日蘭辭典+

71 resultaten voor ‘eenvoudig’
日蘭辭典 (trefwoord)
assarishitaあっさりした
bn. net; eenvoudig; licht. ¶ あっさりした食事 eenvoudig eten; lichte maaltijd; burgerpot. ¶ あっさりした家 een net huisje. ¶ あっさりした繪 een eenvoudig schilderijtje. ¶ あっさりした een gedekte kleur; een niet opvallende kleur. ¶ あっさりと言ふ rondweg zeggen; ronduit zeggen.
tan-itsu單一
(単一) zn. enkelvoudigheid v.; eenvoud o. ¶ 單一の enkel; eenig; eenvoudig; uitsluitend. ¶ 單一化 vereenvoudiging; unificatie.
kan-i簡易
zn. eenvoud m. ¶ 簡易なる eenvoudig; beknopt; sober.
mujaki無邪氣
(無邪気) zn. onschuld v.; onnoozelheid v.; naïviteit v. ¶ 無邪氣の onschuldig; onnoozel; naïef; eenvoudig van hart.
sewa世話
zn. (1) [援助] hulp v.; bijstand m.; steun m. (2) [斡旋] dienst m.; bemiddeling v. (3) [世俗] dagelijksche leven o. ¶ 世話する helpen; bijstaan; steunen; dienst bewijzen; bemiddeling verleenen; zorgen voor. ¶ 大層御世話になる veel verplichting hebben; veel te danken hebben; veel verschuldigd zijn.¶ 子供の世話をする voor de kinderen zorgen. ¶ 世話のやける lastig. ¶ 人に世話をやかす iemand veel last bezorgen. ¶ 世話に砕ける duidelijke taal spreken. ¶ 世話huiselijk tooneel. ¶ 世話huiselijk drama. ¶ 世話なしの gemakkelijk; eenvoudig. ¶ 世話commissie; hulpcomité; tusschenpersoon. ¶ 世話女房 goede huisvrouw. ¶ 世話commissie; provisie. ¶ 世話やき bemoeial. ¶ 世話好 bemoeizucht; bemoeial (人). ¶ いらぬお世話だ ik heb je hulp niet noodig; bemoei je er niet mee.
shibui澁い
(渋い) bn. (1) [] wrang. (2) [嗜好] smaakvol; eenvoudig maar netjes. (3) [顏付] zuur; norsch. (4) [吝嗇] gierig.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <eenvoudig>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
あっさりassari (1) eenvoudig; simpel; zonder meer; gewoonweg; sec; tout court; (2) openhartig; eerlijk; rondborstig; frank; zonder enige reserve; (3) zo maar; vlot; met gemak; moeiteloos; gewoonweg; geredelijk; licht
あっさりしたassarishita eenvoudig; simpel; beknopt; bondig; sober; [~食べ物] licht; [~人] openhartig; eerlijk; rondborstig; frank
さっぱりsappari (1) verschrikkelijk; echt erg; (2) keurig; net; netjes; [gew.] deftig; (3) verfrist; opgefrist; opgeknapt; opgekikkerd; [i.h.b.] opgelucht [i.c.m. shita した]; (4) openhartig; vrijmoedig; oprecht; frank; rechtuit; rondborstig [i.c.m. shita した]; (5) [m.b.t. culinaria] eenvoudig; licht gekruid [i.c.m. shita した]; (6) compleet; totaal; helemaal; in het geheel; volkomen; volledig; gans [i.c.m. to と]
さっぱりしたsapparishita (1) schoon; proper; net; keurig; ordelijk; (2) [性格の] openhartig; eerlijk; oprecht; rondborstig; (3) [食物の味の] eenvoudig; klassiek; gewoon
シンプルshinpuru (1) Simple; (2) simpel; eenvoudig; (3) ongekunsteld; natuurlijk
一介ikkai (1) [~の] slechts; alleen maar; niet meer dan; enkel; louter en alleen; (2) [~の] onbeduidend; onbetekenend; onbelangrijk; onaanzienlijk; simpel; eenvoudig
一朝一夕itchouisseki (1) op één dag; in weinig tijd; zomaar ineens; een-twee-drie; (2) eenvoudig; simpel
単なるtannaru louter; maar; zomaar een ~; eenvoudig; gewoon; enkel; zonder meer; je reinste; regelrecht
単一なtanitsuna (1) individueel; (2) eenvoudig; simpel; (3) enkelvoudig; slechts uit één deel; element enz. bestaand
