日蘭辭典+

58 resultaten voor ‘echt’
日蘭辭典 (trefwoord)
hontō本當

(本当) zn. waarheid v.; werkelijkheid v.; feit o. ¶ 本當の waar; werkelijk; echt. ¶ 本當に waarlijk; inderdaad; in ernst. ¶ 本當にする voor ernst opnemen; gelooven. ¶ 本當を言へば ronduit gezegd; eerlijk gezegd. ¶ 何時が本當です wat is de juiste tijd nu? ¶ 本當ですか is het heusch waar? ¶ 本當か知らぬ zou het waar zijn?

junsui純粹
(純粋) zn. zuiverheid v.; reinheid v. ¶ 純粹zuiver; rein; onvermengd; fijn; echt; puur.
tekkiriてっきり
bw. stellig; zeker.
SUPPLEMENT (trefwoord)
tekkiriてっきり
bw. (spreektaal) een stellige verwachting; gebruikt wanneer een aanname tegen verwachting in niet uitkomt (gewoonlijk in een zin met vormen van ‘ik dacht’ als 思ってた of 思いこんでた). ¶ てっきり日本語が話せると思ってた。 Tekkiri, kare wa nihongo ga hanaseru to omotte ta. Ik dacht dat hij Japans kon. ¶ てっきり今日彼女誕生日だと思ってた。 Kyō ga kanojo no tanjōbi da to omotte ta. Ik zou zweren dat het haar verjaardag was vandaag. ¶ てっきりあなた我々といっしょに来られるものと思っていました。 Tekkiri anata ga wareware to issho ni korareru mono to omotte imashita. Ik had aangenomen dat je met ons mee zou komen. (TTC) (yamasv)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <echt>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
どうもdoumo (1) hoe dan ook; echt; heus; werkelijk; ergens; op de een of andere manier; op de een of andere wijze; toch; nogal; voorzeker; (2) echt niet; heus niet; werkelijk niet; er is geen ~ aan; dat is geen manier van ~ [i.c.m. negatie]; (3) bedankt; dank; dank je (wel); (4) excuus; sorry; pardon; het spijt me; neem me niet kwalijk
なっna (1) inderdaad; echt; (2) o; ik begrijp het
ぶっちゃけbutchake [slang] echt; serieus
やっぱyappa (1) [yakuza-slang] dolk; (2) zoals gezegd; zoals ik al zei; zoals wij al zeiden; zoals verwacht mocht worden; zoals te verwachten was; (3) ook; eveneens; evenzeer; evenzo; net zo; evengoed; (4) nog steeds; nog altijd; inderdaad; echt; heus; daadwerkelijk; toch; (5) tenslotte; uiteindelijk; immers; toch; per slot van rekening
マジmaji echt; serieus; je meent het!
モノホンmonohon [slang] echt; authentiek artikel; het echte; het origineel
リアルriaru (1) rial; (2) echt
一本気ippongi (1) vastberaden; standvastig; (2) rechtgeaard; oprecht; rechtlijnig; onvervalst; echt
一角hitokado (1) een zaak; een domein; (2) [~の] uitzonderlijk; buitengewoon; bijzonder; uitstekend; (3) [~の] behoorlijk; aanzienlijk; degelijk; fatsoenlijk; adequaat; echt; (4) betamelijk; behoorlijk; nogal; flink
事実jijitsu (1) feit; [Lat.] factum; feitelijkheid; werkelijkheid; realiteit; waarheid; (2) eigenlijk; feitelijk; in concreto; in facto; in feite; waarachtig; metterdaad; echt; werkelijk; in werkelijkheid; daadwerkelijk; inderdaad
何とも ; 何共nantomo (1) [ter beklemtoning] echt; werkelijk; waarlijk; (2) [~ない] geenszins; in het geheel niet; niet de minste …; niet in het minst; maakt niet uit; niets aan de hand met; geen probleem met; geen punt; [mij enz.] om het even; (3) enorm; verschrikkelijk; erg; ontzettend; wat een …!; hoe verschrikkelijk …!
