日蘭辭典+

65 resultaten voor ‘duidelijk’
日蘭辭典 (trefwoord)
ari-ari toありありと
bw. duidelijk.
akarasama ni明樣に
(あからさまに) bw. duidelijk; uitdrukkelijk; zonder omwegen; openhartig.
akaruku明るく
bw. licht; helder; duidelijk. ¶ 明るくなる dagen (夜が明ける); (通曉する) op de hoogte komen van; bekwaam worden in. ¶ 明るくする licht maken. ¶ ランプを明るくする de lamp opdraaien.
akiraka na明かな
(明らかな) bn. (1) [明白] duidelijk; helder; klaar. (2) [輝く] helder; glanzend; schitterend. ¶ 明かな區別 duidelijk verschil; scherp onderscheid.
akiraka ni明かに
(明らかに) bw. (1) [明白] duidelijk; blijkbaar; klaarblijkelijk. (2) [輝く] helder. ¶ 明かになる duidelijk worden; blijken. ¶ 明かにする duidelijk maken; ophelderen; te verstaan geven.
wakaru解る
(解る、分かる、判る、分る) t.w. (1) [了解] begrijpen; weten; verstaan; onderscheiden; i.w. duidelijk zijn. (2) [露見する] aan den dag komen; blijken; aan het licht komen; ontdekt worden. (3) [理解がある] voor rede vatbaar zijn; intelligent zijn; royaal zijn (吝嗇でない). ¶ 意味が分る de beteekenis begrijpen. ¶ 解かって來る duidelijk worden; blijken. ¶ 解かりましたか begrijp je?; (俗) snap je? ¶ の言ふ事は解らない ik versta je niet; ik begrijp niet, wat je zegt. ¶ 確かな處は解かりません ik kan het niet met zekerheid zeggen. ¶ それで解った o, nu begrijp ik het. ¶ 言はんでも解かってゐる het spreekt vanzelf. ¶ 道が解かって居るか weet je den weg? ¶ あの人は譯が解ってる hij heeft gezond verstand.
miru見る
(視る、觀る、觀る) t.w. (1) [見る] zien; aankijken. (2) [視る] kijken; aanschouwen. (3) [視察する] inspecteeren. (4) [遭遇する] ondervinden. (5) [試みる] probereeren; beproeven. (6) [觀察する] opnemen; waarnemen. (7) [判斷] beoordelen. (8) [凝視] staren. (9) [診察] onderzoeken. ¶ 見易い zichtbaar; duidelijk. ¶ 見るに足る bezienswaardig. ¶ 上に見よ zie boven. ¶ やって見る trachten om; probeeren. ¶ 上衣を着て見る jas aanpassen. ¶ 私の見る所では naar mijne meening; zooals ik het inzie. ¶ 大體より見て over ’t geheel beschouwd. ¶ どう見ても hoe men het ook beschouwt. ¶ 見ずに買ふ een kat in den zak koopen. ¶ 脈を見る pols voelen. ¶ 醫者に見て貰ふ dokter consulteeren. ¶ 辭書で見る in een woordenboek opzoeken. ¶ あてて見給へ raad eens. ¶ 痛い目を見る bittere ervaring hebben.
tōtetsu透徹
zn. doorzichtigheid v.; helderheid v. ¶ 透徹せる helder; doorzichtig; transparant; duidelijk; klaar.
mazamazaまざまざ
bw. duidelijk voor de oogen.
azayaka na鮮な

(鮮やかな) bn. helder; duidelijk; klaar; schitterend; versch; frisch. ¶ 鮮な記憶 versche herinnering. ¶ 鮮な手蹟 schitterend schrift. ¶ 鮮な frissche (kleurige) bloemen. ¶ 鮮な勝利 schitterende overwinnering.

