日蘭辭典+

15 resultaten voor ‘domkop’
日蘭辭典 (trefwoord)
ahō阿呆
zn. domkop m.; domoor m.; idioot m.; uilskuiken o. ¶ 阿呆らしい onzin! nonsens!letspraat! apenkool!
baka馬鹿
zn. (1) [人] zot m.; dwaas m.; domkop m. (2) [罵言] ezel m.; uil m.; idioot m; (3) [馬鹿な事] dwaasheid v.; domheid v.; onzin m.; nonsens v. ¶ 馬鹿kletspraat. ¶ 馬鹿な眞似 zotternij. ¶ 馬鹿げた dwaas; onzinnig; onbenullig. ¶ 馬鹿な、馬鹿dwaas. ¶ 馬鹿に belachelijk; buitengewoon; zeer. ¶ 馬鹿大きい ontzaggelijk groot. ¶ 馬鹿正直 overdreven eerlijkheid. ¶ 馬鹿を言ふ nonsens praten. ¶ 馬鹿にする voor den gek houden; erin laten loopen.
donkotsu鈍骨
zn. domkop m.; stommeling m.
gujin愚人
zn. domkop m.; stommeling m.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <domkop>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ボケboke (1) verwarring; versuffing; versuftheid; sufheid; (2) warhoofd; sufferd; sukkel; kluns; dwaas; leeghoofd; stommeling; idioot; onnozelaar; domoor; dommerik; domkop; uilskuiken; onnozele hals; ezel; (3) domste van een komisch duo; (4) ouderdomsverwarring; ouderdomszwakte; seniele aftakeling; seniliteit; kindsheid; dementie; (5) seniele; demente grijsaard; dementerende; (6) [hand.] onverwachte koersnotering; [i.h.b.] lagere koersnotering; verslapping; inzinking; (7) [barg.] leugen; (8) [barg.] valsheid; misleiding; bedrog; bedriegerij; (9) [barg.] aubergine; (10) [plantk.] Japanse kwee; Chaenomeles speciosa; (11) Boké
分からず屋wakarazuya (1) onbenul; ezel; stomkop; stommerik; domkop; domoor; sufferd; uilskuiken; (2) koppig; halsstarrig; onbuigzaam; eigenzinnig; obstinaat mens; stijfkop; stijfhoofd; [Belg.N.] koppigaard; keikop; steenezel
十九日juukunichi (1) negentiende dag van de maand; (2) negentien dagen; (3) [volkst.] dwaas; stommeling; domkop; (4) dag na Kannons 観音 maandelijkse feestdag
唐変木touhenboku stommerik; domkop; stomkop; stommerd; domoor; ezel; uilskuiken
惚けboke (1) verwarring; versuffing; versuftheid; sufheid; (2) warhoofd; sufferd; sukkel; kluns; dwaas; leeghoofd; stommeling; idioot; onnozelaar; domoor; dommerik; domkop; uilskuiken; onnozele hals; ezel; (3) domste van een komisch duo; (4) ouderdomsverwarring; ouderdomszwakte; seniele aftakeling; seniliteit; kindsheid; dementie; (5) seniele; demente grijsaard; dementerende; (6) [hand.] onverwachte koersnotering; [i.h.b.] lagere koersnotering; verslapping; inzinking; (7) [barg.] leugen; (8) [barg.] valsheid; misleiding; bedrog; bedriegerij
木偶坊 ; 木偶の坊 ; でくの坊dekunobou (1) houten pop; (2) stroman; figurant; [fig.] marionet; [fig.] ledenpop; slippendrager; vazal; lakei; (3) nietsnut; niksnut; non-valeur; nietsnutter; flierefluiter; lanterfant; slampamper; vent van likmevestje; vent van niets; lor van een vent; man van niks; aap van een jongen; [bel.] kringetjesspuwer; [Belg.N.; bel.] voddenvent; [veroud.] doodeter; [gew.] gaapstok; [gew.] lorrenbos; (4) domkop; domoor; stomkop; stommerik; sufferd; sukkel; sul; kaffer; oen; uil; ezel; uilskuiken; kluns; kalfskop; schaapskop; kees; [inform.] knurft; [inform.] oelewap; [inform.] oelewapper; [vulg.] lul
没分暁漢botsubungyoukan domkop; domoor; stompzinnige; sul; sukkel; simpele ziel; onnozele hals
chi (1) dwaasheid; domheid; stomheid; (2) dwaas; domoor; domkop; stommeling; stommerd; (3) [boeddh.] moha; mūḍha [= domheid; begoocheling]; (a) dom; dwaas; (b) wellust; (c) fanatisme
間抜けmanuke (1) dwaas; gek; zot; stommeling; idioot; stomkop; stommerd; domkop; domoor; dommerik; ezel; minkukel; rund; konijn; sul; (2) dwaasheid; domheid; dommigheid; stommiteit; onzinnigheid; zotheid; (3) dom; dwaas; zot; onzinnig; onverstandig; stom
頓馬tonma (1) dwaas; stommeling; stommerik; stomkop; idioot; domoor; domkop; ezel; uilskuiken; imbeciel; nitwit; oelewapper; onbenul; rund; konijn; sul; (2) dwaas; stom; dom; onbenullig; idioot; imbeciel
馬鹿 ; 莫迦 ; 破家baka (1) dwaas; gek; zot; nar; idioot; imbeciel; mafkees; mafketel; mafkikker; malloot; piechem; halvegare; stommeling; sukkel; uilskuiken; oen; sul; lijp; druif; ezel; rund; os; domoor; domkop; dommerik; stommerd; lijperd; stommerik; stomkop; eendenkuiken; onnozelaar; onbenul; minkukel [inform.] lijpo; (2) dwaasheid; domheid; zotheid; onverstand; onwijsheid; stommiteit; stomheid; stommigheid; onzinnigheid; gekheid; gekkemanswerk; gekkigheid; idioterie; idiotie; idiotisme; malheid; malligheid; onnozelheid; stupiditeit; zottigheid; aperij; onbenulligheid; onzin; nonsens; flauwekul; ridiculiteit; belachelijkheid; larie; lariekoek; kolder; absurditeit; (3) fan; fanaat; fanaticus; enthousiast; freak; liefhebber; -gek; -maan; (4) dwaas; mal; onnozel; dom; gek; stom; zot; dol; belachelijk; mallotig; ridicuul; stupide; idioot; onwijs; onzinnig; absurd; zinneloos; [inform.] kolderiek; imbeciel; maf; lijp; halfgaar; halfwijs; getikt; [inform.; fig.] bezopen; [fig.] halfzacht; (5) niet meer naar behoren functionerend; verdoofd [b.v. door kou]; gevoelloos; [i.h.b.] verschaald; [van schroeven enz.] dol; (6) buitengewoon [goedkoop enz.]; buitensporig; uitermate; overmatig; overdreven; al te ~; dol
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.49 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 11 treffers (zoekopdracht: 'domkop', strategie: exact). 
2005-2022