日蘭辭典+

31 resultaten voor ‘gebruik’
日蘭辭典 (trefwoord)
shiyō使用
zn. gebruik o.; toepassing v.; aanwending v. ¶ 使用する gebruiken; toepassen; gebruik maken van. ¶ 使用法 gebruiksaanwijzing. ¶ 使用權 gebruiksrecht. ¶ 使用人 employé. ¶ 使用料 huur; vergoeding voor het gebruik. ¶ 使用者 gebruiker; huurder. ¶ 使用濟の gebruikt; afgewerkt.
arikitari在來
(在り来たり) zn. gebruik o.; gewoonte v.; graditie; traditioneel. ¶ 在來の例を倣う de traditie volgen.
yakuyō藥用
(薬用) zn. medicinaal gebruik o. ¶ 藥用にする als geneesmiddel gebruiken.
tochi土地
zn. land o.; grond m.; terrein o.; gebied o. ¶ 土地landhonger. ¶ 肥えた土地 vruchtbare grond. ¶ 土地を開拓する terrein ontginnen. ¶ 土地plaatselijk. ¶ 土地の新聞 locale pers; plaatselijke bladen. ¶ 土地の人 landvolk. ¶ 土地臺帳 kadaster. ¶ 土地plaatselijk gebruik. ¶ 土地訛 dialect; plaatselijke uitdrukking. ¶ 土地所有 grondeigendom. ¶ 土地収用 onteigening van grond. ¶ 土地測量 kadastrale opmeting.
hatarakasu働かす

i.w. gebruik maken van; i.w. laten werken; vervoegen (動詞を).

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <gebruik>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
アプリケーションapurikeeshyon (1) [comp.] applicatie; app; (2) toepassing; aanwending; gebruik; (3) aanvraag; verzoek; sollicitatie
コンベンションkonbenshyon (1) conventie; gewoonte; gebruik; regel; (2) conventie; bijeenkomst; congres; conferentie
ユースyuusu (1) jeugd; (2) jeugdherberg; (3) gebruik
使い方tsukaikata gebruik; gebruikswijze; behandelingswijze; manier van gebruiken; omspringen; behandelen
使用shiyou gebruik; aanwending; beziging; [金の] besteding
rei (1) gewoonte; gebruik; praktijk; (2) usance; usantie; het obligaat-zijn; (3) waarvan; van wie gesproken wordt; iets bekends [onder gespreksgenoten]; (4) precedent; traditie; (5) voorbeeld; illustratie; geval; specimen; staaltje; proeve; exemplum; [afk.] vb.; (6) [maatwoord voor voorbeelden; illustraties]; (a) gewoonte; gebruik; vaste gebeurtenis; (b) regel; voorschrift; (c) algemeen principe; (d) voorbeeld; model
利用riyou (1) (nuttig) gebruik; (nuttige) toepassing; benutting; aanwending; (2) utilisatie; exploitatie; gebruikmaking
取用shyuyou aanwending; gebruik; toepassing; aanneming; adoptie; overneming
定めsadame (1) regel; bepaling; wet; voorschrift; verordening; verordinering; ordonnantie; ordinantie; regeling; beschikking; (2) vaste regel; gebruik; (3) lotsbeschikking; lot; voorbeschikking; (4) beslissing; oordeel; (5) deliberatie; beraadslaging
慣例kanrei gewoonte; gebruik; precedent; [w.g.] antecedent; [Belg.N.; niet alg.] voorgaande
慣習kanshyuu gewoonte; gebruik; praktijk; usance; usantie; conventie; [jur.] consuetudo [gebruik waaraan rechtskracht wordt toegekend]
慣行kankou gewoonte; gebruik; usance; usantie; traditie; staande praktijk; [Belg.N.] geplogenheid
扱いatsukai (1) gebruik; hantering; aanpak; bediening; (2) behandeling; ontvangst; onthaal; bejegening; (3) omgang; (4) verzorging; verpleging; (5) bemiddeling; arbitrage
採用saiyou (1) aanwending; gebruik; toepassing; aanneming; adoptie; overneming; ontlening; het kiezen voor iets; (2) tewerkstelling; indienstneming; [Belg.N.] aanwerving
決まりkimari (1) regeling; besluit; overeenkomst; (2) regel; reglementering; bepaling; reglement; (3) gewoonte; gebruik
用途youto gebruik; gebruikswijze; manier van gebruiken; gebruiksmogelijkheid; gebruiksdoel; toepassing; gebruiksbestemming; doeleinde
you (1) nut; bruikbaarheid; dienst; (2) gebruik; (3) taak; werk; boodschap; klus; karwei; (4) kosten; prijs; uitgaven; (5) (kleine en grote) boodschap; urine en poep; (a) voor; bestemd voor; bedoeld voor; ten gebruike van; ten behoeve van; ad; in usum
発動hatsudou (1) inschakeling; inwerkingbrenging; aanzetting; (2) [jur.] uitoefening; gebruik; aanwending; toepassing; inzet; inroeping; (3) activering; dynamisering
約束yakusoku (1) belofte; toezegging; z'n gegeven woord; afspraak; overeenkomst; verbintenis; engagement; akkoord; deal; pact; schikking; contract; convenant; [jur.] convenu; koop; [Lat.] pactum; (2) afspraak; afspraakje; rendez-vous; ontmoeting; date; (3) regel; conventie; gewoonte; gebruik; bepaling; voorschrift; (4) lot; noodlot; fatum; bestemming; beschikking; Gods voorzienigheid; Gods wegen; (5) bundeling; opbinding; (6) reservering van een geisha
習いnarai gewoonte; gebruik; praktijk; geplogenheid; gebruikelijke wijze
習わしnarawashi (1) gewoonte; zede; gebruik; praktijk; [Belg.N.] geplogenheid; usance; usantie; traditie; (2) oefening; training; (3) het aanleren; gewoontevorming; gewenning
習慣shyuukan (1) gewoonte; hebbelijkheid; aanwensel; gewendheid; [w.g.] aanwenst; (2) gewoonte; gebruik; praktijk; zede; wijze; adat; [veroud.] wijs; [w.g.] usance; [w.g.] usantie; [Lat.; studentent.] mos; [Lat.] usus
運用unyou aanwending; gebruik; gebruikmaking; investering; besteding; hantering; bediening; toepassing; tenuitvoerbrenging
遣い ; 使い ; 遣 ; 使zukai het gebruiken; aanwenden; hanteren van ~; -gebruik; -hantering [gevoegd achter meishi]
風習fuushyuu zeden en gewoonten; gewoonte; gebruik; [Belg.N.] geplogenheid
fuu (1) gewoonte; gebruik; neiging; (2) manier; wijze; voege; trant; stijl; type; soort; (3) air; allure; voorkomen; uiterlijk; houding; aanzicht; (4) zoals ~; op de manier van ~; in de stijl van ~; à la ~; naar ~
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.58 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 26 treffers (zoekopdracht: 'gebruik', strategie: exact). 
2005-2021