SUPPLEMENT (trefwoord)
uitspraak

(znw, de)
(1) (uitspraak van een woord) hatsuon 発音. ¶ Als ik een fout maak in de uitspraak, verbeter mij dan alsjeblieft. Dou ka hatsuon de ayamari ga attara naoshite kudasai. どうか発音で誤りがあったら直してください
(2) (accent) namari なまり [訛り] ¶ Hij is een buitenlander, zoals duidelijk is aan zijn uitspraak. Namari kara akiraki de aru you ni, kare wa gaikokujin da. なまりから明らかであるように、外国人だ。
(3) (een bewering) shuchou 主張. ¶ Het is belangrijk om erop te wijzen dat de uitspraak die hij deed ongefundeerd is. Kare no shuchou ni wa konkyo ga nai koto ni chuui suru koto ga juuyou de aru. 主張には根拠ないこと注意することが重要である。
(4) (in sport) hantei 判定. ¶ De aanvoerder protesteerde bij de scheidsrechter tegen de uitspraak. Kyapten wa sono hantei ni taishite refurii ni kougi shita. キャプテンはその判定に対してレフリーに抗議した。
(5) (juridisch) senkoku 宣告; shinpan 審判; hanketsu 判決. ¶ De uitspraak was in het voordeel van de gedaagde. Hanketsu wa hikoku ni yuuri datta. 判決は被告に有利だった。(TTP)

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <duidelijk>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
あからさまakarasama (1) plots; plotseling; onverwacht; onverwachts; opeens; ineens; (2) voorlopig; tijdelijk; even; vluchtig; kortstondig; (3) openlijk; openbaar; onverholen; onomwonden; duidelijk; eerlijk; onverbloemd; direct; expliciet; ongegeneerd
あからさまなakarasamana (1) plots; plotseling; onverwacht; abrupt; (2) voorlopig; tijdelijk; vluchtig; kortstondig; (3) openlijk; openbaar; onverholen; onomwonden; duidelijk; eerlijk; onverbloemd; direct; expliciet; ongegeneerd
あからさまにakarasamani (1) plots; plotseling; onverwacht; onverwachts; opeens; ineens; (2) voorlopig; tijdelijk; even; vluchtig; kortstondig; (3) openlijk; openbaar; onverholen; onomwonden; duidelijk; eerlijk; onverbloemd; direct; expliciet; ongegeneerd
きっかりkikkari (1) duidelijk; goed waarneembaar; (2) precies; exact; stipt; klokslag; op de minuut af
くっきりkukkiri duidelijk; goed waarneembaar
すっきりsukkiri (1) opgelucht; verfrist; fris; opgekikkerd; opgeknapt; verkwikt; onbezwaard; ontlast; (2) [m.b.t. schrijfstijl enz.] helder; ongekunsteld; duidelijk; doorzichtig; klaar; [m.b.t. kledij] keurig; netjes; fris; (3) uitgesproken; ondubbelzinnig; duidelijk; klaar
すっきりするsukkirisuru (1) zich opgelucht; verfrist; fris voelen; zich opgekikkerd; opgeknapt voelen; verkwikt zijn; zich onbezwaard; ontlast voelen; zich van een last bevrijd voelen; zich beter voelen; (2) [m.b.t. schrijfstijl enz.] helder; ongekunsteld; duidelijk; doorzichtig; klaar; [m.b.t. kledij] keurig; netjes; fris
すっきりとsukkirito (1) opgelucht; verfrist; fris; opgekikkerd; opgeknapt; verkwikt; onbezwaard; ontlast; (2) [m.b.t. schrijfstijl enz.] helder; ongekunsteld; duidelijk; doorzichtig; klaar; [m.b.t. kledij] keurig; netjes; fris; (3) uitgesproken; ondubbelzinnig; duidelijk; klaar
ずばりzubari (1) besluitvaardig; resoluut; doortastend; flink; vastberaden; zelfverzekerd; kordaat; beslist; gedecideerd; [veroud.] geresolveerd; stellig; eens en voorgoed; voor eens en altijd; voorgoed; definitief; (2) duidelijk; eerlijk; openhartig; oprecht; rechtuit; frank; recht voor z'n raap; zonder er doekjes om te winden; direct; op de man af; à bout portant; (3) bij het rechte eind; juist [geraden]
ずばりとzubarito (1) besluitvaardig; resoluut; doortastend; flink; vastberaden; zelfverzekerd; kordaat; beslist; gedecideerd; [veroud.] geresolveerd; stellig; eens en voorgoed; voor eens en altijd; voorgoed; definitief; (2) duidelijk; eerlijk; openhartig; oprecht; rechtuit; frank; recht voor z'n raap; zonder er doekjes om te winden; direct; op de man af; à bout portant; (3) bij het rechte eind; juist [geraden]
