日蘭辭典+

38 resultaten voor ‘fijn’
日蘭辭典 (trefwoord)
seikō精巧
zn. fijn werk o.; uiterste nauwkeurigheid v. ¶ 精巧なる fijn uitgevoerd. ¶ 精巧な秤にかかる in een fijne weegschaal wegen.
junsui純粹
(純粋) zn. zuiverheid v.; reinheid v. ¶ 純粹zuiver; rein; onvermengd; fijn; echt; puur.
me
(眼) zn. (1) [眼] oog o. (2) [視力] gezicht o. (3) [注] aandacht v. (4) [見界] gezichtspunt o.; oogpunt o. (5) [鑑識] oordeel o.; verstand o. (6) [織] structuur v. (7) [網目] mazen v.mv. (8) [鋸齒] tand m. (9) [木理] draad m.; grein o. (10) [遭遇] behandeling v.; bejegening v.; ervaring v. [同情] sympathie v.; welwillendheid v. (12) [刻] inkeping. ¶ 愛くるしい眼 mooie oogen. ¶ 血走った met bloed beloopen oogen. ¶ 眼を向ける het oog richten op; den blik slaan op. ¶ 眼を覺ます de oogen openen; wakker worden. ¶ 眼を晦ます zand in de oogen strooien. ¶ 入る in het gezicht komen. ¶ 附く de aandacht trekken. ¶ の前で voor oogen; in tegenwoordigheid. ¶ が善い goede oogen hebben; goed kunnen zien; goed van gezicht zijn. ¶ 眼が見えなくなる het gezicht verliezen. ¶ 眼を留める de aandacht vestigen op. ¶ から見ると in zijn oogen; van zijn standpunt gezien. ¶ 利く scherp zien; een goed oordeel hebben; goed kunnen beoordeelen. ¶ の細かな織物 fijn geweven goed. ¶ ひどいめに合ふ bittere ervaring hebben; slechte bejegening ondervinden. ¶ かける vriendelijk behandelen. ¶ の瘤 een doorn in het oog; ergernis. ¶ に障る niet om aan te zien. ¶ inkepingen in den weegstok. ¶ が切れて居る niet het volle gewicht hebben; te licht zijn.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <fijn>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
素敵な sutekina prachtig; schitterend; geweldig; enig; verrukkelijk; heerlijk; uniek; magnifiek; fantastisch; formidabel; bovenste beste; uitstekend; prima; eersteklas; super; alleraardigst; fraai; schattig; fijn; leuk; mooi; bijzonder; puik; lekker; reuze; [inform.] gaaf; swell; [inform.] mieters; [volkst.] jofel; [m.b.t. ideeën] knots; lumineus; grandioos; briljant; voortreffelijk
素敵 suteki prachtig; schitterend; geweldig; enig; verrukkelijk; heerlijk; uniek; magnifiek; fantastisch; formidabel; bovenste beste; uitstekend; prima; eersteklas; super; alleraardigst; fraai; schattig; fijn; leuk; mooi; beeldig; bijzonder; puik; lekker; reuze; [inform.] gaaf; swell; [inform.] mieters; [volkst.] jofel; [m.b.t. ideeën] knots; lumineus; grandioos; briljant; voortreffelijk
麗らか uraraka (1) mooi; fijn; heerlijk; prachtig; stralend; (2) opgewekt; opgeruimd
麗らかな urarakana (1) mooi; fijn; heerlijk; prachtig; stralend; (2) opgewekt; opgeruimd
美味い (bet.1) umai (1) smakelijk; lekker; fijn; (2) bekwaam; capabel; getalenteerd; knap; bedreven; (3) uitstekend; uitmuntend; voortreffelijk; (4) succesvol; bevredigend; gelukkig; veelbelovend; voordelig; ; Mooi zo!; Goed zo!; Bravo!; Puik!; Puik werk!
