日蘭辭典+

71 resultaten voor ‘eerlijk’
日蘭辭典 (trefwoord)
hontō本當

(本当) zn. waarheid v.; werkelijkheid v.; feit o. ¶ 本當の waar; werkelijk; echt. ¶ 本當に waarlijk; inderdaad; in ernst. ¶ 本當にする voor ernst opnemen; gelooven. ¶ 本當を言へば ronduit gezegd; eerlijk gezegd. ¶ 何時が本當です wat is de juiste tijd nu? ¶ 本當ですか is het heusch waar? ¶ 本當か知らぬ zou het waar zijn?

tadashii正しい
bn. (1) [正當な] rechtvaardig; billijk. (2) [正直な] eerlijk. (3) [眞實な] waar. (4) [適當] juist. ¶ 正しい eerlijk man. ¶ 正しき語法 juist gebruik van woorden. ¶ 正しい方法 de goede manier; de ware weg. ¶ 血統の正しい van zuiver bloed.
mameまめ
(マメ、忠実、忠實) zn. (1) [忠實] eerlijkheid v.; trouw v. (2) [壯健] goede gezondheid v.; flinkheid v. (3) [活動] activiteit v. ¶ まめな eerlijk (正直); flink (達者); ijverig (勤勉な). ¶ まめな een flinke vent (達者な); een ijverig werker (良く働く).
renchoku廉直
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <eerlijk>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
率直な sotchokuna oprecht; eerlijk; openhartig; frank; openlijk; onbevangen; onbewimpeld; onverbloemd; ongeflatteerd; ruiterlijk; onomwonden; volmondig; vrijmoedig; rondborstig
率直 sotchoku oprecht; eerlijk; rechtuit; openhartig; frank; openlijk; vrijuit; rechttoe; rechtaan; onbevangen; onbewimpeld; onverbloemd; ongeflatteerd; ruiterlijk; onomwonden; volmondig; vrijmoedig; rechtuit; rechtdoorzee; ronduit; rondborstig; rondweg; vierkant; franchement; recht voor zijn raap
直ぐ sugu eerlijk; oprecht; waarachtig; integer; fair; ; (1) meteen; onmiddellijk; ogenblikkelijk; direct; zo; gelijk; dadelijk; onverwijld; schielijk; in een oogwenk; in ééeen tel; [veroud.] subiet; terstond; aanstonds; [form.] fluks; prompt; acuut; stante pede; zonder verwijl; à la minute; op stel en sprong; op een-twee-drie; binnen de kortste keren; in een mum van tijd; in een wip; in een ommezien; cito; [inform.] er vlak bovenop; (2) gauw; spoedig; binnenkort; zo meteen; eerdaags; [form.] dra; [form.] eerlang [in de constructie mō sugu もうすぐ]; (3) vlak; pal; net; juist; recht
スクウェア sukuuxea [oppervlaktemaat] square [= honderd vierkante voet]; ; (1) vierkant; (2) plein; square; (3) ekenhaak; winkelhaak; ; (1) eerlijk; keurig; conventioneel; (2) effen; quitte
素直 sunao (1) braaf; gedwee; zoet; gehoorzaam; volgzaam; inschikkelijk; meegaand; mak; dociel; smijdig; gewillig; gezeglijk; handelbaar; zacht; zachtaardig; goedwillig; [i.h.b.] open; openhartig; eerlijk; naïef; (2) ongekunsteld; ongemaakt; ongemaniëreerd; ongedwongen; natuurlijk; oprecht; rechtuit; eenvoudig
素直な sunaona (1) braaf; gedwee; zoet; gehoorzaam; volgzaam; inschikkelijk; meegaand; mak; dociel; smijdig; gewillig; gezeglijk; handelbaar; zacht(aardig); goedwillig; [i.h.b.] open; [i.h.b.] eerlijk; [i.h.b.] openhartig; [i.h.b.] naïef; (2) ongekunsteld; ongemaakt; ongemaniëreerd; ongedwongen; natuurlijk; oprecht; eenvoudig
ずばりと zubarito (1) besluitvaardig; resoluut; doortastend; flink; vastberaden; zelfverzekerd; kordaat; beslist; gedecideerd; [veroud.] geresolveerd; stellig; eens en voorgoed; voor eens en altijd; voorgoed; definitief; (2) duidelijk; eerlijk; openhartig; oprecht; rechtuit; frank; recht voor z'n raap; zonder er doekjes om te winden; direct; op de man af; à bout portant; (3) bij het rechte eind; juist [geraden]
