日蘭辭典+

48 resultaten voor ‘fijn’
日蘭辭典 (trefwoord)
seikō精巧
zn. fijn werk o.; uiterste nauwkeurigheid v. ¶ 精巧なる fijn uitgevoerd. ¶ 精巧な秤にかかる in een fijne weegschaal wegen.
junsui純粹
(純粋) zn. zuiverheid v.; reinheid v. ¶ 純粹zuiver; rein; onvermengd; fijn; echt; puur.
me
(眼) zn. (1) [眼] oog o. (2) [視力] gezicht o. (3) [注] aandacht v. (4) [見界] gezichtspunt o.; oogpunt o. (5) [鑑識] oordeel o.; verstand o. (6) [織] structuur v. (7) [網目] mazen v.mv. (8) [鋸齒] tand m. (9) [木理] draad m.; grein o. (10) [遭遇] behandeling v.; bejegening v.; ervaring v. [同情] sympathie v.; welwillendheid v. (12) [刻] inkeping. ¶ 愛くるしい眼 mooie oogen. ¶ 血走った met bloed beloopen oogen. ¶ 眼を向ける het oog richten op; den blik slaan op. ¶ 眼を覺ます de oogen openen; wakker worden. ¶ 眼を晦ます zand in de oogen strooien. ¶ 入る in het gezicht komen. ¶ 附く de aandacht trekken. ¶ の前で voor oogen; in tegenwoordigheid. ¶ が善い goede oogen hebben; goed kunnen zien; goed van gezicht zijn. ¶ 眼が見えなくなる het gezicht verliezen. ¶ 眼を留める de aandacht vestigen op. ¶ から見ると in zijn oogen; van zijn standpunt gezien. ¶ 利く scherp zien; een goed oordeel hebben; goed kunnen beoordeelen. ¶ の細かな織物 fijn geweven goed. ¶ ひどいめに合ふ bittere ervaring hebben; slechte bejegening ondervinden. ¶ かける vriendelijk behandelen. ¶ の瘤 een doorn in het oog; ergernis. ¶ に障る niet om aan te zien. ¶ inkepingen in den weegstok. ¶ が切れて居る niet het volle gewicht hebben; te licht zijn.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <fijn>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
お気に召すokinimesu [hon.] aanstaan; bevallen; gelukkig zijn met; leuk; prettig; aangenaam; fijn; lekker vinden; lusten; mogen; graag willen
一興ikkyou interessant; amusant; leuk; plezierig; fijn
上品なjouhinna verfijnd; elegant; geraffineerd; verzorgd; fijn; beschaafd; deftig; voornaam; gedistingeerd; gecultiveerd; gracieus; bevallig; stijlvol; chic; smaakvol; [Belg.N.] gesofistikeerd; [Eng.] sophisticated; [i.h.b.; Eng.] ladylike; [i.h.b.; Eng.] gentlemanlike; [~料理] delicaat
上品jouhin verfijnd; elegant; geraffineerd; verzorgd; fijn; beschaafd; deftig; voornaam; gedistingeerd; gecultiveerd; gracieus; bevallig; stijlvol; chic; smaakvol; [Belg.N.] gesofistikeerd; [Eng.] sophisticated; [i.h.b.; Eng.] ladylike; [i.h.b.; Eng.] gentlemanlike; [m.b.t. spijzen] delicaat
otsu (1) op een na (de) beste; tweede; (2) [onderw.] B; op één na hoogste graad; (3) knap; chic; keurig; fijn; verfijnd; smaakvol; stijlvol; [Belg.N.] deftig; jeuïg; sjeuïg; kruimig; (4) gevat; clever; slim; (5) gewaagd; pittig; sappig; pikant
乙なotsuna (1) knap; chic; keurig; fijn; verfijnd; koket; smaakvol; stijlvol; [Belg.N.] deftig; jeuïg; sjeuïg; kruimig; (2) gevat; clever; slim; (3) gewaagd; pittig; sappig; pikant
乙にotsuni (1) knap; chic; keurig; fijn; koket; smaakvol; stijlvol; [Belg.N.] deftig; (2) aanstellerig; geaffecteerd; gemaakt; gekunsteld; komedianterig; histrionisch; gemaniëreerd; nuffig
ka (1) prachtig; prima; puik; fijn; heerlijk; (a) prachtig; uitstekend; (b) heuglijk; voorspoedig; (c) mooi; knap
mitsu (1) dicht; compact; samengepakt; opeengepakt; op elkaar geperst; opeengeperst; nauw; (2) inhoudrijk; (3) familiair; intiem; dik bevriend; close; (4) minutieus; nauwgezet; gedetailleerd; fijn; omstandig; nauwkeurig; zorgvuldig; (5) geheim; (a) geheim; (b) dicht; compact; (c) secuur; nauwgezet; (d) hermetisch; (e) innig; intiem; (f) esoterisch
bi (1) kleinste kleinigheden; fijnste details; finesses; (2) geringheid; karigheid; zwakheid; (3) miljoenste; micro-; (a) enorm klein; fijn; (b) gering; karig; (c) flauw; vaag; (d) lagere in rang; stand; (e) onopvallend; discreet; (f) achteruitgaan; (g) [hum.] mijn bescheiden …
