日蘭辭典+

28 resultaten voor ‘gebruikelijk’
日蘭辭典 (trefwoord)
atarimae當前
(當たり前・當り前) bn. (1) [當然の] redelijk; billijk; passend; behoorlijk. (2) [勿論の] vanzelf sprekend. (3) [通常の] gewoon; gebruikelijk; normaal. ¶ 當前の natuurlijk; noodzakelijk.
rei
zn. (1) [慣] gewoonte v.; gebruik o.; antecedent (前) o.; (2) [實] voorbeeld o.; illustratie v. (3) [場合] geval o. ¶ 前記の bovenstaand voorbeeld. ¶ に倣ふ voorbeeld volgen. ¶ に依っての如く zooals gewoonlijk. ¶ 引く voorbeeld aanhalen. ¶ なき nog nooit voorgekomen. ¶ gewoon; gebruikelijk. ¶ の人 de persoon in kwestie; de betrokken persoon.
seken世間
zn. de wereld v.; het publiek o.; de menschen m.mv.; gezelschap o. ¶ 世間通 man van de wereld. ¶ 世間竝の gewoon; gebruikelijk; conventioneel. ¶ 世間話 babbeltje; praatje over koetjes en kalfjes. ¶ 世間の人が言ふ men zegt. ¶ 世間に voor de wereld; in het publiek. ¶ 世間嫌ひ walg van de wereld; menschenhaat. ¶ 世間竝 ’swerelds loop; gewone gang van zaken. ¶ 世間schijn; aanzien voor de wereld. ¶ 世間體を飾る den schijn ophouden. ¶ 渡る世間overal. ¶ 世間世間 laat de menschen toch praten!
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <gebruikelijk>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
一筋 ; 一条hitosuji (1) lijn; streep; striem; straal; streng; (2) familie; geslacht; clan; huis; (3) kunst; vaardigheid; (4) honderd aan een snoer geregen muntstukken; (5) gewone maatregelen; gebruikelijke methode; (6) gewoon; normaal; gebruikelijk; (7) toegewijd; noest; ernstig; ijverig; vlijtig; (8) vlot; ongehinderd; zonder hapering; vloeiend
一般ippan (1) algemeenheid; de algemene regel; (2) gewoonheid; (3) algemeen; universeel; algeheel; (4) gewoon; gebruikelijk; alledaags; ordinair
一般のippanno (1) algemeen; universeel; algeheel; overal geldend; algemeen verspreid; (2) gewoon; gebruikelijk; veel voorkomend; gangbaar; normaal; alledaags; ordinair
一般的ippanteki (1) algemeen; algeheel; universeel; overal geldend; algemeen verspreid; (2) gewoon; gebruikelijk; veel voorkomend; gangbaar; normaal; alledaags; ordinair
一般的なippantekina (1) algemeen; algeheel; universeel; overal geldend; algemeen verspreid; (2) gewoon; gebruikelijk; veel voorkomend; gangbaar; normaal; alledaags; ordinair
何時ものitsumono gewoon; gebruikelijk; normaal; vertrouwd; alledaags; routine-; standaard-
例のreino (1) gebruikelijk; gewoon; normaal; hetzelfde … als altijd; (2) die; genoemd; bedoeld; betrokken; bewust; desbetreffend; onderhavig; gemeld; eerder vermeld; genoemd; bovengenoemd; bovenstaand; voornoemd; voorgenoemd; voormeld; voorgemeld; in kwestie; (3) zoals gebruikelijk; zoals gewoonlijk
俗にzokuni gewoonlijk; naar gewoonte; normaal; normaliter; over het algemeen; gemeenlijk; gebruikelijk; de coutume; doorgaans
唯のtadano (1) slechts; louter; enkel; maar; alleen (maar); (2) gewoon; alledaags; normaal; algemeen; gebruikelijk; doodgewoon; niet bijzonder; gangbaar; banaal; triviaal; modaal; doorsnee; ordinair; (3) gratis; kosteloos; vrij
