日蘭辭典+

48 resultaten voor ‘geheel’
日蘭辭典 (trefwoord)
araizarai洗浚
(洗い浚い) bw. geheel; totaal.
arayuru有らゆる
(凡ゆる) bn. alle; geheel. ¶ 有らゆる人 alle menschen; iedereen. ¶ 有らゆる處 overal. ¶ 有らゆる手段を盡す niets onbeproefd laten.
agete擧げて
(挙げて) bn. alle; geheel; bw. met zijn allen. ¶ 國をあげて het geheele volk. ¶ 全力をあげて met alle macht.
ittai一體
(一体) zn. één lichaam o.; bw. per slot van rekening; eigenlijk; inderdaad; alles wel beschouwd. ¶ 一體に over het algemeen; alles samen genomen. ¶ 全國一體不作だ de oogst is slecht over het geheele land. ¶ この騷ぎ一體どうしたのか waar is nu eigenlijk al die deining over.
sekai世界
zn. de wereld v.; de aarde (地球) v. ¶ 古いの世界 de oudheid. ¶ 世界 de wereld bij nacht. ¶ 世界 de sterrenwereld. ¶ 世界戦争 wereldoorlog. ¶ 世界中 de geheele wereld; overal. ¶ 世界の果まで tot het eind van de wereld. ¶ 世界的 de geheele wereld betreffende; universeel; internationaal. ¶ 世界語 wereldtaal. ¶ 世界一週 reis om de wereld. ¶ 世界人 cosmopoliet. ¶ 世界漫遊者 wereldreiziger; globetrotter (英語). ¶ 世界主義 cosmopolitische beginselen; internationalisme. ¶ 世界主義者 cosmopoliet; wereldburger.
kirei na綺麗な
bn. (1) [立派な] fraai; mooi; keurig. (2) [清潔な] zindelijk; schoon. (3) [潔白な] rein; onschuldig. (4) [完全な] volledig. ¶ 綺麗な mooi meisje. ¶ 綺麗な schoon water; helder water. ¶ 綺麗に mooi; netjes; volledig; geheel. ¶ 綺麗にする verfraaien; mooi maken; schoonmaken; reinigen.
oyoso凡そ
bw. (1) [一般に] over ’t algemeen; in ’t algemeen gezegd; over ’t geheel genomen. (2) [] ongeveer; in ronde getallen; om en bij. ¶ 凡そ一千ongeveer duizend yen; een duizend yen of zoo.
zenbu全部
zn. geheel o.; alle deelen o.mv.; bw. geheel; totaal; volledig. ¶ 全部で totaal; alles tezamen; in het geheel. ¶ 全部揃って compleet. ¶ 全部に亙って geheel en al. ¶ 全部の volledig; al; geheel; compleet.
shōgai生涯
het geheele leven o. ¶ 生涯levenslang. ¶ 生涯事業する als een levenstaak beschouwen.
totemo迚も
(とても) bw. volstrekt; absoluut; geheel en al. ¶ 迚も出來ない volstrekt onmogelijk; uitgesloten.
hatato礑と

bw. (1) [音] met een klap. (2) [突然] plotseling. [全然] geheel. ¶ 礑と實感する niet weten, wat te doen; uit het veld geslagen zijn.

boroboroぼろぼろ

bn. gescheurd; voddig. ¶ ぼろぼろの洋服を著て gekleed in voddige Europeesche kleeren. ¶ がぼろぼろに切れた het boek hangt geheel uit elkaar.

