日蘭辭典+

27 resultaten voor ‘dwaas’
日蘭辭典 (trefwoord)
baka馬鹿
zn. (1) [人] zot m.; dwaas m.; domkop m. (2) [罵言] ezel m.; uil m.; idioot m; (3) [馬鹿な事] dwaasheid v.; domheid v.; onzin m.; nonsens v. ¶ 馬鹿kletspraat. ¶ 馬鹿な眞似 zotternij. ¶ 馬鹿げた dwaas; onzinnig; onbenullig. ¶ 馬鹿な、馬鹿dwaas. ¶ 馬鹿に belachelijk; buitengewoon; zeer. ¶ 馬鹿大きい ontzaggelijk groot. ¶ 馬鹿正直 overdreven eerlijkheid. ¶ 馬鹿を言ふ nonsens praten. ¶ 馬鹿にする voor den gek houden; erin laten loopen.
amai甘い
bn. (1) [甘味] zoet. (2) [淡味] flauw; laf; smakeloos. (3) [愚鈍] dwaas; mal. (4) [叱り方が] slap; niet streng genoeg. (5) [やさしい] zacht. ¶ 子供に甘い toegevend voor kinderen. ¶ 甘い物 zoetigheid.
medetai目出度い
(芽出度い、愛でたい) bn. (1) [喜ぶべき] gelukkig; fortuinlijk; gezegend. (2) [馬鹿] dwaasお目出度い奴 dwaas; zot. ¶ 目出度いgelukkige gebeurtenis; heugelijk feit. ¶ 目出度く終る goed aflopen. ¶ 新年の御慶目出度申納候 ik wensch u veel heil en zegen in het nieuwe jaar. ¶ お目出度う御座います ik feliciteer u wel; ik wens u veel geluk.
okashii可笑しい
(おかしい) bn. (1) [笑ふべき] grappig; vermakelijk; belachelijk. (2) [妙な] vreemd; absurd; zonderling. (3) [疑はしい] verdacht; niet in den haak.
gujin愚人
zn. domkop m.; stommeling m.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <dwaas>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
木偶 deku (1) houten pop; (2) marionet; speelpop; (3) nietsnut; dwaas; idioot; sufferd; uilskuiken
温い nukui (1) [meteo.] warm; mild; zacht; (2) suf; dwaas; dom; (3) rijk; bemiddeld; gegoed
詰まらない tsumaranai (1) saai; vervelend; oninteressant; stom; eentonig; monotoon; taai; geesteloos; zouteloos; slaapverwekkend; glansloos; kleurloos; vaal; (2) onbelangrijk; onbetekenend; onbeduidend; min; nietig; banaal; te verwaarlozen; nietszeggend; flauw; triviaal; nietswaardig; waardeloos; (3) teleurstellend; onbevredigend; tegenvallend; ontgoochelend; dat zet geen zoden aan de dijk; het heeft geen zin; (4) dwaas; onnozel; onzinnig; [inform.] lullig; stom; mal
愚鈍な gudonna dom; stompzinnig; stom; dwaas; gek; onnozel; zwakzinnig; stupide; imbeciel; dommig
下らない kudaranai (1) betekenisloos; zonder wezenlijke betekenis; triviaal; onbeduidend; banaal; (2) waardeloos; van geen waarde; (3) nutteloos; vruchteloos; vergeefs; (4) absurd; ongerijmd; stom; onzinnig; dwaas; ijdel; leeg
十九日 juukunichi (1) negentiende dag van de maand; (2) negentien dagen; (3) [volkst.] dwaas; stommeling; domkop; (4) dag na Kannons 観音 maandelijkse feestdag
茗荷 myouga (1) [plantk.] Japanse gember; Zingiber mioga; (2) dwaas; idioot; malloot; onbenul; stomkop; stommeling; domoor; onnozelaar; gek; zot; (3) [Jap.herald.] gestileerde Japanse gember
心無し kokoronashi (1) onbezonnen; onverstandig; onoordeelkundig; gedachteloos; onnadenkend; onbedachtzaam; onachtzaam; achteloos; onbedacht; nonchalant; onzinnig; lichtzinnig; onvoorzichtig; roekeloos; onnozel; dwaas; mal; dom; [gew.] aalwaardig; aalwarig; (2) onattent; onhartelijk; koud; kil; onaardig; grof; onverschillig; onvriendelijk; (3) onelegant; onbevallig; smakeloos; stijlloos; onartistiek; onaantrekkelijk; prozaïsch; lomp; boers; (4) harteloos; wreed; hard; hardvochtig; meedogenloos; genadeloos; ongenadig; onmeedogend; onaandoenlijk; ongevoelig; onbarmhartig; (5) onzelfzuchtig; onbaatzuchtig; oprecht; ; (1) dwaas; idioot; mallerd; onnozelaar; (2) cultuurbarbaar; kunstbarbaar; lomperd; kinkel; boer
chi (1) a. dom; dwaas; (2) b. wellust; (3) c. fanatisme; ; (1) dwaasheid; domheid; stomheid; (2) dwaas; domoor; domkop; stommeling; stommerd; (3) [boeddh.] moha; mūḍha [= domheid, begoocheling]