単一のtanitsuno (1) individueel; (2) eenvoudig; simpel; (3) enkelvoudig; slechts uit één deel; element enz. bestaand
単一tanitsu (1) individueel; (2) eenvoudig; simpel; (3) enkelvoudig; slechts uit één deel; element enz. bestaand
単純tanjun (1) puur; onvermengd; [m.b.t. kleur] effen; (2) eenvoudig; simpel; ongekunsteld; ongecompliceerd; niet ingewikkeld; (3) simpel; eenvoudig; naïef; [i.h.b.] dommig
単純なtanjunna (1) puur; onvermengd; [~色] effen; (2) eenvoudig; simpel; ongekunsteld; ongecompliceerd; niet ingewikkeld; (3) simpel; eenvoudig; naïef; [i.h.b.] dommig
tan enkel-; enkelvoudig ~; eenvoudig ~
地味なjimina (1) sober; eenvoudig; ongekunsteld; niet opzichtig; onopvallend; pretentieloos; ingetogen; [~色] zacht; rustig; stemmig; gedekt; (2) onopvallend; bescheiden; discreet; gereserveerd; terughoudend; teruggetrokken; niet opdringerig
地味jimi (1) sober; eenvoudig; ongekunsteld; niet opzichtig; onopvallend; pretentieloos; ingetogen; [m.b.t. kleuren] zacht; [m.b.t. kleuren] rustig; [m.b.t. kleuren] stemmig; [m.b.t. kleuren] gedekt; (2) onopvallend; bescheiden; discreet; gereserveerd; terughoudend; teruggetrokken; niet opdringerig
如何してもdoushitemo (1) hoe dan ook; wat er ook gebeure; hoe het ook zij; [Belg.N.; niet alg.] wat ervan zij; om het even hoe; op welke wijze (dan) ook; à bis ou à blanc; quovis modo; (2) al sla je me dood; met geen mogelijkheid; met de beste wil van de wereld; eenvoudig; gewoonweg
安い; 廉いyasui (1) goedkoop; voordelig; schappelijk; laaggeprijsd; redelijk (geprijsd); billijk; profijtig; zacht [prijsje]; laag [b.v. interest]; bon-marché; [inform.] gepikt; (2) onbekommerd; onbezorgd; zonder zorgen; op zijn gemak; zorgeloos; [m.b.t. gemoed] luchtig; (3) kalm; rustig; [m.b.t. verloop] onbewogen; bedaard; (4) nederig; eenvoudig; onaanzienlijk; gering; ondergeschikt; minder(waardig); laag(geboren); inferieur; min [denken over iemand]; (5) grof; gemeen; plat; laag; laag-bij-de-gronds; vulgair; goedkoop; ordinair; onbehoorlijk; obsceen; onbeschaafd; [m.b.t. taal] ongekuist; beneden alle peil; laaghartig; smerig; vuig; platvloers; schunnig; vunzig
安直anchoku (1) goedkoop; voordelig; schappelijk; billijk; laaggeprijsd; (2) makkelijk; gemakkelijk; eenvoudig
an (a) kalm; rustig; (b) simpel; eenvoudig; (c) goedkoop
容易youi gemakkelijkheid; eenvoudigheid; simpelheid; gemakkelijk; makkelijk; eenvoudig; simpel
容易いtayasui (1) gemakkelijk; makkelijk; eenvoudig; moeiteloos; simpel; (2) onbezonnen; roekeloos; lichtzinnig
容易なyouina gemakkelijk; makkelijk; eenvoudig; simpel
平たいhiratai (1) plat; vlak; (2) eenvoudig; gewoon; verstaanbaar; duidelijk
平易heii (1) eenvoud; eenvoudigheid; simpliciteit; gemakkelijkheid; (2) eenvoudig; simpel; makkelijk; gemakkelijk
hei (1) effenheid; vlakheid; gelijkheid; het effen-zijn; het vlak-zijn; (2) kalmte; gelijkmatigheid; rust; evenwicht; (a) vlak; effen; plat; horizontaal; (b) rustig; kalm; gematigd; (c) gewoon; alledaags; (d) onpartijdig; fair; (e) pacificeren; tot rust brengen; (f) gemakkelijk; eenvoudig; (g) [wisk.] kwadraat; tweede macht; (h) [Jap.gesch.] de Taira; [letterk.] Heike monogatari
