日蘭辭典+

50 resultaten voor ‘dwaas’
日蘭辭典 (trefwoord)
baka馬鹿
zn. (1) [人] zot m.; dwaas m.; domkop m. (2) [罵言] ezel m.; uil m.; idioot m; (3) [馬鹿な事] dwaasheid v.; domheid v.; onzin m.; nonsens v. ¶ 馬鹿kletspraat. ¶ 馬鹿な眞似 zotternij. ¶ 馬鹿げた dwaas; onzinnig; onbenullig. ¶ 馬鹿な、馬鹿dwaas. ¶ 馬鹿に belachelijk; buitengewoon; zeer. ¶ 馬鹿大きい ontzaggelijk groot. ¶ 馬鹿正直 overdreven eerlijkheid. ¶ 馬鹿を言ふ nonsens praten. ¶ 馬鹿にする voor den gek houden; erin laten loopen.
amai甘い
bn. (1) [甘味] zoet. (2) [淡味] flauw; laf; smakeloos. (3) [愚鈍] dwaas; mal. (4) [叱り方が] slap; niet streng genoeg. (5) [やさしい] zacht. ¶ 子供に甘い toegevend voor kinderen. ¶ 甘い物 zoetigheid.
medetai目出度い
(芽出度い、愛でたい) bn. (1) [喜ぶべき] gelukkig; fortuinlijk; gezegend. (2) [馬鹿] dwaasお目出度い奴 dwaas; zot. ¶ 目出度いgelukkige gebeurtenis; heugelijk feit. ¶ 目出度く終る goed aflopen. ¶ 新年の御慶目出度申納候 ik wensch u veel heil en zegen in het nieuwe jaar. ¶ お目出度う御座います ik feliciteer u wel; ik wens u veel geluk.
okashii可笑しい
(おかしい) bn. (1) [笑ふべき] grappig; vermakelijk; belachelijk. (2) [妙な] vreemd; absurd; zonderling. (3) [疑はしい] verdacht; niet in den haak.
gujin愚人
zn. domkop m.; stommeling m.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <dwaas>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
あほんだらahondara [Kansai-gew.] dwaas; stommeling; sukkel; sufferd; onnozele hals; oen; sul; idioot; imbeciel
お目出度いomedetai (1) heuglijk; blij; heerlijk; gelukkig; fortuinlijk; door geluk begunstigd; gunstig; genadig; gelukwensen waard; (2) veelbelovend; (3) goedaardig; onschuldig; sullig; idioot; onnozel; naïef; belachelijk; dwaas; niet goed wijs
すっぽりsuppori (1) helemaal bedekt; volledig gedekt; compleet gehuld; (2) gemakkelijk loslatend; makkelijk loskomend; (3) perfect passend; (4) dwaas; stommeling; idioot
ぬけぬけnukenuke (1) schaamteloos; brutaalweg; zonder scrupules; zonder zich te schamen; ongegeneerd; sans gêne; (2) stom; dwaas; (3) een voor een met stille trom de gelederen verlatend
ばかばかbakabaka dwaas; dom; onnozel; stom; idioot
アーパーaapaa [barg.] dwaas; uilskuiken; ezel
ボケboke (1) verwarring; versuffing; versuftheid; sufheid; (2) warhoofd; sufferd; sukkel; kluns; dwaas; leeghoofd; stommeling; idioot; onnozelaar; domoor; dommerik; domkop; uilskuiken; onnozele hals; ezel; (3) domste van een komisch duo; (4) ouderdomsverwarring; ouderdomszwakte; seniele aftakeling; seniliteit; kindsheid; dementie; (5) seniele; demente grijsaard; dementerende; (6) [hand.] onverwachte koersnotering; [i.h.b.] lagere koersnotering; verslapping; inzinking; (7) [barg.] leugen; (8) [barg.] valsheid; misleiding; bedrog; bedriegerij; (9) [barg.] aubergine; (10) [plantk.] Japanse kwee; Chaenomeles speciosa; (11) Boké
下らないkudaranai (1) betekenisloos; zonder wezenlijke betekenis; triviaal; onbeduidend; banaal; (2) waardeloos; van geen waarde; (3) nutteloos; vruchteloos; vergeefs; (4) absurd; ongerijmd; stom; onzinnig; dwaas; ijdel; leeg
不肖fushyou (1) dwaas; stom; dom; mal; onnozel; (2) onwaardig; nietswaardig; (3) ongelukkig; onfortuinlijk; onzalig; (4) geduldig; lijdzaam; volhardend; (5) lastig; vervelend; moeilijk; (6) onwillig; aarzelend; weigerachtig; (7) ik; ondergetekende
十九日juukunichi (1) negentiende dag van de maand; (2) negentien dagen; (3) [volkst.] dwaas; stommeling; domkop; (4) dag na Kannons 観音 maandelijkse feestdag
半可臭いhankakusai belachelijk; ridicuul; bespottelijk; potsierlijk; lachwekkend; absurd; dwaas
