日蘭辭典+

19 resultaten voor ‘drijven’
日蘭辭典 (trefwoord)
ase
zn. zweet o. ¶ 汗をかく zweeten; transpireeren. ¶ 汗が出る zweeten. ¶ 汗を取って風邪を治す een verkoudheid uitzweeten. ¶ 汗を出す aan het zweeten brengen; zweet drijven;
furyū浮流
zn. drijven o. ¶ 浮流する ronddrijven. ¶ 風流水雷 drijvende mijn.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <drijven>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
動かす ugokasu (1) in beweging brengen; doen bewegen; bewegen; aandrijven; drijven; (2) verplaatsen; verzetten; de positie van iets veranderen; elders; anders zetten; (3) doen schommelen; schommelen; schudden; (4) rijden; [een voertuig] besturen; [een machine; toestel] doen functioneren; bedienen; laten draaien; laten werken; aan de gang brengen; aan de praat brengen; (5) [een leger; troepen; mankracht] mobiliseren; inzetbaar maken; voor actie klaarmaken; (6) veranderen; wijzigen; [binnen een bedrijf personeel] herschikken; (7) ontkennen; (8) [心を] roeren; ontroeren; treffen; in beroering brengen; in het gemoed treffen; aangrijpen; aanpakken; tot het gemoed spreken; invloed hebben op; aandoen; beïnvloeden; prikkelen
浮く uku (1) drijven; blijven drijven; vlotten; dobberen; (2) aan de oppervlakte komen; aan de oppervlakte (her)verschijnen; bovendrijven; komen bovendrijven; (3) duidelijk zichtbaar worden; zich aftekenen; in het oog springen; uitsteken; (4) vrolijk worden; opgewekt worden; blijmoedig gestemd raken; luchthartig worden; moed scheppen; (5) [m.b.t. een akelig geluid] iemand doen griezelen; (6) [m.b.t. geld] nog overblijven; resteren; uitgespaard blijven
浮かんでいる ukandeiru drijven; dobberen; vlotten; zweven
浮かび上がる ukabiagaru (1) komen bovendrijven; naar boven (komen) drijven; opduiken; bovenkomen; boven water komen; opkomen; oprijzen; (2) aan het licht komen; voor de dag komen; aan de oppervlakte komen; treden; te voorschijn komen; treden; verschijnen; verrijzen; (3) ontstijgen; zich losmaken uit; van
浮かぶ ukabu (1) [水; 空に] drijven; zweven; vlotten; dobberen; bovenblijven; (2) naar boven drijven; opdrijven; komen bovendrijven; omhoogdrijven; bovenkomen; opduiken; aan de oppervlakte komen; (3) [心; 胸に] te binnen schieten; door het hoofd schieten; in de gedachten opkomen; opborrelen; invallen; beginnen door te dringen; zich bedenken; (4) verschijnen; zich aftekenen; opdagen; zichtbaar worden; [口許に] spelen om; [霧の中から] opdoemen; (5) [boeddh.] gered worden; verlost worden; de zaligheid verwerven; in vrede rusten; (6) vooruitkomen in de wereld; carrière maken; een succesvolle loopbaan uitbouwen; het maken
営む itonamu (1) beoefenen; uitoefenen; praktiseren; werken als; aan ~ doen; runnen; drijven; exploiteren; draaiende houden; (2) leiden; houden; verzorgen; (3) optrekken; bouwen; doen verrijzen
掘り進む horisusumu graven in; door; doorgraven; [mijnb.] drijven; [坑道を] boren; [トンネルを] aanleggen
彫刻する choukokusuru beeldhouwen; houwen; uithouwen; beeldsnijden; een plastiek maken; snijden; uitsnijden; [鑿で] beitelen; uitbeitelen; drijven; indrijven; ingraveren; insnijden; [lit.t.] ingroeven; [金属板に] graveren; [i.h.b.] plaatsnijden
作動させる sadousaseru doen werken; doen draaien; doen lopen; doen functioneren; starten; in beweging zetten; brengen; aan de gang brengen; helpen; in werking brengen; zetten; stellen; activeren; actueren; aandrijven; drijven