はきはきhakihaki (1) helder; duidelijk; doorzichtig; klaar; limpide; (2) helder; kort en bondig; gevat; fijnzinnig; pittig; (3) levendig; monter; fris; kwiek; vlot
はっきりhakkiri (1) duidelijk; klaar; goed (waarneembaar); helder; scherp (begrensd); geprononceerd; uitgesproken; niet mis te verstaan; ondubbelzinnig; vastomlijnd; scherpomlijnd; welomschreven; welomlijnd; levendig [bv. zich ~ herinneren]; exact; zeker; (2) opgewekt [van gemoed; geestesgesteldheid]; helder [van weersgesteldheid]; bestendig; (3) ronduit; oprecht; eerlijk; openhartig; open; rechtuit; rechtdoorzee; onomwonden; onverbloemd; ruiterlijk
はっきりしたhakkirishita (1) klaar; duidelijk; helder; goed waarneembaar; scherp; expliciet; afgetekend; welomlijnd; welomschreven; (2) zeker; exact; uitgesproken; ondubbelzinnig
はっきりするhakkirisuru (1) duidelijk; klaar; goed (waarneembaar); helder; scherp (begrensd); geprononceerd; uitgesproken; niet mis te verstaan; ondubbelzinnig; vastomlijnd; scherpomlijnd; welomschreven; welomlijnd; levendig [bv. zich ~ herinneren]; exact; zeker; (2) opklaren; helderder worden; verbeteren [ook m.b.t. ziekte]
クリアkuria (1) helder; klaar; duidelijk; (2) [gesch.] curia; (3) Clear
分かり易いwakariyasui begrijpelijk; verstaanbaar; bevattelijk; duidelijk; dat laat zich begrijpen
分暁bungyou (1) dageraad; het aanbreken van de dag; (2) helder begrip; klaar inzicht; (3) klaar; helder; duidelijk; niet mis te verstaan
判明hanmei (1) duidelijk; klaar; evident; apert; (2) [cartesische fil.] onderscheiden; distinct
如何にもikanimo (1) in elk opzicht; enorm; extreem; uiterst; verschrikkelijk; zeer; erg; hoogst; absoluut; totaal; (2) werkelijk; waarlijk; voorwaar; voorzeker; echt; helemaal; door en door; precies; inderdaad; exact; zegt u dat wel; zoals u zegt; dat ben ik helemaal met u eens; volkomen gelijk; nou en of; reken maar; klopt; heel juist; (3) hoe dan ook; op welke wijze ook; hoe het ook zij; vast en zeker; welzeker; ongetwijfeld; beslist; stellig; (4) net alsof; als het ware; onmiskenbaar; duidelijk; niet mis te verstaan; (5) liefst; bij voorkeur
定かsadaka (1) duidelijk; precies; (2) zeker; bepaald
平たいhiratai (1) plat; vlak; (2) eenvoudig; gewoon; verstaanbaar; duidelijk
平明heimei (1) dageraad; ochtendstond; (2) duidelijk; klaar; verstaanbaar; helder
明らかakiraka (1) klaar; helder; (2) duidelijk; klaarblijkelijk; kennelijk; evident; onmiskenbaar; manifest; apparent; (3) wijs; zindelijk; (4) opgewekt; opgeruimd
明らかなakirakana duidelijk; klaar; kennelijk; onmiskenbaar; uitgesproken; aanwijsbaar; apert; evident; onomstotelijk
明らかにakirakani (1) duidelijk; goed waarneembaar; zichtbaar; kennelijk; manifest; expliciet; uitgesproken; (2) ongetwijfeld; zeer zeker; onmiskenbaar; ontegenzeglijk; ontwijfelbaar; klaarblijkelijk; evident; zonder twijfel; zonder meer; stellig
明晰meiseki (1) klaarheid; duidelijkheid; ondubbelzinnigheid; (2) klaar; duidelijk; ondubbelzinnig
明白meihaku duidelijk; klaar; zonneklaar; niet mis te verstaan; aanwijsbaar; ondubbelzinnig; onmiskenbaar; kennelijk; apert; evident; klaarblijkelijk
明瞭meiryou (1) klaarheid; duidelijkheid; helderheid; luciditeit; begrijpelijkheid; verstaanbaarheid; (2) klaar; duidelijk; helder; lucide; doorzichtig; limpide; evident; begrijpelijk; verstaanbaar
明確meikaku (1) duidelijkheid; klaarheid; ondubbelzinnigheid; helderheid; (2) duidelijk; klaar; ondubbelzinnig; helder
明確なmeikakuna duidelijk; klaar; ondubbelzinnig; helder
saya (1) [~に] klaar; duidelijk; (2) [~に] netjes; zuiver; (3) [~に] ruisend; ritselend
mei (1) licht; helderheid; klaarte; (2) inzicht; scherpzinnigheid; (3) zicht; (a) helder; licht; klaar; (b) gaaf; schitterend; (c) dagen; dag worden; (d) duidelijk; klaar; (e) inzicht; scherpzinnigheid; (f) deze wereld; hiernumaals; (g) godheid