唯 ; 只 ; 常 ; 徒tada (1) enkel; uitsluitend; puur; zuiver; enig; [inform.] enigst; (2) slechts; louter; enkel; maar; alleen (maar); (3) zo maar; zonder meer; zonder reden; (4) alleen; maar; echter; het enige is; dat; (5) gewoon; alledaags; normaal; algemeen; gebruikelijk; doodgewoon; niet bijzonder; gangbaar; banaal; triviaal; modaal; doorsnee; ordinair; (6) gratis; kosteloos; zonder kosten; vrij; voor niets; belangeloos; franco; [i.h.b.] ongestraft; [i.h.b.] straffeloos
在り来たりarikitari (1) [~の] gewoon; normaal; alledaags; gebruikelijk; gangbaar; conventioneel; traditioneel; schering en inslag; (2) [~の] afgezaagd; banaal; clichématig; belegen; oud
在来zairai [~の] vanouds bestaand; traditioneel; conventioneel; gebruikelijk; gewoon; gevestigd; inheems
尋常jinjou (1) gewoon; alledaags; normaal; gebruikelijk; doorsnee; banaal; (2) [~な顔立ち] aantrekkelijk; knap; (3) sportief; elegant; fair; (4) keurig; fatsoenlijk; net; respectabel; (5) behoorlijk; degelijk; (6) [Jap.gesch.] lagere school; basisschool; basisonderwijs
常用のjouyouno voor dagelijks gebruik; algemeen gebruikt(e); gebruikelijk; alledaags; gewoon; gangbaar; usueel
平素heiso gewoon; gebruikelijk; normaal; altijd; steeds; dagelijks
当たり前のatarimaeno (1) passend; juist; gepast; fair; billijk; behoorlijk; [~罰] verdiend; (2) gegrond; terecht; gerechtvaardigd; verantwoord; logisch; redelijk; rechtmatig; vanzelfsprekend; (3) normaal; natuurlijk; gewoon; gebruikelijk
恒例kourei (1) vast; aloud gebruik; al lang bestaande gewoonte; gevestigde praktijk; oude geplogenheid; (2) [~の] gebruikelijk; gewoonlijk; regelmatig; vast; traditioneel
慣例のkanreino gebruikelijk; gewoonlijk; gewoon; conventioneel; traditioneel
慣行のkankouno gebruikelijk; gewoonlijk; normaal; gewoon; conventioneel
普段fudan (1) gewoon; normaal; alledaags; gebruikelijk; vertrouwd; usueel; habitueel; [arch.] gemeen; (2) gewoonlijk; normaliter; normaal gesproken; door de band; in de regel; in usu; gebruikelijk; [arch.] gemeenlijk; steeds; altijd
有り触れたarifureta (1) gewoon; gebruikelijk; veel voorkomend; gangbaar; alledaags; huis-; tuin- en keuken-; banaal; (2) afgezaagd; clichématig; cliché; versleten; triviaal
決まり切った ; 極まり切ったkimarikitta (1) voor de hand liggend; doorzichtig; (2) vast; bepaald; gezet; (3) alledaags; gewoon; gebruikelijk; fantasieloos; banaal; afgezaagd; clichématig; routine-; routineus; conventioneel; traditioneel; stereotiep; vastgeroest
習慣的shyuukanteki gewoon; gewoonlijk; gebruikelijk; normaal; [~に] naar gewoonte; in de regel; doorgaans
通例tsuurei (1) algemene gewoonte; normale gang van zaken; (2) gewoonlijk; naar gewoonte; doorgaans; in de regel; gebruikelijk; door de band; normaliter; in; over het algemeen
通常のtsuujouno gewoon; gebruikelijk; normaal; vertrouwd; routine-; gangbaar; courant; conventioneel
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.79 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 25 treffers (zoekopdracht: 'gebruikelijk', strategie: exact). 
2005-2020