日蘭辭典+

21 resultaten voor ‘geschiktheid’
日蘭辭典 (trefwoord)
nōryoku能力
zn. bekwaamheid v.; geschiktheid v.; (法) bevoegdheid v.; competentie v. ¶ 能力ある bekwaam; geschikt; bevoegd; competent; in staat zijn; kunnen; vermogen. ¶ 能力喪失 desqualificatie; verlies eener bevoegdheid.
sainō才能
zn. talent o.; gave v.; geschiktheid v.; ¶ 才能ある begaafd; talentvol; geschikt; bekwaam.
hataraki

(働き) zn. (1) [勞働] arbeid m.; werk o.; verrichting v. (2) [才能] bekwaamheid v.; geschiktheid v.; talent o. (3) [功績] verdienste v. (4) [骨折] inspanning v. (5) [動作] actie v. (6) [運轉] beweging v. ¶ 働者 bekwaam man; energiek persoon.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <geschiktheid>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
素質 soshitsu (1) aard; natuur; karakter; inslag; vatbaarheid; [med.] diathese; (2) aanleg; kwaliteiten; predispositie; voorbeschiktheid; geschiktheid; [fig.] knobbel; [i.h.b.] talent
能力 nouryoku (1) bekwaamheid; vaardigheid; vermogen; [i.h.b. psych.] faculteiten; competentie; geschiktheid; capaciteit; kunde; knapheid; kundigheid; capabiliteit; [veroud.] vatbaarheid; (2) [jur.] bevoegdheid; competentie
適当 tekitou (1) gepast; geschikt; passend; voegzaam; toepasselijk; geëigend; aangewezen; adequaat; treffend; juist; billijk; (2) gepast; juist schikkend; niet overdreven; vrijblijvend; neutraal; ; geschiktheid; gepastheid; toepasselijkheid
適性 tekisei geschiktheid
適格 tekikaku bevoegd; competent; geschikt; capabel; adequaat; gekwalificeerd; gerechtigd; bekwaam; habiel; ; competentie; bevoegdheid; geschiktheid; kwalificatie; adequatie; capabiliteit; bekwaamheid; habiliteit; capaciteit
適切 tekisetsu gepastheid; geschiktheid; juistheid; adequatie; aangewezenheid; toepasselijkheid; raakheid; relevantie; pertinentie; ; gepast; passend; juist; geschikt; behoorlijk; geëigend; adequaat; aangewezen; voegzaam; toepasselijk; treffend; raak; relevant; afdoend; pertinent; naar behoren; naar den eis
都合 tsugou in totaal; alles bij elkaar; alles samen; alles erop en eraan; welgeteld; in summa; in toto; ; (1) geschiktheid; moment; gelegenheid; gemak; conveniëntie; voordeel; belang; (2) redenen; omstandigheden
向き muki (1) richting; ligging; oriëntatie; positie; gerichtheid; (2) bestemming; geschiktheid; aangewezenheid; bedoeling; (3) betrokkene; belanghebbende; mensen die ~; (4) opvliegendheid
ude (1) [anat.] arm; (2) bekwaamheid; vaardigheid; geschiktheid; talent; bedrevenheid
具合 guai (1) staat; toestand; situatie; (2) gezondheidstoestand; (3) gelegenheid; goede gelegenheid; gepastheid; geschiktheid; (4) fatsoen; goede manieren; (5) manier; methode; wijze van doen; wijze van handelen
便宜 bengi gemak; conveniëntie; geschiktheid; comfort; gerieflijkheid; gerief; voorziening; accommodatie; faciliteit; voordeel
是非 zehi op de een of andere wijze; manier; hoe dan ook; in elk geval; in allen gevalle; enigerwijs; zeker; vooral; welzeker; echt; absoluut; werkelijk; stellig; bepaald; wel degelijk; heus; zonder mankeren; wis en zeker; in elk geval; op eerlijke of oneerlijke wijze; per se; alleszins; koste wat het kost; tot elke prijs; ten koste van alles; coûte que coûte; parforce; noodzakelijkerwijs; het moet en het zal; ; goed en [of] kwaad; het juiste of het verkeerde; juistheid; geschiktheid; gepastheid; het voor en het tegen; de voor- en nadelen; de deugden en gebreken; de argumenten voor en tegen; de baten en lasten; plussen en minnen
妥当 datou terecht; gepast; aangewezen; juist; billijk; gerechtvaardigd; adequaat; toepasselijk; passend; geëigend; geschikt; gegrond; steekhoudend; valabel; [veroud.] valide; ; terechtheid; gepastheid; juistheid; passendheid; billijkheid; gerechtvaardigdheid; adequatie; toepasselijkheid; passendheid; geëigendheid; geschiktheid; gegrondheid; steekhoudendheid; [veroud.] validiteit
キャパ kyapa (1) capaciteit; vermogen; potentieel; kundigheid; vaardigheid; geschiktheid; aanleg; talent; (2) capaciteit; volume; inhoud; bergruimte
キャパシティ kyapashiti (1) capaciteit; vermogen; potentieel; kundigheid; vaardigheid; geschiktheid; aanleg; talent; (2) capaciteit; volume; inhoud; bergruimte
gi a. geschikt; passend; gepast; goed; juist; ; het passend-zijn; het geschikt-zijn; passendheid; geschiktheid
善し悪し yoshiashi goed of slecht; goede en slechte eigenschappen; kwaliteit; geschiktheid; goed en kwaad; het voor en het tegen; voor- en nadeel; lusten en lasten
宜しき yoroshiki het passend-zijn; het geschikt-zijn; passendheid; geschiktheid
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.39 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 18 treffers (zoekopdracht: 'geschiktheid', strategie: exact). 
2005-2019