微妙bimyou (1) subtiliteit; fijnheid; delicaatheid; (2) subtiel; fijn; delicaat; (3) delicaat; moeilijk; ingewikkeld
微妙なbimyouna (1) subtiel; fijn; delicaat; (2) delicaat; moeilijk; ingewikkeld
快い ; 心良いkokoroyoi (1) aangenaam; prettig; fijn; plezierig; [Belg.N.] plezant; (2) gemoedelijk; behaaglijk; knus; gerieflijk; gezellig; welbehaaglijk
kai (1) welbevinden; genoegen; behagen; genot; plezier; (a) aangenaam; fijn; (b) snel; (c) scherp; (d) ziekteherstel
ke aangenaam; fijn
愉快yukai (1) aangenaamheid; behagen; genoegen; genot; vermaak; behaaglijkheid; vreugde; plezier; schik; pret; aardigheid; leukheid; welgevallen; welbehagen; verblijding; jolijt; (2) aangenaam; prettig; plezierig; leuk; fijn; plezant; genoeglijk; genietelijk; vermakelijk; goed; aardig; jolig; welgevallig; behaaglijk; weldadig; leutig
愉快なyukaina aangenaam; prettig; plezierig; leuk; fijn; [Belg.N.; spreekt.] plezant; genoeglijk; [veroud.] genietelijk; vermakelijk; goed; aardig; jolig; welgevallig; behaaglijk; weldadig; [gew.] leutig
有り難いarigatai (1) welkom; dankbaar; waardevol; fijn; (2) gelukkig; gezegend; heuglijk; blij; [veroud.] blijde; (3) genadig; mild; weldadig
楽しい ; 愉しいtanoshii plezierig; aangenaam; leuk; prettig; fijn; tof; vermakelijk; vrolijk; amusant; heuglijk; verheugend; aardig; genotvol; genoeglijk; [veroud.] genietelijk; [m.b.t. wensen; (na)gedachtenis enz.] zalig; gelukkig
気持のよいkimochinoyoi aangenaam; prettig; behaaglijk; lekker; weldadig; fijn; leuk; tof
立派rippa (1) uitstekend; voortreffelijk; excellent; prachtig; schitterend; magnifiek; grandioos; prima; illuster; [m.b.t. gebouw] weids; [m.b.t. plechtigheid] groots; fijn; heerlijk; uitmuntend; [m.b.t. geleerde] groot; briljant; [m.b.t. verschijning] statig; indrukwekkend; imposant; (2) achtbaar; fatsoenlijk; voornaam; [m.b.t. houding] waardig; achtenswaardig; respectabel; prijzenswaardig; loffelijk; [m.b.t. zaak] schoon; (3) hoogstaand; verheven; nobel; (4) [m.b.t. spel] eerlijk; [m.b.t. behandeling] rechtvaardig; fair; sportief; (5) [m.b.t. reden] afdoend; [m.b.t. grond] voldoende; [m.b.t. echtgenote] wettig; rechtmatig
立派なrippana (1) uitstekend; voortreffelijk; excellent; prachtig; schitterend; magnifiek; grandioos; prima; illuster; [m.b.t. gebouw] weids; [m.b.t. plechtigheid] groots; fijn; heerlijk; uitmuntend; [m.b.t. geleerde] groot; briljant; [m.b.t. verschijning] statig; indrukwekkend; imposant; (2) achtbaar; fatsoenlijk; voornaam; [m.b.t. houding] waardig; achtenswaardig; respectabel; prijzenswaardig; loffelijk; [m.b.t. zaak] schoon; (3) hoogstaand; verheven; nobel; (4) [m.b.t. spel] eerlijk; [m.b.t. behandeling] rechtvaardig; fair; sportief; (5) [m.b.t. reden] afdoend; [m.b.t. grond] voldoende; [m.b.t. echtgenote] wettig; rechtmatig
精巧seikou met zorg uitgewerkt; fijn; geraffineerd; [Belg.N.] gesofistikeerd; gesofisticeerd; ingewikkeld; subtiel; verfijnd
精巧なseikouna met zorg uitgewerkt; fijn; geraffineerd; [Belg.N.] gesofisticeerd; gesofistikeerd; ingewikkeld; subtiel; verfijnd
sei (1) ziel; geest; (2) spirit; energie; fut; pit; vitaliteit; levendigheid; (3) essentie; wezen; kwintessens; (4) sperma; zaad; (5) gedetailleerd; omstandig; nauwkeurig; minutieus; (a) fijn; nauwkeurig; (b) rijst pellen; (c) raffineren; (d) puurheid; essentie; het zuiverste; (e) wezen; ziel; (f) energie; fut; pit; (g) bezieling; vuur; ijver; elan; drive
素敵suteki prachtig; schitterend; geweldig; enig; verrukkelijk; heerlijk; uniek; magnifiek; fantastisch; formidabel; bovenste beste; uitstekend; prima; eersteklas; super; alleraardigst; fraai; schattig; fijn; leuk; mooi; beeldig; bijzonder; puik; lekker; reuze; [inform.] gaaf; swell; [inform.] mieters; [volkst.] jofel; [m.b.t. ideeën] knots; lumineus; grandioos; briljant; voortreffelijk
