日蘭辭典+

33 resultaten voor ‘effect’
日蘭辭典 (trefwoord)
jun
zn. zuiverheid v.; reinheid v. ¶ 純量 netto gewicht. ¶ 純能率 nuttig effect. ¶ 純金 zuiver goud.
yūkō有効
zn. uitwerking v.; nuttig effect o.; waarde v. ¶ 有効になる uitwerking hebben; resultaat hebben. ¶ 有効な nuttig; effectief; van waarde; geldig; bruikbaar. ¶ 有効なる契約 geldig contract. ¶ 有効期間 geldigheidsduur.
kanji感じ
zn. (1) [感覺] gewaarwording v.; gevoel o. (2) [印象] indruk m. (3) [效驗] resultaat o.; effect o. (4) [感應] invloed m. ¶ 感じがなくなる gevoelloos worden. ¶ 感じを與へる een goeden indruk maken. ¶ 好い感じを持って居る welwillende gevoelens koesteren.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <effect>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
エフェクトefuxekuto (1) effect; uitwerking; gevolg; (2) [ton.] effect
カットkatto (1) knipbeurt; haarknipbeurt; (2) [宝石の] het snijden; (3) [sportt.] effect; kapbeweging; (4) [filmk.] cut; cutting; filmbeeld; (5) coupure; weglating; inkorting; verkorting; doorstreping; doorhaling; schrapping; (6) vermindering; verlaging; reductie; beperking; inkrimping; korting; besnoeiing; bezuiniging; mindering; (7) gravure; snede; [i.h.b.] houtsnede; (8) [maatwoord voor sneden; stukken]; (9) [filmk.] [maatwoord voor cuts; filmbeelden]; (10) [maatwoord voor kleine illustraties; inzetten]
セキュリティsekyuriti (1) veiligheid; beveiliging; bescherming; geborgenheid; securiteit; (2) [beurst.] zekerheid; onderpand; effect; borg
不毛のfumouno (1) steriel; onvruchtbaar; geen vruchten dragend; schraal; dor; mager; (2) [fig.] steriel; niets; weinig resultaat opleverend; arm aan voortbrengselen; onproductief; improductief; [fig.] vruchteloos; vergeefs; zonder (veel) succes; effect; resultaat
余波yoha (1) nawerking; uitwerking; effect; (2) nasleep; naspel; naklank; vervelende gevolgen; napijn; naweeën
作用sayou (1) werking; actie; proces; functie; (2) invloed; effect
利きkiki (1) uitwerking; effect; werkzaamheid; doeltreffendheid; kracht; werking; effectiviteit; [薬の~] geneeskracht; (2) het dominant-zijn
ken (1) kaartje; biljet; toegangskaartje; [Belg.N.] ticket; (2) coupon; (3) obligatie; (4) certificaat; bewijs; (5) eigendomsbewijs van onroerend goed; grondbrief; (a) eigendomsbewijs; effect; waardepapier; zegel
効き目 ; 利き目kikime uitwerking; effect; werkzaamheid; doeltreffendheid; kracht; werking
効力kouryoku (1) effect; effectiviteit; uitwerking; resultaat; nuttig effect; (2) geldigheid; validiteit; waarde; het in voege zijn; kracht; het van kracht zijn; het van kracht worden; inwerkingtreding
効果kouka (1) effect; werking; uitwerking; (2) efficiëntie; doelmatigheid; doeltreffendheid; (3) resultaat; vrucht; opbrengst; nuttig effect; gevolg; (4) [judo] koka
効能kounou uitwerking; effect; werkzaamheid; doeltreffendheid; kracht; werking; effectiviteit; [薬の~] geneeskracht
印 ; 標 ; 証 (bet. 4) ; 證 (bet. 4) ; 徴 (bet. 7) ; 験 (bet. 8) ; 首 (bet. 9)shirushi (1) teken; merk; markering; merkteken; (2) insigne; embleem; symbool; signum; kenteken; kenmerk; (3) signaal; sein; teken; (4) bewijs; aanwijzing; spoor; teken; indicatie; verschijnsel; symptoom; (5) blijk; teken; getuigenis; (6) aandenken; souvenir; memento; gedenkteken; (7) voorteken; teken; omen; [fig.] voorbode; (8) effect; uitwerking; werkzaamheid; doeltreffendheid; effectiviteit; kracht; (9) (afgehakt) hoofd van een vijand
kuchi (1) mond; muil; bek; [inform.] bakkes; (2) taal; spraak; woord; (3) smaak; smaakzin; (4) persoon ten laste; mond die gevoed moet worden; (5) openstaande betrekking; vacature; vacante plaats; (6) betrekking; dienstbetrekking; baan; job; aanstelling; (7) mondstuk (van een muziekinstrument); (8) kurk; stop (van een fles); (9) opening; gat; fuit; (10) route; bergpad; riviermonding; estuarium; natuurlijke haven; (11) deur; poort; ingang; uitgang; (12) soort; artikel; merk; (13) begin; (14) gerucht; praatje; verhaal dat de ronde doet; (15) aandeel; actie; effect; portie; (16) opening van een zweer
