日蘭辭典+

48 resultaten voor ‘einde’
日蘭辭典 (trefwoord)
owari

(終わり) einde o.; slot o.; afloop m. ¶ 終なき eindeloos. ¶ 終の laatst.

akumade飽く迄
(あくまで) bw. (1) [最後迄] tot het uiterste; tot het bittere einde. (2) [極力] naar zijn beste krachten; naar zijn beste vermogen.
yame止め
zn. (1) [終り] einde v.; conclusie v. (2) [中止] ophouding v.; stoppen o. (3) [廢止] afschaffing v. (4) [斷念] onthouding v.; opgeving v. ¶ 止める doen ophouden; afschaffen; uitscheiden met; stoppen; opgeven; afzien van; een einde maken aan. ¶ 仕事止める uitscheiden met werken. ¶ 學問を廢める de studie opgeven. ¶ 新聞取るのを廢める voor een krant bedanken. ¶ を廢める den drank afzweren; geheelonthouder worden.
yamesaseru止めさせる
i.w. een einde maken aan; zorgen, dat men ophoudt.
yami
(止み) zn. einde o. ¶ 止みになる ophouden.
hana
zn. uiteinde v.; uiterste punt o.; begin (始め) v. ¶ から van het begin af.
itoguchi絲口
(緖、緒、糸口) zn. (1) [絲の] het einde van een draad. (2) [端緖] het begin van een spoor; aanwijzing v. ¶ 絲口が開けた een begin is gemaakt. ¶ 探索する絲口がない er is geen enkel spoor, dat men kan volgen; er is geen enkele aanwijzing.
kyoku
zn. (1) [官衙] bureau o.; kantoor v. (2) [碁局] schaakspel o. (3) [時局] toestand m.; situatie v. (4) [結局] einde v.; conclusie v. (5) [當局] autoriteit v. ¶ 局に當たる een zaak ter hand nemen. ¶ 局を結ぶ tot een einde komen; afloopen.
saigo最後
zn. einde o.; laatste o. ¶ 最後に ten slotte; ten laatste; eindelijk; op den duur. ¶ 最後の laatst; uiterst. ¶ 最後の通牒 ultimatum. ¶ 最後の手段 laatste middel.
shimau仕舞ふ
(仕舞う、終う、了う、藏ふ、蔵う) t.w. [終る] eindigen; ten einde brengen; i.w. een eind maken aan. t.w. (2) [藏する] wegbergen; opbergen. ¶ を讀んで了ふ een boek uitlezen. ¶ 試驗を仕舞ひました het examen is afgeloopen.
daidan-en大團圓
(大団円) zn. ontknooping v.; eind-catastrofe v.
hate

(果て) zn. (1) [結果] gevolg o.; resultaat o. (2) [運命] lot o. (3) [限界] grens v.; einde o. ¶ 議論の果 het resultaat van de discussie. ¶ 世界の果 het eind van de wereld. ¶ 果は ten slotte; per slot van rekening. ¶ 果から果まで van het eene eind tot het andere. ¶ 擧句の果に en het ergste van alles was......