全くmattaku (1) geheel; geheel en al; heel; volledig; helemaal; straal; absoluut; volstrekt; rechtaf; volkomen; puur; totaal; volslagen; door en door ~; [attr.] ~ in het kwadraat; hartstikke; op-en-top; compleet; ten enenmale; ganselijk; gladweg; vlak; [volkst.] helendal; (2) werkelijk; inderdaad; waarlijk; echt; zonder meer; regelrecht; hoe ~!
八幡hachiman (1) de god Hachiman; (2) Hachiman-heiligdom; (3) Hachiman; (4) [~ない] vast; zeker; beslist; gegarandeerd; ongetwijfeld; zonder twijfel; (5) echt; werkelijk; waarlijk; (6) alstublieft; toe
如何にもikanimo (1) in elk opzicht; enorm; extreem; uiterst; verschrikkelijk; zeer; erg; hoogst; absoluut; totaal; (2) werkelijk; waarlijk; voorwaar; voorzeker; echt; helemaal; door en door; precies; inderdaad; exact; zegt u dat wel; zoals u zegt; dat ben ik helemaal met u eens; volkomen gelijk; nou en of; reken maar; klopt; heel juist; (3) hoe dan ook; op welke wijze ook; hoe het ook zij; vast en zeker; welzeker; ongetwijfeld; beslist; stellig; (4) net alsof; als het ware; onmiskenbaar; duidelijk; niet mis te verstaan; (5) liefst; bij voorkeur
婚姻konin huwelijk; echt; echtverbintenis; verbintenis; echtvereniging; echtelijke; huwelijkse staat; matrimonium
ube inderdaad; waarlijk; exact; echt; werkelijk
mube inderdaad; waarlijk; exact; echt; werkelijk
実にgeni (1) echt; werkelijk; waarlijk; inderdaad; juist; precies; exact; (2) klopt; akkoord; wat je zegt; zeg dat wel; bravo; hulde
実にjitsuni (1) echt; werkelijk; waarlijk; inderdaad; daadwerkelijk; stellig; in werkelijkheid; waarheid; heus; voorwaar; [form.] voorzeker; (2) werkelijk; zowaar
実のjitsuno werkelijk; waar; reëel; echt; eigenlijk
実然jitsuzen waar; echt; onvervalst
実際jissai (1) [boeddh.] bhūtakoṭi [= ultieme realiteit]; (2) realiteit; werkelijkheid; (bestaande) situatie; toestand; ware toedracht; feitelijkheid; (3) praktijk; praktische kant; (4) echt; inderdaad; werkelijk; waarlijk; (5) eigenlijk; feitelijk; in wezen; in feite; in werkelijkheid; in praktijk; daadwerkelijk
実際にjissaini werkelijk; echt; effectief; waarlijk; voorwaar
心底shinsoko (1) grond van z'n hart; diepst van z'n hart; diepste van z'n gemoed; (2) oprecht; waarlijk; werkelijk; echt; hartgrondig; welgemeend
愈々 ; 弥々iyoiyo (1) tenslotte; uiteindelijk; eindelijk; (2) meer en meer; steeds meer; nog meer; hoe langer hoe meer; meer dan ooit tevoren; (3) echt; zonder twijfel; beslist; inderdaad; werkelijk; (4) hoe het ook zij
成る程 ; 成程naruhodo (1) inderdaad; echt; (daad)werkelijk; wel degelijk; waarachtig; [inform.] warempel; waarlijk; zowaar; (2) precies; volledig akkoord; wat je zegt; juist!; dat klopt; zo denk ik er ook over; zeg dat wel
既に ; 已にsudeni (1) reeds; al; al eerder; onderhand; [form.] bereids; (2) tevoren; eerder; voordien; vroeger; vooraf; (3) echt; alvast; vast; wel
