat. ¶ 馬鹿な眞似 zotternij. ¶ 馬鹿げた dwaas; onzinnig; onbenullig. ¶ 馬鹿な、馬鹿dwaas. ¶ 馬鹿に belachelijk; buitengewoon; zeer. ¶ 馬鹿大きい ontzaggelijk groot. ¶ 馬鹿正直 overdreven eerlijkheid. ¶ 馬鹿を言ふ nonsens praten. ¶ 馬鹿にする voor den gek houden; erin laten loopen.
anguna暗愚な
bn. dom; stom.
atama
zn. (1) [頭] hoofd o.; kop m. (2) [頭腦] hersens m. (3) [頭初] begin o. (4) [首領] hoofd o.; aanvoerder m. ¶ 頭の天邊から足の爪迄 van top teen. ¶ 頭をはねる commissie nemen op loon, dat men uitbetaalt. ¶ 頭を痛める zich het hoofd breken; zich ongerust maken. ¶ 頭を刈って貰ふ zijn haar laten knippen. ¶ 頭を上げる het hoofd buigen. ¶ 頭がある verstandig. ¶ 頭なき onverstandig; dom; zinneloos.
ahō阿呆
zn. domkop m.; domoor m.; idioot m.; uilskuiken o. ¶ 阿呆らしい onzin! nonsens!letspraat! apenkool!
sorabaka空馬鹿
zn. iemand, die zich van den dom houdt; iemand, die doet alsof hij idioot was.
demoでも
bw. zelfs; vw. en toch; evenwel; zelfs indien; zoowel......als; hoezeer ook. ¶ 子供でも分かる zelfs een kind begrijpt dat. ¶ でも僕に話して呉れゝば宜しかったのに en toch wou ik dat je het me verteld had. 馬鹿でもなく利口でもない hij is noch dom noch knap. ¶ 人はいくら金持ちでも hoe rijk men ook zij.
donsai鈍才
zn. domheid v.
daikaidō大會堂

zn. kathedraal v,; dom m. domkerk v.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <dom>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
とろいtoroi (1) [pej.] dom; stom; suf; (2) traag (van begrip); langzaam; sloom; (3) [火が] zwak; flauw
ばかばかbakabaka dwaas; dom; onnozel; stom; idioot
ぼんやりbonyari (1) afwezigheid; absentie; afgetrokkenheid; verstrooidheid; sufheid; dommel; dommeling; dommeligheid; (2) sufferd; sufkop; slaapkop; dommelaar; dromer; warhoofd; stommerd; stomkop; domoor; uilskuiken; ezel; oen; (3) wazig; schemerig; vaag; dof; onduidelijk; onklaar; gevoileerd; onhelder; troebel; doezelig; mistig; fuzzy; wollig; flou; nevelig; nebuleus; zweverig; (4) flets; suf; suffig; lusteloos; futloos; slaperig; lodderig; dommelig; (5) afwezig; afgetrokken; verstrooid; met zijn gedachten er niet bij; warrig; wezenloos; geesteloos; ongeconcentreerd; gedachteloos; onoplettend; achteloos; [i.h.b.] werkeloos; nietsdoend; passief; [Lat.] praesens absens; (6) stom; dof (van geest); bot; dom; stompzinnig; afgestompt; onbevattelijk; (7) [van markt; beurs enz.] gedrukt; flauw; slap; zwak
カテドラルkatedoraru kathedraal; kathedrale kerk; domkerk; dom; hoofdkerk; munsterkerk; munster; monster
ドームdoomu (1) koepel; koepeldak; koepelgewelf; dom; (2) stadion met koepeldak
不肖fushyou (1) dwaas; stom; dom; mal; onnozel; (2) onwaardig; nietswaardig; (3) ongelukkig; onfortuinlijk; onzalig; (4) geduldig; lijdzaam; volhardend; (5) lastig; vervelend; moeilijk; (6) onwillig; aarzelend; weigerachtig; (7) ik; ondergetekende
大聖堂daiseidou (1) kathedraal; dom; domkerk; hoofdkerk; munsterkerk; munster; (2) Cathedral [bundel korte verhalen van Raymond Carver]; (3) The Pillars of the Earth [historische roman van Ken Follett]
心無しkokoronashi (1) dwaas; idioot; mallerd; onnozelaar; (2) cultuurbarbaar; kunstbarbaar; lomperd; kinkel; boer; (3) onbezonnen; onverstandig; onoordeelkundig; gedachteloos; onnadenkend; onbedachtzaam; onachtzaam; achteloos; onbedacht; nonchalant; onzinnig; lichtzinnig; onvoorzichtig; roekeloos; onnozel; dwaas; mal; dom; [gew.] aalwaardig; aalwarig; (4) onattent; onhartelijk; koud; kil; onaardig; grof; onverschillig; onvriendelijk; (5) onelegant; onbevallig; smakeloos; stijlloos; onartistiek; onaantrekkelijk; prozaïsch; lomp; boers; (6) harteloos; wreed; hard; hardvochtig; meedogenloos; genadeloos; ongenadig; onmeedogend; onaandoenlijk; ongevoelig; onbarmhartig; (7) onzelfzuchtig; onbaatzuchtig; oprecht
