日蘭辭典+

70 resultaten voor ‘enorm’
日蘭辭典 (trefwoord)
dōmoどうも
bw. zeer; hoe zeer; hoe. ¶ どうも困った wat is dat onaangenaam! ¶ どうも親切 hoe vriendelijk van u! ¶ どうも吹くね wat waait het hard!
SUPPLEMENT (trefwoord)
sugoi凄い
(すごい、スゴイ) bn. (1) afschrikwekkend; benauwend; gruwelijk; huiveringwekkend. ¶ すごいにらむ sugoi me de niramu met een ijselijke blik aanstaren; met een schrikaanjagende blik aankijken. (2) ongewoon; verbazend; opmerkelijk; bewonderenswaardig; geweldig; excellent; fameus; fantastisch; ongelooflijk; ongehoord; verbluffend. ¶ すごい腕前 sugoi udemae opvallend bekwaam. ¶ はすごい知識を持ったです。すなわち、生き字引ですKare wa sugoi chishiki wo motta hito desu. Sunawachi, ikijibiki desu. Hij beschikt over ongelooflijke kennis. Hij is een levende encyclopedie. (TTC) ¶ 姉さんはすごい美人だ。 Kare no neesan wa sogoi bijin da. Zijn zus is een opmerkelijke schoonheid. (TTC) (tevens als uitroep van bewondering of emotie) ¶ へー、キーボード見ないで文字打てるんだ。スゴイわねー。♀ Hèè? kiiboodo minaide moji uterun da. Sugoi wa nèè. Hé, jij kunt tikken zonder te kijken naar het toetsenbord. Cool zeg! (TTC) (3) (zowel in negatieve als positieve zin) in ongewone mate; excessief; extreem; vreselijk; bovenmatig; ontstellend; ontzettend; uiterst; verdomd; zeer; erg; groot (aantal). 半時間ほどすごい土砂降りだった。Hanjikan hodo sugoi doshaburi datta. Een half uur lang hadden we een vreselijke stortregen; Het was een ontzettende stortbui van een half uur. (TTC) bw. ¶ 今日はすごく暑いKyō wa sugoku atsui. Het is vandaag vreselijk warm. (TTC) ¶ が光に対してすごく敏感なのですMe ga hikari ni taishite sugoku binkan na no desu. Mijn ogen zijn enorm gevoelig voor licht. (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <enorm>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
いともitomo heel; erg; zeer; enorm; uiterst; uitermate
いみじimiji (1) enorm; erg; buitengewoon; extreem; opvallend; uitbundig; (2) prima; top; uitstekend; geweldig; (3) wreed; vreselijk; verschrikkelijk; gruwelijk
いやにiyani (1) onaangenaam; afschuwelijk; weerzinwekkend; walgelijk; ergerlijk; tergend; verfoeilijk; hatelijk; afstotelijk; afgrijselijk; (2) ontzettend; verschrikkelijk; heel erg; enorm; vreselijk; geweldig; hartstikke; ontzaglijk; donders; ~ dat het een aard had
こよないkoyonai (1) onovertroffen; weergaloos; zonder weerga; ongeëvenaard; niet te evenaren; uitnemend; uitmuntend; voortreffelijk; opperst; perfect; best; eersterangs; prima; fantastisch; superbe; (2) buitengewoon; uitzonderlijk; bijzonder; apart; ongewoon; exclusief; (3) enorm; geweldig; extreem; buitengewoon; formidabel; verschrikkelijk; vreselijk; afschuwelijk; erg
でかdeka (1) [Barg.; volkst.] agent (in burger); stille; speurder; rechercheur; smeris; flik; klabak; rus; juut; tuut; kip; (2) iets groots; groot ding; grote zaak; (3) groterd; reus; (4) groot; omvangrijk; (5) groots; erg; enorm; immens; heel; (6) verwaand; opgeblazen; hoogmoedig; trots
でかいdekai enorm; immens; gigantisch; reusachtig; kolossaal; geweldig
でっかいdekkai ontzettend groot; enorm; gigantisch; reusachtig; kolossaal; geweldig; ontzaglijk
