日蘭辭典+

59 resultaten voor ‘geest’
日蘭辭典 (trefwoord)
kokoro
zn. hart o.; ziel v.; geest m.; innerlijk o.; inborst v. ¶ の狹い kleinzielig; bekrompen. ¶ 正しい het hart op de rechte plaats. ¶ を合わせ eens van zin. ¶ に印す in het hart griffen. ¶ 開く zijn hart openleggen. ¶ を入かへる zich beteren. ¶ から van ganscher harte. ¶ は in zijn hart; in den grond. ¶ 人のを汲む zich verplaatsen in de gevoelens van een ander. ¶ ありげの vol beteekenis. ¶ をやすめる zich geruststellen. ¶ 引く aantrekken; verleiden. を落着ける tot bezinning komen. ¶ を用ゐる aandacht schenken aan. ¶ を盡す zijn best doen. ¶ 置なく naar hartelust; ronduit (率直に); vrijelijk. ¶ の儘に geheel vrijwillig; uit vrijen wil.
tamashii
zn. ziel v.; geest m. ¶ 大和魂 de geest van Japan. ¶ を入れる bezielen. ¶ を入れ替へる zijn leven beteren. ¶ を打ち込んで met hart en ziel. ¶ を奪はれる betooverd zijn; bekoord zijn. ¶ の無い niet bezield; zielloos. ¶ 据る zichzelf meester zijn. ¶ に添はない niet weten wat men doet; de kluts kwijt zijn; buiten zichzelf zijn.
yūki幽鬼
zn. spook o.; geest m.
akuma惡魔
(悪魔) zn. duivel m.; booze geest m. ¶ 惡魔に魅せられる door een boozen geest bezeten zijn. ¶ 惡魔拂ひ (人) duivelbanner. ¶ 惡魔を拂ふ duivel bannen; boozen geest uitdrijven.
antei安定
zn. (1) [固定] standvastigheid v. (2) [安靜] kalmte v.; tegenwoordigheid van geest. (3) [平衡] stabiliteit v. ¶ 安定の座 stabiel evenwicht. ¶ 安定機 stabilisator. ¶ 安定翼 stabiliseervleugel.
akki惡鬼
(悪鬼) zn. duivel m.; booze geest m.
yakunin役人
zn. ambtenaar m.; beambte m. ¶ 役人風 bureaucratie. ¶ 役人根性 bureaucratische geest.
yamato大和
zn. Japan o. ¶ 大和魂 de ziel van Japan; Japansche geest.
seishin精神
(精神) zn. geest m.; ziel v. ¶ 立法の精神 geest van de wet. ¶ 精神錯亂 geestelijke afwijking; krankzinnigheid. ¶ 精神感動 emotie. ¶ 精神鬱閉 zwaarmoedigheid. 精神狀態 geestestoestand; geestesgesteldheid. ¶ 精神病 geestesziekte; psychose; krankzinnigheid. ¶ 精神病院 krankzinnigengesticht. ¶ 精神薄弱 geesteszwakte. 精神異狀 waan; manie. ¶ 精神昏迷 vervoering; extase. ¶ 精神生活 geestelijk leven; geestesleven. ¶ 精神衰弱病 geestelijke aftakeling; seniliteit.