gu (1) dwaasheid; stomheid; domheid; dommigheid; stommiteit; absurditeit; (2) [hum.] ik; (a) dwaas; stom; dom; absurd; (b) voor de gek houden; ridiculiseren; (c) inflexibel; overdreven eerlijk; (d) [hum.] mijn nederig …
愚かoroka dwaas; stom; dom; mal; onnozel; stupide; onwijs; idioot; malloterig; onbenullig; zot; onzinnig; belachelijk; verstandeloos
愚かしいorokashii dwaas; stom; dom; onnozel; stompzinnig
愚かなorokana dwaas; stom; dom; mal; onnozel; stupide; onwijs; idioot; malloterig; onbenullig; zot; onzinnig; belachelijk; verstandeloos
愚劣guretsu (1) dwaasheid; stommiteit; waanzin; (2) dwaas; stom; dom; onzinnig; waardeloos; onverstandig; onnozel; zot
愚鈍なgudonna dom; stompzinnig; stom; dwaas; gek; onnozel; zwakzinnig; stupide; imbeciel; dommig
zoku -familie; -stam; -ras; -dom; [chem.] -groep
an (1) donker; donkerte; duisternis; (a) donker; duister; (b) zwartachtig; (c) somber; (d) dwaas; dom; onverlicht; (e) geheim; verdoken; verborgen; (f) uit het hoofd leren
没分暁botsubungyou langzaam; traag van begrip; dom; simpel; stom; onnozel
温いnukui (1) [meteo.] warm; mild; zacht; (2) suf; dwaas; dom; (3) rijk; bemiddeld; gegoed
無知muchi (1) onwetendheid; onkunde; onkundigheid; onbekendheid; (2) onnozelheid; domheid; [i.h.b.] ongeletterdheid; (3) onwetend; onkundig; onbekend; niet op de hoogte; (4) onontwikkeld; onnozel; dom; [i.h.b.] ongeletterd
chi (1) dwaasheid; domheid; stomheid; (2) dwaas; domoor; domkop; stommeling; stommerd; (3) [boeddh.] moha; mūḍha [= domheid; begoocheling]; (a) dom; dwaas; (b) wellust; (c) fanatisme
白痴の ; 白癡のhakuchino (1) idioot; in de hoogste graad zwakzinnig; (2) idioot; dwaas; onzinnig; leeghoofdig; dom; onnozel
知恵のないchienonai dom; stom; onverstandig; dwaas; zot; onzinnig; onnozel; mal
糸瓜hechima (1) [plantk.] sponskomkommer; Luffa aegyptiaca; [veroud.] Luffa cylindrica; (2) wrijfdoek vervaardigd van vezels van de sponskomkommer; (3) prul; onbeduidendheid; (4) lelijke vrouw; weinig attractief meisje; laideron; (5) nietsnut; nietsnutter; leegloper; rondloper; baliekluiver; ledigganger; nietsdoener; slampamper; lanterfant; [Belg.N.] voddenvent; [veroud.] doodeter; (6) dom; stom; lomp; onhandig; onbeholpen; stuntelig; knoeierig
血の巡りの悪いchinomegurinowarui traag; dom; loom; sloom; langzaam; onintelligent; stompzinnig; hardleers
足りないtarinai (1) te kort komen; onvoldoende zijn; niet genoeg zijn; ontbreken; (2) dom; stom; stompzinnig; traag (van begrip)
don (1) domheid; traagheid; langzaamheid; botheid; dufheid; sufheid; sloomheid; stompzinnigheid; (2) dwaasheid; stomheid; (3) dom; traag; langzaam; bot; duf; suf; sloom; stompzinnig; (4) dwaas; stom; (a) bot; stomp; (b) sloom; dof; (c) afstomping; (d) traag; (e) [meetk.] stomp
鈍いnibui (1) bot; stomp; afgestompt; (2) traag [van handelen; begrip enz.]; sloom; langzaam; stompzinnig; dom; suf; inert; (3) dof [van geluid; licht]; mat