とってもtottemo (1) heel; erg; zeer; zwaar; sterk; uiterst; aller-; dood-; oer-; bloed-; in-; hartstikke; vreselijk; uitermate; ontzettend; enorm; verschrikkelijk; afschuwelijk; ijzig; bar; stom-; criant; gruwelijk; bitter; crimineel; gruwzaam; fantastisch; geweldig; ontiegelijk; gemeen; drommels; verdomd; machtig; duivels; verbazend; ijselijk; verduiveld; mirakels; allemachtig; formidabel; ellendig; moorddadig; reusachtig; reuze-; ontzaglijk; vervaarlijk; kolossaal; onwijs; schreeuwend; stinkend; danig; volslagen; faliekant; [inform.; veroud.] verhipt; (2) [~ない] geenszins; volstrekt niet; hoegenaamd niet; bepaald niet; helemaal niet; lang niet; absoluut niet; ten enenmale niet; om de drommel niet; in het geheel niet; niet in het minst; in geen geval; in geen enkel opzicht; in genen dele; op geen stukken na; bijlange (na) niet
とんだtonda (1) onverwacht; onvoorzien; (2) absurd; ongelofelijk; ongehoord; grotesk; grof; flagrant; (3) geweldig; enorm; buitengewoon; bijzonder; fantastisch; onvoorstelbaar; ontzettend; ontzaglijk; verschrikkelijk; gruwelijk; (4) geweldig; enorm; buitengewoon; bijzonder; fantastisch; onvoorstelbaar; erg; zeer; uiterst; ontzettend; ontzaglijk; verschrikkelijk; gruwelijk
ど偉いdoerai buitengewoon groot; bijzonder; ontzettend veel; enorm; immens; extreem; waanzinnig; kolossaal; gigantisch; reusachtig; indrukwekkend; formidabel; ontzaglijk; geweldig; verbazingwekkend; ongelooflijk; fantastisch; fabelachtig; ongehoord; schandalig
ジャンボjanbo (1) [foto.] uitvergroting; vergroting; blow-up; (2) jumbojet; jumbo; (3) zeer; geweldig groot; reusachtig; kolossaal; enorm; gigantisch
ジャンボなjanbona zeer; geweldig groot; reusachtig; kolossaal; enorm; gigantisch
世にもyonimo (1) enorm; bijzonder; buitengewoon; uitermate; (2) [~…ない] zeker; beslist
何とも ; 何共nantomo (1) [ter beklemtoning] echt; werkelijk; waarlijk; (2) [~ない] geenszins; in het geheel niet; niet de minste …; niet in het minst; maakt niet uit; niets aan de hand met; geen probleem met; geen punt; [mij enz.] om het even; (3) enorm; verschrikkelijk; erg; ontzettend; wat een …!; hoe verschrikkelijk …!
偉大idai (1) grootheid; grootsheid; grandeur; luister; (2) groot; groots; machtig; majesteitelijk; imposant; enorm
偉大なidaina groot; groots; machtig; majesteitelijk; imposant; enorm
ken (a) gezond; kloek; (b) hevig; enorm
凄いsugoi (1) vreselijk; verschrikkelijk; afschuwelijk; ontzettend; gruwelijk; afgrijselijk; angstaanjagend; schrikwekkend; beangstigend; akelig; ijzingwekkend; ijselijk; huiveringwekkend; [form.] horribel; (2) enorm; geweldig; verbijsterend; verbluffend; verbazend; ongelofelijk; overweldigend; verpletterend; fantastisch; schitterend; indrukwekkend; buitengewoon; fabelachtig; formidabel; fenomenaal; [fig.] moorddadig; grandioos; immens; ontzaglijk; verbazingwekkend; ontzagwekkend; heftig; niet te zui­nig!; wow!; wauw!; mieters!
凄まじいsusamajii (1) ontzaglijk; verschrikkelijk; vreselijk; ontzagwekkend; ontzettend; afschuwelijk; afgrijselijk; gruwelijk; (2) geweldig; enorm; heel erg; buitengewoon; hevig; formidabel; (3) verbluffend; ongelofelijk; verbazingwekkend; verbazend
geki (1) toneelkunst; kunst van de opvoering van toneelstukken; acteerkunst; kunst van het toneelspelen; (2) drama; toneel; toneelspel; toneelstuk; theaterstuk; theater; (3) hevig; enorm; fel; (a) hevig; druk; sterk; (b) spel; drama; (c) schouwburg
呆れたakireta (1) [~馬鹿] ongelofelijk; enorm; [~やつ] vreselijk; akelig; walgelijk; [~値段] overdreven; exorbitant; buitensporig; (2) onzin!; het idee alleen al!; krijg nou wat!; wel heb je ooit!; wel allemachtig!; asjemenou!