是非zehi (1) goed en [of] kwaad; het juiste of het verkeerde; juistheid; geschiktheid; gepastheid; het voor en het tegen; de voor- en nadelen; de deugden en gebreken; de argumenten voor en tegen; de baten en lasten; plussen en minnen; (2) op de een of andere wijze; manier; hoe dan ook; in elk geval; in allen gevalle; enigerwijs; zeker; vooral; welzeker; echt; absoluut; werkelijk; stellig; bepaald; wel degelijk; heus; zonder mankeren; wis en zeker; in elk geval; op eerlijke of oneerlijke wijze; per se; alleszins; koste wat het kost; tot elke prijs; ten koste van alles; coûte que coûte; parforce; noodzakelijkerwijs; het moet en het zal
是非とも ; 是非共zehitomo zeker; vooral; welzeker; per se; absoluut; echt; beslist; stellig; bepaald; wel degelijk; zonder mankeren; wis en zeker; met alle geweld; koste wat het kost; tot elke prijs; coûte que coûte; wat er ook gebeure; ten koste van alles; parforce
いとito (1) erg; heel; zeer; ontzettend; verschrikkelijk; enorm; uiterst; uitermate; buitengewoon; (2) werkelijk; echt; waarlijk; absoluut; inderdaad; zonder meer; regelrecht; hoe …!; (3) [~…ず] niet erg; niet zo; niet al te; niet bijster; weinig
本当にhontouni werkelijk; echt; waarlijk; hoe ~; heus; voorwaar; eerlijk; eigenlijk; feitelijk; inderdaad; in waarheid; in werkelijkheid; wel degelijk
本当にhontoni werkelijk; echt; waarlijk; hoe ~; heus; voorwaar; eerlijk; eigenlijk; feitelijk; inderdaad; in waarheid; in werkelijkheid; wel degelijk
本当のhontouno (1) echt; waar; waarachtig; werkelijk; feitelijk; eigenlijk; wezenlijk; effectief; reëel; onvervalst; authentiek; natuurlijk; (2) juist; correct; precies
本格的honkakuteki (1) echt; authentiek; regulier; waar; zuiver; serieus; onvervalst; regelrecht; rasecht; werkelijk; op-en-top; formeel; [Belg.N.] in regel; genuïen; volslagen; (2) op dreef; op gang; op schot; op weg; op volle toeren
本格的なhonkakutekina echt; authentiek; regulier; waar; zuiver; serieus; onvervalst; regelrecht; rasecht; werkelijk; op-en-top; formeel; [Belg.N.] in regel; genuïen; volslagen
本格的にhonkakutekini echt; regelrecht; op-en-top; volgens de regels van de kunst; in alle ernst; ten volle; ernstig
本真honma (1) [Kansai-gew.] waarheid; werkelijkheid; (2) [Kansai-gew.] waar; waarlijk; werkelijk; echt
hon (1) boek; boekdeel; werk; lectuur; (2) tekstboekje; libretto; script; scenario; draaiboek; (3) dit ~; deze ~; onderhavig ~; gegeven ~; voorliggend ~; ~ in kwestie; de betreffende ~; de bedoelde ~; de betrokken ~; de bewuste ~; de desbetreffende ~; (4) hoofd-; voornaamste ~; belangrijkste ~; (5) echt ~; gewoon ~; normaal ~; (6) [maatwoord voor langgerekte; staafvormige voorwerpen]; (7) [maatwoord voor het aantal verbindingen van openbaar vervoer]; (8) [maatwoord voor films]; (9) [eenheid die een beslissende score bij een honkbal-; judo- of kendo-wedstrijd aangeeft]
果して ; 果たしてhatashite (1) zoals verwacht; inderdaad; dacht ik het niet; net wat ik dacht; uiteraard; (2) echt; werkelijk; eigenlijk