ずばり zubari (1) besluitvaardig; resoluut; doortastend; flink; vastberaden; zelfverzekerd; kordaat; beslist; gedecideerd; [veroud.] geresolveerd; stellig; eens en voorgoed; voor eens en altijd; voorgoed; definitief; (2) duidelijk; eerlijk; openhartig; oprecht; rechtuit; frank; recht voor z'n raap; zonder er doekjes om te winden; direct; op de man af; à bout portant; (3) bij het rechte eind; juist [geraden]
剥き出しの mukidashino (1) bloot; naakt; onbedekt; (2) openhartig; eerlijk; openlijk; oprecht; rondborstig; ongezouten; onomwonden; onverbloemd; onverholen; onverheeld; onbedekt; onbewimpeld
剥き出しに mukidashini openhartig; eerlijk; openlijk; zonder er doekjes om te winden; oprecht; rondborstig; ongezouten; onomwonden; onverbloemd; onverholen; onverheeld; onbedekt; onbewimpeld; ronduit; rechtuit; rechtdoorzee; recht voor z'n raap
本当に hontoni werkelijk; echt; waarlijk; hoe ~; heus; voorwaar; eerlijk; eigenlijk; feitelijk; inderdaad; in waarheid; in werkelijkheid; wel degelijk
本当に hontouni werkelijk; echt; waarlijk; hoe ~; heus; voorwaar; eerlijk; eigenlijk; feitelijk; inderdaad; in waarheid; in werkelijkheid; wel degelijk
純情 junjou onschuldig; schuldeloos; onnozel; eerlijk; oprecht; naïef; argeloos; ingénu; ; zuiver hart; argeloos hart; rein (van) geest; onschuld; schuldeloosheid; onnozelheid; eerlijkheid; oprechtheid (des harten); naïviteit; argeloosheid; ingenuïteit
正直 shoujiki eerlijk; oprecht; fair; waarachtig; rondborstig; rechtdoorzee; ruiterlijk; ; echt (waar); werkelijk; waarlijk; waarachtiglijk; heus; voorwaar; eerlijk; ongelogen; ongeveinsd; franchement; met de hand op het hart; ; eerlijkheid; oprechtheid; rondborstigheid; waarachtigheid; ruiterlijkheid
正直な shoujikina eerlijk; oprecht; fair; waarachtig; rondborstig; ruiterlijk
実を言えば jitsuwoieba eerlijk; ronduit gezegd; om (u) de waarheid te zeggen; de waarheid is; om eerlijk te zijn; eigenlijk; feitelijk; het is een feit dat
公平 kouhei rechtvaardig; onpartijdig; billijk; belangeloos; eerlijk; fair; ; rechtvaardigheid; onpartijdigheid; billijkheid; belangeloosheid; eerlijkheid
公平な kouheina rechtvaardig; onpartijdig; billijk; belangeloos; eerlijk; fair
公正に kouseini eerlijk; fair; sportief; billijk; rechtvaardig; onpartijdig; zonder onderscheid te maken; zonder aanzien des persoons
公正 kousei (1) rechtvaardig; billijk; rechtschapen; eerlijk; (2) onpartijdig; neutraal; onbevooroordeeld; belangeloos; niet tendentieus; ; (1) rechtvaardigheid; recht; billijkheid; rechtschapenheid; eerlijkheid; (2) onpartijdigheid; neutraliteit; het onbevooroordeeld zijn; belangeloosheid; het niet tendentieus zijn
正業 seigyou eerlijk; eerzaam; deftig; fatsoenlijk beroep
正当 seitou (1) eerlijk; billijk; fair; schappelijk; redelijk; rechtvaardig; fatsoenlijk; (2) gepast; aangewezen; passend; juist; gerechtvaardigd; gewettigd; adequaat; geëigend; geschikt; geijkt; gegrond; steekhoudend; valabel; legitiem; verantwoord; [veroud.] valide