遣る; 行る yaru 19. [een handeling doen, verrichten]; ; (1) sturen; laten gaan; doen [schoolgaan enz.]; (2) [m.b.t. een voertuig] voortbewegen; vooruit doen gaan; vooruit laten gaan; aan de gang brengen; rijden; (3) richten; [een fooi enz.] geven; [dieren] voeren; (4) ter arbitrage toevertrouwen; (5) [zijn ongenoegen, gemoed e.d.] luchten; [door drinken enz.] kwijtraken; (6) gieten; [water] geven; (7) laten ontsnappen; (8) bevorderen; vooruitbrengen; (9) [m.b.t. hand] uitsteken; uitstrekken; (10) 10. een tsukeku 付句 of yariku やり句 toevoegen [idioom uit de wereld van renga 連歌 en haikai 俳諧]; (11) 11. falen; verknoeien; om zeep helpen; (12) 12. bedriegen; (13) 13. kastijden; doodslaan; (14) 14. uithuwelijken; aan de man brengen; (15) 15. nuttigen; gebruiken; [er eentje] drinken; eten; roken; (16) 16. leven; een bestaan leiden; (17) 17. doen; verrichten; [huiswerk enz.] maken; [schaak enz.] spelen; [een cursus e.d.] volgen; [~ als hoofdvak] studeren; [een tentoonstelling enz.] houden; [een stuk enz.] opvoeren; [een film enz.] vertonen; [een winkel enz.] drijven; [een beroep enz.] uitoefenen; [een toespraak enz.] afsteken; (18) 18. het doen; gemeenschap hebben; vrijen; ; (1) 20. [geeft aan dat de handeling over een verre afstand geldt]; (2) 21. [drukt de beëindiging van een handeling uit; vaak vergezeld van een negatie]; (3) 22. [drukt uit dat de handeling voor anderen verricht wordt]
張る haru (1) zich opzetten; opzwellen; uitzetten; (2) verstrammen; verstijven; verstrakken; (3) 10. uitsteken; hoekig worden; (4) 11. zich uitstrekken (over het hele oppervlak); zich uitspreiden over; zich vormen; (5) 12. gespannen worden; nerveus worden; (6) 13. zich schrap zetten; trotseren; rivaliseren; (7) 14. prijzig zijn; duur zijn; nogal wegen; [i.h.b.] overtrokken zijn; ; (1) spannen; aanspannen; opspannen; strekken; [m.b.t. touw, lijn enz.] scheren; [gordijnen enz.] ophangen; [zijn takken enz.] uitspreiden; [テントを] opslaan; opzetten; [de vleugels] uitslaan; [de zeilen] zetten; rekken; (2) bespannen (met); aanbrengen; [壁紙を] behangen; [met stof enz.] overtrekken; bekleden (met); voorzien van; (3) [met water enz.] vullen; (4) [stelling enz.] nemen; [een zaak] opzetten; drijven; [een banket] aanrichten; [zijn macht, recht enz.] doen gelden; [geld enz.] zetten (op); verwedden; [zijn zin] doordrijven; (5) op de uitkijk staan; [naar een verdachte enz.] uitkijken; opwachten; (6) [zijn schouders enz.] rechten; [de ellebogen enz.] uitsteken; [de borst enz.] vooruit steken; (7) een klap geven; een draai om de oren geven; meppen; [sumō-jargon] harite 張り手 toebrengen
発酵する hakkousuru gisten; fermenteren; kamen; [積んだ草が] broeien; werken; [veroud.] arbeiden; [veroud.] gijlen; [gew.] drijven; [gew.] gesten; [gew.] pruisen
馳せる haseru (1) jagen; drijven; doen galopperen; galop brengen; (2) [気持ち; 思いを] laten; doen uitgaan naar; toedragen; (3) [名前; 名声を] z'n naam vestigen; verbreiden; bekend maken; beroemd worden; ; lopen; rennen; hollen; snellen; ijlen; draven; galopperen
浮動する fudousuru (1) drijven; dobberen; zweven; vlotten; (2) schommelen; fluctueren
駆り立てる karitateru (1) drijven; jagen; opdrijven; opjagen; verdrijven; verjagen; voortdrijven; voortjagen; aandrijven; aanjagen; (2) [m.b.t. toestand] injagen; indrijven; brengen tot; aanzetten; aansporen
開削する kaisakusuru delven; graven; uitgraven; afgraven; opengraven; [運河を] aanleggen; [トンネルを] bouwen; [井戸を] boren; [坑道を] drijven
扇ぐ aogu (1) waaien; toewaaien; waaieren; wuiven; toewuiven; (2) aanwakkeren; aanblazen; aanstoken; aanstichten; aanzetten; aanvuren; opstoken; drijven
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.41 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 17 treffers (zoekopdracht: 'drijven', strategie: exact). 
2005-2020