日蘭辭典+

11 resultaten voor ‘gelaat’
日蘭辭典 (trefwoord)
kao
(顔) zn. (1) [] gezicht o.; gelaat o.; uiterlijk o. (2) [面目] eer v. (3) [面附] gelaatstrekken m. ¶ 知らない iemand, dien men niet kent; onbekende. ¶ 知らないをする doen alsof men iemand niet kent; doen alsof men van niets weet. ¶ が廣い veel kennissen hebben. ¶ 合はすがない niet onder de oogen durven komen. ¶ と相談する in den spiegel kijken. ¶ を洗ふ het gezicht wasschen. ¶ を出す zich vertoonen; tegenwoordig zijn. ¶ 顰める zuur gezicht trekken. ¶ 人のを立てる iemands goede naamredden. ¶ 判る ik zie het aan je gezicht!
tsura
zn. (1) [] gezicht o.; gelaat o.; aangezicht o. (2) [表面] oppervlakte v. ¶ からかひ面をする leelijke gezichten trekken.
ganbō顏貌
(顔貌) zn. uiterlijk o.; gezicht.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <gelaat>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
面付き tsuratsuki (1) wang; koon; [Belg.N.] kaak; (2) blik; gelaatsuitdrukking; gezichtsuitdrukking; uitdrukking; gezicht; expressie; gelaat; trekken; gelaatstrekken
マスク masuku (1) masker; gezichtsmasker; mombakkes; mom; (2) mondkapje; mondmasker; (3) [m.b.t. boksen, lassen e.d.] hoofdbeschermer; (4) gezicht; gelaat; gelaatstrekken; voorkomen; uiterlijk; (5) [elektronica] tekening van een geïntegreerde schakeling
気色 kishoku (1) gezichtsuitdrukking; gezicht; gelaatsuitdrukking; gelaat; gelaatstrekken; trekken; uitdrukking; expressie; blik; uiterlijk; mimiek; (2) gevoel; gemoedstoestand; geestestoestand; stemming; mood; bui; humeur; luim; (3) conditie; staat van gezondheid; gezondheidstoestand; (4) intentie; voornemen; (5) omstandigheden; situatie; (6) vormelijkheid
men [maatwoord voor vlakke voorwerpen (bv.: spiegels, luiten, suzuri 硯 [inktstenen]; maskers; schaakborden; bundels papier; kaartspelen; tennisbanen e.d.)]; ; (1) gezicht; aangezicht; gelaat; figuur; snuit; snoet; smoel; facie; [inform.] toet; [volkst.] snufferd; [volkst.] bakkes; [vulg.] smoelwerk; [volkst., fig.] postzegel; [Barg.] treiter; [Barg., volkst.] ponem; [min.] tronie; [Barg.] gebbe; [Barg.] kakement; [slang] fiselefasie; [slang] fiselemie; (2) masker; mombakkes; mom; [Barg.] schiebaart; (3) masker [bij lassen, sport: kendō, honkbal enz.]; (4) pagina (van een krant); bladzijde; (5) [wisk.] oppervlakte; vlak; (6) [technol.] facet [afschuining onder een hoek van 45°]; helling; schuinte; wand; (7) kant; aspect; zijde; latus; vlak; opzicht; gebied; (8) men [klap in het gezicht: bepaalde score in het kendō]
フェイス feisu (1) gezicht; aangezicht; gelaat; (2) coupure; (3) [bergsport] steile wand; helling; kant; (4) [golf] clubface; vlak dat de bal raakt; (5) Faith; Face
omote gezicht; gelaat; aangezicht
顔付き kaotsuki (1) gelaatstrekken; gelaat; gezicht; gezichtje; trekken; [veroud., form.] aanschijn; (2) blik; gelaatsuitdrukking; gezichtsuitdrukking; uitdrukking; expressie
kao gezicht; gelaat; aangezicht; [veroud., form.] aanschijn; [inform.] bakkes
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.46 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 8 treffers (zoekopdracht: 'gelaat', strategie: exact). 
2005-2020