良い ii goed; kostbaar; mooi; fraai; gunstig; aangenaam; fijn; lekker; mogelijk; toegelaten; OK; genoeg; voldoende
ke aangenaam; fijn
結構 kekkou (1) goed; fijn; mooi; (2) prachtig; magnifiek; schitterend; (3) lekker; heerlijk; ; (1) ten zeerste; zeer; erg; geweldig; in hoge mate; ruimschoots; rijkelijk; overvloedig; buitengewoon; buitengemeen; enorm; geweldig; (2) aardig; nogal; tamelijk; vrij; vrij wat; redelijk; in redelijk hoge mate; behoorlijk; best; ; (1) structuur; constructie; bouwsel; bouw; geraamte; kader; (2) steun; stut; spant; (3) opbouw (van een verhaal); plot; verwikkeling (van een verhaal)
細い hosoi (1) smal; dun; fijn; nauw; nauwsluitend; fijngebouwd; (2) gering; weinig; (3) klein; zwak
上品な jouhinna verfijnd; elegant; geraffineerd; verzorgd; fijn; beschaafd; deftig; voornaam; gedistingeerd; gecultiveerd; gracieus; bevallig; stijlvol; chic; smaakvol; [Belg.N.] gesofistikeerd; [Eng.] sophisticated; [i.h.b., Eng.] ladylike; [i.h.b., Eng.] gentlemanlike; [~料理] delicaat
上品 jouhin verfijnd; elegant; geraffineerd; verzorgd; fijn; beschaafd; deftig; voornaam; gedistingeerd; gecultiveerd; gracieus; bevallig; stijlvol; chic; smaakvol; [Belg.N.] gesofistikeerd; [Eng.] sophisticated; [i.h.b., Eng.] ladylike; [i.h.b., Eng.] gentlemanlike; [m.b.t. spijzen] delicaat
細かい komakai (1) klein; fijn; (2) gedetailleerd; minutieus; nauwgezet; tot in de details gaand; tot in de bijzonderheden gaand; (3) streng; rigoureus; strikt; nauwkeurig; (4) krenterig; gierig; overdreven zuinig; overdreven spaarzaam; op de penning; (5) pietluttig; van weinig belang; onbeduidend; nietig; futiel; armzalig; gering; klein; (6) delicaat; subtiel; verfijnd; fijn
快い kokoroyoi (1) aangenaam; prettig; fijn; plezierig; [Belg.N.] plezant; (2) gemoedelijk; behaaglijk; knus; gerieflijk; gezellig; welbehaaglijk
精巧な seikouna met zorg uitgewerkt; fijn; geraffineerd; [Belg.N.] gesofisticeerd; gesofistikeerd; ingewikkeld; subtiel; verfijnd
精巧 seikou met zorg uitgewerkt; fijn; geraffineerd; [Belg.N.] gesofistikeerd; gesofisticeerd; ingewikkeld; subtiel; verfijnd
楽しい tanoshii plezierig; aangenaam; leuk; prettig; fijn; tof; vermakelijk; vrolijk; amusant; heuglijk; verheugend; aardig; genotvol; genoeglijk; [veroud.] genietelijk; [m.b.t. wensen, (na)gedachtenis enz.] zalig; gelukkig
良好な ryoukouna goed; mooi; fraai; fijn; keurig; deugdelijk
良好 ryoukou goed; mooi; fraai; fijn; keurig; deugdelijk
立派 rippa (1) uitstekend; voortreffelijk; excellent; prachtig; schitterend; magnifiek; grandioos; prima; illuster; [m.b.t. gebouw] weids; [m.b.t. plechtigheid] groots; fijn; heerlijk; uitmuntend; [m.b.t. geleerde] groot; briljant; [m.b.t. verschijning] statig; indrukwekkend; imposant; (2) achtbaar; fatsoenlijk; voornaam; [m.b.t. houding] waardig; achtenswaardig; respectabel; prijzenswaardig; loffelijk; [m.b.t. zaak] schoon; (3) hoogstaand; verheven; nobel; (4) [m.b.t. spel] eerlijk; [m.b.t. behandeling] rechtvaardig; fair; sportief; (5) [m.b.t. reden] afdoend; [m.b.t. grond] voldoende; [m.b.t. echtgenote] wettig; rechtmatig