夥しいobitadashii (1) een grote hoeveelheid; een groot aantal; veel; vele; talrijk; (2) enorm; overweldigend; geweldig
大々的daidaiteki geweldig groot; enorm; omvangrijk; uitgebreid; reusachtig; immens; kolossaal; gigantisch; groots opgezet; grandioos
大いooi (1) groot; (2) geweldig; enorm; buitengewoon; ontzaglijk; fantastisch; prima; (3) [~…] hoofd-; top-; hoogste in rang; eerstaanwezend …; (4) [~…] senior; oudere; met hogere anciënniteit
大いなるooinaru (1) groot; (2) geweldig; enorm; buitengewoon; ontzaglijk; fantastisch; prima
大いにooini zeer; enorm; in hoge mate; ten zeerste
大きいookii groot; omvangrijk; machtig; indrukwekkend; imposant; groots; schitterend; gigantisch; immens; kolossaal; enorm; reusachtig; [m.b.t. stem] luid; hard klinkend
大きなookina groot; omvangrijk; beduidend; machtig; indrukwekkend; imposant; groots; schitterend; gigantisch; immens; kolossaal; enorm; reusachtig; [m.b.t. stem] luid; hard klinkend
大したtaishita (1) enorm; gigantisch; geweldig (groot); wat (een); immens; machtig; kolossaal; formidabel; buitengewoon; buitengemeen; ontzaglijk; verbazend veel; indrukwekkend; imposant; reusachtig; fantastisch; ontzettend; fameus; fabelachtig; fabuleus; grandioos; groots; wonder-; van je welste; belang; (2) niet zo'n ~; niet bepaald een ~; niets bijzonders; niet iets om over naar huis te schrijven [gevolgd door een negatie]
大のdaino (1) groot; (2) volwassen; volgroeid; (3) enorm; geweldig; buitengewoon
大変taihen (1) crisis; zaak van betekenis; beproeving; (2) verschrikkelijk; erg; zeer; heel; ontzettend; vreselijk; enorm; hoogst; uiterst; bijzonder; uitzonderlijk; buitengewoon; geweldig; immens; hartstikke; ontzaglijk; afschuwelijk; akelig; zwaar; uitermate; danig; ernstig; (3) niet simpel; moeilijk; problematisch; zwaar; hard; lastig; niet voor de poes; geen sinecure; geen kinderspel; geen lachertje; een flinke job; een zware klus; (4) o God!; mijn God!; och God!; och gut!; God nog (aan) toe!; hè nee!; lieve deugd!; och gunst!; lieve; goeie hemel!; grote goedheid!; nee maar!; mijn hemel!; menslief!; goeie genade!; goeie grutten!; allemachtig!
大変なtaihenna (1) verschrikkelijk; erg; ontzettend; vreselijk; enorm; bijzonder; uitzonderlijk; buitengewoon; geweldig; immens; ontzaglijk; afschuwelijk; akelig; zwaar; danig; ernstig; (2) niet simpel; moeilijk; problematisch; zwaar; hard; lastig; flink
大層 ; 大相 ; 大造taisou (1) enorm; geweldig; ontzaglijk; immens; machtig; gigantisch; formidabel; ontzettend; indrukwekkend; grandioos; groots; (2) voortreffelijk; voornaam; hoog; indrukwekkend; (3) overdreven; overtrokken; opgeklopt; sterk; kras; ongelooflijk; geëxalteerd; (4) heel; (heel) erg; zeer; buitengewoon; enorm; geweldig; ontzettend; vreselijk; buitengemeen; uitermate; uiterst; hoogst; ongemeen; zo; hooglijk; verschrikkelijk; ontzaglijk; buitenmate; bovenmate; [inform.] hartstikke
大当たりooatari (1) voltreffer; schot in de roos; prachtschot; het winnen van de pot; jackpot; enorme winst; (2) groot; geweldig; waanzinnig; enorm; daverend succes; succès fou; kassucces; klapper; blockbuster; (3) recordoogst; topoogst; topjaar; [econ.] bonanza
tai (a) groot; uitgebreid; ruim; (b) eminent; uitstekend; (c) hooggeplaatst; (d) belangrijk; verantwoordelijk; moeilijk; (e) buitengewoon; bijzonder; enorm; (f) globaal; (g) fundamenteel
