日蘭辭典+

22 resultaten voor ‘gat’
日蘭辭典 (trefwoord)
ana
zn. (1) [孔] gat o.; opening. (2) [針の] oog v. (3) [氣孔] porie v. (4) [巢] hol o.; leger o. (5) [洞穴] grot v. (6) [坑] put v. (7) [間隙] reet v.; spleet v. ¶ あける een gat boren; een gat graven; een kuil graven. ¶ を埋める een kuil dichtgooien. ¶ 缺損填補 een gat stoppen. ¶ にも入りたい in (又は door) den grond zinken van schaamte.
akeruあける
(開ける・空ける) t.w. (1) [開く] openen; opendoen; openmaken; ontsluiten; openleggen. (2) [空にする] ledigen; ontruimen. ¶ 二行をづつあける twee regels openlaten; twee regels overslaan. (3) [穴を] een gat boren. (4) [道を] uit den weg gaan. (5) [家を] ontruimen (借家を明拂ふ).
kuchi
zn. (1) [] mond m. (2) [言語] taal v. ; woord v. (3) [味感] smaak m. (4) [入] deur v.; ingang m. (5) [吸] mondstuk o. (6) [] opening v.; gat o. (7) [空位] vacature v.; vacante plaats v.; betrekking v. (8) [人數] aantal personen m. (9) [割前] aandeel o.; portie v.; (10) [部類] soort v.; artikel o.; merk o. ¶ 開く den mond opendoen. ¶ をきく spreken met. ¶ 出す zich mengen in; zich bemoeien met. ¶ がすべる zich verspreken. ¶ 惡い gemeene taal uitslaan. ¶ と腹とは違ふ niet meenen wat men zegt. ¶ 合ふ naar den smaak zijn. ¶ を探す een baantje zoeken. ¶ 此のは品切れになりました dit artikel is uitverkocht; deze soort hebben wij niet meer. ¶ にて mondeling.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <gat>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ブランクburanku (1) leegte; lege plek; gat; hiaat; (2) Blanc; Brunck
切れ目 kireme (1) smalle opening; gat; spleet; kier; (2) pauze; onderbreking; rustpunt; interval; [muz.] cesuur; (3) moment dat iets op is; einde; [Belg.N.] uitputting
kuchi (1) mond; muil; bek; [inform.] bakkes; (2) taal; spraak; woord; (3) smaak; smaakzin; (4) persoon ten laste; mond die gevoed moet worden; (5) openstaande betrekking; vacature; vacante plaats; (6) betrekking; dienstbetrekking; baan; job; aanstelling; (7) mondstuk (van een muziekinstrument); (8) kurk; stop (van een fles); (9) opening; gat; fuit; (10) route; bergpad; riviermonding; estuarium; natuurlijke haven; (11) deur; poort; ingang; uitgang; (12) soort; artikel; merk; (13) begin; (14) gerucht; praatje; verhaal dat de ronde doet; (15) aandeel; actie; effect; portie; (16) opening van een zweer
尻 ; 臀 ; 後shiri (1) bil; achterwerk; achterste; gat; zitvlak; [inform.] kont; [inform.] krent; [volkst.] reet; poeper; [inform.; Belg.N.] poep; derrière; posterieur; partes posteriores; achtereind; achterlichaam; [fig.] heup; [euf.] bips; [meton.] kadetje; [euf.] achterdeel; [euf.] fundament; [scherts.] achtersteven; [scherts.] achterkwartier; [scherts.] batterij; [vulg.] hol; [Barg.] togus; [fig.] het tweede gezicht; (2) achterdeel; achterlijf; achterstel; [m.b.t. paard] achtergestel; [m.b.t. paard] achterhand; bilstuk; staartstuk; [m.b.t. vogel] stuit; (3) verste deel; uiteinde; queue; [fig.] staart; [fig.] sluitstuk; [fig.] uitloper; [m.b.t. stuk draad] eind; [i.h.b.] laatsten; [i.h.b.] achtersten; [i.h.b.] minsten in rang; (4) bodem; ondervlak; benedenkant; onderkant; onderzijde
御神輿omikoshi (1) keizerlijke draagstoel; palankijn; (2) [rel.] shintoïstisch draagschrijn; ± ark; (3) lende; heup; achterste; gat
mizo (1) sloot; greppel; gracht; watergang; (2) [下水用の] afwateringssloot; wetering; watering; afvoerkanaal; geul; watervoor; goot; riool; (3) groef; groeve; gleuf; voor; cannelure; sponning; (4) [fig.] kloof; breuk; gat; gap; dispariteit; afstand; distantie
牢獄rougoku gevangenis; gevang; gevangenhuis; cachot; penitentiaire inrichting; kerker; doos; hok; kast; kot; rode dorp; spinhuis; toren; [veroud.] poort; [volkst.] gribus; [volkst.; soldatent.] pot; [inform.] bak; [Ind.N.] boei; [Íveroud.] gat; [Barg.] bajes; [Barg.] bonenhotel; [Barg.] hotel de Houten Lepel; [Barg.] hotel Bellevue; [Barg.] kiekeboe; [Barg.] lik; [Barg.] logement; [Barg.] nor; [Barg.] Ome Kolenbrander; [Barg.] pakhuis; [Barg.; soldatent.] petoet; [Barg.] rijkshotel; [Barg.] tofes; [Barg.] universiteit; [soldatent.] provoost; [gew.] amigo; [gew.; veroud.] muit; muite; [gew.; scherts.] pensionaat; [gew.] prison; [gew.] steen; [gew.] vangenis; [gew.] viool; [w.g.] blokhuis
