日蘭辭典+

24 resultaten voor ‘enkel’
日蘭辭典 (trefwoord)
ashikubi足首
zn. enkel m.
tan-itsu單一
(単一) zn. enkelvoudigheid v.; eenvoud o. ¶ 單一の enkel; eenig; eenvoudig; uitsluitend. ¶ 單一化 vereenvoudiging; unificatie.
tada
(ただ、唯、徒、但、常) bw. (1) [單に] alleen maar; slechts. (2) [排他的に] uitsluitend. (3) [無駄に] te vergeefs. (4) [無代] voor niets; om niet; gratis. ¶ 只の enkel; uitsluitend; (無料な) vrij; gratis; gewoon (通常の). ¶ ただ一つの eenig. ¶ 徒人 een gewone man. ¶ 唯の一夜に in een enkelen nacht.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <enkel>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
のみ nomi (1) [drukt beperking uit] enkel; alleen; alleen maar; slechts; puur; (2) [drukt bijzondere nadruk uit]; (3) [drukt in zinsfinale positie een concluderende uitspraak met gevoelsnadruk uit] maar; louter; gewoon; niets dan
hodo (1) […~] [duidt een globale hoeveelheid; mate; benadering aan] zo'n; zo wat; ongeveer; circa; om en bij; omtrent; rond de; … of zo; (2) […~] [duidt een hoedanigheid aan] zodanig dat; in die mate dat; zo … dat; zo … als; genoeg om te; (3) […~…ない] [duidt een referentiebasis aan]; (4) […ば…ほど] [duidt een proportioneel verband aan] hoe …-er; hoe …-er; (5) […~] [duidt een begrenzing aan] enkel; slechts
本の honno slechts; maar; enkel; louter; niet meer dan
僅か; 纔か wazuka (1) weinig; wat; beetje; schijntje; ietsje; luttel; greintje; (2) gering; klein; licht; schaars; karig; (3) krap; nauw; eng; ; (1) weinig; wat; beetje; schijntje; ietsje; ietwat; enigermate; enigszins; (2) amper; nauwelijks; maar net; ternauwernood; (3) slechts; maar; enkel
シングルス shingurusu [sportt.] enkel; [i.h.b. tennis] enkelspel
しか shika niemand (anders) dan ~; niets (anders) dan; alleen (maar); slechts; enkel; maar [regeert een gezegde in de negatie]
唯の tadano (1) slechts; louter; enkel; maar; alleen (maar); (2) gewoon; alledaags; normaal; algemeen; gebruikelijk; doodgewoon; niet bijzonder; gangbaar; banaal; triviaal; modaal; doorsnee; ordinair; (3) gratis; kosteloos; vrij
tada alleen; maar; echter; het enige is; dat; ; (1) enkel; uitsluitend; puur; zuiver; enig; [inform.] enigst; (2) slechts; louter; enkel; maar; alleen (maar); (3) zo maar; zonder meer; zonder reden; ; (1) gewoon; alledaags; normaal; algemeen; gebruikelijk; doodgewoon; niet bijzonder; gangbaar; banaal; triviaal; modaal; doorsnee; ordinair; (2) gratis; kosteloos; zonder kosten; vrij; voor niets; belangeloos; franco; [i.h.b.] ongestraft; [i.h.b.] straffeloos
単に tanni slechts; alleen (maar); maar; enkel; louter; zonder meer; niet meer dan; niets dan; simpelweg; eenvoudigweg; blotelijk
tan enkel-; enkelvoudig ~; eenvoudig ~
単なる tannaru louter; maar; zomaar een ~; eenvoudig; gewoon; enkel; zonder meer; je reinste; regelrecht
単独の tandokuno enkel; eenpersoons; eenmans-; solo-; individueel; afzonderlijk; onafhankelijk
だけ dake (1) […~] [drukt mate; omvang uit] wel; maar liefst; zoveel als; (2) […~] [drukt gepastheid uit]; (3) […~] [drukt beperking uit] enkel; alleen; slechts; maar; niet meer dan; niets dan
made […~] [duidt bevestiging of nadruk aan]; ; (1) […~] [duidt het punt aan tot waar iets reikt; grenst] tot; totdat; tot aan; tot … toe; voordat; (2) […~] [duidt een mate; benadering aan] tot zover; (3) […~] [drukt beperking uit] enkel; alleen; slechts; maar; niet meer dan; niets dan; (4) […~] [duidt een extreem voorbeeld aan] zelfs
きり kiri (1) […~] [partikel dat begrenzing; afperking uitdrukt] enkel; slechts; alleen; uitsluitend; de hele tijd; (2) […~…ない] [partikel dat een finaliteit uitdrukt] de laatste keer dat; sedert; sinds; van … af; (3) […~…ない] [partikel dat exclusiviteit; een maximum uitdrukt] niet meer dan
許り bakari ; bakkari (1) slechts; enkel; alleen; louter; uitsluitend; niets dan; alleen maar; maar; (2) pas [gearriveerd, geverfd enz.]; net ~; juist ~; nauwelijks ~; (3) zo'n; zo ongeveer; zowat; om en bij de; rond de ~
ばっかし bakkashi [spreekt.] [drukt beperking uit] enkel; slechts; louter
一つ hitotsu (1) eens (even); eens (effen); (2) alstublieft; alsjeblieft [als lichte aandrang bij een verzoek]; ; (1) één; eentje; [per] stuk; (2) enkel ~; slechts ~; alleen ~; [met negatie] zelfs geen ~ [suffix dat het voorafgaande substantief beperkt of beklemtoont]; (3) één en hetzelfde; één en dezelfde; een geheel; iets eenders; (4) ten eerste; primo; om te beginnen [gebruikt bij het opgeven van één uit meerdere alternatieven]
只管 hitasura (1) vurig; volijverig; ijverig; hartstochtelijk; ingespannen; vurig; fervent; (2) uitsluitend; enkel
足首 ashikubi [anat.] enkel
唯一の yuiitsuno de; het enige; enkel; uniek; exclusief
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.42 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 21 treffers (zoekopdracht: 'enkel', strategie: exact). 
2005-2020