日蘭辭典+

20 resultaten voor ‘gewoonte’
日蘭辭典 (trefwoord)
akushū惡習
(悪習) zn. ondeugd v.; slechte gewoonte v.
arikitari在來
(在り来たり) zn. gebruik o.; gewoonte v.; graditie; traditioneel. ¶ 在來の例を倣う de traditie volgen.
yamai
zn. ziekte v.; ongesteldheid v. (癖) slechte gewoonte v.; aanwensel o. ¶ に罹る ziek worden. ¶ が癒える herstellen; beter worden.
rei
zn. (1) [慣] gewoonte v.; gebruik o.; antecedent (前) o.; (2) [實] voorbeeld o.; illustratie v. (3) [場合] geval o. ¶ 前記の bovenstaand voorbeeld. ¶ に倣ふ voorbeeld volgen. ¶ に依っての如く zooals gewoonlijk. ¶ 引く voorbeeld aanhalen. ¶ なき nog nooit voorgekomen. ¶ gewoon; gebruikelijk. ¶ の人 de persoon in kwestie; de betrokken persoon.
kimari極まり
zn. (1) [決定] regeling v.; bepaling v. (2) [秩序] regelmaat v.; orde v. (3) [規則] regel m. (4) [習慣] gewoonte v.; gebruik o. (5) [面目] verlegenheid v.; schaamtegevoel o. ¶ 極まりのない ongeregeld; onregelmatig. ¶ 極まり文句 staande uitdrukking; afgezaagde wijze van zeggen. ¶ 極まりが悪い beschaamd zijn; zich schamen.
reiki例規
zn. regel m.; vaste gewoonte v.; adat (馬來語) m.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <gewoonte>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
zoku (1) gewoon; alledaags; banaal; (2) ordinair; gemeen; vulgair; plat; grof; laag; min; ; (1) a. gebruik; gewoonte; (2) b. gewoon; alledaags; algemeen; populair; rustiek; (3) c. ordinair; gemeen; vulgair; plat; (4) d. [boeddh.] lekenstaat; leek; seculier; werelds; wereldlijk; profaan; ; (1) gebruik; gewoonte; (2) publiek; wereld; lekenpubliek; leken
付く tsuku (1) plakken; (eraan) (vast)zitten; (eraan) (vast)hangen; steken (op); kleven (aan); aansluiten op; zich vastzetten (in; aan); [湯垢が] aanslaan; blijven; [m.b.t. sporen; litteken] achterblijven; erbij inbegrepen zijn; uitgerust zijn met; (2) volgen; vergezellen; achterna zitten; gaan; aan zijn zijde staan hebben; escorteren; [i.h.b.] partij kiezen; trekken voor; aan de zijde gaan staan van; (3) [m.b.t. vermogen; gewoonte; naam; idee enz.] krijgen; [energie; kennis; ervaring enz.] opdoen; verwerven; eigen worden; te beurt vallen; [癖が] een gewoonte aannemen; aankweken; ontwikkelen; zich een gewoonte aanwennen; [喫煙の癖が] zich het roken aanwennen; (4) geluk hebben; fortuinlijk zijn; het treffen; [het iem.] meezitten; goed gaan; boffen; mazzelen; [inform.] zwijnen; [inform.] sloffen; (5) zijn beslag vinden; uitgemaakt raken; in orde raken; geregeld raken; [m.b.t. contact; connectie] tot stand komen; [m.b.t. wegen; infrastructuur] aangelegd worden; (6) [m.b.t. prijskaartje] hangen aan; [goedkoper; duurder enz.] uitvallen; neerkomen op [x euro enz.]
tsune (1) permanent; duurzaam; blijvend; bestendig; onveranderlijk; standvastig; (2) alledaags; gewoon; gemiddeld; (3) normaal; standaard; (4) ononderbroken; continu; ; gewoonte; kenmerk; eigenschap; karakteristiek
習慣 shuukan (1) gewoonte; hebbelijkheid; aanwensel; gewendheid; [w.g.] aanwenst; (2) gewoonte; gebruik; praktijk; zede; wijze; adat; [veroud.] wijs; [w.g.] usance; [w.g.] usantie; [Lat., studentent.] mos; [Lat.] usus
習癖 shuuheki gewoonte; hebbelijkheid; tic; [悪い習癖] aanwensel; [w.g.] aanwenst; [gew.] wenst
常習的な joushuutekina gewoonte-; habitueel; vast; regelmatig; verstokt; [~うそつき] gepatenteerd
jou hoewel; ofschoon; ; (1) regel; gewoonte; (2) zekerheid; waarheid; (3) zoals …; als …; (4) [boeddh.] samādhi [= concentratie]; (5) rustpunt waarop de pijlschacht rust; ; (1) a. vastleggen; vaststaan; bepaald zijn; (2) b. [boeddh.] samādhi
常習的 joushuuteki gewoonte-; habitueel; vast; regelmatig; verstokt; [~うそつき] gepatenteerd
決まり kimari (1) regeling; besluit; overeenkomst; (2) regel; reglementering; bepaling; reglement; (3) gewoonte; gebruik
約束 yakusoku (1) belofte; toezegging; z'n gegeven woord; afspraak; overeenkomst; verbintenis; engagement; akkoord; deal; pact; schikking; contract; convenant; [jur.] convenu; koop; [Lat.] pactum; (2) afspraak; afspraakje; rendez-vous; ontmoeting; date; (3) regel; conventie; gewoonte; gebruik; bepaling; voorschrift; (4) lot; noodlot; fatum; bestemming; beschikking; Gods voorzienigheid; Gods wegen; (5) bundeling; opbinding; (6) reservering van een geisha
rei [maatwoord voor voorbeelden, illustraties]; ; (1) a. gewoonte; gebruik; vaste gebeurtenis; (2) b. regel; voorschrift; (3) c. algemeen principe; (4) d. voorbeeld; model; ; (1) gewoonte; gebruik; praktijk; (2) usance; usantie; het obligaat-zijn; (3) waarvan; van wie gesproken wordt; iets bekends [onder gespreksgenoten]; (4) precedent; traditie; (5) voorbeeld; illustratie; geval; specimen; staaltje; proeve; exemplum; [afk.] vb.
fuu zoals ~; op de manier van ~; in de stijl van ~; à la ~; naar ~; ; (1) gewoonte; gebruik; neiging; (2) manier; wijze; voege; trant; stijl; type; soort; (3) air; allure; voorkomen; uiterlijk; houding; aanzicht
風習 fuushuu zeden en gewoonten; gewoonte; gebruik; [Belg.N.] geplogenheid
慣行 kankou gewoonte; gebruik; usance; usantie; traditie; staande praktijk; [Belg.N.] geplogenheid
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.4 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 14 treffers (zoekopdracht: 'gewoonte', strategie: exact). 
2005-2020