日蘭辭典+

47 resultaten voor ‘fout’
日蘭辭典 (trefwoord)
yarisokonai遣損
(遣り損い) zn. mislukking v.; fout v.; vergissing v. ¶ 遣損ふ verkeerd doen; niet slagen.
ayamari誤り
zn (1) [誤謬] fout v. (2) [悪行] misstap m.; verkeerheid v. (3) [謝罪] verontschuldiging v.; erkenning van ongelijk. ¶ 書き誤まる zich verschrijven; anachronisme (年代の誤). ¶ 謝罪證文 brief van verontschuldiging; excuses
ayamaruあやまる
t.- & i.w. (1) [間違へる] zich vergissen; een fout maken; misverstaan. (2) [導き損ふ] misleiden. (3) [身持を] zich misdragen. (4) [返事を] verkeerd antwoord geven. (5) [道を] den verkeerden weg inslaan. (6) [身を] een misstap begaan (7) [託る] vergiffenis vragen; schuld erkennen; excuses maken; excuus vragen; ongelijk erkennen
araあら
zn. (1) [魚等の] afval v. (2) [缺點] gebrek o.; fout v.; zwakke punt v.
iya
(いや) bw. neen; niet; geenzins. ¶ 否さうではないよ neen, zoo is het niet; neen, je hebt het mis. ¶ 否、それは不可ん neen, dat gaat niet.
gomakashi誤魔化し
(誤摩化し、胡魔化し) zn. bedriegerij v.; fopperij v. ¶ 胡魔化す bedriegen; bedotten; foppen; (卑) verneuken. ¶ 勘定を胡魔化す rekening vervalschen. ¶ 場を胡魔化す zich ergens uitdraaien. ¶ 過失を胡魔化す een fout weten te verbergen. ¶ を胡魔化す iemand bedotten.
kyoku
zn. (1) [音曲の] muziek v.; melodie v.; wijs v.; toon m. (2) [不正] ongelijk o.; fout v.; verkeerdheid v. (3) [興味] aardigheid v. (4) [藝] kunstgreep m. ¶ 曲彼にあり hij heeft ongelijk. ¶ 曲もなし in ’t geheel niet vermakelijk; niet interessant.
kago過誤
zn. fout v.; vergissing.
gobyū誤謬
zn. vergisssing v.; fout v. ¶ ¶ 誤謬verkeerd; foutief. ¶ 誤謬なき feilloos.
nan
(1) [難儀] moeilijkheid v.; tegenslag m. (2) [禍難] ongeluk o.; ramp v. (3) [缺點] fout v.; gebrek o. (4) [非難] critiek v. ¶ 難に當たる moeilijkheid het hoofd bieden. ¶ 難に遭ふ door een ramp bezocht worden; tegenslag ondervinden. ¶ 難に堪ふ zijn kruis dragen. ¶ 難を云はば als men een aanmerking zou willen maken, dan is het...... ¶ 難の打ち所がない er valt niets op aan te merken.
tsumi
zn. (1) [罪惡] zonde v. (2) [犯罪] vergrijp o.; misdrijf o.; misdaad v. (3) [咎め] schuld v.; blaam v. (4) [過失] fout v.; misstap m. misdraging v.; overtreding v.; wangedrag o. (5) [] straf v. ¶ 服する schuld bekennen. ¶ より救ふ redden van de zonde. ¶ 犯す misdrijf begaan. ¶ を負はす beschuldigen. ¶ を免れる straf ontloopen. ¶ 贖ふ schuld boeten. ¶ ある schuldig; zondig; misdadig. ¶ なき onschuldig. ¶ する straffen.
SUPPLEMENT (trefwoord)
atama ga ii頭がいい
(ook kort: 頭いい atama ii) uitdr. adj. intelligent; verstandig; scherpzinnig; slim; schrander; ontwikkeld; begaafd; knap. ¶ 彼女と同じくらい頭がいい。 Kanojo wa kare to onaji kurai atama ga ii. Zij is net zo slim als hij. (TTC) ¶ なるほどは頭がいいかもしれませんが、よく不注意な誤りをします。 Naruhodo kare wa atama ga ii ka mo shiremasen ga, yoku fuchūi na ayamari wo shimasu. Wel, het zou dan wel zo kunnen zijn dan hij slim is, maar hij maakt vaak fouten door niet op te letten. (TTC) ¶ は大学生ではないが大学生より頭いい。 Boku wa daigakusei de wa nai ga daigakusei yori atama ii. Ik studeer niet, maar ik ben slimmer dan een student. (TTC) ¶ 頭がいいかもしれないが、人間的に嫌われる。 Atama ga ii ka mo shirenai ga, ningenteki ni kirawareru. Kan zijn dat hij [ze] slim is, maar op het menselijke vlak roept hij [ze] afkeer op. (blog)
iryō kago医療過誤
medische fout; medische wanpraktijk; wanpraktijk; medische vergissing; medische misser.
