日蘭辭典+

13 resultaten voor ‘gebruik maken van’
日蘭辭典 (trefwoord)
ashimoto足下
(足元, 足もと, 足許) zn. voet m.; stap m. ¶ 足下に vlak bij; vlak voor oogen. ¶ 足許御用心 kijk waar je loopt! ¶ 人の足下を見る gebruik maken van iemand’s zwakke positie. ¶ 足下にも寄りつけない niet te vergelijken zijn met; het haalt er niet bij.
jōzuru乘ずる
(乘じる、乗じる、乗ずる) t.w. (1) [かける] vermenigvuldigen. i.w. (2) [つけこむ] gebruik maken van; zich bedienen van; gelegenheid aangrijpen. ¶ に乘じて bij gelegenheid van; onder den invloed van. ¶ 六に六を乘ずると三十六となる zes-maal zes is zes en dertig; 6×6=36.
yoru依る
i.w. (1) [依賴] vertrouwen op; afhangen van. (2) [基く] gegrond zijn op; overeenstemmen met; veroorzaakt zijn door. (3) [手段に] gebruik maken van. ¶ に依って op grond van; in overeenstemming met; vertrouwend op; volgens.
hatarakasu働かす

i.w. gebruik maken van; i.w. laten werken; vervoegen (動詞を).

TEKST EN UITLEG (trefwoord)
bron:The Tanaka Corpus乗じる
私は好機に乗じた ik greep de kans aan; ik maakte gebruik van de goede gelegenheid.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <gebruik maken van>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
用いる mochiiru (1) gebruiken; gebruik maken van; aanwenden; toepassen; benutten; in praktijk brengen; grijpen naar; zijn toevlucht nemen tot; (2) aannemen; in dienst nemen; aanstellen; benoemen; tewerkstellen; aan de bak laten komen
使う tsukau (1) gebruiken; bezigen; gebruik maken van; aanwenden; zich bedienen van; [i.h.b.] in dienst nemen; aannemen; [電車; 風呂を] nemen; (2) hanteren; [機械を] bedienen; [i.h.b.] manipuleren; [魔法; 魔術を] beoefenen; aan … doen; verrichten; (3) verbruiken; aanwenden; spenderen; besteden; consumeren; [金銭を] uitgeven; wijden (aan)
運用する unyousuru aanwenden; gebruiken; hanteren; gebruik maken van; investeren; besteden; zich bedienen van; toepassen; in praktijk brengen; ten uitvoer brengen
生かす ikasu (1) iem. (in) het leven sparen; in het leven laten; laten leven; (2) weer tot leven wekken; brengen; bij iem. de levensgeesten weer opwekken; nieuw leven inblazen; levend maken; doen herleven; reanimeren; [習慣を] opnieuw invoeren; doen opleven; teruggrijpen op; (3) benutten; zich bedienen van; gebruik maken van; gebruiken; aanwenden; toepassen
乗ずる jouzuru vermenigvuldigen; multipliceren; multipliëren; ; (1) instappen; instijgen; aan boord gaan; [馬に] bestijgen; (2) te baat nemen; gebruiken; aangrijpen; profiteren van; benutten; ingaan op; inspelen op; springen op; inpikken; gebruik maken van; munt slaan uit; verzilveren; een slaatje slaan uit; z'n slag slaan; voordeel halen uit; z'n voordeel doen met; [失策に] uitbuiten
使用する shiyousuru gebruiken; aanwenden; gebruik maken van; zich bedienen van; bezigen; opereren met; [金を] besteden
採る toru (1) [een bep. houding, allure enz.] aannemen; [m.b.t. idee] overnemen; adopteren; invoeren; [fig.] zich aanmeten; (2) [m.b.t. technieken, methoden, personeel] aannemen; gebruiken; toepassen; honoreren; gebruik maken van; [fig.] zijn toevlucht nemen tot; [een bep. beleid, politiek enz.] voeren; [maatregelen e.d.] nemen; in dienst nemen; aanwerven; engageren; inhuren; (3) opteren (voor); verkiezen (boven); prefereren; (eruit) pikken; pakken; kiezen
利用する riyousuru (1) (nuttig) gebruiken; (tot zijn nut) aanwenden; benutten; toepassen; zich prevaleren van; gebruik maken van; zich bedienen van; [uitdr.] partij trekken van; [fig.] zijn toevlucht nemen tot; employeren; in gebruik nemen; in gebruik stellen; (2) ten nutte maken; profiteren van; utiliseren; [de gelegenheid] waarnemen; uitbuiten; zijn voordeel doen met; voordeel trekken uit; profijt trekken van; ten eigen bate aanwenden; munt slaan uit; de vruchten plukken van; een slaatje slaan uit
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.39 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 8 treffers (zoekopdracht: 'gebruik maken van', strategie: exact). 
2005-2020