慎ましいtsutsumashii (1) bescheiden; nederig; deemoedig; ootmoedig; gereserveerd; (2) bescheiden; sober; eenvoudig
慎ましくtsutsumashiku bescheiden; met mate; sober; ingetogen; nederig; eenvoudig; pretentieloos
手っ取り早いtettoribayai (1) eenvoudig; simpel; (2) vlug; snel; prompt; vlot; behendig; fluks
手軽tegaru licht; eenvoudig; schappelijk; vlot; gemakkelijk
手軽なtegaruna licht; eenvoudig; schappelijk; vlot; gemakkelijk
手軽にtegaruni eenvoudig; vlot; gemakkelijk; makkelijk
易々ii gemakkelijk; eenvoudig; simpel
易々yasuyasu [~と] eenvoudig; gemakkelijk; zonder moeite; moeiteloos; met gemak
易いyasui (1) gemakkelijk; makkelijk; eenvoudig; simpel; moeiteloos; (2) […~] makkelijk te …; eenvoudig te …; moeiteloos te …; -baar; gauw; licht … worden; vaak … zijn; de neiging hebbend te …; grif met …
易しいyasashii (1) gemakkelijk; eenvoudig; makkelijk; [m.b.t. sommetje] simpel; [m.b.t. taal] duidelijk; (2) onverzorgd; onzorgvuldig; nonchalant; slordig; onachtzaam; lichtvaardig; achteloos; onattent; onoplettend; onopmerkzaam; (3) begrijpelijk; te begrijpen; verstaanbaar; bevattelijk; helder; klaar
楽なrakuna (1) gerieflijk; comfortabel; lekker [leventje]; gemakkelijk; behaaglijk; aangenaam; ongedwongen; (2) gemakkelijk; makkelijk; simpel; eenvoudig; moeiteloos
raku (1) gemak; ongedwongenheid; aangenaamheid; behaaglijkheid; comfort; welbehagen; welstand; (2) verlichting; verademing; ontlasting; (3) raku; raku-aardewerk; amateurkeramiek; (4) laatste voorstelling; laatste toernooidag; (5) gerieflijk; comfortabel; lekker [leventje]; gemakkelijk; behaaglijk; aangenaam; ongedwongen; (6) gemakkelijk; makkelijk; simpel; eenvoudig; moeiteloos
無位無官のmuimukanno zonder rang of ambt; doodgewoon; gewoon; eenvoudig
無邪気なmujakina onschuldig; argeloos; naïef; onnozel; ingénu; innocent; ongekunsteld; eenvoudig; [veroud.] simpel
生易しいnamayasashii eenvoudig; makkelijk; gemakkelijk; simpel
直下chokka (1) pal onder; vlak onder; recht onder; vlak beneden; direct daaronder; (2) loodrechte val; verticale neerstorting; (3) iets gemakkelijks; sinecure; (4) [~に見る] ondergeschikt; minderwaardig; inferieur; (5) gemakkelijk; eenvoudig
稚拙chisetsu primitief; onverfijnd; ruw; onervaren; kinderlijk; naïef; eenvoudig; onbeholpen; ongekunsteld; kunsteloos; stumperig; dilettanterig; amateuristisch
簡単kantan (1) eenvoud; beknoptheid; kortheid; (2) eenvoudig; kort; simpel; gemakkelijk
簡単なkantanna eenvoudig; kort; simpel; gemakkelijk
簡単にkantanni eenvoudig; kort en goed; bondig; simpel; gemakkelijk; met; in een paar woorden; gecomprimeerd
簡明kanmei (1) eenvoud; duidelijkheid; klaarheid; helderheid; zakelijkheid; beknoptheid; concisie; bondigheid; puntigheid; (2) eenvoudig; duidelijk; klaar; helder; zakelijk; beknopt; concies; bondig; puntig; laconiek; kort en krachtig
簡明にkanmeini eenvoudig; duidelijk; klaar; helder; zakelijk; beknopt; concies; bondig; puntig; laconiek; kort en krachtig