SUPPLEMENT (trefwoord)
uitspraak

(znw, de)
(1) (uitspraak van een woord) hatsuon 発音. ¶ Als ik een fout maak in de uitspraak, verbeter mij dan alsjeblieft. Dou ka hatsuon de ayamari ga attara naoshite kudasai. どうか発音で誤りがあったら直してください
(2) (accent) namari なまり [訛り] ¶ Hij is een buitenlander, zoals duidelijk is aan zijn uitspraak. Namari kara akiraki de aru you ni, kare wa gaikokujin da. なまりから明らかであるように、外国人だ。
(3) (een bewering) shuchou 主張. ¶ Het is belangrijk om erop te wijzen dat de uitspraak die hij deed ongefundeerd is. Kare no shuchou ni wa konkyo ga nai koto ni chuui suru koto ga juuyou de aru. 主張には根拠ないこと注意することが重要である。
(4) (in sport) hantei 判定. ¶ De aanvoerder protesteerde bij de scheidsrechter tegen de uitspraak. Kyapten wa sono hantei ni taishite refurii ni kougi shita. キャプテンはその判定に対してレフリーに抗議した。
(5) (juridisch) senkoku 宣告; shinpan 審判; hanketsu 判決. ¶ De uitspraak was in het voordeel van de gedaagde. Hanketsu wa hikoku ni yuuri datta. 判決は被告に有利だった。(TTP)

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <fout>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
粗相 sosou (1) grof; ruw; lomp; (2) slordig; onvoorzichtig; onzorgvuldig; achteloos; onoplettend; lichtvaardig; ; (1) slordigheid; onvoorzichtigheid; onzorgvuldigheid; achteloosheid; onoplettendheid; vergissing; blunder; flater; fout; (2) ongelukje; het zich bevuilen; bedoen
手落ち teochi onvolkomenheid; tekortkoming; misstap; gebrek; fout; abuis; vergissing; lapsus; schuld; nalatigheid; onoplettendheid; slordigheid
手抜かり tenukari vergissing; onoplettendheid; fout; abuis; misstap; lapsus; ongelukje; misser; [inform.] uitglijer; [Belg.N.] uitschuiver
躓き tsumazuki (1) struikeling; misstap; verkeerde stap; (2) misstap; dwaling; fout; mislukking; fiasco
いけない ikenai (1) niet toegelaten; ongewenst; onaanvaardbaar; onmogelijk; slecht; (2) slecht; boosaardig; stout; ondeugend; (3) nutteloos; zinloos; hopeloos; (4) niet in orde; uit de haak; pijn doen; pijnlijk [bv. m.b.t. maag]; fout; loos
怪我 kega (1) wond; verwonding; kwetsuur; letsel; blessure; (2) ongelukkig toeval; ongeval; ongeluk; (3) vergissing; fout; dwaling; error; blunder; misslag
欠陥 kekkan (1) gebrek; fout; tekortkoming; onvolmaaktheid; lichamelijk gebrek; karakteriële onvolmaaktheid; karakterieel gebrek; vervelende karaktertrek; (2) tekort; schaarste; gebrek; toestand van onvoldoende beschikbaarheid van iets
欠点 ketten (1) gebrek; tekortkoming; zwak punt; fout; (2) (op school) onvoldoend cijfer; (op school) slecht cijfer; (op school) een onvoldoende; (op school) het niet geslaagd zijn
失策 shissaku [maatwoord voor veldfouten]; ; (1) fout; vergissing; abuis; dwaling; (2) [honkb.] veldfout; fout
失錯 shissaku fout; vergissing; abuis; dwaling
心得違い kokoroechigai (1) slecht gedrag; wangedrag; onbetamelijkheid; onregelmatigheid; misstap; afdwaling; fout; abuis; faux pas; ondaad; (2) misvatting; misverstand; vergissing; malentendu; verkeerde interpretatie
故障 koshou (1) belemmering; beletsel; moeilijkheid; storing; struikelblok; handicap; (2) ongeval; ongeluk; (3) gebrek; defect; tekortkoming; fout; (4) schade; beschadiging; averij; (5) bezwaar; tegenwerping; bedenking; protest; tegenkanting
tan kort; kortstondig; ; (1) gebrek; onvolkomenheid; tekortkoming; fout; mankement; tekort; behepsel; euvel; zwakke plek; plaats; zijde; zwak punt; manco; defect; [form.] feil; (2) [muz.] mineur; (3) tanka [verkorting van tanka 短歌]
短所 tansho gebrek; onvolkomenheid; tekortkoming; fout; mankement; tekort; behepsel; euvel; zwakke plek; plaats; zijde; zwak punt; zwakte; zwakheid; nadeel; ongunstige factor; min(punt); tegen; deficiëntie; imperfectie; onvolmaaktheid; manco; defect; [form.] feil