ki
(気) zn. (1) [力] geest m.; hart o.; ziel v. (2) [質] karakter o. (3) [分] humeur o.; stemming v. (4) [傾向] neiging v.; geneigdheid v. (5) [注意] zorg v.; aandacht v. (6) [呼吸] adem m. (7) [空] lucht v.; atmosfeer v. (8) [蒸] damp m.; uitwaseming v.(9) [香] smaak m.; geur m. (10) [精] ether m. ¶ がある lust hebben; geneigd zijn. ¶ がさす ongerust zijn. ¶ が狂ふ gek worden. ¶ が違って居る niet goedwijs zijn. ¶ がふれる buiten zich zelven zijn; niet wel bij het hoofd zijn. ¶ が長い geduldig. ¶ が拔けた afgetrokken; verstrooid. ¶ が塞ぐ somber gestemd zijn; tobben; (俗) in de put zitten. ¶ が詰まる benauwd zijn. が進む volgaarne; van ganschen harte. ¶ が進まぬ geen zin hebben. ¶ が立って居る opgewonden zijn.¶ が向く geneigd zijn; lust hebben. ¶ が濟まぬ niet op zijn gemak zijn. ¶ が重くなる gedrukt zijn; somber zijn. ¶ が遠くなる bewusteloos worden; bezwijmen; flauw vallen. ¶ が咎める niet op zijn gemak zijn; zelfverwijt gevoelen. ¶ に病む ongerust zijn. ¶ ....... するになる er toe komen om; lust krijgen om. ¶ に障る hinderen; ergeren. ¶ の強い stoutmoedig; dapper. ¶ の弱い slap. ¶ の合った gelijkgezind; sympathiek. ¶ のない zouteloos; laf. ¶ の小さい kleinmoedig.¶ の狹い bekrompen; kleinzielig. ¶ 樹の大きい grootmoedig; edelmoedig (寬大); moedig. ¶ の早い driftig; opvliegend. ¶ の好い goedhartig. ¶ の利いた behendig; knap. ¶ 變り易い wispelturig. ¶ を揉む tobben; zich bezorgd maken.¶ をゆるす aandacht laten verslappen; niet goed opletten. ¶ を勵ます moedvatten. ¶ を晴らす zich ontspannen. ¶ を養ふ geest voedenを失ふ flauw vallen; bewusteloos worden; bezwijmen; bewustzijn verliezen. ¶ を探る polsen. ¶ を變へる van opinie veranderen. ¶ を配る zijn aandacht gevestigd houden op; (俗) in de gaten houden. ¶ を持つ (心をかける) zich wijden aan.¶ を長くする geduld oefenen. ¶ を拔く verslappen. ¶ を落ちつける zijn gedachten verzamelen; tot zich zelven komen. ¶ を落す den moed verliezen; den moed laten zinken. ¶ を負ふ zich laten voorstaan op; prat gaan op. ¶ を惡くする kwalijk nemen. ¶ 人のを惡くする iemand’s gevoelens kwetsen. ¶ を利かせる een wenk begrijpen. ¶ を廻す achterdocht koesteren. ¶ を附ける goed opletten; oppassen. ¶ を附け pas op !; geef acht ! (號令). ¶ は心 neem den wil voor de daad; waardeer de goede bedoeling. ¶ 何のもなしに zonder eenige (kwade) bedoeling. ¶ に懸けるな trek je er niets van aan ! ¶ あとでがついた later viel mij in ....... . ¶ が濟んだ het is mij een pak van het hart.
yūrei幽靈
(幽霊) zn. geestverschijning v.; geest m.; spook o. ¶ 幽靈の如き spookachtig. ¶ 幽靈火 dwaallichtje. ¶ 幽靈株 verwaterde aandeelen; overkapitalisatie; fictieve aandelen. ¶ 幽靈が出る spoken.
oni
zn. (1) [魔神] duivel m.; demon m.; booze geest m. (2) [亡靈] geest m.; spook m. (3) [小鬼] kabouter m. (4) [債鬼] schuldeischer m. ¶ 人鬼 duivel in menschengedaante. ¶ 鬼のやうな duivelsch; duivelachtig. ¶ 鬼になる(遊戲の) het zijn; (俗) ’m zijn. ¶ 今度の鬼はだれ wie is ’m nu?
konpaku魂魄
zn. ziel v.
mokusei木精
zn. houtgeest m.; methylalcohol m.
bōkon亡魂

zn. geest m.; spook o.

