日蘭辭典+

16 resultaten voor ‘dulden’
日蘭辭典 (trefwoord)
kannin堪忍
zn. geduld o. ¶ 堪忍強い geduldig. ¶ 堪忍する geduld hebben; dulden; verdragen
ninjū忍從
(忍従) zn. passiviteit v.; lijdelijkheid v. ¶ 忍從する zich laten welgevallen; dulden; toelaten.
hazukashime辱め
zn. (1) [恥辱] schande v. (2) [侮辱] beleediging v. ¶ 自ら辱めを招く schande over zichzelf brengen. ¶ 辱めを忍ぶ beleediging dulden.
WACHTKAMER (deze lemma’s zijn nieuw of bevatten wijzigingen)
shinogu凌ぐ

t.w. (1) [耐へる] dulden; doorstaan; uithouden; verduren. i.w. (2) [防ぐ] zich behoeden voor; zicht beschutten tegen. (3) [凌駕する] de baas zijn; t.w. overtreffen. i.w. (4) [聳える] zich verheffen boven. ¶ 退屈を凌ぐ den tijd dooden. ¶ 困難を凌ぐ moeilijkheden te boven komen. ¶ を凌ぐ zich van zijn superieuren niets aantrekken. ¶ 凌ぎ難い onduldbaar; ondragelijk; niet door te komen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <dulden>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
入れる ireru (1) plaatsen in; indoen; inzetten in; inbrengen in; (2) inschenken; ingieten; bijgieten; (3) toevoegen; bijvoegen; invoegen; (4) binnenlaten; laten binnenkomen; (5) [iemand, bv. patiënt; student; gast etc.] toelaten; onder zijn hoede nemen; (6) kunnen bevatten; plaats hebben voor; groot genoeg zijn voor; ruim genoeg zijn voor [een bepaald aantal personen]; (7) aanwerven; aanbrengen; in dienst nemen; ronselen; rekruteren; (8) luisteren naar [een advies; verzoek; visie van iemand anders etc.]; gehoor geven aan; (9) tolereren; dulden; aanvaarden; begrip hebben voor; begrijpen; pikken; (10) 10. samengaan; kunnen samengaan; verenigbaar zijn; compatibel zijn; consistent zijn; (11) 11. meerekenen; meetellen; incalculeren; inbegrepen zijn; (12) 12. [茶; コーヒーを] maken; zetten; (13) 13. [スイッチを] aanswitchen; aansteken; aandraaien; aanzetten; aandoen; aanknippen; in werking stellen; zetten; inschakelen
忍ぶ shinobu (1) verdragen; dulden; uitstaan; nemen; pikken; slikken; tolereren; (2) zich verbergen; zich verstoppen; zich verschuilen; zich gedekt houden; [人目を] ontkomen aan; zich onttrekken aan; ontduiken; (3) zich heimelijk; geniepig gedragen
堪える koraeru (1) dulden; verdragen; tolereren; verduren; (2) bedwingen; onderdrukken; inhouden; tegenhouden; (3) vergeven; vergiffenis schenken; verschonen; verontschuldigen; lankmoedig zijn; toegevend zijn
堪え忍ぶ taeshinobu (1) verdragen; lijden; lijdzaam ondergaan; geduldig dragen; verduren; dulden; uithouden; volhouden; velen; [痛さを] verbijten; (2) innig missen
許容する kyoyousuru (1) toelaten; toestaan; permitteren; veroorloven; (2) tolereren; dulden; gedogen
念じる nenjiru (1) [成功を] bidden voor; om; wensen; hopen op; verhopen; (2) [rel.] [仏を] bidden tot; aanroepen; (3) [悲しみを] verdragen; uithouden; verduren; dulden; doorstaan
大目に見る oomenimiru door de vingers zien; de ogen sluiten (voor); een oogje dichtknijpen; dichtdoen; dichtdrukken; toedrukken; toeknijpen; oogluikend toelaten; dulden; stilzwijgend laten passeren; voorbijzien; heen laten lopen; voorbijgaan aan; gedogen; toegeeflijk zijn; even de andere kant op kijken; over zijn kant laten gaan; met de mantel der liefde bedekken; pardonneren; vergeven; negeren
堪忍する kanninsuru (1) geduld hebben met; geduld aan de dag leggen; lijdzaamheid gebruiken; verdragen; tolereren; dulden; (2) vergeven; niet kwalijk nemen; verontschuldigen; excuseren
甘受する kanjusuru zich laten welgevallen; zich laten aanleunen; incasseren; pikken; nemen; slikken; gewillig; lijdelijk accepteren; gelaten aanvaarden; goedschiks ondergaan; het er bij laten zitten; over z'n kant laten gaan; verdragen; tolereren; gedogen; dulden; berusten in; zich neerleggen bij; zich resigneren bij; zich schikken in; voor lief nemen; [veroud.] gehengen
許す; 赦す; 聴す yurusu (1) door de vingers zien; dulden; vergeven; niet kwalijk nemen; pardonneren; verontschuldigen; (2) toelaten; vergunnen; erkennen; aanvaarden; toestaan; toestemming geven voor; verlenen; veroorloven; toestemmen in; inwilligen; verhoren; (3) [zijn aandacht] verslappen; zwichten voor; zich geven aan; [de tegenstander een winstpunt] gunnen; [iemand zijn vertrouwen] schenken; (4) erkennen [als uitmuntend]; accrediteren als
忍耐する nintaisuru geduldig zijn; geduld hebben (met); dulden; lijdzaam zijn; volharden; doorzetten; doorbijten; volhouden; persevereren
nin (1) a. volhouden; dulden; verdragen; (2) b. wreed; (3) c. verschalken; ; (1) geduld; zelfbedwang; (2) [boeddh.] kṣānti [= geduld]; (3) [boeddh.] kṣānti-avasthā [= stadium van geduld]
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.37 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 12 treffers (zoekopdracht: 'dulden', strategie: exact). 
2005-2020