簡易kani eenvoudig; simpel; gemakkelijk; makkelijk
簡易なkanina eenvoudig; simpel; gemakkelijk; makkelijk
簡易にkanini eenvoudig; simpel; gemakkelijk; makkelijk
簡略kanryaku (1) beknoptheid; bondigheid; gedrongenheid; puntigheid; kortheid; zakelijkheid; compactheid; eenvoud; (2) beknopt; bondig; gedrongen; puntig; kort; summier; zakelijk; compact; eenvoudig
簡素kanso eenvoudig; simpel; sober
簡素なkansona eenvoudig; simpel; sober
簡素にkansoni eenvoudig; simpel; sober
粗末somatsu (1) grof; van mindere; inferieure kwaliteit; pover; schamel; sjofel; shabby; eenvoudig; gering; bescheiden; nederig; sober; povertjes; armoedig; armetierig; achenebbisj; ordinair; (2) onachtzaam; onheus; ruw; grof; lomp; slordig; cru; hardhandig; (3) roekeloos; nonchalant; onachtzaam; onzorgvuldig; slordig; verspillend; verkwistend
粗末なsomatsuna (1) grof; van mindere; inferieure kwaliteit; pover; schamel; sjofel; shabby; eenvoudig; gering; bescheiden; nederig; sober; povertjes; armoedig; armetierig; achenebbisj; ordinair; (2) onachtzaam; onheus; ruw; grof; lomp; slordig; cru; hardhandig; (3) roekeloos; nonchalant; onachtzaam; onzorgvuldig; slordig; verspillend; verkwistend
素直sunao (1) braaf; gedwee; zoet; gehoorzaam; volgzaam; inschikkelijk; meegaand; mak; dociel; smijdig; gewillig; gezeglijk; handelbaar; zacht; zachtaardig; goedwillig; [i.h.b.] open; openhartig; eerlijk; naïef; (2) ongekunsteld; ongemaakt; ongemaniëreerd; ongedwongen; natuurlijk; oprecht; rechtuit; eenvoudig
素直なsunaona (1) braaf; gedwee; zoet; gehoorzaam; volgzaam; inschikkelijk; meegaand; mak; dociel; smijdig; gewillig; gezeglijk; handelbaar; zacht(aardig); goedwillig; [i.h.b.] open; [i.h.b.] eerlijk; [i.h.b.] openhartig; [i.h.b.] naïef; (2) ongekunsteld; ongemaakt; ongemaniëreerd; ongedwongen; natuurlijk; oprecht; eenvoudig
良い ; 善い ; 好い ; 吉い ; 佳い ; 快いyoi (1) goed; juist; correct; (2) goed; knap; uitstekend; mooi; welgevallig; (3) geschikt; passend; (4) acceptabel; aanvaardbaar; geoorloofd; (5) makkelijk te ~; eenvoudig
sou (1) klad; schets; ontwerp; concept; (2) cursief schrift; grasschrift; verkort schrift; (3) cursieve variant van Man'yōgana; (4) [~の] informeel; alledaags; vereenvoudigd; (a) gras; (b) grasrijk; landelijk; (c) geïmproviseerd; eenvoudig; (d) klad; schets; (e) grasschrift; (f) begin; aanvang
質朴shitsuboku (1) eenvoud; simpliciteit; ongecompliceerdheid; naturel; (2) eenvoudig; simpel; ongecompliceerd; pretentieloos
質素shisso sober; bescheiden; zuinig; eenvoudig; simpel
kei (1) lichte wagen; auto [= max. 3,4 m lang; 1,48 m breed; 2 m hoog; en met een max. cilinderinhoud van 660 cc]; (2) licht; (3) gering; klein; onbeduidend; (a) licht; (b) luchtig; (c) eenvoudig; simpel; (d) oppervlakkig; niet diepgaand; (e) geringschatten; minachten
颯とsatto (1) snel; rap; vlug; gezwind; gauw; (2) plotseling; plots; ineens; opeens; (3) simpel; eenvoudig
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.73 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 65 treffers (zoekopdracht: 'eenvoudig', strategie: exact). 
2005-2021