日蘭辭典+

22 resultaten voor ‘gevolg’
日蘭辭典 (trefwoord)
ato
(1) [以] vz. na; bw. later. ¶ 四五日あと na vier of vijf dagen; vier of vijf dagen later. (2) [以前] bn. verleden. (3) [殘り] zn. rest v. ¶ 十年前 tien jaar geleden. ¶ あと月 verleden maand. ¶ later. ¶ から daarna. ¶ の achterst. ¶ に殘る achterblijven. ¶ の祭 mosterd na den maaltijd. ¶ achterwaarts; achteruit. ¶ は in de toekomst; in het vervolg; voortaan; verder. ¶ は言はずとも知れて居る de rest begrijp je wel, zonder dat ik het vertel. ¶ afstammeling. ¶ 相続人、opvolger. (4) [結果] zn. gevolg o. ato (跡)も見よ.
inga因果
zn. (1) [原因結果] oorzaak en gevolg. (2) [不運] noodlot o. (3) [應報] vergelding v. ¶ 因果關係 causaal verband; causaliteit. ¶ 因果應報 vergelding; karma. ¶ 因果法則 wet van oorzaak en gevolg. ¶ 因果の noodlottig; rampzalig. ¶ 因果諦める berusten in zijn lot. ¶ 因果を宿す zwanger zijn door een misstap. ¶ 親の因果報いる de kinderen boeten voor de zonden der ouders.
igai意外
bw. buiten verwachting; boven verwachting; onverwachts; toevallig. ¶ 意外onverwachtsch; onverwacht; toevallig; onvermoed; onverhoopt. ¶ 意外の事 verrassing. ¶ 意外愉快 onverhoopt genoegen. ¶ 意外結果 onverwacht resultaat; onvoorzien gevolg.
hate

(果て) zn. (1) [結果] gevolg o.; resultaat o. (2) [運命] lot o. (3) [限界] grens v.; einde o. ¶ 議論の果 het resultaat van de discussie. ¶ 世界の果 het eind van de wereld. ¶ 果は ten slotte; per slot van rekening. ¶ 果から果まで van het eene eind tot het andere. ¶ 擧句の果に en het ergste van alles was......

