日蘭辭典+

21 resultaten voor ‘gij’
日蘭辭典 (trefwoord)
anata貴方
(あなた) vnw. gij; u. ¶ 貴方uw; u.
kimi
zn. (1) [君主] vorst m.; regeerder m.; keizer m.; koning. (2) [主人] heer m. meester m. vnw. (3) [貴君] gij; u.
temae手前
vmw. (1) [自分] ik. (2) [汝] gij; jij. zn. (3) [此方] deze kant m.; bw. hier. ¶ 手前叔父で御座います hij is mijn oom. ¶ 手前の知ったことぢやない het gaat je niets aan. ¶ 手前 aan deze kant van de rivier.
sochi其方
(そち) bw. ginds; daar; vnw. gij.
saisei再生
zn. herleving v.; herrijzenis v.; opstanding v. ¶ 再生する uit den dood opstaan; herboren worden. ¶ には再生のあり ik dank u mijn leven; gij hebt mij het leven gered.
kikō貴公
vnw. gij; uwe jongen m.; oude heer m.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <gij>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
noshi jij; je; gij; ge
手前 temae (1) ik; (2) jij; [Belg.N.] gij; [Belg.N.] ge; ; (1) aan deze zijde; aan deze kant; vóór; (2) bekwaamheid; vaardigheid; vakkundigheid; deskundigheid; (3) [m.b.t. theeceremonie] etiquette; protocol; ceremonieel; ceremoniële handelingen; procedure; (4) [ter] wille [van]; -halve; [in het] belang [van]; [uit] consideratie [voor]; [uit] eerbied [voor]; [uit] achting [voor]; [uit] piëteit [jegens]
手前 temee (1) ik; (2) jij; je; [Belg.N.] gij; [Belg.N.] ge
ware (1) ik; (2) je; jij; [veroud.] ge; gij; ; zelf; zichzelf
nanji [veroud.] gij; jij
此方 kochira (1) hier; deze plaats; (2) hierheen; hiernaartoe; naar deze plaats; (3) deze zijde; deze kant; (4) deze persoon; deze heer; deze dame; deze jongeheer; deze jongedame; (5) deze zaak; dit voorwerp; (6) wij; ik; onze kant; mijn kant; de groep waartoe wij behoren; de groep waartoe ik behoor; de betrokken partij waartoe wij behoren; de betrokken partij waartoe ik behoor; (7) u; ge; gij; (8) uw huis; uw woning
御自分 gojibun (1) zelf; in hoogsteigen persoon; hoogstpersoonlijk; (2) [veroud.] u; gij; jij
kimi jij; je; [veroud.] gij; ge; ; heerser; keizer; monarch; meester
君達 kimitachi jullie; [veroud.] gij; ge; gijlieden; gijluiden; ulieden; [arch.] jelui
貴様 kisama [inform., min.] jij; je; [Belg.N.] gij; [Belg.N.] ge
御宅 otaku u; jij; je; [Belg.N.] gij; [Belg.N.] ge; ; (1) uw huis; uw thuis; uw woning; uw adres; (2) uw gezin; (3) uw echtgenoot; uw man; de heer des huizes
onore (1) hela [heftige toeroep]; (2) komaan [kreet waarmee men zichzelf aanspoort]; ; (1) zichzelf; zich; (2) ik; ikzelf; zelf [bescheiden tegenhanger van ware 我]; (3) [min.] jij; [min., veroud.] gij; ; zelf; in z'n eentje; in eigen persoon; vanzelf; uit zichzelf
御前 omae [spreekt., inf.] jij; je; [gew.] gij; [gew.] ge
貴方 anta [inform.] u; jij; [gew.] gij; [gew.] ge
彼方 anata u; jij; [gew.] gij; [gew.] ge
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.37 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 15 treffers (zoekopdracht: 'gij', strategie: exact). 
2005-2019