立派な rippana (1) uitstekend; voortreffelijk; excellent; prachtig; schitterend; magnifiek; grandioos; prima; illuster; [m.b.t. gebouw] weids; [m.b.t. plechtigheid] groots; fijn; heerlijk; uitmuntend; [m.b.t. geleerde] groot; briljant; [m.b.t. verschijning] statig; indrukwekkend; imposant; (2) achtbaar; fatsoenlijk; voornaam; [m.b.t. houding] waardig; achtenswaardig; respectabel; prijzenswaardig; loffelijk; [m.b.t. zaak] schoon; (3) hoogstaand; verheven; nobel; (4) [m.b.t. spel] eerlijk; [m.b.t. behandeling] rechtvaardig; fair; sportief; (5) [m.b.t. reden] afdoend; [m.b.t. grond] voldoende; [m.b.t. echtgenote] wettig; rechtmatig
緻密な chimitsuna nauwkeurig; precies; fijn; nauw; minutieus; nauwgezet; nauwnemend; nauwlettend; zorgvuldig; nauw luisterend; accuraat; exact; gedetailleerd; met zorg uitgewerkt; omstandig; doorwrocht; [m.b.t. weefsel] dicht; [m.b.t. betoog] sluitend
気持のよい kimochinoyoi aangenaam; prettig; behaaglijk; lekker; weldadig; fijn; leuk; tof
良し yoshi goed; fijn; in orde; oké; OK; [Belg.N., spreekt.] bon
otsu (1) knap; chic; keurig; fijn; verfijnd; smaakvol; stijlvol; [Belg.N.] deftig; jeuïg; sjeuïg; kruimig; (2) gevat; clever; slim; (3) gewaagd; pittig; sappig; pikant; ; (1) op een na (de) beste; tweede; (2) [onderw.] B; op één na hoogste graad
乙に otsuni (1) knap; chic; keurig; fijn; koket; smaakvol; stijlvol; [Belg.N.] deftig; (2) aanstellerig; geaffecteerd; gemaakt; gekunsteld; komedianterig; histrionisch; gemaniëreerd; nuffig
乙な otsuna (1) knap; chic; keurig; fijn; verfijnd; koket; smaakvol; stijlvol; [Belg.N.] deftig; jeuïg; sjeuïg; kruimig; (2) gevat; clever; slim; (3) gewaagd; pittig; sappig; pikant
ka prachtig; prima; puik; fijn; heerlijk; ; (1) a. prachtig; uitstekend; (2) b. heuglijk; voorspoedig; (3) c. mooi; knap
kai welbevinden; genoegen; behagen; genot; plezier; ; (1) a. aangenaam; fijn; (2) b. snel; (3) c. scherp; (4) d. ziekteherstel
微妙 bimyou (1) subtiel; fijn; delicaat; (2) delicaat; moeilijk; ingewikkeld; ; subtiliteit; fijnheid; delicaatheid
微妙な bimyouna (1) subtiel; fijn; delicaat; (2) delicaat; moeilijk; ingewikkeld
bi (1) kleinste kleinigheden; fijnste details; finesses; (2) geringheid; karigheid; zwakheid; (3) miljoenste; micro-; ; (1) a. enorm klein; fijn; (2) b. gering; karig; (3) c. flauw; vaag; (4) d. lagere in rang; stand; (5) e. onopvallend; discreet; (6) f. achteruitgaan; (7) g. [hum.] mijn bescheiden …
ate (1) hoogstaand; hoogverheven; gedistingeerd; voornaam; aanzienlijk; edel; adellijk; nobel; aristocratisch; (2) elegant; sierlijk; bevallig; fijn; verfijnd; ; mijn vader
有り難い arigatai (1) welkom; dankbaar; waardevol; fijn; (2) gelukkig; gezegend; heuglijk; blij; [veroud.] blijde; (3) genadig; mild; weldadig
愉快な yukaina aangenaam; prettig; plezierig; leuk; fijn; [Belg.N., spreekt.] plezant; genoeglijk; [veroud.] genietelijk; vermakelijk; goed; aardig; jolig; welgevallig; behaaglijk; weldadig; [gew.] leutig
愉快 yukai aangenaam; prettig; plezierig; leuk; fijn; plezant; genoeglijk; genietelijk; vermakelijk; goed; aardig; jolig; welgevallig; behaaglijk; weldadig; leutig; ; aangenaamheid; behagen; genoegen; genot; vermaak; behaaglijkheid; vreugde; plezier; schik; pret; aardigheid; leukheid; welgevallen; welbehagen; verblijding; jolijt
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.58 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 35 treffers (zoekopdracht: 'fijn', strategie: exact). 
2005-2019