SUPPLEMENT (trefwoord)
ingaritsu因果律
(identiek aan 因果法則 inga hōsoku) zn. het principe dat ieder verschijnsel een oorzaak heeft; wet van oorzaak en gevolg; causaliteit. ¶ が知りたいのは、科学の最先端で因果律がどう扱われているか? Watashi ga shiritai no wa, kagaku no saisentan de ingaritsu ga dō atsukawarete iru ka? [vert. lett.:] Wat ik weten wil is, hoe gaat men in de voorhoede van de wetenschap om met causaliteit? (blog) ¶ 十如是(じゅうにょぜ)とは、『法華経』方便品に説かれる因果律をいうJū'nyoze to wa, Hokekyō Hōbenbon ni tokareru ingaritsu to iu. Jū'nyoze (de tien staten of factoren in bepaalde vormen van Boedhisme) is de wet van oorzaak en gevolg die wordt uiteengezet in [het hoofdstuk] ‘Geschikt middel’van de Lotus Sutra. (BCWK) ¶ 因果律を信じ大乗を誹謗せず、ただただ無上道心を起すIngaritsu wo shinji Daijō wo hibōsezu, tadatada mujō dōshin wo okosu mono. Mensen die geloven in de wet van oorzaak en gevolg, geen kwaad spreken van Mahayana Boedhisme en slechts hopen verlichting te bereiken. (BCWK)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <gevolg>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
随行員 zuikouin begeleider; volgeling; attaché; [verzameln.] gevolg; entourage; suite
付き tsuki (1) [gevoegd achter een meishi dat een lichaamsdeel noemt; kondigt een kwalitatief oordeel in het gezegde aan]; (2) met …; inclusief …; voorzien van …; cum … [geeft aan dat het meishi waarachter het gevoegd wordt "inbegrepen is," "eraan vasthangt"]; (3) toegevoegd aan [de generaal; minister enz.]; (in dienst) bij … [gevocaliseerd tot zuki づき; gevoegd achter een meishi dat een functie, ambt, werkplek noemt; drukt affiliatie uit]; ; (1) [m.b.t. lijm] kleverigheid; plakkerigheid; [m.b.t. sneeuw; verf; inkt enz.] het pakken; [m.b.t. lucifers; hout] ontbranding; ontvlamming; [m.b.t. gewassen] het vrucht; bloemen dragen; (2) geluk; veine; bof; mazzel; meevaller; fortuintje; [Barg.] zwijntje; (3) vleugeladjudant; adjudant; [i.h.b.] gezelschapsdame; [verzameln.] gevolg; entourage
付添い tsukisoi (1) verzorging; bijstand; begeleiding; geleide; escorte; [i.h.b.] het chaperonneren; (2) verzorger; begeleider; geleider; chaperon; chapeau; paranimf; getuige; [花嫁の] bruidsmeisje; strooimeisje; [花婿の] bruidsjonker; [決闘の] secondant; [verzameln.] gevolg; suite; stoet
一行 ikkou gezelschap; groep; [i.h.b.] gevolg; consorten; [Belg.N., spreekt.] compagnie; [veroud., m.b.t. muz.; ton.] troep
gu (1) [maatwoord voor een set kledingstukken, ensembles, wapenrusting, stel instrumenten, schotels etenswaar]; (2) [maatwoord voor inrō, draagschrijnen]; (3) 10. [maatwoord voor draagstoelen]; (4) 11. [maatwoord voor zadels]; (5) 12. [maatwoord voor boogschuttershandschoenen]; (6) 13. [maatwoord voor bidsnoeren, paternosters]; (7) 14. [maatwoord voor kammen]; ; (1) a. assorteren; toerusten; equiperen; stofferen; (2) b. gereedschap; materiaal; instrumentarium; (3) c. omstandig verslag; gedetailleerd; ; (1) materiaal; gereedschap; gerei; uitrusting; [i.h.b.] boedel; uitzet; (2) [cul.] ingrediënt; (3) metgezel; partner; [i.h.b.] gezellin; gade; (4) [貴人の] gevolg; dienaar; gezelschap; [i.h.b.] gezelschapsheer; gezelschapsdame; (5) kledingstukken; (6) pastel; (7) [Jap.Barg.] gestolen geld; [Barg.] turf
結論 ketsuron (1) conclusie; gevolgtrekking; slotsom; bevinding; (2) gevolg; resultaat
結果 kekka (1) resultaat; uitslag; uitkomst; positieve uitkomst; opbrengst; vrucht; (2) gevolg; uitvloeisel; consequentie; resultaat; (3) werking; uitwerking; effect; resultaat; (4) einde; slot; afloop; ontknoping
家来 kerai (1) vazal; leenman; leenhouder; (2) volgeling; getrouwe; [verzameln.] gevolg
親衛隊 shineitai (1) keizerlijke; koninklijke; presidentiële wacht; lijfwacht; (2) entourage; aanhang; gevolg; (3) [Dui.gesch.] Schutzstaffel; [afk.] SS; [verzameln.] SS'ers
所感 shokan (1) [boeddh.] effect; gevolg; uitkomst van een daad; (2) verwerving; verkrijging; (3) gedachte; indruk; impressie; mening
効果 kouka (1) effect; werking; uitwerking; (2) efficiëntie; doelmatigheid; doeltreffendheid; (3) resultaat; vrucht; opbrengst; nuttig effect; gevolg; (4) [judo] koka
所為 sei (1) gevolg; consequentie; resultaat; uitvloeisel; voortvloeisel; effect; (2) schuld; verantwoordelijkheid (voor iets slechts); (3) door; wegens; vanwege; tengevolge van; te wijten aan; toe te schrijven aan; toe te kennen aan; veroorzaakt door; doordat; [arch.] doordien [in de constructie no sei de のせいで]
成果 seika resultaat; uitslag; uitkomst; gevolg; opbrengst; vrucht
tomo (1) begeleider; (2) gevolg; suite; lijfstoet; sleep; [veroud.] trein
左右 sayuu (1) links en rechts; links of rechts; [i.h.b.] beide kanten; [i.h.b.] beide zijden; [i.h.b.] beide richtingen; [i.h.b.] weerskanten; weerszijden; [i.h.b.] omstandigheden; [i.h.b.] z'n zij(de); (2) entourage; gevolg; begeleiders; geleide; (3) iems. zijde; (4) het geven van een ontwijkend antwoord; het (eromheen) draaien
奉行 bugyou (1) uitvoering van een bevel; gevolg; (2) [Jap.gesch.] bestuurder; gezagdrager; commissaris; overheidspersoon; magistraat; (3) [boeddh.] de leer navolgen en toepassen; navolging
副作用 fukusayou bijwerking; bijkomende werking; bijverschijnsel; neveneffect; [i.h.b.] nadelig effect; gevolg
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.62 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 17 treffers (zoekopdracht: 'gevolg', strategie: exact). 
2005-2019