日蘭辭典+

34 resultaten voor ‘gevoel’
日蘭辭典 (trefwoord)
kan-zuru感ずる
(kanjiru, 感じる) t.& i.w. gevoelen; i.w. het gevoel hebben; den indruk hebben; bewogen worden door; den invloed ondergaan van; reageeren op. ¶ 空腹を感ずる honger hebben. ¶ 寒さを感ずる het koud hebben. ¶ 感ずる dankbaar zijn. ¶ 感ぜぬ ongevoelig voor. ¶ 刺激に感ずる reageeren op een prikkel.
kimochi氣持
(気持ち) gevoel o. ¶ 氣持がする voelen; het gevoel hebben. ¶ 氣持がよい zich lekker gevoelen; prettig gestemd zijn. ¶ 氣持を惡くする zich beleedigd gevoelen. ¶ 氣持が惡くなる zich niet lekker voelen. ¶ 氣持よく volgaarne; van harte; gaarne.
dōnen道念
zn. moraliteit v.; geweten o.; zedelijk gevoel o.
tashinamu嗜む
i.w. (1) [好む] houden van; smaak hebben voor; gevoel hebben voor. (2) [愼み] zich weten te beheerschen; zich beschaafd gedragen; bescheiden zijn; zedig zijn.
kan
zn. gevoel o.; bewondering (感心) v.
kanji感じ
zn. (1) [感覺] gewaarwording v.; gevoel o. (2) [印象] indruk m. (3) [效驗] resultaat o.; effect o. (4) [感應] invloed m. ¶ 感じがなくなる gevoelloos worden. ¶ 感じを與へる een goeden indruk maken. ¶ 好い感じを持って居る welwillende gevoelens koesteren.
SUPPLEMENT (trefwoord)
kansō感想
(znw, suru-ww) Iets over een bepaald onderwerp voelen en denken; een indruk hebben; gedachten hebben; gevoel hebben; reactie; ¶ …という感想抱く ...to iu kansō wo idaku denken dat; het gevoel hebben dat ¶ それの感想は? Sore no kansō wa? Wat denk je ervan? (TTC) ¶ ゲームについてのご感想は? Gāmu ni tsuite no go-kansō wa? Wat vindt u van het spel? (TTC) ¶ はその感想を述べた。 Kare wa sono shi no kansō wo nobeta. Hij vertelde wat voor indruk het gedicht op hem maakte. (TTC)
shinkyō心境
zn. gemoedstoestand; mening; instelling; gedachten. ¶ 心境の変化 verandering van gedachten. ¶ 心境が変化する van gedachten veranderen. ¶ それまでに再度心境が変化して、急きょ欠席ということがなければいいのですが。 Maar als in de tussentijd het niet gebeurd dat [mensen] opnieuw van gedachten veranderen en opeens niet verschijnen komt het in orde.
hyōhyō飄々
(to-adj) (1) dwarrelend; zwevend; flapperend. (2) ronddwalend; rondlopend zonder doel; luchthartig; onbekommerd; niet gebonden door wereldse zaken. ¶ 何か飄々とはぐらかされてる気がするわ。 Nanka hyōhyō to hagurakasarete’ru ki ga suru wa. ♀ Ik heb het gevoel dat ik in de rondte wordt gestuurd. (TTC) ¶ 飄々と生きた趣味の自由人といった人柄を伝えている Hyōhyō to ikita shumi no jiyūjin to itta hitogara wo tsutaete iru. Hij gaf de indruk een vrije geest te zijn die niet gebonden was aan één plaats. (BCWK)

NB In gebruik: 飄々hyōhyō to, 飄々とした hyōhyō to shita, 飄々として hyōhyō to shite, 飄々としながら hyōhyō to shinagara.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <gevoel>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
sora (1) onjuist …; verkeerd …; ten onrechte …; mis-; waan-; (2) geveinsd(e) …; gemaakt(e) …; voorgewend(e) …; gesimuleerd(e) …; quasi-; schijn-; pseudo-; nep-; (3) [~形容詞] danig …; behoorlijk …; zeer …; ; (1) lucht; luchtruim; (2) hemel; hemelruim; [form., lit.t.] firmament; [lit.t.] hemelen; (3) [meton.] streek; oord; (4) stemming; gevoel; geest; (5) [~で] van buiten; uit het hoofd; (6) leugen; onwaarheid; valsheid
mushi -erik; -erd; ; (1) insect; beestje; ongedierte; memel; (2) wurm; worm; rondworm; (3) kinderstuipen; (4) humeur; bui; gevoel; vlinders; kriebels; (5) gedrevene
i (1) gevoel; gevoelen; betuiging; mening; gedachte; opinie; (2) voornemen; wil; zin; plan; [Belg.N.] gedacht; intentie; wens; (3) aandacht; attentie; zorg; behartiging; (4) voorkeur; zin; smaak; (5) zin; betekenis; bedoeling; teneur; strekking; inhoud; (6) goede gezindheid; genegenheid; (7) [boeddh.] geest; ziel