TEKST EN UITLEG (trefwoord)
bron:Minami Hiroshi╱De psychologie van Japanners 〈61:12-15〉南博『日本人の心理』
忍從精神を、徹底的に説いたこの修養書を、益軒は『訓』とよんだのである。ではどんな目にあっても「一體人間とはこんなものだと思い我慢して」、怒らないで居て、「得る心境達するには、どうしたらいいのか。それはあまり書いてない。とにかく我慢していればよいことがあるという、一種の結果論であって、それ以外理由はない。

Ninjū no seishin wo, tetteiteki ni toita kono shūyōsho wo, Ekiken wa, /Raku-Kun/ to yonda no de aru. De wa, donna me ni atte mo ‘ittai ni ningen to wa konna mono da to omoigamansite’, okoranaide ite, ‘raku wo eru’ shinkyō ni tassuru ni wa, dō shitara ii no ka. Sore wa amari kaite nai. Tonikaku gamanshite ireba yoi koto ga aru to yū, isshu no kekkaron de atte, sore igai ni riyū wa nai.

Het lesboek waarin Ekiken de geest van onderwerping grondig uitlegt heet /Instructies voor gemak/. Echter, wat moet je doen om voor elkaar moet krijgen dat je onder alle omstandigheden ‘dingen verdraagt met de gedachte dat mensen nu eenmaal zijn zoals ze zijn’, en zonder je op te winden een gemoedstoestand van ‘gemak bereikt’? Dat schrijft hij niet echt. Hij zegt dat je iets goeds zult hebben wanneer je op een of andere manier volhoudt - een soort redenatie die uitgaat van de uitkomst, anders dan dat is er geen verklaring.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <geest>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
エスプリesupuri (1) geest; ziel; karakter; wezen; essentie; (2) esprit; geestigheid; gevatheid; (3) ESPRIT ['E'uropean 'S'trategic 'P'rogramme for 'R'esearch and Development in 'I'nformation 'T'echnology]
ゴーストgoosuto (1) geest; spookverschijning; (2) dubbelbeeld; beeldschaduw (op tv); (3) Gorst
スピリットsupiritto (1) geest; ziel; spirit; (2) spiritualiën; sterkedrank; alcohol
ソウルsouru (1) ziel; geest; (2) soul; soulmuziek; (3) Seoul; [Belg.N.] Seoel
ソールsooru (1) ziel; geest; (2) soul; soulmuziek
トーンtoon (1) toon; sfeer; stemming; geest; (2) toon; tint; schakering; (3) toon; timbre; toonkleur
亡霊bourei (1) geest van een afgestorvene; schim; [bij de oude Romeinen; verzameln.] manen; (2) geest; verschijning; apparitie; geestverschijning; spookverschijning
人気ninki (1) populariteit; geliefdheid; gewildheid; volksgunst; (het in) trek (zijn); het getapt zijn; het gezien zijn; (2) stemming [ook op beurs; markt enz.]; luim; humeur; sfeer; geest; klimaat
剛健gouken (1) geest- en lichaamskracht; kloekmoedigheid; manhaftigheid; flinkheid; fysieke en mentale weerbaarheid; (2) kloek van lichaam en geest; flink en kloekmoedig; manhaftig; fysiek en mentaal weerbaar
匂いnioi (1) geur; reuk; lucht; odeur; geurigheid; (2) sfeer; uitstraling; geest; [fig.] adem; [fig.] essence; [fig.] aroma; [fig.] aura; [fig.] vleugje; [fig.] tintje; (3) [m.n. van een kling] moiré tekening; gevlamd patroon
化物 ; 化け物bakemono (1) monster; gedrocht; monstrum; wanschepsel; spook; geest; boeman; schrikbeeld; spooksel; (spook)verschijning; apparitie; (2) duivelskunstenaar; wondermens; buitengewoon mens; levend wonder
化生keshyou (1) [boeddh.] upapāduka; aupapāduka [= rechtstreekse geboorte door metamorfose]; (2) [Zuiver Land-boeddh.] boeddha-wording in Amitābha's Zuiver Land; (3) reïncarnatie; wedergeboorte; (4) spook; geest; spookverschijning