aji (1) smaak; (2) charme; karakter; flair; jeu; (3) ervaring; ondervinding; nagevoel; genot; (4) [beurst.] stemming; (5) [囲碁; 将棋で] effect; (6) chic; fris; blits; vlot; hip; koket; (7) slim; gevat; geestig; (8) vreemd; curieus; apart; bizar; (9) [maatwoord voor smaken]
回りmawari (1) draai; draaiing; slag; omwenteling; rotatie; omgang; toer; wenteling; wending; zwenking; (2) ronde; rondgang; verspreiding; (3) [毒; アルコールの] uitwerking; effect; (4) [交通機関の] traject; route; via; (5) omweg; omrit; omlegging; omleiding; wegomlegging; (6) [maatwoord voor ronden; toertjes]; (7) [maatwoord voor een cyclus van 12 jaar]; (8) [maatwoord voor een termijn van 7 dagen]; (9) [maatwoord voor maten; slagen]
影響eikyou invloed; inwerking; influentie; impact; effect; uitwerking; repercussie; weerslag; beïnvloeding
所感shyokan (1) [boeddh.] effect; gevolg; uitkomst van een daad; (2) verwerving; verkrijging; (3) gedachte; indruk; impressie; mening
所為sei (1) gevolg; consequentie; resultaat; uitvloeisel; voortvloeisel; effect; (2) schuld; verantwoordelijkheid (voor iets slechts); (3) door; wegens; vanwege; tengevolge van; te wijten aan; toe te schrijven aan; toe te kennen aan; veroorzaakt door; doordat; [arch.] doordien [in de constructie no sei de のせいで]
捻りhineri (1) draai; draaiing; omdraaiing; verdraaiing; verwringing; [m.b.t. biljart] effect; [m.b.t. schoonspringen] schroef; [sportt.] spin; spineffect; (2) cachet; smaak; wending; (3) snuifje
ka (1) gevolg; consequentie; resultaat; effect; vergelding; [boeddh.] phala; (2) verlichting; inzicht; (3) vrucht; fruit; (4) [maatwoord voor fruitsoorten]
煽りaori (1) [風の] windstoot; windvlaag; vlaag; windinvloed; zuiging; (2) invloed; effect; weerslag; terugslag; (3) aansporing; aanzetting; aanstichting; instigatie; beïnvloeding; [i.h.b.] intimidatie; (4) [theat.] gesticulatie met waaier waarmee de portier toeschouwers tracht te lokken; (5) [m.b.t. leeuwendans] romp van de leeuw; (6) wan om graankorrels op gewicht te sorteren; (7) [foto.] tilt; tilling; (8) [m.b.t. tijdschrift; krant] als teaser bedoelde inleiding tot een artikel; (9) [beurst.] manipulatie van de koers; markt; (10) het bumperkleven
結果kekka (1) resultaat; uitslag; uitkomst; positieve uitkomst; opbrengst; vrucht; (2) gevolg; uitvloeisel; consequentie; resultaat; (3) werking; uitwerking; effect; resultaat; (4) einde; slot; afloop; ontknoping
規模kibo (1) omvang; schaal; grootte; formaat; afmeting; proportie; maat; dimensie; (2) model; maatstaf; (3) eer; lof; (4) effect; resultaat; (5) vergoeding; compensatie; (6) grond; bewijs
証文shyoumon (1) akte; document; (2) effect; papier
証書shyoushyo (1) akte; document; (2) effect; papier; (3) certificaat; getuigschrift; bewijs; attest; testimonium; [i.h.b.] diploma; referentie
趣向shyukou (1) teneur; strekking; [手紙の] inhoud; betekenis; (2) idee; plan; (3) [kabuki; jōruri] opzet en uitwerking; effect; (4) [haiku] concept
非生産的hiseisanteki onproductief; improductief; niet; weinig vruchtbaar; zonder (veel) succes; effect; resultaat; niets; weinig opleverend; [fig.] onvruchtbaar; vruchteloos; geen vrucht dragend; [m.b.t. kapitaal] dood
響き ; 響hibiki (1) geluid; klank; galm; gegalm; (2) weergalm; weerklank; resonantie; nagalm; naklank; echo; reverberatie; (3) invloed; weerslag; effect; werking
shirushi (1) voorteken; voorbode; aankondiging; indicatie; teken; symptoom; (2) bovennatuurlijke werkzaamheid; kracht; (3) effect; werkzaamheid; uitwerking; doeltreffendheid; effectiviteit; (4) zinvolheid
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.58 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 30 treffers (zoekopdracht: 'effect', strategie: exact). 
2005-2021