間違い machigai (1) vergissing; fout; abuis; misvatting; dwaling; doling; lapsus; méprise; [fig.] mispas; misstap; misslag; feil; erreur; error; verkeerdheid; (2) ongeluk; malheur; tegenslag; tegenvaller; narigheid; problemen; trubbels; (3) onbetamelijkheid; estrapade; [i.h.b.] slippertje
間違った machigatta verkeerd; onjuist; fout; incorrect; [w.g.] abusief
違う chigau (1) verschillen; schelen; uiteenlopen; ontlopen; verschillend; different; onderscheiden zijn; anders zijn (dan); afwijken; zich onderscheiden (qua); variëren (naargelang); ander(e) ~; (2) [m.b.t. antwoord enz.] verkeerd; fout; abuis; mis zijn; ernaast zijn; zitten; het mis hebben; [i.h.b.] zich vergissen; (3) [i.c.m. 気が] gek; krankzinnig worden; (4) [in de constructie ~ to chigau ~とちがう: de Kansai-variant van ~ dewa nai ~ではない]; ; (elkaar) kruisen; (elkaar) passeren
kizu (1) barst; scheur; kras; schram; kneuzing; (2) gebrek; onvolkomenheid; tekortkoming; mankement; fout; imperfectie; defect; manco; feil; smet; klad; onzuiverheid; (3) smet; schandvlek; vlek; bezoedeling; blaam; (4) psychisch trauma; psychotrauma; kwetsing; krenking; [veroud.] grief
yokoshima (1) verkeerd; fout; slecht; kwaad; [veroud.] boos; (2) zijdelings; zijlings; zijwaarts; dwars
反則 hansoku (1) overtreding; schending; inbreuk; onregelmatigheid; (2) [sportt.] overtreding; fout; ongeoorloofde slag; trap; [honkb.] foutbal; uitbal; foutslag
ファウル fuxauru (1) [sportt.] foul; overtreding; fout; (2) [honkb.] foutbal; uitbal; foutslag
フォールト fuxooruto [(tafel)tennis; volleybal] fout; fault; overtreding
フォール fuxooru [(tafel)tennis; volleybal] fout; fault; overtreding
不正 fusei onrechtvaardig; fout; verkeerd; unfair; onbillijk; onrechtmatig; [i.h.b.] oneerlijk; frauduleus; vals; wederrechtelijk; onwettig; ongewettigd; illegaal; illegitiem; ongeoorloofd; [veroud.] ongerechtig; ; onrecht; onrechtvaardigheid; ongerechtigheid; onbillijkheid; [i.h.b.] corruptie; valsheid
可笑しな okashina (1) grappig; lollig; koddig; amusant; vermakelijk; om te gillen; belachelijk; bespottelijk; ridicuul; mallotig; (2) vreemd; gek; raar; ongewoon; eigenaardig; zonderling; merkwaardig; wonderlijk; mal; excentriek; absurd; [gew.] aardig; (3) onwelvoeglijk; onfatsoenlijk; indecent; niet kies; niet passend; ongepast; not done; fout; verkeerd; (4) verdacht; niet in de haak; tot wantrouwen aanleiding gevend; tot verdenking aanleiding gevend
過失 kashitsu (1) fout; vergissing; blunder; misstap; (2) ongeval; (3) toeval; (4) achteloosheid; onachtzaamheid; onoplettendheid; slordigheid; [jur.] nalatigheid
ka (1) a. onderverdeling; rang; soort; (2) b. [biol.] familie; (3) c. strafbaar feit; fout; schuld; (4) d. [theat.] het acteren; ; (1) [boeddh.] vraagstuk; (2) [onderw.] vak; onderdeel; (3) [onderw.] afdeling; departement; onderzoekseenheid; sectie; vakgroep; (4) item; punt; (5) [biol.] familie; (6) [jur.] onderdeel; punt van een aanklacht; onderdeel van een tenlastelegging; beschuldiging; (7) [Chin.gesch.] examenvak voor ambtenaren; examenstof; (8) [Barg.] strafblad; strafregister; eerdere veroordeling; (9) gat; hol; kuil
hi niet-; on-; non-; in-; il-; im-; ir-; -vrij; ; (1) vergissing; dwaling; abuis; fout; schuld; [form.] feil; verkeerdheid; gebrek; onvolkomenheid; (2) nadeel; ongunstige situatie
過ち ayamachi fout; vergissing; misstap; blunder
誤り ayamari fout; abuis
誤った ayamatta verkeerd; mis; onjuist; fout; foutief; incorrect; vals
ara ruw; niet uitgewerkt; grof; onaf; ; (1) graat; (2) kaf; (3) onvolkomenheid; gebrek; tekortkoming; fout; defect; mankement; zwakke plek
エラー eraa (1) fout; vergissing; abuis; dwaling; miskleun; (2) [wisk.] afwijking; fout; (3) [honkb.] veldfout; fout
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.66 sec. jiten.nl: 14 treffers, warandict: 33 treffers (zoekopdracht: 'fout', strategie: exact). 
2005-2019