如何にもikanimo (1) in elk opzicht; enorm; extreem; uiterst; verschrikkelijk; zeer; erg; hoogst; absoluut; totaal; (2) werkelijk; waarlijk; voorwaar; voorzeker; echt; helemaal; door en door; precies; inderdaad; exact; zegt u dat wel; zoals u zegt; dat ben ik helemaal met u eens; volkomen gelijk; nou en of; reken maar; klopt; heel juist; (3) hoe dan ook; op welke wijze ook; hoe het ook zij; vast en zeker; welzeker; ongetwijfeld; beslist; stellig; (4) net alsof; als het ware; onmiskenbaar; duidelijk; niet mis te verstaan; (5) liefst; bij voorkeur
iya (1) steeds meer; hoe langer hoe meer; (2) enorm; zeer; in zeer hoge mate; (3) meest; uiterst
抜群batsugun (1) uitstekend; uitmuntend; voortreffelijk; uitblinkend; uitzonderlijk; eminent; weergaloos; ongeëvenaard; (2) enorm; buitengewoon; extreem; (3) enorm; verschrikkelijk; erg; buitengewoon; heel; uitzonderlijk
散々sanzan (1) enorm; erg; hevig; uiterst; geweldig; ontzettend; ontzaglijk; ontstellend; (2) vreselijk; verschrikkelijk; afschuwelijk; gruwelijk; afgrijselijk; wreed; ellendig; bitter; meedogenloos; ongenadig; niets ontziend; (3) vergruisd; verbrijzeld; in kleine stukjes uiteengevallen; totaal verwoest; (4) enorm; vreselijk; geweldig; erg; zeer; ontzettend; diepgaand; ernstig; grondig; door en door
数多amata (1) heel; erg; zeer; enorm; ontzettend; (2) [~の] veel; menig; tal van; heel wat; (3) vele; velen
いとito (1) erg; heel; zeer; ontzettend; verschrikkelijk; enorm; uiterst; uitermate; buitengewoon; (2) werkelijk; echt; waarlijk; absoluut; inderdaad; zonder meer; regelrecht; hoe …!; (3) [~…ず] niet erg; niet zo; niet al te; niet bijster; weinig
極まり無いkiwamarinai extreem; uiterst; buitengewoon; enorm; verschrikkelijk; grenseloos; onbeperkt
極端にkyokutanni tot het uiterste; bovenmatig; bovenmate; buitenmatig; buitenmate; buitensporig; buitengewoon; uitermate; uiterst; overdadig; overmatig; overtollig; te ver; overdreven; enorm; extreem; excessief; onmatig; dol-; aarts-
浅ましいasamashii (1) gemeen; laag; vuig; min; verachtelijk; laag-bij-de-gronds; laaghartig; eerloos; onwaardig; schaamteloos; schandelijk; veil; waardeloos; (2) ellendig; wreed; naar; miserabel; erbarmelijk; jammerlijk; betreurenswaardig; beklagenswaardig; (3) schamel; pover; onaanzienlijk; armzalig; (4) onverwacht; onvoorzien; verrassend; (5) teleurstellend; ontluisterend; spijtig; sneu; (6) erg; enorm; ontzettend; (7) [~なる] aan zijn eind komen; sterven
滅法meppou (1) [boeddh.] dharma-vināśa [= ongeconditioneerde dharma; soeverein bestaan]; (2) [boeddh.] nirwana; (3) absurd; onredelijk; (4) enorm; extreem; buitengewoon; (5) enorm; extreem; uitermate; uiterst; buitengewoon; erg; zeer; verschrikkelijk; ontzettend
爆発的bakuhatsuteki explosief; enorm; geweldig
物凄いmonosugoi (1) vreselijk; verschrikkelijk; eng; afschuwelijk; afgrijselijk; afgrijslijk; gruwelijk; akelig; beangstigend; angstaanjagend; affreus; schrikwekkend; vreeswekkend; afschuwwekkend; huiveringwekkend; ijselijk; ijzingwekkend; griezelig; luguber; naar; macaber; (2) onthutsend; ontstellend; ontzaglijk; ontzagwekkend; ontzettend; erg; verpletterend; enorm; overweldigend; ellendig; geducht; formidabel; reusachtig; hels; razend; [fig.] moorddadig; (3) geweldig; fantastisch; prachtig; knap; buitengewoon [goed]
kyou (1) [geneesk.] -manie; (2) -gekte; -zucht; -drift; -woede; -rage; -itis; (3) -fanaat; -maniak; -enthousiasteling; -enthousiast; -liefhebber; -fan; -gek; -freak; (a) krankzinnig worden; (b) buitengewoon; uitzinnig; enorm; (c) enthousiasme; manie; (d) kolder; scherts; gekheid
