Japans-Nederlands woordenboek van Peter Adriaan van de Stadt
日蘭辭典
Nichi-Ran jiten, 1934
Home
Help
JPEG versie
Laatste toevoegingen
Maak woordenlijsten
exacte woord of uitdrukking
exacte woord of uitdrukking
begin van een woord of uitdrukking
einde van een woord of uitdrukking
deel van een woord of uitdrukking
[
set nolinks
]
10 resultaten voor ‘geven’.
TREFWOORDEN
an-anri no
・
暗々裏の
(暗々裏・暗々裡) bn. stilzwijgend;
stil
; indirect. ¶ 暗々裏に承諾
する
stilzwijgende toestemming
geven
. ¶ 暗々裏に彼に辭職すべく諷した
hij
kreeg een
wenk
om
zijn
ontslag
te
nemen
.
anshi
・
暗示
zn. (1) [示唆]
wenk
m. (2) [諷示]
insinuatie
v. ¶
暗示
する
een
wenk
geven
;
insinueeren
; Noot: Momenteel is ‘anji’
als
uitspraak
voor
暗示
gebruikelijker.
ataeru
・
與へる
(与える) t.w. (1) [贈與]
ten
geschenke
geven
;
schenken
. (2) [授與]
geven
;
verleenen
;
toestaan
. (3) [分與] uitdeelen. (4) [供給] verschaffen. (5) [蒙らす]
bezorgen
;
geven
;
ate
・
宛
(宛て) zn. (1) [
宛名
] adres o. ¶ 宛の geadresseerd aan; aan de order
van
(小切手の); geconsigneerd aan (貨物). (2) [
各々
] vmw.
elk
. ¶ 一人三つ宛やった
ik
heb er
elk
drie
gegeven
. ¶ 一哩一圓宛に拂った
ik
heb een
yen
per
mijl betaald. (3) [抵當] onderpand o.
ageru
・
擧げる、上げる
(
上げる
・
挙げる
・
揚げる
) t.w. (1) [旗を]
hijschen
. (2) [位を] bevorderen. (3) [擧示] opnoemen;
geven
;
noemen
. (4) [成績] opbrengen. (5) [進呈] aanbieden;
geven
. (6) [
終了する
]
eindigen
; afmaken. ¶ 本を讀みあげる een
boek
uitlezen. ¶ 此本をあげました
ik
heb
dit
boek
uit
. (7) [聲を]
zijn
stem
verheffen
. (8) [錨を] het anker lichten. (9) [增加] verhoogen. ¶ 賃金を
上げる
het loon verhoogen. (10) [式を] vieren. (11) [煎る]
braden
.
aizu
・
合圖
(
合図
) zn.
teeken
o.; sein o. ¶
合圖
する
een
teeken
geven
; een
sein
geven
.
akiraka ni
・
明かに
(明らかに) bw. (1) [
明白
]
duidelijk
; blijkbaar; klaarblijkelijk. (2) [
輝く
]
helder
. ¶ 明かに
なる
duidelijk
worden
;
blijken
. ¶ 明かに
する
duidelijk
maken
; ophelderen;
te
verstaan
geven
.
yarisugiru
・
遣過ぎる
(遣り過ぎる) t.w.
te
veel
doen
;
te
veel
geven
; i.w.
te
ver
gaan
.
yaritori
・
遣取
(遣り取り) zn.
geven
en
nemen
; ruilen o. ¶ 書面の遣取 briefwisseling; correspondentie.
yaru
・
やる
(遣る;
やる
) t.w. (1) [
與へる
]
geven
;
schenken
. (2) [爲す]
doen
;
verrichten
. (3) [送る] zenden. ¶ 旨く遣る
goed
doen
;
netjes
doen
. ¶
手紙
を遣る
brief
sturen
. ¶ 祝儀を遣る
fooi
geven
. ¶ 醫者を
やる
dokters
praktijk
uitoefenen
. ¶ やつて
見る
probeeren
. ¶
日本
語を
やる
Japansch studeeren. ¶ 酒を
やる
van
drank
houden
;
drinken
.