心無しkokoronashi (1) dwaas; idioot; mallerd; onnozelaar; (2) cultuurbarbaar; kunstbarbaar; lomperd; kinkel; boer; (3) onbezonnen; onverstandig; onoordeelkundig; gedachteloos; onnadenkend; onbedachtzaam; onachtzaam; achteloos; onbedacht; nonchalant; onzinnig; lichtzinnig; onvoorzichtig; roekeloos; onnozel; dwaas; mal; dom; [gew.] aalwaardig; aalwarig; (4) onattent; onhartelijk; koud; kil; onaardig; grof; onverschillig; onvriendelijk; (5) onelegant; onbevallig; smakeloos; stijlloos; onartistiek; onaantrekkelijk; prozaïsch; lomp; boers; (6) harteloos; wreed; hard; hardvochtig; meedogenloos; genadeloos; ongenadig; onmeedogend; onaandoenlijk; ongevoelig; onbarmhartig; (7) onzelfzuchtig; onbaatzuchtig; oprecht
惚けboke (1) verwarring; versuffing; versuftheid; sufheid; (2) warhoofd; sufferd; sukkel; kluns; dwaas; leeghoofd; stommeling; idioot; onnozelaar; domoor; dommerik; domkop; uilskuiken; onnozele hals; ezel; (3) domste van een komisch duo; (4) ouderdomsverwarring; ouderdomszwakte; seniele aftakeling; seniliteit; kindsheid; dementie; (5) seniele; demente grijsaard; dementerende; (6) [hand.] onverwachte koersnotering; [i.h.b.] lagere koersnotering; verslapping; inzinking; (7) [barg.] leugen; (8) [barg.] valsheid; misleiding; bedrog; bedriegerij
gu (1) dwaasheid; stomheid; domheid; dommigheid; stommiteit; absurditeit; (2) [hum.] ik; (a) dwaas; stom; dom; absurd; (b) voor de gek houden; ridiculiseren; (c) inflexibel; overdreven eerlijk; (d) [hum.] mijn nederig …
愚かoroka dwaas; stom; dom; mal; onnozel; stupide; onwijs; idioot; malloterig; onbenullig; zot; onzinnig; belachelijk; verstandeloos
愚かしいorokashii dwaas; stom; dom; onnozel; stompzinnig
愚かなorokana dwaas; stom; dom; mal; onnozel; stupide; onwijs; idioot; malloterig; onbenullig; zot; onzinnig; belachelijk; verstandeloos
愚劣guretsu (1) dwaasheid; stommiteit; waanzin; (2) dwaas; stom; dom; onzinnig; waardeloos; onverstandig; onnozel; zot
愚鈍なgudonna dom; stompzinnig; stom; dwaas; gek; onnozel; zwakzinnig; stupide; imbeciel; dommig
an (1) donker; donkerte; duisternis; (a) donker; duister; (b) zwartachtig; (c) somber; (d) dwaas; dom; onverlicht; (e) geheim; verdoken; verborgen; (f) uit het hoofd leren
木偶deku (1) houten pop; (2) marionet; speelpop; (3) nietsnut; dwaas; idioot; sufferd; uilskuiken
温いnukui (1) [meteo.] warm; mild; zacht; (2) suf; dwaas; dom; (3) rijk; bemiddeld; gegoed
滅茶mecha (1) onredelijke dingen; nonsens; flauwekul; onzin; larie; dwaasheid; (2) onredelijk; redeloos; absurd; onzinnig; dwaas
滑稽kokkei grappig; leuk; komisch; komiek; gek; koddig; kluchtig; humoristisch; geestig; lachwekkend; hilarisch; mal; absurd; dwaas; ridicuul
chi (1) dwaasheid; domheid; stomheid; (2) dwaas; domoor; domkop; stommeling; stommerd; (3) [boeddh.] moha; mūḍha [= domheid; begoocheling]; (a) dom; dwaas; (b) wellust; (c) fanatisme
白痴の ; 白癡のhakuchino (1) idioot; in de hoogste graad zwakzinnig; (2) idioot; dwaas; onzinnig; leeghoofdig; dom; onnozel
知恵のないchienonai dom; stom; onverstandig; dwaas; zot; onzinnig; onnozel; mal
茗荷 ; 蘘荷 ; ミョウガmyouga (1) [plantk.] Japanse gember; Zingiber mioga; (2) dwaas; idioot; malloot; onbenul; stomkop; stommeling; domoor; onnozelaar; gek; zot; (3) [Jap.herald.] gestileerde Japanse gember
虚仮koke (1) dwaasheid; idiotie; (2) dwaas; idioot; zot; (3) bedrog; huichelarij; [boeddh.] onwaarheid; (4) pseudo-; (5) overdreven …; onredelijk …; buitensporig …; zot …
詰まらないtsumaranai (1) saai; vervelend; oninteressant; stom; eentonig; monotoon; taai; geesteloos; zouteloos; slaapverwekkend; glansloos; kleurloos; vaal; (2) onbelangrijk; onbetekenend; onbeduidend; min; nietig; banaal; te verwaarlozen; nietszeggend; flauw; triviaal; nietswaardig; waardeloos; (3) teleurstellend; onbevredigend; tegenvallend; ontgoochelend; dat zet geen zoden aan de dijk; het heeft geen zin; (4) dwaas; onnozel; onzinnig; [inform.] lullig; stom; mal