易しいyasashii (1) gemakkelijk; eenvoudig; makkelijk; [m.b.t. sommetje] simpel; [m.b.t. taal] duidelijk; (2) onverzorgd; onzorgvuldig; nonchalant; slordig; onachtzaam; lichtvaardig; achteloos; onattent; onoplettend; onopmerkzaam; (3) begrijpelijk; te begrijpen; verstaanbaar; bevattelijk; helder; klaar
shyou duidelijk; helder verlichten
有り有りariari (1) [~と] duidelijk; goed waarneembaar; (2) [~と] levendig; scherp; helder
格段kakudan [~の] opmerkelijk; opvallend; uitgesproken; merkwaardig; bijzonder; duidelijk; frappant; treffend; buitengewoon
歴然rekizen duidelijk; klaar; evident; uitgesproken; kennelijk; klaarblijkelijk; merkbaar; zichtbaar; waarneembaar; manifest; ondubbelzinnig; onmiskenbaar; ontwijfelbaar; onloochenbaar; niet mis te verstaan
爽やかsawayaka (1) fris; verfrissend; verkwikkend; hartsterkend; hartversterkend; opwekkend; tintelend; pittig; (2) duidelijk; klaar; helderklinkend; sonoor; [m.b.t. iems. woorden] vlot; vloeiend; levendig; (3) aangenaam; hartverwarmend; joviaal; gul
爽やかなsawayakana (1) fris; verfrissend; verkwikkend; hartsterkend; hartversterkend; opwekkend; tintelend; pittig; (2) duidelijk; klaar; helderklinkend; sonoor; [~言葉] vlot; vloeiend; levendig; (3) aangenaam; hartverwarmend; joviaal; gul
目立ったmedatta opvallend; treffend; duidelijk; uitgesproken; geprononceerd; frappant; markant; saillant; in het oog springend; lopend; opmerkelijk; merkwaardig
簡明kanmei (1) eenvoud; duidelijkheid; klaarheid; helderheid; zakelijkheid; beknoptheid; concisie; bondigheid; puntigheid; (2) eenvoudig; duidelijk; klaar; helder; zakelijk; beknopt; concies; bondig; puntig; laconiek; kort en krachtig
簡明にkanmeini eenvoudig; duidelijk; klaar; helder; zakelijk; beknopt; concies; bondig; puntig; laconiek; kort en krachtig
紛れもないmagiremonai onmiskenbaar; duidelijk; overduidelijk; flagrant; zonneklaar; evident; apert; onomstotelijk; vaststaand
躍如yakujo levendig; levensecht; duidelijk; levensgetrouw; treffend; aanschouwelijk; getrouw naar het leven
躍如たるyakujotaru levendig; levensecht; duidelijk; levensgetrouw; treffend; aanschouwelijk; naar het leven getrouw
躍如としてyakujotoshite levendig; levensecht; duidelijk; levensgetrouw; treffend; aanschouwelijk; getrouw naar het leven
arawa (1) bloot; naakt; duidelijk zichtbaar; (2) openbaar; publiek; publiekelijk; (3) open; openlijk; onverholen; onverbloemd; onverheeld; onbewimpeld; onbedekt; onomwonden; vrijuit; openhartig; eerlijk; ronduit; (4) duidelijk; onmiskenbaar; apert; klaar; merkbaar; manifest; evident; uitgesproken; uitdrukkelijk; expliciet
顕著kencho opvallend; opmerkelijk; frappant; markant; saillant; treffend; duidelijk; onmiskenbaar; apert; uitgesproken; in het oog lopend; springend
顕著なkenchona opvallend; opmerkelijk; frappant; markant; saillant; treffend; duidelijk; onmiskenbaar; apert; uitgesproken; in het oog lopend; springend
顕著にkenchoni opvallend; opmerkelijk; frappant; markant; saillant; treffend; duidelijk; onmiskenbaar; apert; uitgesproken
鮮やかazayaka (1) klaar; scherp; helder; hel; duidelijk; intens; geprononceerd; fel; levendig; sprekend; sterk uitkomend; schel; knal-; hard-; (2) bedreven; handig; kundig; deskundig; vakkundig; capabel; bekwaam; vaardig; behendig; slim; kunstig; prima; (3) prachtig; fraai; mooi; knap; schitterend; stralend; briljant; (4) vers; fris; fleurig
鮮明senmei helder; klaar; duidelijk; scherp; hel; fel; levendig
鮮明なsenmeina helder; klaar; duidelijk; scherp; hel; fel; levendig
鮮明にsenmeini helder; klaar; duidelijk; scherp; hel; fel; levendig
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.58 sec. jiten.nl: 11 treffers, warandict: 54 treffers (zoekopdracht: 'duidelijk', strategie: exact). 
2005-2021