SUPPLEMENT (trefwoord)
zenra全裸
(znw, no-adj) geheel ongekleed zijn; spiernaakt; poedelnaakt. ¶ 全裸体 zenratai spiernaakt lichaam.
WACHTKAMER (deze lemma’s zijn nieuw of bevatten wijzigingen)
sōtai總體

(総体) zn. geheel o.; massa v.; het geheele lichaam o. ¶ 總體の geheel; totaal. ¶ 總體に over het geheel; in ’t algemeen; alles bijeengerekend; alles samengenomen. ¶ 總體に出來がよかった over het geheel genomen is het wel geslaagd. ¶ 總體で in ’t geheel; totaal.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <geheel>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
すっかりsukkari volledig; helemaal; (in zijn) geheel; [form.] gans; integraal; compleet; in zijn totaliteit; volkomen; onverdeeld; ten volle; volmaakt [tevreden; gelukkig enz.]; totaal; grondig; volop
そっくりsokkuri (1) geheel; al; volledig; helemaal; totaal; compleet; in zijn geheel; totaliteit; met ~ en al; intact; integraal; zoals het is; (2) precies lijken op; als twee druppels water lijken op; sprekend lijken op; iem. gelijken op een prik; in alles lijken op; het evenbeeld zijn van; precies; exact; net; op-en-top
とことんtokoton (1) [~まで] tot het allerlaatste; bittere einde; all the way; (2) volkomen; geheel; ten volle; à fond; helemaal; volledig; [Belg.N.] van naaldje tot draadje
トータルtootaru (1) totaal; geheel; volledige hoeveelheid; (2) Total
一円ichien (1) heel het gebied; de hele regio; (2) één yen; (3) Ichien; (4) integraal; volledig; helemaal; geheel; (5) [~…ない] helemaal; absoluut; volstrekt … niet
take (1) lengte; lichaamslengte; gestalte; statuur; (2) lengte; (3) geheel; alles; alle zaken; alle dingen
丸 ; 円maru (1) cirkel; (2) kringetje; [oneig.] g'tje [als symbool voor o.a. een correct antwoord]; (3) punt [leesteken]; (4) geheel; (5) één van de torens binnen een vesting; (6) stuiver; duiten; poen; (7) [een] vol [uur enz.]; volledig …; heel …; gans …; (8) volkomen …; volledig …; compleet …; helemaal …; volslagen …
zen (1) geheel; al; (2) de; het (ge)hele ~; heel de; het ~; de; het ganse ~; pan-; (3) van in totaal ~ (boekdelen; volumina)
全くmattaku (1) geheel; geheel en al; heel; volledig; helemaal; straal; absoluut; volstrekt; rechtaf; volkomen; puur; totaal; volslagen; door en door ~; [attr.] ~ in het kwadraat; hartstikke; op-en-top; compleet; ten enenmale; ganselijk; gladweg; vlak; [volkst.] helendal; (2) werkelijk; inderdaad; waarlijk; echt; zonder meer; regelrecht; hoe ~!
全体zentai (1) geheel; totaliteit; totaal; [attr.] heel; [attr.] al(le); (2) in de eerste plaats; om te beginnen; eerst en vooral; (3) wat ~ toch; wat ~ in 's hemelsnaam; wat ~ in vredesnaam; wat ~ in godsnaam; (4) in het geheel; alles samen; alles bij elkaar (genomen); in totaal; in toto [gevolgd door de で]; (5) in het algemeen; over het geheel; generaliter; globaal genomen [gevolgd door ni に]
全然zenzen (1) helemaal niet; in het geheel niet; niet in het minst; geringste; absoluut niet; volstrekt niet; hoegenaamd niet; in genen dele [i.c.m. negatie]; (2) heel; erg; zeer; verschrikkelijk [in informeel taalgebruik]; (3) compleet; volstrekt; totaal; geheel; helemaal; geheel en al; volkomen; volslagen; volledig; op-en-top; in alle opzichten; door en door [affirmatief en nadrukkelijk]
全般zenpan (1) geheel; al; (2) in zijn geheel; als geheel; (3) algemeen; in het algemeen; generaliter
全般のzenpanno geheel; heel; totaal; universeel; algemeen; algeheel; globaal