don (1) domheid; traagheid; langzaamheid; botheid; dufheid; sufheid; sloomheid; stompzinnigheid; (2) dwaasheid; stomheid; (3) dom; traag; langzaam; bot; duf; suf; sloom; stompzinnig; (4) dwaas; stom; (a) bot; stomp; (b) sloom; dof; (c) afstomping; (d) traag; (e) [meetk.] stomp
間抜けmanuke (1) dwaas; gek; zot; stommeling; idioot; stomkop; stommerd; domkop; domoor; dommerik; ezel; minkukel; rund; konijn; sul; (2) dwaasheid; domheid; dommigheid; stommiteit; onzinnigheid; zotheid; (3) dom; dwaas; zot; onzinnig; onverstandig; stom
阿呆なahouna dwaas; dom; stom; belachelijk; absurd; onzinnig; zot
阿呆らしいahorashii stom; dwaas; dom; onverstandig; ridicuul; absurd
阿呆陀羅ahodara (1) parodie op een boeddhistische soetra; (2) [Kansai-gew.] dwaas; stommeling; sukkel; sufferd; onnozele hals; oen; sul; idioot; imbeciel
阿呆aho dwaas; gek; zot; zotskap; idioot; stommeling; halve gare; ezel; sul; sufferd; domoor; hannes; onbenul
阿房 ; 阿呆ahou dwaas; gek; zot; zotskap; idioot; stommeling; halve gare; ezel; sul; sufferd; domoor; hannes; onbenul
頓馬tonma (1) dwaas; stommeling; stommerik; stomkop; idioot; domoor; domkop; ezel; uilskuiken; imbeciel; nitwit; oelewapper; onbenul; rund; konijn; sul; (2) dwaas; stom; dom; onbenullig; idioot; imbeciel
馬鹿 ; 莫迦 ; 破家baka (1) dwaas; gek; zot; nar; idioot; imbeciel; mafkees; mafketel; mafkikker; malloot; piechem; halvegare; stommeling; sukkel; uilskuiken; oen; sul; lijp; druif; ezel; rund; os; domoor; domkop; dommerik; stommerd; lijperd; stommerik; stomkop; eendenkuiken; onnozelaar; onbenul; minkukel [inform.] lijpo; (2) dwaasheid; domheid; zotheid; onverstand; onwijsheid; stommiteit; stomheid; stommigheid; onzinnigheid; gekheid; gekkemanswerk; gekkigheid; idioterie; idiotie; idiotisme; malheid; malligheid; onnozelheid; stupiditeit; zottigheid; aperij; onbenulligheid; onzin; nonsens; flauwekul; ridiculiteit; belachelijkheid; larie; lariekoek; kolder; absurditeit; (3) fan; fanaat; fanaticus; enthousiast; freak; liefhebber; -gek; -maan; (4) dwaas; mal; onnozel; dom; gek; stom; zot; dol; belachelijk; mallotig; ridicuul; stupide; idioot; onwijs; onzinnig; absurd; zinneloos; [inform.] kolderiek; imbeciel; maf; lijp; halfgaar; halfwijs; getikt; [inform.; fig.] bezopen; [fig.] halfzacht; (5) niet meer naar behoren functionerend; verdoofd [b.v. door kou]; gevoelloos; [i.h.b.] verschaald; [van schroeven enz.] dol; (6) buitengewoon [goedkoop enz.]; buitensporig; uitermate; overmatig; overdreven; al te ~; dol
馬鹿な ; 莫迦なbakana (1) dwaas; mal; onnozel; dom; gek; stom; zot; dol; belachelijk; mallotig; ridicuul; stupide; idioot; onwijs; onzinnig; absurd; zinneloos; [inform.] kolderiek; imbeciel; maf; lijp; halfgaar; halfwijs; getikt; [inform.; fig.] bezopen; [fig.] halfzacht; (2) niet meer naar behoren functionerend; verdoofd [b.v. door kou]; gevoelloos; [i.h.b.] verschaald; [van schroeven enz.] dol
馬鹿らしい ; 莫迦らしいbakarashii dwaas; absurd; onzinnig; zinneloos; ongerijmd; belachelijk; ridicuul; zot; gek; mal; [inform.] lijp; [inform.] maf; onnozel; onbenullig
馬鹿気たbakageta dwaas; dom; stom; belachelijk; absurd; zot; gek; mal; onnozel; onzinnig; ongerijmd; onverstandig; idioot; ridicuul; bespottelijk; potsierlijk; ongelofelijk; ongelooflijk
馬鹿野郎bakayarou idioot; dwaas; gek; zot; onnozelaar; malloot
馬鹿馬鹿しいbakabakashii dwaas; onzinnig; belachelijk; zot; absurd; ongerijmd; ridicuul; bespottelijk; mal; dom; onnozel; stom; onverstandig
魯鈍なrodonna stom; dwaas; dom; idioot; imbeciel; debiel; zwakzinnig
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.54 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 45 treffers (zoekopdracht: 'dwaas', strategie: exact). 
2005-2021