変化henge (1) geestverschijning; verschijning; geest; apparitie; (2) spookverschijning; spook; schim; fantoom; monster; (3) bovennatuurlijk verschijnsel; fenomeen; (4) verandering; wijziging
妖怪youkai geest; spook; verschijning; spookverschijning; geestverschijning; schim; fantoom
幻影genei (1) spookbeeld; waanvoorstelling; waanbeeld; verschijning; geest; geestesverschijning; schim; fantoom; visioen; hallucinatie; (2) denkbeeld; illusie; hersenschim
幽霊yuurei geest; spook; spookverschijning; geestverschijning; schim; verschijning; fantoom
御化けobake (1) geest; spook; (2) monster; gedrocht; (3) [fig.] monster; iets buitensporig groots; (4) lompen; kapotte kleding; (5) clandestien gedrukte almanak; [meton.] venter van clandestiene almanakken; (6) [dierk.] heremietkreeft; heremiet; kluizenaarskreeft; Pagurus; (7) haardracht van vrouwen uit de Keihan-streek met oudejaar; setsubun; [i.h.b.] Japanse haardracht; haarwrong bij jonge vrouwen
心意気kokoroiki (1) geest; karakter; mentaliteit; spirit; sentiment; (2) kleine attentie; kleinigheidje; aardigheidje; klein geschenk
心霊shinrei (1) ziel; (2) geest; psyche
kokoro (1) geest; ziel; (2) hart; innerlijk; inborst; aard; karakter; (3) gevoel; gevoelens; emotie; sentiment; hartstocht; (4) hartelijkheid; cordialiteit; warmte; vriendelijkheid; oprechtheid; eerlijkheid; (5) sympathie; genegenheid; medegevoel; deelneming; (6) aandacht; attentie; interesse; belangstelling; (7) geheugen; memorie; herinneringsvermogen; (8) wil; wilskracht; (9) intentie; bedoeling; (10) stemming; humeur; gemoedsgesteldheid; (11) betekenis; ware betekenis; zin; antwoord; het waarom
shin (1) hart; geest; instelling; mentaliteit; [Belg.N.] ingesteldheid; (2) wezen; essentie; (3) innerlijke kracht; fut; pit; (4) [鉛筆の] stift; (5) [cul.] ongare rijstkorrel; (6) kern; diepste; (7) versteviging in kraag; obi; (8) [boeddh.] citta [= geest]; (9) [boeddh.] citta-rājan [= overkoepelende geest]; (10) [anat.] hart; hartorgaan; (11) [Chin.astron.] Hart; Xīn [= één van de achtentwintig maanhuizen]; (12) geloof; (13) [Edo-kindert.] kameraadje; vriendje; (a) hartorgaan; (b) hart; geest; (c) kern; centrum
念頭nentou gedachte; geest; aandacht; acht
情調jouchou sfeer; atmosfeer; stemming; geest
i (1) gevoel; gevoelen; betuiging; mening; gedachte; opinie; (2) voornemen; wil; zin; plan; [Belg.N.] gedacht; intentie; wens; (3) aandacht; attentie; zorg; behartiging; (4) voorkeur; zin; smaak; (5) zin; betekenis; bedoeling; teneur; strekking; inhoud; (6) goede gezindheid; genegenheid; (7) [boeddh.] geest; ziel
根性konjou (1) karakter; aard; natuur; geest; instelling; mentaliteit; ingesteldheid; (2) lef; karakter; wilskracht; flinkheid; durf; moed; guts; [inform.] ballen
神主shinshyu (1) ziel; geest; (2) confucianistisch rouwbord; (3) shintopriester
shin (1) geest; (2) godheid; (a) godheid; (b) mysterie; bovenzinnelijke; bovennatuurlijke; (c) geest; ziel; zielenleven; (d) subliem; hemels