知恵のない chienonai dom; stom; onverstandig; dwaas; zot; onzinnig; onnozel; mal
白痴の hakuchino (1) idioot; in de hoogste graad zwakzinnig; (2) idioot; dwaas; onzinnig; leeghoofdig; dom; onnozel
馬鹿馬鹿しい bakabakashii dwaas; onzinnig; belachelijk; zot; absurd; ongerijmd; ridicuul; bespottelijk; mal; dom; onnozel; stom; onverstandig
馬鹿気た bakageta dwaas; dom; stom; belachelijk; absurd; zot; gek; mal; onnozel; onzinnig; ongerijmd; onverstandig; idioot; ridicuul; bespottelijk; potsierlijk; ongelofelijk; ongelooflijk
馬鹿らしい bakarashii dwaas; absurd; onzinnig; zinneloos; ongerijmd; belachelijk; ridicuul; zot; gek; mal; [inform.] lijp; [inform.] maf; onnozel; onbenullig
馬鹿な bakana (1) dwaas; mal; onnozel; dom; gek; stom; zot; dol; belachelijk; mallotig; ridicuul; stupide; idioot; onwijs; onzinnig; absurd; zinneloos; [inform.] kolderiek; imbeciel; maf; lijp; halfgaar; halfwijs; getikt; [inform., fig.] bezopen; [fig.] halfzacht; (2) niet meer naar behoren functionerend; verdoofd [b.v. door kou]; gevoelloos; [i.h.b.] verschaald; [van schroeven enz.] dol
馬鹿 baka (1) dwaas; mal; onnozel; dom; gek; stom; zot; dol; belachelijk; mallotig; ridicuul; stupide; idioot; onwijs; onzinnig; absurd; zinneloos; [inform.] kolderiek; imbeciel; maf; lijp; halfgaar; halfwijs; getikt; [inform., fig.] bezopen; [fig.] halfzacht; (2) niet meer naar behoren functionerend; verdoofd [b.v. door kou]; gevoelloos; [i.h.b.] verschaald; [van schroeven enz.] dol; (3) buitengewoon [goedkoop enz.]; buitensporig; uitermate; overmatig; overdreven; al te ~; dol; ; (1) dwaas; gek; zot; nar; idioot; imbeciel; mafkees; mafketel; mafkikker; malloot; piechem; halvegare; stommeling; sukkel; uilskuiken; oen; sul; lijp; druif; ezel; rund; os; domoor; domkop; dommerik; stommerd; lijperd; stommerik; stomkop; eendenkuiken; onnozelaar; onbenul; [inform.] lijpo; (2) dwaasheid; domheid; zotheid; onverstand; onwijsheid; stommiteit; stomheid; stommigheid; onzinnigheid; gekheid; gekkemanswerk; gekkigheid; idioterie; idiotie; idiotisme; malheid; malligheid; onnozelheid; stupiditeit; zottigheid; aperij; onbenulligheid; onzin; nonsens; flauwekul; ridiculiteit; belachelijkheid; larie; lariekoek; kolder; absurditeit; (3) fan; fanaat; fanaticus; enthousiast; freak; liefhebber; -gek; -maan
不肖 fushou (1) dwaas; stom; dom; mal; onnozel; (2) onwaardig; nietswaardig; (3) ongelukkig; onfortuinlijk; onzalig; (4) geduldig; lijdzaam; volhardend; (5) lastig; vervelend; moeilijk; (6) onwillig; aarzelend; weigerachtig; ; ik; ondergetekende
お目出度い omedetai (1) heuglijk; blij; heerlijk; gelukkig; fortuinlijk; door geluk begunstigd; gunstig; genadig; gelukwensen waard; (2) veelbelovend; (3) goedaardig; onschuldig; sullig; idioot; onnozel; naïef; belachelijk; dwaas; niet goed wijs
愚かな orokana dwaas; stom; dom; mal; onnozel; stupide; onwijs; idioot; malloterig; onbenullig; zot; onzinnig; belachelijk; verstandeloos
魯鈍な rodonna stom; dwaas; dom; idioot; imbeciel; debiel; zwakzinnig
阿房 ahou dwaas; gek; zot; zotskap; idioot; stommeling; halve gare; ezel; sul; sufferd; domoor; hannes; onbenul
阿呆な ahouna dwaas; dom; stom; belachelijk; absurd; onzinnig; zot
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.42 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 22 treffers (zoekopdracht: 'dwaas', strategie: exact). 
2005-2020