鈍いnoroi (1) traag; mat; langzaam; loom; [i.h.b.] dom; (2) vrouwenziek; meisjesgek
鈍感donkan (1) ongevoeligheid; onaandoenlijkheid; gevoelloosheid; stompzinnigheid; dofheid; stompheid; botheid; matheid; (2) ongevoelig; onaandoenlijk; niet licht vatbaar; gevoelloos; dof; stomp; bot; mat; dikhuidig; [i.h.b.] onbevattelijk; [i.h.b.] dom
鈍感なdonkanna ongevoelig; onaandoenlijk; niet licht vatbaar; gevoelloos; dof; stomp; bot; mat; dikhuidig; [i.h.b.] onbevattelijk; [i.h.b.] dom
間抜けmanuke (1) dwaas; gek; zot; stommeling; idioot; stomkop; stommerd; domkop; domoor; dommerik; ezel; minkukel; rund; konijn; sul; (2) dwaasheid; domheid; dommigheid; stommiteit; onzinnigheid; zotheid; (3) dom; dwaas; zot; onzinnig; onverstandig; stom
阿呆なahouna dwaas; dom; stom; belachelijk; absurd; onzinnig; zot
阿呆らしいahorashii stom; dwaas; dom; onverstandig; ridicuul; absurd
頓馬tonma (1) dwaas; stommeling; stommerik; stomkop; idioot; domoor; domkop; ezel; uilskuiken; imbeciel; nitwit; oelewapper; onbenul; rund; konijn; sul; (2) dwaas; stom; dom; onbenullig; idioot; imbeciel
馬鹿 ; 莫迦 ; 破家baka (1) dwaas; gek; zot; nar; idioot; imbeciel; mafkees; mafketel; mafkikker; malloot; piechem; halvegare; stommeling; sukkel; uilskuiken; oen; sul; lijp; druif; ezel; rund; os; domoor; domkop; dommerik; stommerd; lijperd; stommerik; stomkop; eendenkuiken; onnozelaar; onbenul; minkukel [inform.] lijpo; (2) dwaasheid; domheid; zotheid; onverstand; onwijsheid; stommiteit; stomheid; stommigheid; onzinnigheid; gekheid; gekkemanswerk; gekkigheid; idioterie; idiotie; idiotisme; malheid; malligheid; onnozelheid; stupiditeit; zottigheid; aperij; onbenulligheid; onzin; nonsens; flauwekul; ridiculiteit; belachelijkheid; larie; lariekoek; kolder; absurditeit; (3) fan; fanaat; fanaticus; enthousiast; freak; liefhebber; -gek; -maan; (4) dwaas; mal; onnozel; dom; gek; stom; zot; dol; belachelijk; mallotig; ridicuul; stupide; idioot; onwijs; onzinnig; absurd; zinneloos; [inform.] kolderiek; imbeciel; maf; lijp; halfgaar; halfwijs; getikt; [inform.; fig.] bezopen; [fig.] halfzacht; (5) niet meer naar behoren functionerend; verdoofd [b.v. door kou]; gevoelloos; [i.h.b.] verschaald; [van schroeven enz.] dol; (6) buitengewoon [goedkoop enz.]; buitensporig; uitermate; overmatig; overdreven; al te ~; dol
馬鹿な ; 莫迦なbakana (1) dwaas; mal; onnozel; dom; gek; stom; zot; dol; belachelijk; mallotig; ridicuul; stupide; idioot; onwijs; onzinnig; absurd; zinneloos; [inform.] kolderiek; imbeciel; maf; lijp; halfgaar; halfwijs; getikt; [inform.; fig.] bezopen; [fig.] halfzacht; (2) niet meer naar behoren functionerend; verdoofd [b.v. door kou]; gevoelloos; [i.h.b.] verschaald; [van schroeven enz.] dol
馬鹿気たbakageta dwaas; dom; stom; belachelijk; absurd; zot; gek; mal; onnozel; onzinnig; ongerijmd; onverstandig; idioot; ridicuul; bespottelijk; potsierlijk; ongelofelijk; ongelooflijk
馬鹿馬鹿しいbakabakashii dwaas; onzinnig; belachelijk; zot; absurd; ongerijmd; ridicuul; bespottelijk; mal; dom; onnozel; stom; onverstandig
魯鈍なrodonna stom; dwaas; dom; idioot; imbeciel; debiel; zwakzinnig
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.49 sec. jiten.nl: 8 treffers, warandict: 39 treffers (zoekopdracht: 'dom', strategie: exact). 
2005-2021