日蘭辭典+

19 resultaten voor ‘eer’
日蘭辭典 (trefwoord)
eiyo榮譽
(栄誉) zn. roem m.; eer v. ¶ 榮譽とする zich vereerd gevoelen; het een eer achten.
kao
(顔) zn. (1) [] gezicht o.; gelaat o.; uiterlijk o. (2) [面目] eer v. (3) [面附] gelaatstrekken m. ¶ 知らない iemand, dien men niet kent; onbekende. ¶ 知らないをする doen alsof men iemand niet kent; doen alsof men van niets weet. ¶ が廣い veel kennissen hebben. ¶ 合はすがない niet onder de oogen durven komen. ¶ と相談する in den spiegel kijken. ¶ を洗ふ het gezicht wasschen. ¶ を出す zich vertoonen; tegenwoordig zijn. ¶ 顰める zuur gezicht trekken. ¶ 人のを立てる iemands goede naamredden. ¶ 判る ik zie het aan je gezicht!
menboku面目
zn (1) [名譽] waardigheid v.; eer v. (2) [顏色] gezicht o. ¶ 面目なる zijn familie tot eer strekken. ¶ 面目關する de eer is er mede gemoeid. ¶ 面目保つ zijn eer hoog houden; (俗) zijn figuur redden. ¶ 面目失ふ een gek figuur slaan; beschaamd staan. ¶ 面目改める een geheel ander aanzien krijgen.
kokutai國體
(国体) zn. nationale structuur v.; nationaliteit v.; de eer van het vaderland (國家面目).
meiyo名譽
(名誉) zn. goede naam m.; eer v.; reputatie v. ¶ 名譽心 eerzucht. ¶ 名譽職 erebaantje. ¶ 名譽ある man van eer. ¶ 名譽關する問題 zaak van eer. ¶ 名譽賞牌 eeremedaille. ¶ 名譽快復 eerherstel; rehabilitatie. ¶ 名譽にかけての woord van eer. ¶ 名譽失う zijn reputatie verliezen. ¶ 名譽學位 eeregraad. ¶ 名譽博士 doctor honoris causa; eere-doctor.
renchi廉恥
zn. eerlijkheid v.; betrouwbaarheid v.; integriteit v. ¶ 廉恥心 eergevoel.
fūki富貴
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <eer>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
尊名 sonmei (1) eer; gerespecteerde naam; (2) uw naam
手柄 tegara (1) toer; prestatie; wapenfeit; heldendaad; roemrijke daad; kunststuk; huzarenstuk; [Belg.N.] exploot; (2) verdienste; eer
shou (1) naam; benaming; (2) goede naam; roem; faam; eer; reputatie
misao (1) beginselvastheid; standvastigheid; vastberadenheid; ; (2) kuisheid; zedelijkheid; (echtelijke) trouw; eer; ; (1) verfijnd; elegant; (2) beginselvast; principieel; standvastig; vastberaden
光栄 kouei eer; glorie; voorrecht
体面 taimen eer; aanzien; staat; prestige; [fig.] gezicht
面子 mentsu eer; reputatie; prestige; aanzien; gezicht; standing; goede naam
面目 menmoku (1) gezicht; gelaatstrekken; voorkomen; uiterlijk; (2) basisprincipes; geboden; regel; voorschrift; (3) reputatie; eer; prestige; aanzien; krediet; goede naam
面皮 menpi (1) schaamteloosheid; onbeschaamdheid; (2) reputatie; eer; gezicht; (3) gevlei; vleierij; pluimstrijkerij; geflikflooi
面目 menboku (1) reputatie; eer; prestige; aanzien; krediet; goede naam; (2) gezicht; gelaatstrekken; voorkomen; uiterlijk
名誉 meiyo ere-; honorair ~; emeritus ~; emerita ~; ; (1) eer; ere; glorie; [volkst.] ponteneur; (2) reputatie; goede naam; roem; faam; goede roep; [Barg.] kovet
栄光 eikou glorie; eer; ere; gloria
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.62 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 12 treffers (zoekopdracht: 'eer', strategie: exact). 
2005-2019