正当な seitouna (1) eerlijk; fatsoenlijk; fair; billijk; schappelijk; rechtvaardig; redelijk; (2) gepast; aangewezen; passend; juist; gerechtvaardigd; gewettigd; adequaat; geëigend; geschikt; geijkt; gegrond; steekhoudend; valabel; legitiem; verantwoord; [veroud.] valide
清潔 seiketsu (1) rein; net; schoon; proper; zindelijk; zuiver; puur; hygiënisch; (2) integer; zuiver (op de graat); clean; onbesproken; keurig; eerlijk; onberispelijk; smetteloos; [fig.] koosjer; ; reinheid; netheid; properheid; zindelijkheid; zuiverheid
誠意のある seiinoaru oprecht; eerlijk; trouwhartig; getrouw; betrouwbaar
正々 seisei correct; keurig; fair; eerlijk
誠実な seijitsuna eerlijk; oprecht; gemeend; rechtschapen; integer
清潔な seiketsuna (1) rein; net; schoon; proper; zindelijk; zuiver; puur; hygiënisch; (2) integer; zuiver (op de graat); clean; onbesproken; keurig; eerlijk; onberispelijk; smetteloos; [fig.] koosjer
善良な zenryouna goed; braaf; deugdzaam; eerlijk; [gew.] deugdelijk
善良 zenryou goed; braaf; deugdzaam; eerlijk; [gew.] deugdelijk
ton eerlijk; oprecht; verzorgd; zorgvuldig
堂々とした doudoutoshita (1) statig; deftig; imposant; groots; weids; waardig; van (grote) allure; van formaat; indrukwekkend; imponerend; machtig; prachtig; schitterend; majestueus; majestatisch; (2) fair; billijk; eerlijk; openhartig
堂々と doudouto (1) statig; in grote stijl; weids; groots; waardig; met allure; in al zijn waardigheid; met staatsie; majesteitelijk; plechtig; plechtstatig; plechtiglijk; gedragen; [muz.] grandioso; (2) met aplomb; geposeerd; zelfverzekerd; [Belg.N.] zelfzeker; onbedeesd; vol vertrouwen; (3) fair; billijk; eerlijk; rechtuit; openhartig; ronduit; openlijk; onverholen; onbewimpeld; ongegeneerd; simpelweg; eenvoudigweg; slechtweg; boudweg; zonder blikken of blozen; zonder poespas; rechttoe rechtaan
当然の touzenno rechtvaardig; fair; eerlijk; billijk; verdiend; passend; juist; gepast; terecht; rechtmatig; gerechtvaardigd; natuurlijk; logisch; vanzelfsprekend
堂々たる doudoutaru (1) statig; deftig; imposant; groots; weids; waardig; van (grote) allure; van formaat; indrukwekkend; imponerend; machtig; prachtig; schitterend; majestueus; majestatisch; (2) fair; billijk; eerlijk; openhartig
単刀直入な tantouchokunyuuna oprecht; rechtdoorzee; open; eerlijk; direct; rond; onbevangen; [inform.] straight
単刀直入に tantouchokunyuuni oprecht; open; eerlijk; direct; rond; ronduit; op de man af; rechtuit; rechttoe rechtaan; onbevangen; zonder omhaal; zonder omwegen; vierkant; platweg; à bout portant; recht voor z'n raap; zonder eromheen te draaien; de dingen bij de naam noemend; zonder omslag; zonder omwegen; [inform.] straight; [Belg.N.] vlakaf
淡白な tanpakuna (1) [cul.] licht gekruid; (2) [m.b.t. kleur; tint] gedekt; stemmig; zacht; (3) nuchter; eerlijk; ongekunsteld; indifferent; onverschillig
単刀直入の tantouchokunyuuno oprecht; open; eerlijk; direct; rond; onbevangen; [inform.] straight