甚くitaku (1) zeer; erg; fel; hevig; intens; enorm; geweldig; bijzonder; buitengewoon; ongemeen; (2) [~…ず] niet erg; niet zo; niet al te; niet bijster
甚だしいhanahadashii zwaar; enorm; geweldig; van je welste; grof [bv. vergissing]; schromelijk; flagrant; intens; fel; bar; vehement; hevig; hard; streng [bv. koude]; ernstig; kapitaal; extreem; razend
甚大jindai geweldig groot; enorm; immens; reusachtig; kolossaal; gigantisch; giga
kuso (1) poep; kak; drek; stront; schijt; uitwerpselen; (2) vuil; (3) shit!; kut!; [〜ったれ] kut!; kut met peren!; verdomme!; godver!; verdorie!; verdraaid!; verdikkeme!; (4) klote-; kut- [= beledigend voorvoegsel]; (5) reuze-; buitengewoon; enorm; uitzonderlijk; (6) [= intensief suffix met minachtende connotatie]
素晴らしいsubarashii prachtig; schitterend; geweldig; fantastisch; formidabel; machtig; heerlijk; verrukkelijk; zalig; grandioos; subliem; prima; uitstekend; meesterlijk; tiptop; voortreffelijk; enig; superbe; uitmuntend; excellent; magnifiek; reuze; super; kostelijk; denderend; [inform.] mieters; swell; fenomenaal; uniek; eersterangs; eersteklas; uitgezocht; uitnemend; bijzonder; [inform.] bie; tof; eindeloos; te gek; [pred.] het einde; [pred.] enorm; briljant; klasse; opperbest; patent; allemachtig goed; beregoed; steengoed; glansrijk; mooi; pico bello; puik(best); [inform.] puntgaaf; piekfijn; [ook studentent.] luisterrijk; [inform.] reusachtig; groots; kapitaal; [w.g.] loeigoed; [jeugdt.] gaaf; [meisjest.] dolletjes; fabuleus; [jeugdt.] ruig; [jeugdt.] wijs; [slang] cool; [volkst.] jofel; [pred.] knal; [w.g.] knots; zo'n [meid; kerel enz.]
結構kekkou (1) structuur; constructie; bouwsel; bouw; geraamte; kader; (2) steun; stut; spant; (3) opbouw (van een verhaal); plot; verwikkeling (van een verhaal); (4) goed; fijn; mooi; (5) prachtig; magnifiek; schitterend; (6) lekker; heerlijk; (7) ten zeerste; zeer; erg; geweldig; in hoge mate; ruimschoots; rijkelijk; overvloedig; buitengewoon; buitengemeen; enorm; geweldig; (8) aardig; nogal; tamelijk; vrij; vrij wat; redelijk; in redelijk hoge mate; behoorlijk; best
絶大zetsudai enorm; geweldig groot; immens; reusachtig
絶大なzetsudaina enorm; geweldig groot; immens; reusachtig
膨大; 厖大boudai (1) opzwelling; uitzetting; zwelling; opzetting; (2) enorm; immens; reusachtig; geweldig groot; massaal; gigantisch; kolossaal; volumineus; omvangrijk; kapitaal; duizelingwekkend; fabelachtig; zeer uitgestrekt; onmetelijk; [lit.t.] ongemeten
至極shigoku zeer; erg; uiterst; uitermate; enorm; buitengewoon; ongemeen; bijzonder; extreem; volkomen; helemaal; absoluut; op-en-top
莫大bakudai enorm; immens; geweldig (groot); fabelachtig; gigantisch; reusachtig; kolossaal; van je welste; [fig.; m.b.t. schulden; leed] afgrondelijk
era (1) voortreffelijk; uitmuntend; uitstekend; superieur; excellent; outstanding; preëminent; (2) erg; zeer; heel; ontzettend; geweldig; hartstikke; vreselijk; enorm; (3) buitengewoon ~; extra ~; super ~; in-
近頃 ; 近ごろ ; 近比chikagoro (1) onlangs; kort geleden; recentelijk; laatstelijk; de laatste tijd; dezer dagen; (2) tegenwoordig; vandaag de dag; heden ten dage; thans; nu; (3) verschrikkelijk; erg; enorm
返す返すkaesugaesu (1) echt; werkelijk; enorm; uiterst; uitermate; buitengewoon; bijzonder; (2) keer op keer; telkens opnieuw; steeds weer; herhaaldelijk; bij herhaling; (3) beleefd; oprecht; gewetensvol