sora (1) lucht; luchtruim; (2) hemel; hemelruim; [form.; lit.t.] firmament; [lit.t.] hemelen; (3) [meton.] streek; oord; (4) stemming; gevoel; geest; (5) [~で] van buiten; uit het hoofd; (6) leugen; onwaarheid; valsheid; (7) onjuist …; verkeerd …; ten onrechte …; mis-; waan-; (8) geveinsd(e) …; gemaakt(e) …; voorgewend(e) …; gesimuleerd(e) …; quasi-; schijn-; pseudo-; nep-; (9) [~形容詞] danig …; behoorlijk …; zeer …
精神seishin (1) geest; psyche; [verzameln.] zinnen; [uitdr.] de inwendige mens; (2) ziel; spirit; (3) mentaliteit; (geestes)instelling; signatuur; geesteshouding; ethos
精神のseishinno geestelijk; mentaal; geestes-; geest-; psychisch
精神的seishinteki geestelijk; mentaal; spiritueel; geestes-; geest-; psychisch; [~愛] platonisch
精神的なseishintekina geestelijk; mentaal; spiritueel; geestes-; geest-; psychisch; [~愛] platonisch
sei (1) ziel; geest; (2) spirit; energie; fut; pit; vitaliteit; levendigheid; (3) essentie; wezen; kwintessens; (4) sperma; zaad; (5) gedetailleerd; omstandig; nauwkeurig; minutieus; (a) fijn; nauwkeurig; (b) rijst pellen; (c) raffineren; (d) puurheid; essentie; het zuiverste; (e) wezen; ziel; (f) energie; fut; pit; (g) bezieling; vuur; ijver; elan; drive
純情junjou (1) zuiver hart; argeloos hart; rein (van) geest; onschuld; schuldeloosheid; onnozelheid; eerlijkheid; oprechtheid (des harten); naïviteit; argeloosheid; ingenuïteit; (2) onschuldig; schuldeloos; onnozel; eerlijk; oprecht; naïef; argeloos; ingénu
mune (1) borstkas; borststreek; borst; borststuk [m.betr.t. insecten]; thorax; [inform.] gemoed; (2) boezem; buste; borsten; (3) longen; (4) gemoed; geest; gevoelens; geweten; hart; hartstreek; (5) maag; maagstreek
脳裏nouri verstand; brein; hersenen; geest; gedachten
雰囲気funiki sfeer; stemming; geest; atmosfeer; [fig.] klimaat; ambiance; omgeving; milieu
rei (1) ziel; geest; (2) schim; [verzameln.] geesten der afgestorvenen; [bij de Romeinen] manen
頭脳zunou (1) brein; hersens; hersenen; (2) brein; hoofd; verstand; geest; intellect; (3) brein; knappe kop
oni (1) duivel; demon; boze geest; kwade geest; (2) geest; geestverschijning; spook; fantoom; schim; (3) schuldeiser; crediteur; (4) iemand die een passie heeft voor iets; iemand die ergens bezeten van is; enthousiast persoon; enthousiasteling; maniak; geobsedeerd persoon
ki (1) monster; demon; (2) geest; ziel; genius; [shintoïsme] kami; (3) geest der afgestorvene; [Rom.myth.] manen; Manes; (4) [boeddh.] preta; (5) [Chin.astron.] Geest; Guǐ [= één van de achtentwintig maanhuizen]; (a) geest; (b) demon; (c) [boeddh.] preta; (d) monster; gedrocht; (e) superwezen; (f) [Chin.astron.] Guǐ
魂胆 kontan (1) intrige; kuiperij; geheim plan; achterliggende bedoeling; heimelijk motief; geheime beweegreden; bijbedoeling; bijgedachte; dessous; (2) ziel; geest
tamashii (1) ziel; geest; (2) kracht; geest; pit; fut; spirit
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.61 sec. jiten.nl: 16 treffers, warandict: 43 treffers (zoekopdracht: 'geest', strategie: exact). 
2005-2021