淡白 tanpaku (1) [cul.] licht gekruid; (2) [m.b.t. kleur; tint] gedekt; stemmig; zacht; (3) nuchter; eerlijk; ongekunsteld; indifferent; onverschillig
単刀直入 tantouchokunyuu oprecht; rechtdoorzee; open; eerlijk; direct; rond; onbevangen; [inform.] straight
正面に matomoni (1) rechtstreeks; direct; zonder omwegen; strak; vlak in het gezicht; vlakaf; pal; rechtuit; rechttoe rechtaan; (2) fatsoenlijk; correct; degelijk; eerlijk; netjes; juist
真面目 majime (1) ernstig; serieus; (2) oprecht; gemeend; eerlijk; menens; ; (1) ernst; seriositeit; ernstigheid; graviteit; (2) oprechtheid; gemeendheid; eerlijkheid
真面目に majimeni serieus; ernstig; met ernst; nuchter; gemeend; oprecht; eerlijk
真面目な majimena (1) ernstig; serieus; (2) oprecht; gemeend; eerlijk
真に makotoni echt; werkelijk; voorwaar; eerlijk; oprecht; waarlijk; [form.] voorzeker
ma (1) oprecht ~; eerlijk ~; rechtvaardig ~; waar ~; (2) recht ~; juist ~; vlak ~; precies ~; exact ~; puur ~; zuiver ~; (3) gewone ~; echte ~ [prefix voor planten- en dierennamen]; ; het ware; waarheid; werkelijkheid
真っ直ぐ; 真直ぐ; 真っ直; 真っすぐ massugu (1) recht; vlak; rechtlijnig; rechtop; rechtopstaand; overeind; rechtaan; rechtaf; rechtdoor; rechtuit; rechtstreeks; direct; regelrecht; linea recta; verticaal; loodrecht; ongebogen; straal; sluik [haar enz.]; (2) oprecht; eerlijk; rechtschapen; rechtdoorzee; rondborstig; openhartig; ; rechtheid; rechte richting
真っ直ぐな massuguna (1) recht; vlak; rechtlijnig; rechtopstaand; rechtstreeks; direct; regelrecht; verticaal; loodrecht; ongebogen; straal; sluik [haar enz.]; (2) oprecht; eerlijk; rechtschapen; rechtdoorzee; rondborstig; openhartig
立派 rippa (1) uitstekend; voortreffelijk; excellent; prachtig; schitterend; magnifiek; grandioos; prima; illuster; [m.b.t. gebouw] weids; [m.b.t. plechtigheid] groots; fijn; heerlijk; uitmuntend; [m.b.t. geleerde] groot; briljant; [m.b.t. verschijning] statig; indrukwekkend; imposant; (2) achtbaar; fatsoenlijk; voornaam; [m.b.t. houding] waardig; achtenswaardig; respectabel; prijzenswaardig; loffelijk; [m.b.t. zaak] schoon; (3) hoogstaand; verheven; nobel; (4) [m.b.t. spel] eerlijk; [m.b.t. behandeling] rechtvaardig; fair; sportief; (5) [m.b.t. reden] afdoend; [m.b.t. grond] voldoende; [m.b.t. echtgenote] wettig; rechtmatig
立派な rippana (1) uitstekend; voortreffelijk; excellent; prachtig; schitterend; magnifiek; grandioos; prima; illuster; [m.b.t. gebouw] weids; [m.b.t. plechtigheid] groots; fijn; heerlijk; uitmuntend; [m.b.t. geleerde] groot; briljant; [m.b.t. verschijning] statig; indrukwekkend; imposant; (2) achtbaar; fatsoenlijk; voornaam; [m.b.t. houding] waardig; achtenswaardig; respectabel; prijzenswaardig; loffelijk; [m.b.t. zaak] schoon; (3) hoogstaand; verheven; nobel; (4) [m.b.t. spel] eerlijk; [m.b.t. behandeling] rechtvaardig; fair; sportief; (5) [m.b.t. reden] afdoend; [m.b.t. grond] voldoende; [m.b.t. echtgenote] wettig; rechtmatig
律儀 richigi eerlijkheid; integriteit; oprechtheid; rechtschapenheid; sinceriteit; getrouwheid; betrouwbaarheid; ; eerlijk; integer; oprecht; rechtschapen; betrouwbaar; serieus; consciëntieus; gewetensvol; plichtsgetrouw
