日蘭辭典+

16 resultaten voor ‘gevecht’
日蘭辭典 (trefwoord)
tatakai
(戦い、闘い、鬪ひ) zn. strijd m.; (合戰) gevecht o.; slag m.; (戰役) oorlog m.; krijg m.; (競爭) wedkamp m.; wedstrijd m. ¶ 戰を始める strijd beginnen; vijandelijkheden openen. ¶ 戰を宣する oorlog verklaren. ¶ 戰をする oorlog voeren. ¶ 戰好きの oorlogzuchtig; strijdlustig. ¶ 戰利あり overwinning behalen. ¶ 戰ふ vechten; strijden; kampen. ¶ 自由に戰ふ strijden voor de vrijheid. ¶ 誘惑と戰ふ strijden tegen de verleiding. ¶ 困難と戰ふ moeilijkheden bestrijden. ¶ 鬪はす laten vechten. ¶ 論を鬪はす argumenteeren; argumenten aanvoeren.
yasen夜戰
(夜戦) zn. nachtelijk gevecht o.
sensō戰爭
(戦争) zn. (1) [戰亂] oorlog m.; strijd m. (2) [戰鬪] slag m.; gevecht o. ¶ 戰爭する oorlog voeren; strijden; vechten; slag leveren. ¶ 戰爭中に in den oorlog; gedurende den strijd; al vechtende. ¶ 戰爭準備 toerusting tot den strijd; bewapening; voorbereiding tot den oorlog. ¶ 戰爭利益 oorlogswinst. ¶ 戰爭出る ten strijde trekken. ¶ 戰爭狂 oorlogspsychose. ¶ 戰爭好き oorlogszuchtig; krijgslustig.
tōsō鬪爭
(闘争) zn. strijd m.; gevecht o. ¶ 鬪爭する strijden; vechten.
kenka喧嘩

zn. (1) [喧嘩] twist m. (2) [鬪爭] gevecht o.; strijd m. ¶ 喧嘩する twisten; vechten; kijven; kibbelen (子供が). ¶ 喧嘩 twistappel. ¶ 喧嘩 dreigende houding. ¶ 喧嘩買ふ iemand’s partij opnemen. ¶ 喧嘩をしかける twist zoeken. ¶ 喧嘩好き twistziek.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <gevecht>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
喧嘩 kenka (1) ruzie; twist; onenigheid; gehakketak; gekibbel; gekrakeel; geharrewar; (2) redetwist; dispuut; kwestie; onenigheid; woordenstrijd; woordentwist; woordenwisseling; (3) handgemeen; gevecht; strijd; worsteling; kamp
試合 shiai [maatwoord voor wedstrijden]; ; (1) wedstrijd; partij; match; spel; potje; [sportt.] nummer; treffen; [i.h.b.] concours; toernooi; (2) [fig.] strijd; worsteling; gevecht
sen (1) -gevecht; -oorlog; -oorlogvoering; -strijd; (2) -competitie; -wedstrijd; (3) -campagne
戦闘 sentou slag; veldslag; strijd; gevecht; vijandelijkheden; actie; [veroud.] kamp
取り組み torikumi (1) [sportt.] wedstrijd; match; kamp; partij; strijd; gevecht; (2) aanpak; benadering; insteek; (3) [hand.] koop en verkoop op markt; beurs; omzet; (4) [hand.] wisseltrekking
闘争 tousou strijd; gevecht; worsteling; kamp
戦い tatakai (1) strijd; gevecht; vechtpartij; kamp; oorlog; treffen; worsteling; bestrijding; (2) slag; veldslag; (3) competitie; wedstrijd; match; partij; [i.h.b.] duel
バトル batoru (1) slag; veldslag; strijd; gevecht; treffen; (2) Battle
ファイト fuxaito (1) [bokssp.] doorvechten!; (2) [als aanmoedigingskreet] hup!; zet 'm op!; aanvalluh!; ; (1) gevecht; strijd; [veroud.] kamp; [i.h.b.] boksgevecht; bokswedstrijd; (2) strijdlust; vechtlust; weerbaarheid; moreel
会戦 kaisen slag; strijd; gevecht; treffen; vijandelijke ontmoeting; rencontre; vijandelijkheden; schermutseling
足掻き agaki (1) [馬の] getrappel; gestampvoet; [w.g.] trappeling; (2) beweging met handen en voeten; sparteling; gespartel; gewriemel; gekronkel; (3) gewoel; drukte; (4) worsteling; gevecht; strijd
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.84 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 11 treffers (zoekopdracht: 'gevecht', strategie: exact). 
2005-2019