素敵な ; 素的なsutekina prachtig; schitterend; geweldig; enig; verrukkelijk; heerlijk; uniek; magnifiek; fantastisch; formidabel; bovenste beste; uitstekend; prima; eersteklas; super; alleraardigst; fraai; schattig; fijn; leuk; mooi; bijzonder; puik; lekker; reuze; [inform.] gaaf; swell; [inform.] mieters; [volkst.] jofel; [m.b.t. ideeën] knots; lumineus; grandioos; briljant; voortreffelijk
細いhosoi (1) smal; dun; fijn; nauw; nauwsluitend; fijngebouwd; (2) gering; weinig; (3) klein; zwak
細かいkomakai (1) klein; fijn; (2) gedetailleerd; minutieus; nauwgezet; tot in de details gaand; tot in de bijzonderheden gaand; (3) streng; rigoureus; strikt; nauwkeurig; (4) krenterig; gierig; overdreven zuinig; overdreven spaarzaam; op de penning; (5) pietluttig; van weinig belang; onbeduidend; nietig; futiel; armzalig; gering; klein; (6) delicaat; subtiel; verfijnd; fijn
sai (1) het fijne; bijzonderheid; detail; finesse; (a) fijn; (b) klein; miniem; (c) gedetailleerd; minutieus; (d) onbeduidend; nietig
結構kekkou (1) structuur; constructie; bouwsel; bouw; geraamte; kader; (2) steun; stut; spant; (3) opbouw (van een verhaal); plot; verwikkeling (van een verhaal); (4) goed; fijn; mooi; (5) prachtig; magnifiek; schitterend; (6) lekker; heerlijk; (7) ten zeerste; zeer; erg; geweldig; in hoge mate; ruimschoots; rijkelijk; overvloedig; buitengewoon; buitengemeen; enorm; geweldig; (8) aardig; nogal; tamelijk; vrij; vrij wat; redelijk; in redelijk hoge mate; behoorlijk; best
緻密chimitsu (1) fijn; fijnkorrelig; (2) haarfijn; minutieus; nauwkeurig; nauwgezet; gedetailleerd; zorgvuldig; omstandig; precies; accuraat; (3) ingewikkeld; doorwrocht; uitgewerkt
緻密なchimitsuna nauwkeurig; precies; fijn; nauw; minutieus; nauwgezet; nauwnemend; nauwlettend; zorgvuldig; nauw luisterend; accuraat; exact; gedetailleerd; met zorg uitgewerkt; omstandig; doorwrocht; [m.b.t. weefsel] dicht; [m.b.t. betoog] sluitend
sen (1) één tienmiljoenste deel [= 10-7]; (2) [cul.] julienne van daikon; (3) vezel; (4) smal; tenger; rank; slank; fijn; lenig; soepel; (a) smal; (b) vezel; (c) lenig; soepel
繊細sensai (1) rankheid; tengerheid; slankheid; (2) fijngevoeligheid; delicaatheid; teerheid; fijnheid; subtiliteit; [w.g.] delicatesse; (3) rank; tenger; slank; (4) fijngevoelig; delicaat; teer; fijn; subtiel
美味い (bet.1) ; 上手い (bet.2)umai (1) smakelijk; lekker; fijn; (2) bekwaam; capabel; getalenteerd; knap; bedreven; (3) uitstekend; uitmuntend; voortreffelijk; (4) succesvol; bevredigend; gelukkig; veelbelovend; voordelig; (5) Mooi zo!; Goed zo!; Bravo!; Puik!; Puik werk!
良い ; 好い ; 宜いii goed; kostbaar; mooi; fraai; gunstig; aangenaam; fijn; lekker; mogelijk; toegelaten; OK; genoeg; voldoende
良し ; 好しyoshi goed; fijn; in orde; oké; OK; [Belg.N.; spreekt.] bon
良好ryoukou goed; mooi; fraai; fijn; keurig; deugdelijk
良好なryoukouna goed; mooi; fraai; fijn; keurig; deugdelijk
ate (1) mijn vader; (2) hoogstaand; hoogverheven; gedistingeerd; voornaam; aanzienlijk; edel; adellijk; nobel; aristocratisch; (3) elegant; sierlijk; bevallig; fijn; verfijnd
鋭敏eibin (1) scherpzinnig; vinnig; schrander; bijdehand; pienter; wakker; kien; (2) scherp; fijn; kien; gevoelig; alert
高尚koushyou nobel; edel; hoogstaand; verheven; voornaam; fijn; verfijnd; highbrow-
麗らかuraraka (1) mooi; fijn; heerlijk; prachtig; stralend; (2) opgewekt; opgeruimd
麗らかなurarakana (1) mooi; fijn; heerlijk; prachtig; stralend; (2) opgewekt; opgeruimd; sereen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.58 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 45 treffers (zoekopdracht: 'fijn', strategie: exact). 
2005-2021