さっぱりした sapparishita (1) schoon; proper; net; keurig; ordelijk; (2) [性格の] openhartig; eerlijk; oprecht; rondborstig; (3) [食物の味の] eenvoudig; klassiek; gewoon
明朗 meirou (1) vrolijk; joviaal; prettig; zonnig; (2) schoon; zuiver; fair; sportief; eerlijk; helder; open
明朗な meirouna (1) vrolijk; joviaal; prettig; zonnig; (2) schoon; zuiver; fair; sportief; eerlijk; helder; open
フランク furanku (1) frank; oprecht; openhartig; eerlijk; rechtuit; rondborstig; (2) [gesch.] Frank; Franken; ; Frank; Franck
ガラガラ garagara leeg; kaal; verlaten; onbezet; ; (1) ratelend; rammelend; kletterend; [落雷が] klaterend; (2) openhartig; eerlijk; frank; rechtuit; vrijmoedig; ; (1) geratel; gerammel; gekletter; (2) rammelaar; ratel
あからさまに akarasamani (1) plots; plotseling; onverwacht; onverwachts; opeens; ineens; (2) voorlopig; tijdelijk; even; vluchtig; kortstondig; (3) openlijk; openbaar; onverholen; onomwonden; duidelijk; eerlijk; onverbloemd; direct; expliciet; ongegeneerd
明い akai (1) helder; licht; (2) licht; dag; klaarlicht; (3) oprecht; eerlijk; waarachtig
あからさま akarasama (1) plots; plotseling; onverwacht; onverwachts; opeens; ineens; (2) voorlopig; tijdelijk; even; vluchtig; kortstondig; (3) openlijk; openbaar; onverholen; onomwonden; duidelijk; eerlijk; onverbloemd; direct; expliciet; ongegeneerd
明るい akarui (1) licht; helder; klaar; (2) opgewekt; vrolijk; zonnig; (3) fair; eerlijk; clean; schoon; rooskleurig; (4) op de hoogte van; met; bekend met; goed kennen; goed thuis in; bedreven in; ervaren in; geverseerd in; onderlegd in; vertrouwd met
あからさまな akarasamana (1) plots; plotseling; onverwacht; abrupt; (2) voorlopig; tijdelijk; vluchtig; kortstondig; (3) openlijk; openbaar; onverholen; onomwonden; duidelijk; eerlijk; onverbloemd; direct; expliciet; ongegeneerd
あっさりした assarishita eenvoudig; simpel; beknopt; bondig; sober; [~食べ物] licht; [~人] openhartig; eerlijk; rondborstig; frank
あっさり assari (1) eenvoudig; simpel; zonder meer; gewoonweg; sec; tout court; (2) openhartig; eerlijk; rondborstig; frank; zonder enige reserve; (3) zo maar; vlot; met gemak; moeiteloos; gewoonweg; geredelijk; licht
有りの儘の arinomamano sec; objectief; exact; precies; juist; eerlijk; getrouw; ongelogen; oprecht; onverbloemd; onopgesmukt; onomwonden; onverholen; naakt; bloot; louter; ~ zoals het is; ~ zoals het er ligt; ~ op zichzelf; ~ zonder meer
有りの儘に arinomamanoni zoals het is; sec; objectief; exact; precies; juist; eerlijk; ongelogen; oprecht; onverbloemd; onopgesmukt; onverholen; naakt; zonder meer; [Belg.N., spreekt.] effenaf
arawa (1) bloot; duidelijk zichtbaar; (2) openbaar; publiek; publiekelijk; (3) open; openlijk; onverholen; onverbloemd; onverheeld; onbewimpeld; onbedekt; onomwonden; vrijuit; openhartig; eerlijk; ronduit; (4) duidelijk; onmiskenbaar; apert; klaar; manifest; evident; uitgesproken; expliciet
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.44 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 67 treffers (zoekopdracht: 'eerlijk', strategie: exact). 
2005-2019