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <einde>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
sue (1) uiteinde; top; verste punt; tip; uithoek; uiterste; (2) einde; end; slot; afloop; (3) toekomst; (4) nageslacht; kroost; [form.] posteriteit; nazaat; [bijb.] zaad; afstammeling; nakomeling(schap); nakroost; telg; descendent; spruit; loot; [i.h.b.] jongste kind; [i.h.b.] laatstgeborene; (5) na (afloop van ~); tot besluit (van); (6) iets verwaarloosbaars; iets onbelangrijks; (7) verval; decadentie
詰り tsumari dat wil zeggen; [afk.] d.w.z.; te weten; [afk.] t.w.; om precies te zijn; enfin; afijn; met andere woorden; [afk.] m.a.w.; anders gezegd; namelijk; [afk.] nl.; kortom; kortweg; in één woord; in summa; samenvattend; om kort te gaan; om een lang verhaal kort te maken; ik bedoel; waar het op neerkomt is; uiteindelijk; ten slotte; al met al; alles bij elkaar genomen; ; (1) het gevuld zijn; (op)vulling; capitonnage; (2) verstopping; [geneesk.] obstructie; (3) einde; slot; uitkomst; besluit; afloop; (4) krimp; (in)krimping; inkorting; verkorting; slinking; samentrekking
結び musubi (1) knoop; strik; verbinding; (2) einde; eind; slot; besluit; (3) [cul.] rijstballetje; rijst uit het vuistje
暮れ kure (1) zonsondergang; het vallen van de nacht; het vallen van de avond; avondschemering; schemer; schemering; halfduister; laatste zonlicht; (2) jaareinde; einde van het jaar; (3) einde; eind; afloop
区切り kugiri [maatwoord voor pauzes]; ; (1) eind; einde; (2) pauze; punt; (3) interpunctie; het interpungeren; punctuatie
結末 ketsumatsu (1) einde; eind; slot; afloop; besluit; conclusie; (2) eindresultaat; uitkomst; (3) [悲劇の] ontknoping
決着 ketchaku conclusie; besluit; eind; einde; beëindiging; slot; afronding
結果 kekka (1) resultaat; uitslag; uitkomst; positieve uitkomst; opbrengst; vrucht; (2) gevolg; uitvloeisel; consequentie; resultaat; (3) werking; uitwerking; effect; resultaat; (4) einde; slot; afloop; ontknoping
終結 shuuketsu einde; eind; besluit; beëindiging
終了 shuuryou einde; afsluiting; besluit; afloop; [i.h.b.] expiratie; slot; sluiting; beëindiging; terminatie; voltooiing; afwerking
仕舞 shimai (1) einde; slot; besluit; (2) einde; beëindiging; afloop; (3) [m.b.t. zaak, beurs enz.] sluiting; (4) [Jap.ton.] stukje no-dans zonder gebruikmaking van kostuums of muzikale omlijsting
どん詰まり donzumari (1) doodlopende straat; dood punt; impasse; deadlock; patstelling; (2) einde; slot; eindfase; eindstadium; eindresultaat; besluit; (3) uitkomst; afloop; resultaat; uitslag
留め tome (1) einde; slot; besluit; (2) beëindiging; terminatie; het stoppen; stopzetting
端末 tanmatsu (1) uiteinde; einde; eind; verste punt; uiterste; slot; (2) [comp.] terminal; eindstation
段落 danraku [maatwoord voor alinea's, paragrafen]; ; (1) alinea; paragraaf; afdeling; (2) [fig.] besluit; slot; einde; afronding
末尾 matsubi einde; slot
ryou einde; slot; ; (1) a. eindigen; beëindigen; (2) b. duidelijk zijn; (3) c. inzien; begrijpen; verstaan
臨終 rinjuu eind; einde; levenseinde; uiteinde; laatste ogenblik; uur; sterfbed; doodbed; doodsbed; stervensuur; dood
際涯 saigai limiet; grens; uiterste; einde
最終 saishuu laatste; einde; besluit; slot
最後に saigoni ten slotte; op het eind; einde; aan het eind; einde; aan het slot; tot besluit; tot slot; finaal; ter afronding; op het laatst; in de laatste plaats; ten laatste; uiteindelijk; eindelijk; ultimo; ten langen leste; op de lange duur
最期 saigo (1) laatste ogenblikken; laatste momenten; (2) einde; dood
最後 saigo (1) laatste; einde; besluit; slot; (2) eens (dat); als eenmaal; zodra [voorafgegaan door -shitara ~したら]
切り kiri (1) einde; besluit; slot; (2) grens; limiet; perken; (3) laagste kwaliteit
切れ目 kireme (1) smalle opening; gat; spleet; kier; (2) pauze; onderbreking; rustpunt; interval; [muz.] cesuur; (3) moment dat iets op is; einde; [Belg.N.] uitputting
hashi 11. […~に] terwijl; en daarnaast; ; (1) uiteinde; einde; tip; staart; (2) rand; kant; boord; zoom; marge; grens; uithoek; hoek; [gew.] uitkant; (3) eindje; fragment; stukje; (4) flard; gedeelte; (5) begin; eerste; (6) [bouwk.] buitenkant; buitenzijde; voor; voorgedeelte; [i.h.b.] straatzijde; straatkant; (7) aanhef; voorwoord; voorbericht; inleiding; (8) aanvang; start; begin; (9) bescheiden positie; status; (10) 10. lagere prostituee
フィニッシュ finisshu (1) einde; slot; beëindiging; voltooiing; afwerking; (2) [sportt.] finish; eindpunt; (3) [gymn.] landing; finale
御仕舞い oshimai (1) [hoff.] einde; slot; afloop; afsluiter; (2) ondergang; verdoemenis; (3) afdoening; afhandeling; beslag; regeling
大詰め oozume (1) [ton.] laatste bedrijf; slottoneel; (2) einde; eind; slot; laatste loodjes; eindfase; eindstadium
終わり owari einde; slot; afloop
kan (1) a. compleet; volledig; (2) b. voltooien; afmaken; besluiten; ; einde; slot [bij eind van een boek of film]
開き hiraki (1) opening; het openen; het opengaan; (2) deur; poortje; (3) [cul.] opengesneden; gedroogde vis; (4) verklaring; uitleg; opheldering; toelichting; (5) bevrijding; verlossing; verlichting; (6) herleving; herstel; (7) ontwijkende beweging; motiliteit; (8) [plantk.] bloei; het uitkomen; (9) [euf.] einde; beëindiging; afsluiting; sluiting; het opbreken; het uit elkaar gaan; opheffing; besluit; (10) 10. verschil; gat; discrepantie; kloof; (11) 11. [scheepv.] het loeven; het overstag gaan; (12) 12. [no-theat.] hiraki-figuur [dansfiguur waarbij de uitvoerder twee of drie passen achteruitzet en daarbij beide armen naar voren brengt en openspreidt]; (13) 13. [muz.] topgedeelte van een shamisen-plectrum dat de snaren aantokkelt; (14) 14. [foto.] lensopening; apertuur
明かり akari (1) licht; schijn; schijnsel; (2) lamplicht; lamp; verlichting; (3) klaarte; helderheid; (4) opheldering; bewijs; blijk; (5) einde; slot; (6) [timmerlui-jargon] oog; [Barg.] glimmerik; [Barg.] spanling; [Barg., volkst.] lampjes; [volkst.] doppen
飽くまで akumade tot het (bittere) einde
エンディング endingu einde; slot; afloop; besluit
エンド endo (1) einde; slot; besluit; (2) einde; uiteinde; eind; (3) en; ; endo-
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.39 sec. jiten.nl: 12 treffers, warandict: 36 treffers (zoekopdracht: 'einde', strategie: exact). 
2005-2019