全部zenbu (1) geheel; al; algeheel; alle; alles; totaal; [inform.] het hele zootje; de hele mikmak; de hele bende; [attr.] compleet; (2) volledig; allemaal; algeheel; heel; totaal; volkomen; in alle opzichten; onverdeeld; [arch.] gans
zen (1) volledige; complete; integrale; voltallige versie; (2) in totaal (… boekdelen); alles bij elkaar (… banden); (3) alle …; hele …; gehele …; volledige …; complete …; al-; alles-; omn-; pan-; pant-; panto-; (a) gaaf; heel; volledig; intact; (b) al; alles; geheel; compleet; (c) voltooien; vervolmaken
凡そoyoso (1) samenvatting; kort overzicht; resumé; de voornaamste punten; (2) over het algemeen; in principe; (3) geheel; volkomen; compleet; totaal
合切gassai alles; geheel
完全にkanzenni perfect; compleet; volledig; geheel; van a tot z; integraal; volkomen; volmaakt; volslagen; volstrekt; absoluut; totaal; afgerond; intact; ongeschonden; [w.g.] restloos
尽く ; 悉くkotogotoku integraal; volledig; helemaal; allemaal; geheel; algeheel; heel; totaal; volkomen; [arch.] gans
残らずnokorazu al; alles; helemaal; heel; geheel; compleet; volledig; exhaustief; integraal; uitputtend; één en al; geheel en al; stuk voor stuk; tot de laatste [man; cent; druppel enz.]; zonder uitzondering; [arch.] gans
百パーセントhyakupaasento honderd procent; percent; 100%; geheel; helemaal; ten volle; volledig
mina (1) al; alle; allen; alles; ieder; iedereen; elkeen; alleman; (2) algeheel; geheel; gans; heel; helemaal; compleet; totaal
minna (1) al; alle; allen; alles; ieder; iedereen; elkeen; alleman; (2) algeheel; geheel; gans; heel; helemaal; compleet; totaal
真っma pal ~; vlak ~; precies ~; exact ~; zuiver ~; puur ~; onversneden ~; geheel ~; volkomen ~; helemaal ~ [nadrukkelijker dan 真-]
真っ裸mappadaka geheel; totaal naakt; poedelnaakt; spiernaakt; moedernaakt; bloednaakt; [w.g.] piernaakt
結束するkessokusuru een eenheid; geheel; unie vormen; zich bij elkaar aansluiten; zich aaneensluiten; zich verenigen; [arch.] zich verenen
絶対zettai (1) iets absoluuts; absoluutheid; [attr.] absoluut; [attr.] volstrekt; [attr.] totaal; [attr.; fig.] soeverein; [attr.; fil.] categorisch; [attr.; m.b.t. gebod] onvoorwaardelijk; (2) absoluut; volstrekt; honderd procent; geheel; totaal; volkomen; stellig; beslist
絶対的zettaiteki absoluut; volstrekt; honderd procent; geheel; totaal; volkomen; stellig; beslist; [fig.] soeverein; [fil.] categorisch; [m.b.t. gebod] onvoorwaardelijk
絶対的にzettaitekini absoluut; volstrekt; honderd procent; geheel; totaal; volkomen; stellig; beslist; [fig.] soeverein; [fil.] categorisch; [m.b.t. gebod] onvoorwaardelijk
総じてsoujite (1) globaal; ruim genomen; in; over 't algemeen; ruwweg; over het geheel genomen; alles bij elkaar; (2) geheel; integraal; volledig; compleet
総て ; 全て ; 凡て ; 渾て ; 惣て ; 都てsubete (1) al; alles; allemaal; [attr.] heel; [attr.] geheel; [attr.] gans; (2) al; alles; allemaal; (3) volledig; helemaal; integraal
総体soutai (1) geheel; totaal; (2) in; over 't algemeen; globaal genomen; alles bij elkaar (genomen); over het geheel genomen; in summa; generaliter; grosso modo
隈なくkumanaku (1) helemaal; geheel; overal; in elk hoekje en gaatje; (2) zonder het minste wolkje
集合体shyuugoutai geheel; samenstel; complex; verzameling; vergaring; conglomeraat; collectief
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.63 sec. jiten.nl: 14 treffers, warandict: 34 treffers (zoekopdracht: 'geheel', strategie: exact). 
2005-2021