日蘭辭典+

12 resultaten voor ‘gekheid’
日蘭辭典 (trefwoord)
fuzakeru巫山戯る
i.w. (1) [跳廻る] stoeien; grapjes maken. (2) [いちゃつく] koketteeren; flirten. ¶ ふざけて voor de grap; uit gekheid.
itazuraいたづら
(いたずら, 悪戯, 惡戲, 徒, 徒ら) zn. (1) [惡戲] ondeugendheid v.; kwajongensstreek m. (2) [徒爲] nutteloosheid v. (3) [淫蕩] geiligheid v.; gemeenigheid v.; wulpschheid v. ¶ いたづらな (惡戲な) ondeugend; kwajongensachtig; (徒爲な) nutteloos; noodeloos; (淫蕩な) geil; onzedelijk. ¶ いたづらに (面白半分に) voor de grap; uit gekheid; zoo maar; (徒爲に) vergeefs; nutteloos. ¶ いたづらをする (わるさする) gekheid maken; kwajongensstreek uithalen; stoeien; spelen. ¶ いたづら者 ondeugd; vrouw van losse zeden (不品行な) ¶ 徒になる op niets uitloopen. ¶ いたづら盛り de ondeugende leeftijd. ¶ いたづら兒 ondeugd; kwajongen.
TEKST EN UITLEG (trefwoord)
bron:The Tanaka Corpusふざけ
¶ こんなおふざけはいかにもベーカー氏らしい。 Konna ofuzake wa ika ni mo Bēkāshi rashii. Dat soort gekheid is typisch voor Meneer Baker. ¶ はふざけた調子でそう言った。 Kare wa fuzaketa chōshi de sō itta. Hij zei het op gekscherende toon. ¶ わたしたちは、さんざんふざけていたから、そろそろ仕事にとりかかる時だ。 Watashitachi wa, sanzan fuzakete ita kara, sorosoro shigoto ni torikakaru toki da. Aangezien we al een tijd hebben rondgedold wordt het zoetjesaan tijd om aan het werk te gaan.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <gekheid>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
愚鈍 gudon domheid; dommigheid; stompzinnigheid; dwaasheid; gekheid; onnozelheid; stupiditeit
洒落 share (1) modieuze verfijning; chic; zwier; uiterlijke verzorgdheid; (2) kwinkslag; gevatte; geestige opmerking; gekheid; grap; mop; [inform.] bak; geestigheid; bon-mot; geintje; lachertje; wisecrack; leukheid; [i.h.b.] woordspeling
冗談 joudan grap; mop; gekheid; grol; scherts; kwinkslag; bon-mot; geestigheid; lolletje; lachertje; paskwil; witz; wisecrack; leuk(ig)heid; aardigheid(je); badinage; gag; [inform.] bak; [inform.] gein(tje); [volkst.] gebbetje; [Barg.] oetse; [arch.] kortswijl
戯事 tawagoto dwaasheid; stommiteit; absurditeit; gekheid; malheid; zotheid; zottigheid; dwaas gedoe; dwaze; domme daad; stomme streek; stomheid; onzin; nonsens; onwijsheid; flauwekul; gekkemanswerk; gekkigheid; zotternij; idioterie; idiotie; [Belg.N.] zotte toeren; [Belg.N.] zottekesspel
戯れ tawamure (1) spel; (2) pret; lol; fun; vermaak; amusement; plezier; grap; scherts; gekheid; aardigheid; geestigheid; spielerei; (3) geflirt; gestoei; flirt; caprice
戯事 tawagoto (1) dwaasheid; stommiteit; absurditeit; gekheid; malheid; zotheid; zottigheid; dwaas gedoe; dwaze; domme daad; stomme streek; stomheid; onzin; nonsens; onwijsheid; flauwekul; gekkemanswerk; gekkigheid; zotternij; idioterie; idiotie; [Belg.N.] zotte toeren; [Belg.N.] zottekesspel; (2) kletspraat; mallepraat; gekke; zotte; dwaze praat; lulkoek; kletskoek; [gew.] zotteklap
馬鹿 baka (1) dwaas; mal; onnozel; dom; gek; stom; zot; dol; belachelijk; mallotig; ridicuul; stupide; idioot; onwijs; onzinnig; absurd; zinneloos; [inform.] kolderiek; imbeciel; maf; lijp; halfgaar; halfwijs; getikt; [inform., fig.] bezopen; [fig.] halfzacht; (2) niet meer naar behoren functionerend; verdoofd [b.v. door kou]; gevoelloos; [i.h.b.] verschaald; [van schroeven enz.] dol; (3) buitengewoon [goedkoop enz.]; buitensporig; uitermate; overmatig; overdreven; al te ~; dol; ; (1) dwaas; gek; zot; nar; idioot; imbeciel; mafkees; mafketel; mafkikker; malloot; piechem; halvegare; stommeling; sukkel; uilskuiken; oen; sul; lijp; druif; ezel; rund; os; domoor; domkop; dommerik; stommerd; lijperd; stommerik; stomkop; eendenkuiken; onnozelaar; onbenul; [inform.] lijpo; (2) dwaasheid; domheid; zotheid; onverstand; onwijsheid; stommiteit; stomheid; stommigheid; onzinnigheid; gekheid; gekkemanswerk; gekkigheid; idioterie; idiotie; idiotisme; malheid; malligheid; onnozelheid; stupiditeit; zottigheid; aperij; onbenulligheid; onzin; nonsens; flauwekul; ridiculiteit; belachelijkheid; larie; lariekoek; kolder; absurditeit; (3) fan; fanaat; fanaticus; enthousiast; freak; liefhebber; -gek; -maan
巫山戯る fuzakeru (1) grappen; grollen; grapjassen; gekscheren; railleren; schertsen; geinen; gekheid; grappen maken; gekken; gekheden uithalen; gebbetjes maken; [arch.] kortswijlen; boerten; onzin vertellen; [Belg.N., spreekt.] zwanzen; niet serieus zijn; (2) stoeien; spelen; ravotten; robbedoezen; dartelen; (3) flirten; sjansen; het aanleggen met; (4) voor de gek houden; gekscheren met; lachen met; dollen met; gekken met; de draak steken met; de spot drijven met; een loopje nemen met; voor de mal houden; op de hak nemen
冷やかし hiyakashi (1) scherts; gekheid; badinage; grap; fun; speels geplaag; goedmoedige plagerijen; (2) het winkelskijken; het funshoppen; het statten; het aankooploos winkelen; het bij verscheidene zaken; ramen langsgaan om de prijzen; meisjes te vergelijken; [inform.] het struinen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.49 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 9 treffers (zoekopdracht: 'gekheid', strategie: exact). 
2005-2019