日蘭辭典+

22 resultaten voor ‘effect’
日蘭辭典 (trefwoord)
jun
zn. zuiverheid v.; reinheid v. ¶ 純量 netto gewicht. ¶ 純能率 nuttig effect. ¶ 純金 zuiver goud.
yūkō有効
zn. uitwerking v.; nuttig effect o.; waarde v. ¶ 有効になる uitwerking hebben; resultaat hebben. ¶ 有効な nuttig; effectief; van waarde; geldig; bruikbaar. ¶ 有効なる契約 geldig contract. ¶ 有効期間 geldigheidsduur.
kanji感じ
zn. (1) [感覺] gewaarwording v.; gevoel o. (2) [印象] indruk m. (3) [效驗] resultaat o.; effect o. (4) [感應] invloed m. ¶ 感じがなくなる gevoelloos worden. ¶ 感じを與へる een goeden indruk maken. ¶ 好い感じを持って居る welwillende gevoelens koesteren.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <effect>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
kuchi (1) mond; muil; bek; [inform.] bakkes; (2) taal; spraak; woord; (3) smaak; smaakzin; (4) persoon ten laste; mond die gevoed moet worden; (5) openstaande betrekking; vacature; vacante plaats; (6) betrekking; dienstbetrekking; baan; job; aanstelling; (7) mondstuk (van een muziekinstrument); (8) kurk; stop (van een fles); (9) opening; gat; fuit; (10) 10. route; bergpad; riviermonding; estuarium; natuurlijke haven; (11) 11. deur; poort; ingang; uitgang; (12) 12. soort; artikel; merk; (13) 13. begin; (14) 14. gerucht; praatje; verhaal dat de ronde doet; (15) 15. aandeel; actie; effect; portie; (16) 16. opening van een zweer
結果 kekka (1) resultaat; uitslag; uitkomst; positieve uitkomst; opbrengst; vrucht; (2) gevolg; uitvloeisel; consequentie; resultaat; (3) werking; uitwerking; effect; resultaat; (4) einde; slot; afloop; ontknoping
ken a. eigendomsbewijs; effect; waardepapier; zegel; ; (1) kaartje; biljet; toegangskaartje; [Belg.N.] ticket; (2) coupon; (3) obligatie; (4) certificaat; bewijs; (5) eigendomsbewijs van onroerend goed; grondbrief
shirushi (1) teken; merk; markering; merkteken; (2) insigne; embleem; symbool; signum; kenteken; kenmerk; (3) signaal; sein; teken; (4) bewijs; aanwijzing; spoor; teken; indicatie; verschijnsel; symptoom; (5) blijk; teken; getuigenis; (6) aandenken; souvenir; memento; gedenkteken; (7) voorteken; teken; omen; [fig.] voorbode; (8) effect; uitwerking; werkzaamheid; doeltreffendheid; effectiviteit; kracht; (9) (afgehakt) hoofd van een vijand
所感 shokan (1) [boeddh.] effect; gevolg; uitkomst van een daad; (2) verwerving; verkrijging; (3) gedachte; indruk; impressie; mening
証文 shoumon (1) akte; document; (2) effect; papier
証書 shousho (1) akte; document; (2) effect; papier; (3) certificaat; getuigschrift; bewijs; attest; testimonium; [i.h.b.] diploma; referentie
効果 kouka (1) effect; werking; uitwerking; (2) efficiëntie; doelmatigheid; doeltreffendheid; (3) resultaat; vrucht; opbrengst; nuttig effect; gevolg; (4) [judo] koka
効力 kouryoku (1) effect; effectiviteit; uitwerking; resultaat; nuttig effect; (2) geldigheid; validiteit; waarde; het in voege zijn; kracht; het van kracht zijn; het van kracht worden; inwerkingtreding
所為 sei (1) gevolg; consequentie; resultaat; uitvloeisel; voortvloeisel; effect; (2) schuld; verantwoordelijkheid (voor iets slechts); (3) door; wegens; vanwege; tengevolge van; te wijten aan; toe te schrijven aan; toe te kennen aan; veroorzaakt door; doordat; [arch.] doordien [in de constructie no sei de のせいで]
セキュリティ sekyuriti (1) veiligheid; beveiliging; bescherming; geborgenheid; securiteit; (2) [beurst.] zekerheid; onderpand; effect; borg
回り mawari (1) [maatwoord voor ronden, toertjes]; (2) [maatwoord voor een cyclus van 12 jaar]; (3) [maatwoord voor een termijn van 7 dagen]; (4) [maatwoord voor maten, slagen]; ; (1) draai; draaiing; slag; omwenteling; rotatie; omgang; toer; wenteling; wending; zwenking; (2) ronde; rondgang; verspreiding; (3) [毒; アルコールの] uitwerking; effect; (4) [交通機関の] traject; route; via; (5) omweg; omrit; omlegging; omleiding; wegomlegging
作用 sayou (1) werking; actie; proces; functie; (2) invloed; effect
効き目 kikime uitwerking; effect; werkzaamheid; doeltreffendheid; kracht; werking
余波 yoha (1) nawerking; uitwerking; effect; (2) nasleep; naspel; naklank; vervelende gevolgen; napijn; naweeën
カット katto (1) [maatwoord voor sneden; stukken]; (2) [filmk.] [maatwoord voor cuts; filmbeelden]; (3) 10. [maatwoord voor kleine illustraties, inzetten]; ; (1) knipbeurt; haarknipbeurt; (2) [宝石の] het snijden; (3) [sportt.] effect; kapbeweging; (4) [filmk.] cut; cutting; filmbeeld; (5) coupure; weglating; inkorting; verkorting; doorstreping; doorhaling; schrapping; (6) vermindering; verlaging; reductie; beperking; inkrimping; korting; besnoeiing; bezuiniging; mindering; (7) gravure; snede; [i.h.b.] houtsnede
響き hibiki (1) geluid; klank; galm; gegalm; (2) weergalm; weerklank; resonantie; nagalm; naklank; echo; reverberatie; (3) invloed; weerslag; effect; werking
煽り aori (1) [風の] windstoot; windvlaag; vlaag; windinvloed; zuiging; (2) invloed; effect; weerslag; terugslag; (3) aansporing; aanzetting; aanstichting; instigatie; beïnvloeding; [i.h.b.] intimidatie; (4) [theat.] gesticulatie met waaier waarmee de portier toeschouwers tracht te lokken; (5) [m.b.t. leeuwendans] romp van de leeuw; (6) wan om graankorrels op gewicht te sorteren; (7) [foto.] tilt; tilling; (8) [m.b.t. tijdschrift; krant] als teaser bedoelde inleiding tot een artikel; (9) [beurst.] manipulatie van de koers; markt; (10) 10. het bumperkleven
影響 eikyou invloed; inwerking; influentie; impact; effect; uitwerking; repercussie; weerslag; beïnvloeding
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.39 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 19 treffers (zoekopdracht: 'effect', strategie: exact). 
2005-2020