日蘭辭典+

17 resultaten voor ‘geschiedenis’
日蘭辭典 (trefwoord)
yashi野史
zn. niet-officieele geschiedenis v.
raireki來歷
(来歴) zn. levensloop m.; geschiedenis v.; carriere v. ¶ まづ其の來歷を聞かう laten wij eerst hooren, hoe het gebeurd is.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <geschiedenis>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
足跡 sokuseki (1) voetafdruk; voetspoor; voetstap; spoor; (2) [fig.] geschiedenis; (3) [fig.] prestatie; wapenfeit; roemrijke daad
出来事 dekigoto gebeurtenis; voorval; evenement; het gebeurde; een gebeuren; geschiedenis; [i.h.b.] incident
因縁 innen (1) lot; lotsbeschikking; lotsbestemming; lotsbesteding; [boeddh.] karma; (2) oorsprong; ontstaan; herkomst; geschiedenis; voorgeschiedenis; (3) lotsverbondenheid; (4) voorwendsel; excuus; smoes tot ruzie
shi ~ geschiedenis; ; geschiedenis; historie
jou (1) rijtuig; rijdier; paard en kar; (2) geschiedboek; geschiedrol; geschiedenis; annalen; (3) [boeddh.] yāna [= voertuig; middel]; (4) [rekenk.] vermenigvuldiging; multiplicatie; ; [maatwoord voor rijtuigen of strijdwagens]; ; (1) a. bestijgen; aan boord zetten; (2) b. wagen; kar; (3) c. geschiedboek; (4) d. vermenigvuldiging
身の上 minoue (1) persoonlijke omstandigheden; positie in het leven; status; (2) levensloop; geschiedenis; wedervaren; lotgevallen; (3) lot; levenslot; voorland
履歴 rireki (1) verleden; iemands antecedenten; loopbaan; carrière; staat van dienst; achtergrond; levensloop; persoonlijke geschiedenis; curriculum vitae; cv; levensgeschiedenis; (2) [nat.] hysteresis; (3) [comp.] geschiedenis
歴史 rekishi geschiedenis; historie; kronieken; annalen
歴史学 rekishigaku geschiedkunde; geschiedeniswetenschap; geschiedenis
hanashi (1) het praten; praat; praatje; praats; opmerking; zeggen; woord; woordje; gesprokene; [w.g.] spraak; [w.g.] zegsel; (2) gesprek; conversatie; onderhoud; babbel; propoost; [i.h.b.] overleg; (3) onderwerp (van gesprek); propoost; topic; (4) verhaal; vertelling; relaas; historie; story; geschiedenis; vertelsel; verslag; [w.g.] verhaling; (5) geklets; gebabbel; [veroud.] gesnap; gerucht; praatje; smoesje; [Bar.] kabielesementje; roddel; on-dits; spraak; (6) geval; affaire; kwestie; zaak [gebruikt als keishiki meishi 形式名詞]
年輪 nenrin (1) jaarring; jaarkring; sapring; groeiring; groeilaag; (2) geschiedenis; (3) door de jaren heen opgedane ervaring
ヒストリー hisutorii geschiedenis; historie; verleden
歩み ayumi (1) het wandelen; het gaan; gang; (2) tempo; tred; pace; ritme; (3) ontwikkelingsgang; loop; verloop; [i.h.b.] geschiedenis; [Belg.N.] historiek
由緒 yuisho (1) geschiedenis; (2) afstamming; voorgeslacht; aanzienlijke afkomst; komaf
由来 yurai oorspronkelijk; aanvankelijk; van in; bij het begin; vanaf het begin; van nature; uit de aard der zaak; ; oorsprong; origine; ontstaan; bron; herkomst; geschiedenis; genese
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.41 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 15 treffers (zoekopdracht: 'geschiedenis', strategie: exact). 
2005-2019