正に; 当に; 応に; 方に; 将にmasani (1) precies; juist; exact; net; (2) zeker; waarachtig; heus; echt; waarlijk; inderdaad; voorzeker; voorwaar; regelrecht; (3) net nu; op de kop af; thans; op het punt [staan te]; op de rand [staan van]; (4) in goede orde; naar behoren; behoorlijk
choku (1) recht; (2) rechtvaardig; (3) rechtuit; openhartig; gezellig; (4) rechtstreeks; onbelemmerd; (a) recht; (b) oprecht; echt; (c) rechtstreeks; direct; (d) meteen; onmiddellijk; dadelijk; (e) waarde; (f) dienst; dienstverlening
真っ平mappira (1) geen sprake van; daar begin ik niet aan; mij niet gezien; dat is uitgesloten; dat weiger ik; dat wil ik niet; dat kun je begrijpen; voor geen goud; voor niets ter wereld; daar komt niets van in; [Belg.N.] daar komt niets van in huis; nee hoor; in geen geval; geenszins; ammenooitniet; ammehoela; (2) eerlijk; echt; oprecht; werkelijk; waarlijk
真に ; 実に ; 誠に ; 洵に ; 寔にmakotoni echt; werkelijk; voorwaar; eerlijk; oprecht; waarlijk; [form.] voorzeker
真のshinno (1) waar; werkelijk; feitelijk; (2) echt; waarachtig; authentiek
真のmakotono waar; echt; waarachtig; authentiek; feitelijk; factueel
真実shinjitsu (1) waarheid; (2) waarlijk; voorwaar; werkelijk; echt; heus
真平mahira (1) volmaakt effen; vlak; (2) eerlijk; echt; oprecht; werkelijk; waarlijk
純正junsei (1) puur; zuiver; echt; onvervalst; authentiek; (2) [wetensch.] zuiver (i.t.t. toegepast)
純粋junsui (1) puurheid; [form.] puurte; zuiverheid; [w.g.] zuiverte; [m.b.t. metalen] gedegenheid; (2) echtheid; raszuiverheid; onvervalstheid; genuïteit; authenticiteit; oorspronkelijkheid; waarachtigheid; onschuld; schuldeloosheid; onnozelheid; [fig.] blankheid; (3) puur; zuiver; louter; naturel; [m.b.t. metalen] gedegen; (4) echt; rasecht; raszuiver; volbloed; pur sang; onvervalst; [fig.] ongemengd; [fig.] onvermengd; genuïen; authentiek; oorspronkelijk; waarachtig; onschuldig; schuldeloos; onnozel; [fig.] blank
純粋なjunsuina (1) puur; zuiver; louter; naturel; [~金属] gedegen; (2) echt; rasecht; raszuiver; volbloed; pur sang; onvervalst; [fig.] ongemengd; [fig.] onvermengd; genuïen; authentiek; oorspronkelijk; waarachtig; onschuldig; schuldeloos; onnozel; [fig.] blank
純粋のjunsuino (1) puur; zuiver; rein; louter; naturel; [~金属] gedegen; (2) echt; rasecht; raszuiver; volbloed; pur sang; onvervalst; [fig.] ongemengd; [fig.] onvermengd; absoluut; genuïen; authentiek; oorspronkelijk; waarachtig; onschuldig; schuldeloos; onnozel; [fig.] blank
jun (1) zuiver; puur; echt; onversneden; onvermengd; authentiek; onvervalst; (2) onbevlekt; rein; onschuldig; onbedorven; (3) puur …; zuiver …; (a) zuiver; puur
結婚kekkon huwelijk; huwelijkssluiting; trouw; echtverbintenis; echt; [inform.] trouwerij
返す返すkaesugaesu (1) echt; werkelijk; enorm; uiterst; uitermate; buitengewoon; bijzonder; (2) keer op keer; telkens opnieuw; steeds weer; herhaaldelijk; bij herhaling; (3) beleefd; oprecht; gewetensvol
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.65 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 54 treffers (zoekopdracht: 'echt', strategie: exact). 
2005-2021