心気 shinki irriterend; irritant; vervelend; ; (1) stemming; gemoed; humeur; mood; gevoel; sentiment; (2) irritatie; sombere stemming
jou (1) gevoel; emotie; (2) menselijkheid; inleving; betrokkenheid; attentheid; mededogen; medeleven; (3) liefde; gehechtheid; affectie; genegenheid; hart; (4) lust; begeerte; (5) smaak; charme; karakter; (6) toestand; gesteldheid; situatie; (7) reden; grond
情操 jousou gevoelen; gevoel
情緒 jousho (1) sfeer; stemming; [i.h.b.] charme; (2) [psych.] gevoel; emotie; affect
心地 kokochi (1) gevoel; gewaarwording; sensatie; (2) stemming; mood
心持ち kokoromochi een beetje; iets; wat; een kleinigheid; ietsje; een stukje; ; (1) karakter; aard; mood; stemming; gemoedsgesteldheid; geestesgesteldheid; gemoedstoestand; houding; (2) gevoel; indruk
kokoro (1) geest; ziel; (2) hart; innerlijk; inborst; aard; karakter; (3) gevoel; gevoelens; emotie; sentiment; hartstocht; (4) hartelijkheid; cordialiteit; warmte; vriendelijkheid; oprechtheid; eerlijkheid; (5) sympathie; genegenheid; medegevoel; deelneming; (6) aandacht; attentie; interesse; belangstelling; (7) geheugen; memorie; herinneringsvermogen; (8) wil; wilskracht; (9) intentie; bedoeling; (10) 10. stemming; humeur; gemoedsgesteldheid; (11) 11. betekenis; ware betekenis; zin; antwoord; het waarom
知覚 chikaku waarneming; gewaarwording; perceptie; gevoel; zin
察し sasshi (1) begrip; consideratie; inachtneming; (2) inzicht; gevoel; inlevingsvermogen; oordeelsvermogen; (3) vermoeden; gissing; veronderstelling
気味 kimi (1) gevoel; gewaarwording; (2) een gevoel van ~; een beetje ~; een zweem van ~; een tikkeltje ~
気息 kisoku (1) adem; ademhaling; ademtocht; [inform.] asem; (2) gevoel; stemming; karakter; aard; temperament
ki (1) geest; ziel; aard; (2) intentie; wil; (3) gevoel; humeur; (4) natuur; aanleg; neiging; (5) zorgzaamheid; oplettendheid; attentie; (6) lucht; atmosfeer; aura; (7) essentie; (8) smaak
気持 kimochi gevoel; gewaarwording; indruk
気色 kishoku (1) gezichtsuitdrukking; gezicht; gelaatsuitdrukking; gelaat; gelaatstrekken; trekken; uitdrukking; expressie; blik; uiterlijk; mimiek; (2) gevoel; gemoedstoestand; geestestoestand; stemming; mood; bui; humeur; luim; (3) conditie; staat van gezondheid; gezondheidstoestand; (4) intentie; voornemen; (5) omstandigheden; situatie; (6) vormelijkheid
気分 kibun (1) gevoel; gemoedstoestand; humeur; stemming; (2) atmosfeer
nen (1) gevoel; besef; gevoelen; (2) wens; verlangen
感覚 kankaku (1) gevoel; gevoelen; gewaarwording; zin; sensatie; (2) gevoeligheid; sensitiviteit
kan gevoel; emotie; indruk
感情 kanjou gevoel; emotie; sentiment; affectie; aandoening
感触 kanshoku (1) gevoel bij aanraking; [m.b.t. stof] greep; (2) indruk; gevoel
感じ kanji (1) gevoel; (2) indruk
観念 kannen (1) idee; begrip; concept; notie; denkbeeld; gedachte; besef; gevoel; zin; [inform.] benul; (2) [fil.] intentie; (3) berusting; gelatenheid; resignatie; overgave; het voorbereid zijn; (4) [boeddh.] meditatie; mindfulness; anusmṛti
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.49 sec. jiten.nl: 9 treffers, warandict: 25 treffers (zoekopdracht: 'gevoel', strategie: exact). 
2005-2019