迚もtotemo (1) heel; erg; zeer; zwaar; sterk [overdreven enz.]; uiterst; aller-; dood-; oer-; bloed-; in-; hartstikke; vreselijk; uitermate; ontzettend; verschrikkelijk [slecht enz.]; afschuwelijk [vervelend enz.]; ijzig [kalm enz.]; bar [vervelend enz.]; stom [vervelend enz.]; criant [vervelend enz.]; gruwelijk [vervelend enz.]; bitter [arm enz.]; crimineel [koud enz.]; gruwzaam [kil enz.]; fantastisch [goedkoop enz.]; geweldig [goed enz.]; ontiegelijk [rijk enz.]; gemeen [koud enz.]; drommels [goed enz.]; verdomd [handig enz.]; machtig [mooi enz.]; duivels [ingewikkeld enz.]; verbazend [veel enz.]; ijselijk [lelijk enz.]; verduiveld [aardig enz.]; mirakels [gelukkig enz.]; allemachtig [interessant enz.]; formidabel [goed enz.]; ellendig [heet enz.]; moorddadig [goed enz.]; reusachtig [aardig enz.]; reuze [veel enz.]; ontzaglijk [veel enz.]; vervaarlijk [groot enz.]; kolossaal [groot enz.]; onwijs [hard enz.]; enorm; schreeuwend [duur enz.]; stinkend [jaloers enz.]; danig; volslagen; faliekant; [inform.; veroud.] verhipt [warm enz.]; [~少ない] bedroevend; (2) geenszins; volstrekt niet; hoegenaamd niet; bepaald niet; helemaal niet; lang niet; absoluut niet; ten enenmale niet; om de drommel niet; in het geheel niet; niet in het minst; in geen geval; in geen enkel opzicht; in genen dele; op geen stukken na; bijlange (na) niet [i.c.m. negatie]
途轍もないtotetsumonai absurd; onredelijk; ongerijmd; exorbitant; buitensporig; extravagant; buitengewoon; enorm; kolossaal; reusachtig; ongelofelijk; ongelooflijk
酷いhidoi (1) wreed; hard; verschrikkelijk; gruwelijk; enorm; ontzettend; vreselijk; onmenselijk; slecht; gemeen; duivels; donders; heidens; verduiveld; verduveld; verdomd; deksels; drommels; [気分が] bedonderd; (2) erg; guur; [~寒さ] bitter; bar; zwaar; flink; hevig; geweldig; [~発言] straf; van je welste; [~批評] scherp
長大choudai (1) lengte; grootte; gestalte; postuur; statuur; (2) groei; rijping; rijpwording; maturatie; (3) lang en groot; fors; massief; kloek; enorm; omvangrijk; groots opgezet
非常hijou (1) nood; noodgeval; emergency; uitzonderlijkheid;  ; (2) buitengewoon; bijzonder; ongewoon; ongemeen; buitengemeen; extreem; immens; enorm; grandioos; verschrikkelijk;  ; (3) (heel) erg; heel; zeer; buitengewoon; buitengemeen; hevig; enorm; ongemeen; ongewoon; geweldig; ontzaglijk; intens; vehement; extreem; bijzonder; uitzonderlijk; mateloos; danig; hoogst; zeerst; uiterst; in hoge mate; ontzettend; razend; verschrikkelijk; vreselijk; bot; bar; ~ tot-en-met; reuze ~; machtig; uitermate; bovenmate; buitenmate; hooglijk; deerlijk; grotelijks; schromelijk; angstig [klein enz.]; [inform.] ontiegelijk; [inform.] hartstikke; [inform.] onwijs; [inform.] stierlijk; dol-; [inform.] oer-; over-; steen-; [inform.] kei-
非常にhijouni (heel) erg; heel; zeer; buitengewoon; buitengemeen; hevig; enorm; ongemeen; ongewoon; geweldig; ontzaglijk; intens; vehement; extreem; bijzonder; uitzonderlijk; mateloos; danig; hoogst; zeerst; uiterst; in hoge mate; ontzettend; razend; verschrikkelijk; vreselijk; bot; bar; ~ tot-en-met; reuze ~; machtig; uitermate; bovenmate; buitenmate; hooglijk; deerlijk; grotelijks; schromelijk; [scherts.] angstig [klein enz.]; [inform.] ontiegelijk; [inform.] hartstikke; [inform.] onwijs; [inform.] stierlijk; dol-; [inform.] oer-; over-; steen-; [inform.] kei-
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.73 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 68 treffers (zoekopdracht: 'enorm', strategie: exact). 
2005-2022