狭間hazama (1) smalle opening; gat; spleet; kier; gleuf; reet; [生と死の~] grens; (2) dal; vallei; bergengte; ravijn; kloof; nauwe doorgang; engte; defilé; (3) schietgat; schietopening; embrasure; kijkgat; moordgat; (4) tussenruimte; tussentijd; interval; interstitie
ka (1) [boeddh.] vraagstuk; (2) [onderw.] vak; onderdeel; (3) [onderw.] afdeling; departement; onderzoekseenheid; sectie; vakgroep; (4) item; punt; (5) [biol.] familie; (6) [jur.] onderdeel; punt van een aanklacht; onderdeel van een tenlastelegging; beschuldiging; (7) [Chin.gesch.] examenvak voor ambtenaren; examenstof; (8) [Barg.] strafblad; strafregister; eerdere veroordeling; (9) gat; hol; kuil; (a) onderverdeling; rang; soort; (b) [biol.] familie; (c) strafbaar feit; fout; schuld; (d) [theat.] het acteren
ana (1) gat; opening; holte; spleet; bres; perforatie; porie; [針の] oog; (2) holte; kuil; put; uitholling; (3) hol; grot; spelonk; nis; [dierk.] leger; kuil; burcht; (4) [mijnb.] schacht; (5) [fin.] put; verlies; deficit; tekort; derving; (6) leemte; hiaat; lacune; gebrek; gemis; defect; euvel; onvolkomenheid; het ontbrekende; mankement; tekortkoming; zwak punt; zwakke plek; (7) schuilplaats; stek; stekkie; wijkplaats; (8) aanrader voor insiders; weinig bekende toplocatie; verborgen parel; (9) [paardenrennen; keirin] verrassende uitslag; (10) [paardenrennen; keirin] dark horse; outsider; niet-favoriete mededinger; (11) [ton.] zitplaatsen gelijkvloers; parterre; (12) graf; (13) [Edo-Barg.] inside-information
空きaki (1) opening; ruimte; tussenruimte; interval; gat; lege plek; onbezette stoel; leegte; leemte; (2) vacature; vacante plaats; openstaande betrekking; [Belg.N.] te begeven betrekking; (3) vrijaf; vakantie; (4) beschikbaarheid
空き間akima (1) kier; opening; gat; tussenruimte; (2) vrije kamer; leegstaande kamer
空洞kuudou (1) grot; hol; spelonk; (2) holte; gat; uitholling; holle; lege ruimte; (3) [geneesk.] caverne; caverna; orgaanholte
突破口toppakou bres; gat; doorbraak
uro holte; gat; uitholling; holle ruimte; lege plek
開きhiraki (1) opening; het openen; het opengaan; (2) deur; poortje; (3) [cul.] opengesneden; gedroogde vis; (4) verklaring; uitleg; opheldering; toelichting; (5) bevrijding; verlossing; verlichting; (6) herleving; herstel; (7) ontwijkende beweging; motiliteit; (8) [plantk.] bloei; het uitkomen; (9) [euf.] einde; beëindiging; afsluiting; sluiting; het opbreken; het uit elkaar gaan; opheffing; besluit; (10) verschil; gat; discrepantie; kloof; (11) [scheepv.] het loeven; het overstag gaan; (12) [no-theat.] hiraki-figuur [dansfiguur waarbij de uitvoerder twee of drie passen achteruitzet en daarbij beide armen naar voren brengt en openspreidt]; (13) [muz.] topgedeelte van een shamisen-plectrum dat de snaren aantokkelt; (14) [foto.] lensopening; apertuur
隔たりhedatari afstand; distantie; tussenruimte; interval; [fig.] kloof; gat; verschil; gap; dispariteit
隙間 ; 透き間sukima opening; gat; spleet; kier; reet; fissuur; nauwe tussenruimte; spelinkje
隙 ; 透き ; 透suki (1) gat; opening; spleet; kier; speling; wat plaats; wat ruimte; plaatsruimte; (2) gaatje; vrij ogenblikje; (3) buitenkans(je); onbewaakt; geschikt; kwetsbaar ogenblik; gelegenheid; kans; opportuniteit
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.61 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 19 treffers (zoekopdracht: 'gat', strategie: exact). 
2005-2021